De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Zinsdelen woordsoorten Groepjes woorden uit een zin die bij elkaar horen: De bakker bakt het brood DE BAKKER/BAKT/HET BROOD Alle woorden afzonderlijk benoemt.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Zinsdelen woordsoorten Groepjes woorden uit een zin die bij elkaar horen: De bakker bakt het brood DE BAKKER/BAKT/HET BROOD Alle woorden afzonderlijk benoemt."— Transcript van de presentatie:

1 zinsdelen woordsoorten Groepjes woorden uit een zin die bij elkaar horen: De bakker bakt het brood DE BAKKER/BAKT/HET BROOD Alle woorden afzonderlijk benoemt. De=bepaald lidwoord Bakker=zelfstandig nw Bakt=werkwoord (zww) Het=bepaald lidwoord Brood=zelfstandig nw GRAMMATICA

2 Welke woordsoorten heb je vorig jaar geleerd? Naamwoorden Werkwoorden Voornaamwoorden Voorzetsels Bijwoord

3 Zelfstandig naamwoord (zn) Bijvoegelijk naamwoord (bn) Alle dieren dingen voorwerpen en eigennamen. Staat meestal een lidwoord voor of het kan er voor geplaatst worden; het potlood, een beker, de Rijn enz Vertelt iets over een zelfstandig naamwoord; het geeft vaak een eigenschap van iets of iemand. Wat een mooi digiboard! Dit is een leuke les! Bn staan meestal voor een zn, maar kunnen er ook achter staan! Dat digiboard is mooi! Deze les is leuk! Naamwoorden

4 Actief (actie) Passief (geen actie) Ww`en die zeggen wat iets of iemand doet>spelen, dromen, waaien, vallen enz Ww`en die geen actie uitdrukken: mogen, zijn, worden enz Werkwoorden (ww)

5 Werkwoorden vervolg Voor alle ww geldt: je kunt ze vervoegen Dit doe je door een persoon voor te zetten; ik/hij/zij/wij/het

6 Aanwijzend vnw (aanw. Vnw.) Vragend vnw (vrg. Vnw) Je gebruikt deze als je iets aanwijst: Deze film vind ik leuker dan die film Ik hou van zulke oefeningen. Hier stel je vragen mee. Ze staan meestal aan het begin van de zin. Wie, wat, welk(e), wat voor (een) Wie weet dit nog allemaal? Wat wordt het huiswerk? Voornaamwoorden

7 Voorzetsel bijwoord Meestal een kort woord. Geeft vaak een plaats (bij, in, op, naast, tussen), tijd (gedurende, onder, tijdens, in) reden/oorzaak (vanwege, wegens, om, door) aan. Soms is het deel van een uitdrukking. Een voorzetsel staat meestal voor een lw met zn Een bw kan een hoop dingen aangeven. Tijdstip, plaats, tegenstelling, enz Ook de vraagwoorden waarmee je een bijw.bep. vindt (waar, wanneer, hoe, waarom, waardoor waarheen waarlangs, enz) Zo vind je een bw:Ontleed de zin in zinsdelen en zoek naar bijw bep die uit een woord bestaan. Voorzetsel (vz) en bijwoord (bw)


Download ppt "Zinsdelen woordsoorten Groepjes woorden uit een zin die bij elkaar horen: De bakker bakt het brood DE BAKKER/BAKT/HET BROOD Alle woorden afzonderlijk benoemt."

Verwante presentaties


Ads door Google