De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HOOFDSTUK 3 GRAMMATICA ZINSDELEN WERKWOORDELIJK OF NAAMWOORDELIJK GEZEGDE Noordhoff Uitgevers bv 2013 2 HAVO/VWO 2E.

Verwante presentaties


Presentatie over: "HOOFDSTUK 3 GRAMMATICA ZINSDELEN WERKWOORDELIJK OF NAAMWOORDELIJK GEZEGDE Noordhoff Uitgevers bv 2013 2 HAVO/VWO 2E."— Transcript van de presentatie:

1 HOOFDSTUK 3 GRAMMATICA ZINSDELEN WERKWOORDELIJK OF NAAMWOORDELIJK GEZEGDE Noordhoff Uitgevers bv HAVO/VWO 2E

2 Benoem het werkwoordelijk gezegde: Joost heeft de hele dag staan klussen. Wat is het naamwoordelijk gezegde: Joost is een hele goede klusser.

3 Een werkwoordelijk gezegde zegt wat iemand (of iets) doet: Joost heeft de hele dag staan klussen. Het naamwoordelijk gezegde zegt wat iemand is (of wordt, blijft, lijkt): Joost is een hele goede klusser.

4 Met een stappenplan kun je bepalen of je met een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde te maken hebt. Stap 1: Noteer de persoonsvorm en onderwerp. Stap 2: Staat er een vorm van zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen in de zin? Nee Werkwoordelijk gezegde

5 Als je het naamwoordelijk deel hebt gevonden, dan kun je het naamwoordelijk gezegde benoemen: Ng = kww + overige ww + naamwoordelijk deel

6 Stap 2: Staat er een vorm van zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen in de zin? Ja Stap 3: Vraag: is er een werkwoord met een duidelijke betekenis (zww)? Ja Werkwoordelijk gezegde Nee Naamwoordelijk gezegde Stap 4: Vraag: Wat + pv + ow+ overige ww’en? Antwoord = naamwoordelijk deel

7 Voorbeeld: De man blijkt binnenkort 65 jaar te worden Stap 1: Persoonsvorm = blijkt Onderwerp = de man Stap 2: Staat er een vorm van zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen in de zin? Ja.

8 Stap 3: Vraag: is er een werkwoord met een duidelijke betekenis (zww)? Nee. Stap 4: Vraag: Wat + pv + ow + overige ww’en? Wat blijkt de man te worden? 65 jaar (= naamwoordelijk deel) Ng = kww + overige ww + naamwoordelijk deel Naamwoordelijk gezegde = blijkt 65 jaar te worden

9 Is er in deze zinnen sprake van een werkwoordelijk gezegde of een naamwoordelijk gezegde? 1. Dat leuke meisje kan goed zingen. werkwoordelijk gezegde 2. De administratie heeft mijn inschrijving bevestigd. werkwoordelijk gezegde 3. Adriaan van Dis lijkt mij een sympathieke man. naamwoordelijk gezegde 4. De zon schijnt op Ibiza. werkwoordelijk gezegde 5. Alleen op de wereld is een prachtig boek. naamwoordelijk gezegde 6. Ik vind Alleen op de wereld prachtig boek. werkwoordelijk gezegde


Download ppt "HOOFDSTUK 3 GRAMMATICA ZINSDELEN WERKWOORDELIJK OF NAAMWOORDELIJK GEZEGDE Noordhoff Uitgevers bv 2013 2 HAVO/VWO 2E."

Verwante presentaties


Ads door Google