De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vrije Universiteit amsterdam Milieueconomie en Groene Groei Prof. dr. Harmen Verbruggen KVS 11 juni 2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vrije Universiteit amsterdam Milieueconomie en Groene Groei Prof. dr. Harmen Verbruggen KVS 11 juni 2015."— Transcript van de presentatie:

1 vrije Universiteit amsterdam Milieueconomie en Groene Groei Prof. dr. Harmen Verbruggen KVS 11 juni 2015

2 vrije Universiteit amsterdam Historiek van de milieueconomie  Uiteindelijk komt economie neer op milieueconomie, maar dat is neoklassieke theorie lange tijd vergeten met K – L productie-functie’s  Het begon bij Malthus, “On Population”, 1798, en de wet van de afnemende meeropbrengsten.

3 vrije Universiteit amsterdam Historiek van de milieueconomie  Pigou (1920): negatieve externaliteiten door marktfalen internaliseren met Pigouvian tax = marginale schade (kosten) van de externaliteit om maatschappelijk optimum te bereiken (verder uitgewerkt door Baumol & Oats, 1968, met het systeem van verhandelbare emissierechten).

4 vrije Universiteit amsterdam Historiek van de milieueconomie  Hotelling regel (1931): over optimaal pad voor de winning van uitputbare hulpbronnen. Marginale netto prijs onder en boven de grond stijgt met de rentevoet.  Hardin (1968): Tragedy of the commons.  Jaren ‘50 en ‘60: veel vervuiling en toxische emissies. Rachel Carson (1962), Silent Spring.  Club van Rome, Limits to Growth (1972).

5 vrije Universiteit amsterdam Enkele belangrijke thema’s  MKBA en monetaire waardering van milieuverandering.  Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze.  Correctie Nationaal Inkomen voor milieuverandering.  Klimaateconomie en green paradox  Duurzame ontwikkeling en Groene Groei  Netwerk Groene Groei

6 vrije Universiteit amsterdam MKBA en monetaire waardering van milieuverandering  MKBA voor grote infrastucturele projecten, maar ook bijvoorbeeld voor EU normstelling fijn stof.  MKBA omvat monetaire en niet direct in geld uit te drukken directe en indirecte effecten.  Waarderingsstudies m.b.v. revealed preference (hedonic pricing, value of statistical life, reiskostenmethode), stated preference via interviews en vragenlijsten (WTP, WTA) en/of ecosystem services.

7 vrije Universiteit amsterdam MKBA en monetaire waardering van milieuverandering  Stated preferences geven total economic value, incl. niet-gebruikswaarden (verervingswaarde, informatiewaarde, option value).  Ontwikkeling van contingente waardering naar keuze-experimenten, die meer betrouwbare resultaten geven.  Ecosystem accounting (water- en luchtzuivering, biomassa, hout,…) blijft lastig en gevaar van dubbeltellingen.

8 vrije Universiteit amsterdam MKBA en monetaire waardering van milieuverandering  Maar: het blijft hypothetisch en vatbaar voor kritiek (politiek gevoelig).  Altijd de discussie monetaire waardering vs intrinsieke waarde.

9 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze.  Uitvloesel van MKBA: optimale vervuilingsniveau is niet nul.  Met welke intrumenten bereiken we het optimale vervuilingsniveau tegen zo laag mogelijke maatschappelijk kosten?  Drie categorieën intrumenten: 1. directe regulering, 2. economische instrumenten, 3. voorlichting, overreding, convenanten.

10 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze.  Directe regulering (wet- en regelgeving, vergunningen) is statisch en dynamisch inefficiënt. Technologieforcerende standaarden geven wel een prikkel voor schonere technologie.  Economische instrumenten (heffingen, subsidies, statiegeld, verhandelbare rechten) bereiken milieudoelen tegen de laagste maatschappelijke kosten door decentrale afwegingen (marginale reductiekosten = marginale baten van uitsparen heffing).

11 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze  Theoretisch (op enkele specifieke omstandigheden na) komen heffingen en verhandelbare rechten op hetzelfde neer. Beide zijn statisch en dynamisch efficiënt.  Baumol-effect van subsidies.  Belangrijke praktische punten: Heffing en subsidie steeds bijstellen om milieudoelstelling te halen.

12 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze Bij verhandelbare rechten wordt de milieudoelstelling gerealiseerd en bepaalt de markt de emissieprijs. Opbrengst heffing gaat naar de staatskas. Ook als rechten geveild worden, maar niet bij grandfathering. Bij verhandelbare rechten betalen bedrijven elkaar voor de rechten. Tweesnijdend zwaard door verlaging van belasting op arbeid?

13 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze  Grote politieke problemen bij economische instrumenten: Degressieve effecten op de inkomensverdeling Vrees voor internationale concurrentiepositie. Daarom zijn er in het EU-systeem voor verhandelbare CO2 rechten te veel rechten (gratis) uitgegeven. Subsidies doen een aanslag op de staatskas Statiegeldsystemen geven veel rompslomp

14 vrije Universiteit amsterdam Theorie van het optimale vervuilingsniveau en instrumentkeuze  Overreding, voorlichting, convenanten e.d. zijn weinig effectief, niet rechtens afdwingbaar en veel subsidies als smeerolie. Het Energie-akkoord als nieuwe testcase.  Resultaat van al het theoretisch en empirisch onderzoek?  Antwoord: onvolledige internalisering van externe kosten, onvoldoende internationale coördinatie, verkeerde intrumentkeuze, neveneffecten en zeer beperkte gedragsverandering.

15 vrije Universiteit amsterdam Correctie Nationaal Inkomen voor milieuverandering  BBP is misleidende indicator voor economische groei, laat staan voor welvaart. Bekende tekortkomingen: inkomensverdeling, informele sector en asymmetrische boekingen natuurlijk kapitaal.  Alternatieve maatstaven: genuine saving rate, Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW), Human Development Index (VN), Quality-of-Life Index (The Economist), Ecologische Voetafdruk, Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI, Hueting).

16 vrije Universiteit amsterdam Duurzaam Nationaal Inkomen  Preferentie van de huidige generagtie kan niet gemeten worden, maar er is een alom politiek beleden preferentie voor duurzaamheid. Dus kunnen statistici absolute duurzaamheidsstandaarden vaststellen (instandhouding van milieufuncties).  Die standaarden kunnen aan een model voor een nationale economie worden opgelegd, met gegeven (kosten van ) technologische mogelijkheden.

17 vrije Universiteit amsterdam Duurzaam Nationaal Inkomen  Berekeningen van het IVM met een toegepast algemeen evenwichtsmodel voor de Nederlandse economie voor  Twee varianten, afhankelijk of de rest van de wereld ook die duurzaamheidsnormen opgelegd krijgt, dus dezelfde relatieve prijsverhoudingen kent.  Variant I: alleen Nederland duurzaam  Variant II: hele wereld duurzaam (mDNI)

18 vrije Universiteit amsterdam DNI, 2 varianten,

19 vrije Universiteit amsterdam Duurzaam Nationaal Inkomen  Het afzetten van mDNI tegen NI geeft informatie over de afstand tot de doelstelling van milieu-duurzaamheid.  Overheden varen op een verkeerd geijkt kompas.  Wetenschappelijk interessant, maar de politiek wil er (vooralsnog) niet aan.

20 vrije Universiteit amsterdam Klimaateconomie en green paradox  Klimaatprobleem vergt internationale aanpak. Grote Integrated Assessment Models als FUND, DICE en PAGE  Kosten en baten van klimaatverandering en klimaatbeleid zijn ongelijk verdeeld. Prikkel tot meeliften vs prikkel tot samenwerking om externe kosten te internaliseren en gelijk speelveld te creëren.  Non-coöperatieve speltheorie naar mogelijkheden van internationale klimaatverdragen. Slechts kleine stabiele coalities lijken mogelijk.

21 vrije Universiteit amsterdam Klimaateconomie en green paradox  Olie is onder en boven de grond evenveel waard.  Toch moet die olie een keer worden opgepompt, liefst voordat er goedkopere, al dan niet gesubsidieerde substituten komen.  Duurzame energie is zo’n gesubsidieerd substituut dat de prijs van olie drukt.  Dan wordt olie tegen een lagere prijs versneld gewonnen en stijgen de emissies van CO2 = green paradox.

22 vrije Universiteit amsterdam Duurzame ontwikkeling en Groene Groei  Duurzame ontwikkeling (1987, Brundtland, Our Common Future), Factor 4, zwakke en sterke duurzaamheid, absolute en relatieve ontkoppeling, verkleinen van ecologische voetafdruk, transities … en dan nu Groene Groei.  Groene Groei roept een beeld op, maar er zijn geen concrete uitwerkingen en programma’s. Wel veel initiatieven, intenties en samenwerkingsverbanden.

23 vrije Universiteit amsterdam Duurzame ontwikkeling en Groene Groei  Meeste ideeën voor: Transitie naar duurzame energiesystemen De circulaire economie Groene Groei vereist een algehele herinrichting van productie- en consumptieprocessen, die ook gedragsverandering vergen, maar is technologie-gedreven. Geen matiging, geen concessies aan (welvaarts)groei.

24 vrije Universiteit amsterdam Duurzame ontwikkeling en Groene Groei  Nieuwe golf van groene basisinnovaties (nieuwe lange golf) die de secular stagnation in de Westerse economie kan doorbreken. Ongekend technologie optimisme.  Ook bij Groene Groei is sprake van een intergenerationele afruil van groeimogelijkheden. Een deel van de groei moet worden opgeofferd voor het groene groeipad, waarbij natuurlijk kapitaal in stand wordt gehouden. En de transitie?

25 vrije Universiteit amsterdam Transitie naar Groene Groeipaden

26 vrije Universiteit amsterdam Netwerk Groene Groei  Netwerk Groene Groei, in opdracht van Ministerie van Infrastructuur &Milieu, secretariaat SEO.  Voorzitters: Marjan Hofkes en Harmen Verbruggen, hoogleraren milieueconomie, en zo’n 100 fellows.  Doelstelling: ontwikkeling en verspreiding van kennis om meer duidelijkheid scheppen en het perspectief in te schatten voor Groene Groei.

27 vrije Universiteit amsterdam Netwerk Groene Groei Drie themabijeenkomsten in het najaar. 1. Aard van de technologische ontwikkeling en Groene Groei 2. Slimme marktprikkels 3. Technologieforcerende normstelling Dus: hoe komen we op een groen groeipad en wat is de rol van de overheid en de markt.


Download ppt "Vrije Universiteit amsterdam Milieueconomie en Groene Groei Prof. dr. Harmen Verbruggen KVS 11 juni 2015."

Verwante presentaties


Ads door Google