De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Grote Broklede Wetenschapskwis April 2007. Vraag 1 Als je een schep suiker in cola doet gaat de prik eruit. Maar er zit al suiker in cola. Hoe verklaar.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Grote Broklede Wetenschapskwis April 2007. Vraag 1 Als je een schep suiker in cola doet gaat de prik eruit. Maar er zit al suiker in cola. Hoe verklaar."— Transcript van de presentatie:

1 De Grote Broklede Wetenschapskwis April 2007

2 Vraag 1 Als je een schep suiker in cola doet gaat de prik eruit. Maar er zit al suiker in cola. Hoe verklaar je dat? A.Het suikergehalte in de cola wordt dan te hoog. B.Dat komt door de korrelvorm van de suiker. C.In cola zit een andere soort suiker.

3 Vraag 2 Tot hoever kun je tellen? a.Tot zover als er woorden voor zijn. b.Tot oneindig. c.Tot biljoen maal triljoen maal quadriljoen.

4 Vraag 3 Kan er bij een chemische reactie een mengsel ontstaan? A.Ja, dat kan. B.Nee, want bij een chemische reactie ontstaat altijd maar 1 stof. C.Nee, want reactieproducten zijn altijd zuivere stoffen

5 Vraag 4 Kip & ei - Er zijn 4 kippen die gezamenlijk 4 eieren in 4 dagen leggen. Hoeveel eieren leggen 10 kippen gezamenlijk in 10 dagen? A: 10 B: 25 C: 40

6 Vraag 5 Waarom kun je vuur met water blussen? A: Omdat water de vlammen afsluit. B: Omdat water nat is. C: Omdat water veel warmte opneemt.

7 Vraag 6 Schurk of ridder? Stel, je zit op een eiland waar twee typen bewoners zijn: ridders en schurken. Ridders spreken altijd de waarheid en schurken liegen altijd. Je komt iemand tegen en je vraagt: Ben je een ridder? Wat is zijn antwoord? A: ja B: nee

8 Vraag 7 Wat is het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel? A: Een zuivere stof bestaat altijd uit 1 molecuulsoort en een mengsel uit meerdere soorten. B: Een zuivere stof bestaat uit meerdere molecuulsoorten en een mengsel uit 1 soort. C: Moleculen van een zuivere stof zijn altijd opgebouwd uit identieke atoomsoorten, die van een mengsel altijd uit verschillende atoomsoorten.

9 Vraag 8 Hoeveel euro kost een tennisbal? A: 1 B: 2 C: 3

10 Vraag 9 Bij verbranding van fossiele brandstoffen wordt zuurstof verbruikt en kooldioxide geproduceerd. Wat heeft dat wereldwijd op termijn voor gevolg? A: Door een tekort aan zuurstof zal de ademhaling moeilijker worden. B: De oceaan zal verzuren tot beneden een pH (zuurgraad) van 7. C: De bovenkant atmosferische deken (stratosfeer) zal afkoelen.

11 Vraag 10 Waarom plakt kroepoek aan je tong? A:Kroepoek zuigt heel snel speeksel op. B: Kroepoek met speeksel wordt plaksel. C:Het oppervlak van kroepoek is erg ruw.

12 Vraag 11 Als je een fles champagne voorzichtig opent, ontsnapt er vaak een pluimpje mist. Wat is dat? A: Most. B: Water. C: Koolzuur.

13 Vraag 12 Marsmannetjes Drie soorten marsmannetjes vliegen per raket naar de maan. Groene marsmannetjes hebben twee tentakels, oranje marsmannetjes hebben er drie en blauwe mannetjes hebben vijf tentakels. In de raket zijn evenveel groene als oranje marsmannetjes en er zijn 10 blauwe mannetjes meer dan groene. Samen hebben de marsmannetjes 250 tentakels. Hoeveel blauwe marsmannetjes vliegen er mee in de raket? A = 15 B = 20 C = 25 D = 30 E = 40

14 Vraag 13 Koolstof en zuurstof reageren in de massaverhouding van 3 staat tot 8 met elkaar. Ik heb 6,4 gram koolstof. Hoeveel gram product CO2 ontstaat er? A: 17,4 gram. B: 23,4 gram. C: 11,0 gram.

15 Vraag 14 Waaruit haalt een boom zijn massa? A: Uit de bodem. B: Uit de lucht. C: Uit het water.

16 Vraag 15 In de poolzee drijft een enorme ijsberg. Onder invloed van het broeikaseffect smelt hij. Wat gebeurt er met het zeewaterpeil? A: Dat stijgt. B: Dat daalt. C: Dat blijft gelijk.

17 Vraag 16 Mierenloop

18 Vraag 17 Je wilt graag een zachtgekookt eitje. Moet er iets veranderen aan de kooktijd van het ei als je geen gewoon kraanwater gebruikt, maar zeewater? A: Ja, het ei moet korter koken. B: Ja, het ei moet langer koken. C: Nee, het ei moet even lang koken.

19 Vraag 18 papier hier

20 Vraag 19 Waarom krijg je vaak een slapende voet als je er op zit, maar bijna nooit slapende billen? A: Er zitten geen botten in je billen. B: De zenuwen in je billen zitten heel diep. C: Je voeten zitten veel verder van je hart af.

21 Vraag 20 Als je jezelf terug hoort op een video-opname klinkt je stem anders dan je gewend bent. De stemmen van anderen klinken wel gewoon. Hoe komt dat? A: door de stand van je oren B: door je schedel C: als je praat, hoor je minder goed

22 Vraag 21 Waarom wrijft een vlieg in zijn pootjes? A: hij maakt ze schoon B: hij is blij C: hij warmt ze op

23 Vraag 22 Twee fietsers zijn 100 km van elkaar verwijderd. Fietser A fietst 10 km/u. Fietser B fietst 15 km/u. Ze vertrekken op hetzelfde moment en fietsen dan naar elkaar toe. Op het moment dat ze vertrekken laat fietser A een duif los. Deze vliegt met 50 km/u richting fietser B. Is de duif bij fietser B, dan draait hij zich direct om en vliegt hij weer naar fietser A. Zo blijft hij tussen beide fietsers heen en weer vliegen totdat de fietsers elkaar tegenkomen. Hoeveel km heeft de duif gevlogen op het moment dat de fietsers bij elkaar komen?. A: 50 km. B: 100 km. C: 200 km. D: 1000 km

24 Vraag 23 Het metaal kwik is: A. Een van de hardste metalen B. Vloeibaar bij kamertemperatuur C. Radio-actief D. Wordt gebruikt bij de fabricage van vliegtuigen

25 Vraag 24 Waarom zijn dinosaurussen uitgestorven? A. door infectieziektes. B. door de jacht door de oermens. C. door klimaatveranderingen. D. door een meteorietinslag.

26 Vraag 25 Wie kent Road Runner niet? Deze bekende tekenfilmfiguur maakt het leven van een coyote flink moeilijk. Wat is een Roadrunner voor een vogelsoort? A. Een fazant B. Een koekoek C. Een ooievaar D. Een kalkoen

27 Vraag 26 Ieder land heeft een tweeletterig Internet domein, zoals. nl voor Nederland of.ch voor Zwitserland. Welk land heeft het domein.tv ? A: Liechtenstein B: Terra Verde C: Het Vaticaan D: Tuvalu

28 Vraag 27 The long hot squeeze Als je een brok koolstof neemt en daar een grote druk op uitoefent bij een heel hoge temperatuur wat krijg je dan? A) Grafiet B) Een soort glasachtige stof C) Kleinere stukken koolstof D) Een diamant

29 Vraag 28 Welke vorm heeft de melkweg? A) Rond, bolvormig B) Zoals een donut C) Een pretzel D) Vlak en spiraalvormig

30 Vraag 29 Hoe komt het dat er seizoenen zijn op aarde? a. Doordat de aardas een beetje scheef staat. b. Doordat de baan van de aarde om de zon geen cirkel is. c. Doordat het magnetisch veld van de aarde de atmosfeer verstoort. d. Doordat zeestromen warm en koud water aanvoeren.

31 Vraag 30 Waardoor is plastic lastig te recyclen? a. Mensen hebben geen zin om plastic te scheiden. b. Plastic kan maar één keer in de gewenste vorm worden gemaakt. c. Plastic smelt niet. d. Verschillende soorten gesmolten plastic mengen niet goed.


Download ppt "De Grote Broklede Wetenschapskwis April 2007. Vraag 1 Als je een schep suiker in cola doet gaat de prik eruit. Maar er zit al suiker in cola. Hoe verklaar."

Verwante presentaties


Ads door Google