De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

4 HAVO Literatuurgeschiedenis middeleeuwen. Beoordeling?  Toetsweek periode 4 grote literatuurtoets (10%).  Inhoud verhaal (boekje).  Context verhaal.

Verwante presentaties


Presentatie over: "4 HAVO Literatuurgeschiedenis middeleeuwen. Beoordeling?  Toetsweek periode 4 grote literatuurtoets (10%).  Inhoud verhaal (boekje).  Context verhaal."— Transcript van de presentatie:

1 4 HAVO Literatuurgeschiedenis middeleeuwen

2 Beoordeling?  Toetsweek periode 4 grote literatuurtoets (10%).  Inhoud verhaal (boekje).  Context verhaal (boekje en aantekeningen).  Powerpoint komt op de elo.

3 Literatuur in de middeleeuwen  Mensen lazen niet, verhalen werden voorgedragen.  Te zien aan:  Rijm.  Herhaling.  Sprongsgewijs vertellen.  Gevolg: verschillend versies van een verhaal.

4 “Op aarde zijn er sommigen die bidden, sommigen die strijden en sommigen die werken: deze drie vormen een eenheid en verdragen het niet van elkaar te worden gescheiden.” – Adalbero, bisschop van Laon (1100 nC). standenmaatschappij Geestelijkheid (bidt) Adel en ridders (strijden) Boeren en vissers (werken) 4e stand: Burgerij

5 Adel en ridders: ridderverhalen  Karelepiek:  Karel de Grote of zijn vazallen staan centraal  Onderwerpen:  Strijd tegen de heidenen.  Spanningen binnen het feodale systeem door opstandige vazallen.  Functies:  Vermaak.  Gewenst en ongewenst gedrag.  Normen en waarden feodaliteit, ridderschap en hofleven:  Trouw.  Eer- i.p.v. gewetenscultuur.  Hoofsheid: etiquette.  Zelfbeheersing.

6 Karel de Grote  Karel de Grote:  1.90 lang!  Geboren in 742, ge- storven in 814.  Koning van de Franken, door de paus tot keizer gekroond.  In dit verhaal in Ingelheim.

7 Karel de Grote feodale systeem  Karel was leenman van God.  Om zijn grote rijk te kunnen besturen was hij ook leenheer:  Hertogen en graven bestuurden delen van zijn rijk.  Hertogen en gaven leenden land aan vazallen.  Hij had verschillende paleizen = paltsen.  Hij hield drie maal per jaar een hofdag om het beleid door te nemen en recht te spreken.

8 Karel en Elegast personages  Karel de Grote: koning.  Later noemt hij zich Adelbrecht.  Elegast: ridder.  Eggeric van Eggermonde: ridder en zwager van Karel.  Vrouw van Eggeric/zus van de koning.

9 Karel en Elegast  Veel verhalen waarin Karel door een engel gewekt wordt en de opdracht krijgt te gaan vechten.  Nu stelen!  Karel heeft alles al.  Op stelen staat de doodstraf: ophangen.  Engel zegt dat hij juist zal sterven, als hij niet gaat.  Symboliek: getallen en kleuren hebben een betekenis.  2 = duivel.  3 = Goddelijke drie- eenheid:  Als de engel 3x verschenen is, geeft Karel gehoor aan de opdracht.  7 en 12 heilige getallen:  Karel heeft 12 vertrouwelingen = paladijnen.  Elegast heeft 12 gezellen.

10 Karel de Grote  Paltsen Karel:  Hoofdburcht waar Karel slaapt.  Slotbrug.  Voorburcht met stallen.  Poort met wachters.  Betuwse kasteel De Doornenburg.

11 Karel en Elegast tijd en plaats  Morgen is de hofdag.  Nacht is tijd van misdadigers, wilde beesten en boze geesten.  Koning is op onbekend terrein: Ingelheim is niet zijn vaste verblijfplaats.  Woud: beperkt zicht, geen horizon, dus tijd voor introspectie.  Karel ziet in dat strenge beleid niet altijd op zijn plaats is en krijgt begrip voor dieven.  Karel bewondert Elegast en hoopt op zijn gezelschap.  Aan wie doet Elegast je denken?

12 Karel en Elegast karakter Karel  Karel wordt niet afgeschilderd als onaantastbare vorst maar als mens:  Bang:  Voor zwarte ridder.  Bij de burcht van Eggeric wil hij z.s.m. naar huis, maar Elegast wil het zadel nog stelen.  Onhandig:  Rijdt in een kostbare uitrusting door het woud.  Steelt een ploeg om in breken: alleen geschikt voor lemen hutjes.  Laat zich door Elegast het toverkruid uit zijn mond stelen.  Liegt tegen Elegast:  Zegt Adelbrecht te heten.  Zegt kerken en kluizenaars te bestelen: ergste misdaad.  Zegt breekijzer verloren te zijn.

13 Karel en Elegast perspectief  Perspectief?  Meervoudig:  We kijken mee met Karel.  En met Elegast, bijvoorbeeld r. 304 – 353.  En aan het begin en het einde is er duidelijk een verteller aan het woord:  Echt gebeurd en ook nog waar is deze geschiedenis, luister ernaar.  Het wordt tijd dat ik dit verhaal stop.

14 Karel en Elegast proloog t/m r. 14  Verhaal is ontstaan rond  De verteller/schrijver (anoniem) benadrukt dat het verhaal waar is.  Epische concentratie: historische feiten over verschillende personen worden toegedicht aan een persoon.  Verscheidene malen aanslag op zijn leven gepleegd, maar allemaal verijdeld.  785: Hardradus = Hardericus = Eggeric?

15 Karel en Elegast motieven  Trouw (chronologische volgorde):  Karel vertrouwt op zijn leenheer God.  Na het duel tussen Karel en Elegast vertrouwen Adelbrecht en Elegast elkaar en beloven zij elkaar te beschermen.  Ondanks zijn verbanning is Elegast is een betrouwbare vriend van de koning en hij wil niet bij hem stelen.  Elegast vindt het geen probleem om bij Eggeric te stelen, omdat hij velen verraden heeft.  Eggeric heeft een complot tegen Karel beraamd en is hem dus niet trouw.  De zus van Karel is hem trouw, want zij ziet liever haar man dan haar broer sterven.  Elegast wil Eggeric vanwege zijn verraad doden. Hij wordt zelfs boos, als Adelbrecht suggereert dat het toch niemand iets interesseert, als de koning sterft.  Karel vertrouwt Elegast weer en vergeeft hem alles wat hij heeft misdaan.  Elegast wil Maria dienen met oprechte trouw.

16 Karel en Elegast motieven  Eercultuur (in chronologische volgorde):  Karel wil in zijn palts geen ridders tegenkomen, want wat hij nu moet doen (stelen), vindt hij een schande.  Elegast wil Karel in het woud zijn paard en wapenuitrusting afnemen en hem met schande overladen doen terugkeren.  Karel laat Elegast leven, want het is oneervol om iemand te slaan of te verwonden die zich niet kan verdedigen. Karel wil wel Elegasts naam weten en daarna eervol verder rijden.  Karel besluit om Elegast later in ere te herstellen. Hij zal weer in de gunst komen.  Eggeric wil de koning schande aandoen, want hij wil hem doden.  Eggeric moet zich schamen, want het is een ongeschreven wet om zonder wapens naar een hofdag te komen. Eggeric zegt echter dat de koning hem ten schande maakt met zijn beschuldigingen.  Elegast wil vechten voor de koning om zijn eer te behouden.  Eggeric vindt het een schande dat hij moet vechten met een verbannen hertog.  Elegast smeekt God om genade voor zijn zonden.  Elegast wil Eggeric niet doden, als hij van zijn paard gevallen is, want hij wil eer aan hem behalen.  Vrouwen staan buiten de eercultuur, maar de hoofsheid plaatst vrouwen juist op een voetstuk.

17 Karel en Elegast motieven  Memento mori – gedenk de stervenden.  Karel wordt door een engel van God gewekt en uit stelen gestuurd.  Karel wordt dus ook dankzij God op de hoogte gebracht van de samenzwering.  Karel roept God dikwijls aan, bijvoorbeeld als hij de zwarte ridder ziet. Hij bedankt hem ook regelmatig, bijvoorbeeld voor de overwinning van Elegast.  Elegast kan toveren, maar roept God ook dikwijls aan, bijvoorbeeld in de burcht van Eggeric en voor het gevecht met Eggeric.  Eggeric bidt niet.  Het tweegevecht tussen Elegast en Eggeric wordt beslist door God: God geeft in een gerechtelijk tweegevecht altijd de overwinning aan de onschuldige.


Download ppt "4 HAVO Literatuurgeschiedenis middeleeuwen. Beoordeling?  Toetsweek periode 4 grote literatuurtoets (10%).  Inhoud verhaal (boekje).  Context verhaal."

Verwante presentaties


Ads door Google