De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ELKE LEERKRACHT HEEFT EEN OOGJE OP TAAL Een zaak voor iedereen, een taak voor iedereen 2010-04-26.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ELKE LEERKRACHT HEEFT EEN OOGJE OP TAAL Een zaak voor iedereen, een taak voor iedereen 2010-04-26."— Transcript van de presentatie:

1 ELKE LEERKRACHT HEEFT EEN OOGJE OP TAAL Een zaak voor iedereen, een taak voor iedereen

2 Noodzaak?!

3 Het probleem  Opdracht voor het opstellen van een balansrekening in het gruweliaans: Grunder de beginsmalek op en bepaal het firfinski dokalitor. Open daarna de rekeningen en hinderstar de limentali documenten. Montagrueer ook de rekeningen en grunder de eindsmalek op.

4 Heb je het zo al eens be-cake-n?

5 Taalgroei Taal start op de moederschoot: -> kennis -> vaardigheden Taal = taal die betrekking heeft op directe situaties -> groeit indien de context groeit -> vaardigheden groeien mee

6 Taalvaardigheid  Mondelinge taalvaardigheid groeit uit tot contacten met geschreven/beeld-taal  Lezen, schrijven en mondelinge taalvaardigheid zijn nauw met elkaar verbonden  Ontwikkeling van 1 van deze domeinen brengt ook ontwikkeling in andere domeinen met zich mee

7 (schoolse) taalgroei afgeremd

8 Een zichtbaar (hoorbaar) verschil?!  Kinderen uit taalrijke milieus kennen op 3-jarige leeftijd 5x zoveel woorden als kinderen uit taalarme milieus.  Deze groepen groeien verder uit elkaar aan een snelheid van 2 tot 8 woorden per dag.  Uitbreiding van de woordenschat (bij jongeren uit taalarme milieus) zal de onderwijskansen doen stijgen en geeft meer kans tot talentontwikkeling.

9 Taalvaardigheid GOK – taalbeleid Taalbeleid Taalvaardigheid De lat hoog voor iedereen: taal wordt belangrijk in elk vak, vertrekkende vanuit elke leerkracht. Nederlands als instructietaal, Nederlands als communicatiemiddel. Huidige situatie van een ll kan sterk verschillen omwille van externe factoren. Ta.Va. is een instrument voor extra rendement. Lln ASOLln BSOLln KSOLln TSO De lat gelijk voor alle lln, ook voor kansarme lln: Het actieplan bepaalt waar het voltallige team de accenten legt.

10 ???

11

12 zelfknap muziekknap natuurknap reken- /redeneerknap bewegingknap woordknap mensen- /samenknap beeld- /ruimteknap

13 Wat mij interesseert, draag ik mee  “Ik zoek een camphone in slidemodel met microSD uitbreidbaar geheugen, liefst met wifi en bluetooth.” “Nou, dan zoek je toch lekker verder.”

14 Breed observeren leidt tot de ontdekking van de ‘zone van naaste ontwikkeling’

15 Taal = dagelijks gereedschap  Voorwaarde om als mens te kunnen functioneren -> lukt best in ‘echte’ gesprekken (= een veilig taalklimaat) veilig voelen prettig voelen => lln worden uitgedaagd te vertellen => er wordt geluisterd => welbevinden verhoogt !!! Rol weggelegd voor onderwijs: de leerkracht maakt het verschil!!!

16 ‘Oog hebben voor taal’: niet bovenop maar middenin 26/07/2015 Aanleren Bijbrengen Beoordelen Afleren Lesgeven is een voortdurende interactie van:

17  En steunt daarvoor op 3 pijlers: vakinhoudklasgroep Individuele leerling

18  En is voor alle leerkrachten  … in alle graden

19 Op zoek naar … Doordat de vermogens van jongeren verschillend zijn, jongeren verschillend knap zijn en hun interesses sterk kunnen verschillen, moeten we op zoek gaan naar taalactivering in alle mogelijke vormen (beeld, picto’s, film, muziek, tekst, …)

20 Gestuurde en ongestuurde taalverwerving Gestuurde taalverwervingOngestuurde taalverwerving - Taal leren via instructie - Tot 600 woorden per jaar - Sterk leerkrachtgestuurd: nieuwe woorden worden aangebracht - Vooral voor sterkere leerlingen - Taal oppikken uit een leefomgeving waar een noodzaak is voor communicatie - Tot 3500 woorden per jaar -Leerlinggestuurd ( ev. onder begeleiding van de leerkracht): ontmoeten nieuwe woorden - Vooral voor geïnteresseerde leerlingen

21 Voorbeelden Gestuurde taalverwervingOngestuurde taalverwerving - Volgens de methode van Verhallen&Verhallen: VSCC - Volgens de OVUR-methode - Via een woordspin - Door het uitbouwen van een taalportfolio - Door het bijhouden van een woorden-schatkist - Taalronde als intro - Door het gebruik van activerende werkvormen

22 Gestuurde taalverwerving Systematisch en doelgericht aanwenden van taal 1. Voorbewerken/oriënteren:  bezinningsperiode van de lk  Wat wordt mijn lesinhoud?  Welke activiteiten passen bij dit onderwerp?  Welke woorden komen als nieuw in deze les aan bod? => woordenschatlijst

23 Gestuurde taalverwerving Systematisch en doelgericht aanwenden van taal 2. Semantiseren/voorbereiden:  De betekenis van de woorden moet voor de lln duidelijk zijn  Nadenken over de manier van aanbrengen: “Hoe doe ik dit?”  Visueel maken? Voorwerp meebrengen, d.m.v. afbeelding, tekening, uitbeelden, uitleggen, filmpje,…  Nadenken hoe lln deze woorden ‘bijhouden’

24 Gestuurde taalverwerving Systematisch en doelgericht aanwenden van taal 3. Consolideren/uitvoeren:  Woorden in verschillende situaties aanbieden en herhalen  Fase waarin het woord zich verankert  Er komen ook telkens nieuwe woorden bij waardoor er een netwerk aan woorden groeit  Tip: hoe weten collega’s dat je rond deze woorden werkt in de klas (Poster opstellen? Werken in overleg met collega’s?...)

25 Gestuurde taalverwerving Systematisch en doelgericht aanwenden van taal 4. Controleren/reflecteren:  Tussentijdse en/of eindcontrole  Nagaan wat actief of passief is blijven hangen  Nadenken hoe dit zal gebeuren, zoeken naar variatie in de controle  Besteed ook aandacht aan procesfeedback  Besluiten trekken uit deze controle naar de toekomst toe

26 Werk een strategie uit  Het VSCC-model en de OVUR-methode:  Ondersteunen een goede lesvoorbereiding  Bieden aandacht aan vaktaal, instructietaal en dagelijks taalgebruik  Hebben oog voor taalzwakke leerlingen  … is ook een methode die leerlingen er toe kan brengen gestructureerd om te gaan met lesmateriaal

27 Maak de transfer  Een opdracht pak je best systematisch aan: 1 Lees de instructie aandachtig. Achterhaal wat je precies moet doen en wat je al weet van vroegere gelijkaardige opdrachten. (oriënteren) 2 Bedenk welke hulpmiddelen je kunt gebruiken. (voorbereiden) 3 Voer de opdrachten in volgorde uit. (uitvoeren) 4 Ga na of je de opdrachten volledig én juist hebt uitgevoerd. Bepaal wat je voor een volgende opdracht moet onthouden. (reflecteren)  Onthoud: 1 Leerlingen voeren dit niet vanzelf uit, deze werkwijze dient hen aangeleerd te worden. Door wie? 2 Inoefenen is de enige manier om tot goede werking te komen. Dit kan niet het werk zijn van 1 leerkracht. Wie werkt mee? 3 Dit moet groeien doorheen de jaren. Wie volgt dit op?

28 Nog een mogelijke strategie voorbeeld van een ‘leeswijzer’

29 Voorbeeld van een ‘op maat van de school gemaakte leeswijzer’, - gesteund op voorbeeld vorige slide - samengesteld door een werkgroep na de pedagogische studiedag - gemaakt voor alle leerlingen - die komt op de achterkant van de schoolagenda schooljaar die aangebracht wordt door een aantal sleutelfiguren in de school - die gebruikt wordt binnen algemene vakken en praktijkvakken

30 Ongestuurde taalverwerving: Taalronde als intro  Uitwisselen van ervaringen  Delen van reeds opgebouwde kennis  Vertrekken vanuit eigen vorm van ‘knap-zijn’  Opbouwen van veilig taalklimaat

31 Ongestuurde taalverwerving: IAW als ondersteuning taalontwikkeling  Door samen overleggen en zoeken gebeurt communicatie in eerste instantie op niet-specialistenniveau (d.i. ‘alledaagser’ getint taalaanbod = ongestuurde taalverwerving), waardoor de weg voor abstract/wetenschappelijk taalgebruik van de lk/leertekst (gestuurde taalverwerving) wordt bereid en deze gemakkelijker kan worden verworven = moeilijke taal prepareerbaar maken  Door voortdurende en intensieve interactie worden mondelinge vaardigheden vergroot  Door werken met geschreven bronnen wordt geletterdheid vergroot  De taal die gebruikt wordt bij overleg vraagt een grote vorm van respect, ook hier kan aandacht aan besteed worden

32 Verwarrende/sleutelbegrippen en onbedoeld oneerlijke toetsen Verwarrend begripSleutelbegripO.O.Toetsen -bv.: De middelloodlijnen van een driehoek zijn concurrent. -Vaststelling: lln kennen het woord concurrent wel maar in een andere betekenis. -Kennen ze het begrip niet dan kunnen ze de opdracht niet oplossen: het verwarrend begrip wordt hier een sleutelbegrip. -bv.: Wat is het tegoed? -De Verhallen-kwalificaties: woorden zijn nuttig, frequent en pregnant. -Pregnant staat gelijk aan sleutelbegrip: wanneer je dit woord niet kent, wordt het lastig om de opdracht uit te voeren. -Vakoverschrijdend werken is noodzakelijk omdat het gaat over nuttige woorden die veelvuldig gebruikt worden. -bv.: PAV i.v.m. het woord ‘carpoolen’ – ‘Mensen die hier hun auto parkeren, rijden de rest van de reis met iemand anders mee. Wie maakt vooral gebruik van deze parkeerplaatsen?’ -Dit euvel is eenvoudig te verhelpen door een ander woord te kiezen. TIP: Al eens gedacht aan een woordenboek in elk klaslokaal?

33 Naar boeiend lesmateriaal Vertrekkende vanuit de leefwereld van de leerling Praktijkkaarten Stappenplan Need to know versus nice to know Praktijkleerkracht in overleg met leerkracht algemene vakken Met differentiatie Via PC-oefeningen

34 Ook voor beelddenkers Zoek afbeeldingen ter ondersteuning, ter verduidelijking bij lesinhoud/leestekst

35 Want ook beeld is taal

36

37 Hebben wij nog woorden-schat?  Leerlingen leren correcte vragen stellen: beleefdheid of een vorm van correcte communicatie?  Taal van de leerkracht: min- of plustaal?  Opmerkingen in de ik-taal  Scheid de zaak/het gedrag van de persoon (Zeg: ‘Ik verwacht van jou meer initiatief’ ipv ‘Jij bent lui’)  Formuleer ik-boodschappen (Ik vind het niet prettig dat je tegenspreekt ipv jij spreekt altijd tegen)  Omschrijf de gevoelens die je ziet bij de ll. (Ik zie dat je boos/verdrietig/ontgoocheld/… bent)  Maak concreet wat je verlangt (Ipv ‘Wees nu toch eens beleefd’ gebruik je beter ‘Ik wil dat je je hand opsteekt om te mogen antwoorden’)  Stel geen ja/neen-vragen, ze laten de keuze aan de ll. (‘Wil jij voor mij dat papiertje eens oprapen?’ wordt ‘Ik zou het tof vinden indien je dat papiertje opraapt’)  Vermijd algemeenheden (‘Jij komt altijd te laat’ wordt ‘De laatste 2 lessen ben je er niet in geslaagd tijdig in de les aanwezig te zijn’)

38 Een uurtje/ Uurtjes studie? Creatieve collega’s gaan op zoek naar alternatieve, humoristische onderwerpen zodat via ongestuurde taalverwerving woordenschat groeit, taalvaardigheid bloeit en talenten van leerlingen worden aangesproken. Bv ‘Man bijt hond’

39 Meer info Taaldrempels: - via de dienstmededelingen van de DPB Gent - via de sitemap op


Download ppt "ELKE LEERKRACHT HEEFT EEN OOGJE OP TAAL Een zaak voor iedereen, een taak voor iedereen 2010-04-26."

Verwante presentaties


Ads door Google