De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Introductie AMS-STAGE.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Introductie AMS-STAGE."— Transcript van de presentatie:

1 Introductie AMS-STAGE

2 Algemeen Stageduur 5 weken
Inleveren POK, stageverslag, urenregistratie Stagebezoek Beoordeling

3 Programma vandaag Stageopdrachten
Algemene bedrijfsbeschrijving(missie, visie en doel) Werkzaamheden rondom AMS Dataverzameling AMS Aanvullende dataverzameling Organogram AMS Financiële opgaven Literatuur Werking melkrobot Lely & Delaval Filmpje Lely Filmpje Delaval Verschillen tussen de 2 merken Datalijsten automatisch melksysteem Management programma toelichten Vandaag 3 hoofdonderwerpen bespreken met belangrijke subonderwerpen. Gemiddeld duurt het 50 min. per hoofdonderwerp. Kengetallen geproduceerd door derden Productie Diergezondheid Vruchtbaarheid Voeding Klauwgezondheid Conditie

4 Stageopdrachten AMS-STAGE

5 Inhoud Algemene bedrijfsbeschrijving Werkzaamheden rondom AMS
 Stageopdrachten Algemene bedrijfsbeschrijving Werkzaamheden rondom AMS Dataverzameling AMS Aanvullende dataverzameling Organogram AMS Financiële opgaven Literatuur

6 1. Algemene bedrijfsbeschrijving
 Stageopdrachten Algemene kengetallen van het bedrijf(ha, stuks vee, melk, etc.) Geschiedenis over bedrijf Visie ondernemer Missie bedrijf/management Beschrijving missie, visie en doel m.b.t. de melkrobot en andere sensoren.

7 Kengetallen  Stageopdrachten ‘Een kengetal is een getal dat inzicht geeft in de situatie en/of de ontwikkeling van een beleids-of productieproces.’

8  Stageopdrachten Missie De missie van een organisatie is een relatief statische en bondige omschrijving van de primaire functie(s), de opdracht of de bestaansreden van de organisatie, die weinig of niet evolueert in de loop der jaren. Visie Een visie is een inspirerend, uitdagend en dynamisch beeld van de toekomst. Missie: De bestemming of de opdracht Eventueel uitsluitende keuzen: wat wel en wat niet Waartoe en waarom bestaan wij? Wat zou er zonder onze organisatie verloren zijn? Visie: Het is een ambitieus en collectief gedeeld beeld van de toekomst, dat perspectieven biedt over een periode van ten minste drie tot vijf jaar. Heel eenvoudig biedt de visie het antwoord op de vraag: ‘wie en wat willen we over drie tot vijf jaar zijn en wat hebben we dan te betekenen voor onze omgeving en voor al onze belanghebbenden?’ Een gedeeld beeld van de toekomst Een verzameling collectieve ambities Iets wat we ons voor ogen stellen, deels analytisch, deels emotioneel

9 Voorbeeld Doel: Het produceren van excellente melk door melkkoeien, welke genieten van een goede gezondheid en welzijn. Missie: De zuivelbehoeften van mensen op een duurzame manier vervullen. Visie: - Het maatschappelijk verantwoordt produceren van melk, welke in de toekomst meer zal verduurzamen waardoor koeien ouder worden en melkkwaliteit wordt verhoogd.

10 Redenen om melkrobot aan te schaffen
 Stageopdrachten Arbeidsefficientie? Arbeidsvervanging? Arbeidsongeschiktheid? Welke redenen heeft de veehouder en waarom? Flexibel? Omgeving? Welke redenen, afwegingen maakt de melkveehouder om een robot aan te schaffen? Sociaal?

11 Type  Stageopdrachten
Als hij de keuze heeft gemaakt, welk merk kiest hij dan voor?

12 2. Werkzaamheden rondom de AMS dagelijks/periodiek
 Stageopdrachten Behandelen van datalijsten en toepassen in stal(koeien ophalen/controleren) Handmatig onderhangen Tepelbekers verwisselen Etc. Het beeld over de werkzaamheden opnemen uit de klas en opschrijven op het bord. De werkzaamheden en dagindeling op een bedrijf met een automatisch melksysteem verschillen van die op een conventioneel bedrijf. Enkele verschillen zijn: de flexibele werktijden, het opvangen van werkpieken (door de vrijheid die de robot realiseert) en het veelvuldig werken met management programma’s.

13 3. Dagelijkse dataverzameling uit AMS
 Stageopdrachten Bijvoorbeeld: Ophaal koeien Attentie koeien Risico koeien Mislukte melkingen Weigeringen per koe per dag Melkproductie per koe per dag Melksnelheid in kg per minuut Wat haalt de melkveehouder er nog meer uit?

14 Belang van de opdracht dagelijkse dataverzameling
 Stageopdrachten Vraag na wat wel en niet wordt behandeld uit de robot en waarom? (welke acties worden ondernomen door melkveehouder) Waarom zijn bepaalde kengetallen belangrijker dan de andere? Vergelijk ze met streefwaarden van Nederland en leg uit waarom er wel/niet verschil is? Wat valt je nog meer op?

15 Vergelijking NL

16 4. Aanvullende dataverzameling
 Stageopdrachten Iemand enig idee welke kengetallen er nog meer zijn die niet geproduceerd worden door de melkrobot, maar de melkveehouder wel gebruikt/behandeld? Vragen welke kengetallen er allemaal zijn. Deze op het bord schijven dan pas naar volgende dia gaan. Veehouders lopen geregeld door de stal, waardoor ze activiteiten van koeien signaleren. De melkveehouder kan zo de gesteldheid van het dier vaststellen, dit kan ook met behulp van hulpmiddelen of gegevenslijsten. Voorbeelden hiervan zijn, zien dat oren hangen, doffe vacht, temperatuurmeter/herkauwmeter, verhouding vet-eiwitgehalte/celgetal. Het is van belang dat verbanden worden getrokken door de student tussen waarnemingen van zintuigen en gegevens op papier. Wanneer verbanden gelegd worden door de student, worden zieke dieren eerder gesignaleerd. Op koppelniveau kan dan preventief gewerkt worden.

17  Stageopdrachten Kengetallen Productie Vruchtbaarheid Voeding Klauwen
? Conditie Diergezondheid  Stageopdrachten

18 Kun je op het oog scoren, maar kun je ook een cijfer aan koppelen..
Waarom belangrijk?  Stageopdrachten Afvoerredenen Uiergezondheid Vruchtbaarheid Klauwgezondheid Vragen waarom deze kengetallen zo belangrijk zijn? Vragen wat de meest voorkomende afvoerredenen zijn op een melkveebedrijf. Door kengetallen worden bedrijfsproblemen opgespoord en kan de ondernemer een doel stellen om kengetallen te verbeteren door aanpassing van het bedrijfsmanagement. Daarnaast kunnen kengetallen ondersteunen bij het verklaren van afvoerredenen. De belangrijkste afvoerredenen zijn mastitis, klauwgezondheid en vruchtbaarheid(V-Focus, 2008). Als er veel koeien door verminderde vruchtbaarheid worden afgevoerd, kan er gekeken worden welke kengetallen van vruchtbaarheid daarvoor zorgen. Kun je op het oog scoren, maar kun je ook een cijfer aan koppelen..

19 Voorbeelden  Stageopdrachten
Uit MPR overzicht kun je kijken hoe de groepen presteren, als een groep minder is kun je koe individueel gaan kijken.

20 Voorbeelden  Stageopdrachten
Je kunt dan conditiescore toepassen, wanneer ze schraal zijn kun je kijken of er genoeg energie gevoerd wordt.

21 Voorbeelden  Stageopdrachten
MPR voeding kan hierbij helpen, om zodoende het probleem op te sporen...

22  Stageopdrachten Online is veel ondersteuning te vinden hoe deze kengetallen gelezen en behandeld kunnen worden. Hierover meer in het literatuur college.

23 5. Organogram  Stageopdrachten
Welke partijen/relaties horen er nog meer bij? Wat houdt deze relatie in (dienst/product)? Hoe belangrijk is deze relaties?  Stageopdrachten

24 6. Financiële opgave Opgave financiële gegevens robot
 Stageopdrachten Opgave financiële gegevens robot Opgave producten aankoop/verkoop melkveebedrijf

25 Financiële kosten robot
 Stageopdrachten Vragen wat hun opvalt aan de impact van het aanschaffen van een melkrobot. Cirkel 1 geeft dezelfde productie aan dan een conventioneel bedrijf (robotleveranciers zeggen dat de productie meer wordt, omdat de koe meer wordt gemolken, in dit geval klopt dat dus niet) Cirkel 2 De diergezondheid zou beter zijn met een melkrobot, dit klopt in vergelijking met zij aan zij. Bij deze cirkel is ook arbeid inbegrepen. Deze zou eigenlijk lager moeten liggen omdat de robot als het goed is arbeid voor een deel vervangt. Dit is minimaal. Cirkel 3 Afschrijving en onderhoud is een stuk hoger wat logisch is, veel onderhoudskosten en de machine schrijft snel af. Energiekosten zijn hoger dan conventioneel. Uiteindelijk is de kostprijs veel hoger dan een conventioneel bedrijf, daarnaast is het over het algemeen bekend dat een robot niet rendabel is, maar de melkveehouder heeft belangen om toch te investeren. Als het goed is weet de student nu wat dit is.

26 Vb. producten  stroom  Stageopdrachten
In de stageopdrachten moeten de studenten ook prijzen gaan berekenen van enkele producten/diensten aan- of inkoop. Dit kan de melkprijs zijn voerprijs of iets anders. Hier is de opbouw van electriciteit weergegeven.

27 Wat is het nut van literatuur?
 Stageopdrachten Onderbouwing ? Betrouwbaarheid Wat is het nut van literatuur? Betrouwbare bronnen worden verhaald uit vakbladen (Boerderij, Veeteelt, etc.). Hierbij moet duidelijk beschreven worden welk uitgavennummer en welke bladzijde er gebruikt is. Boeken als Melkveehouderij, Koesignalen en Beslissen van Kalf tot Koe zijn van belang bij het uitvoeren van de stage opdrachten. De student moet vermelden wel boek hij/zij heeft gebruikt. Internetsites kunnen gebruikt worden mits betrouwbaar, Wikipedia is geen betrouwbare bron omdat ieder mens in de wereld de mogelijkheid heeft om de desbetreffende pagina aan te passen. Bronnen over prijzen kunnen via FrieslandCampina, Boerderij, of CRV gevonden worden. Via internet kan een voorbeeld gegeven worden over hoe precies te zoeken (Zie PPT) Daarnaast kan informatie gevraagd worden aan de voeradviseur, inseminator, bedrijfsbegeleider of veehouder. Deze mondelinge bron moet vermeld worden middels naam en het bedrijf waar degene voor werkt. Wanneer er een betrouwbaar onderzoek is gedaan, kan iets aangetoond worden dat het werkt. Dit vergroot de kans op goede verkoop. Wat bijvoorbeeld bij sensoren belangrijk is, denk aan stappentellers, melkrobot etc. Waarom kan literatuur voor belang zijn voor de veehouder? Wanneer is literatuur van belang voor jou?

28 Vb. http://www.youtube.com/watch?v=YsvHeLUOoxs
 Stageopdrachten Wij van wc eend adviseren wc eend Interessanter wanneer er een onafhankelijk onderzoek is gedaan

29 LET OP!  Stageopdrachten FOUTE BRONVERMELDING Achtergrond info conditiescore Bron:www.google.nl GOEDE BRONVERMELDING https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/69371/pb6492-cattle-scoring-diary pdf Het is van belang dat nu ook in de klas boeken op tafel gepakt worden en voorbeelden op het bord worden geschreven. Meenemen KWIN, Van kalf tot Koe, Koesignalen. Desnoods een voorbeeld geven: willekeurig een zoekopdracht doen, bv hoeveel robots er in Nederland zijn. hier vervolgens op klikken, dan in google zoekbalk invullen aantal melkrobots nederland Dan staan er enkele maar niet alles is goed te openen. Soms helpt het om zoektermen aan te passen zoals aantal melkrobots Nederland veeteelt Hierdoor zoek je automatisch op het tijdschrift veeteelt welke een betrouwbare bron is. Als het goed is komt deze link te voorschijn: Op het bord kan de docent aangeven hoe deze vermeld wil hebben staan aan het einde van het verslag.

30 Werking melkrobot Lely en Delaval
 Melkrobots Werking melkrobot Lely en Delaval AMS-STAGE

31 Inhoud Opdrachten 1 + 2 Filmpje Lely Filmpje Delaval
 Melkrobots Opdrachten 1 + 2 Filmpje Lely Filmpje Delaval Verschillen merken melkrobots Opdrachten uitdelen aan de studenten (Bijlage 1 van het document Lessenpakket AMS-stage Prinsentuin College).

32 Beantwoorden vragen Opdracht 1.
3. Introductie film Lely  Melkrobots Filmpje Beantwoorden vragen Opdracht 1. Vraag: Positie koe Indentificatie Reiniging met borstel Speenposititie Melkgiftstimulatie Dataopslag Voor introductie film opdrachten uitdelen: Opdracht 3 en 4 (Bijlage 2 van het document Lessenpakket AMS-stage Prinsentuin College) Studenten kunnen de opdrachten tijdens de film invullen, geef ze na de film nog 5 minuten de tijd. Vervolgens opdracht bespreken. Voor antwoorden zie document Lessenpakket.

33 2. Introductie film DeLaval
Filmpje Beantwoorden vragen Opdracht 2. Vraag: VMS Voorbehandelen Voorbehandeltijd Metingen Herkenning speen Blindmelken Dataopslag  Melkrobots Voor introductie film opdrachten uitdelen: Opdracht 3 en 4 (Bijlage 2 van het document Lessenpakket AMS-stage Prinsentuin College) Studenten kunnen de opdrachten tijdens de film invullen, geef ze na de film nog 5 minuten de tijd.

34 4. Verschillen melkrobots
Lely Delaval Verschillen opschrijven tussen de melkrobots Lely en Delaval (tabel in Lessenpakket AMS-stage Prinsentuin College) Deze op het brod schrijven, kijken wat de studenten zijn opgevallen.

35 Datalijsten automatisch melksysteem
AMS-STAGE

36 Inhoud Robotmelken 1. Dagindeling 2. Data en richtlijnen
3. Managementprogramma’s  Datalijsten

37 Robotmelken Dag indeling
 Datalijsten Dag indeling Hoe gaat het met het systeem (de robot, de koeien)? Welke koeien hebben aandacht nodig/moeten opgehaald worden? Wat moet er vandaag gebeuren? Hoe werkt het managen rond het systeem? Hiervoor worden de prestatie-indicatoren (behandeld op pagina 23) van de robot beoordeeld: Aantal liters gemolken; Aantal melkingen; Aantal weigeringen; Aantal mislukkingen; Specifieke (merk) indicatoren. De prestaties worden gecontroleerd aan de hand van normwaarden en aan de hand van de resultaten van eerdere dagen. Daarnaast wordt bekeken of er verschillen zijn tussen tepelbekers (kwartieren), wat bijvoorbeeld kan duiden op lekkende melkslangen. Ook wordt beoordeeld of er verschillen zijn tussen robots, indien er meerdere robots op het bedrijf aanwezig zijn. Welke koeien hebben aandacht nodig/moeten opgehaald worden? Hiervoor worden de attentielijsten beoordeeld: Te lang melkinterval: koe ophalen en checken (ziek? Kreupel?); Attentie geleidbaarheid, mislukkingen, kleur, cel getal: koe checken (mastitis?); Attentie activiteit (insemineren?); Mislukkingen: koe checken (mastitis?). Wat moet er vandaag gebeuren? Maak een werkplanning voor de betreffende dag: Check kalender; Voorbereiding werk morgen (bijvoorbeeld koeien separeren); Voorbereiding week.

38 Robotmelken Data en richtlijnen Melkingen per koe per dag
 Datalijsten Data en richtlijnen Melkingen per koe per dag Weigeringen per koe per dag Mislukte aansluitingen per robot Uiergezondheid attenties Ophaal koeien Overig: Robotinstellingen Bezoekgedrag De manager heeft alleen aandacht voor de meest belangrijke attenties. De 5 meest essentiële indicatoren voor het productieproces zijn door Lely gedefinieerd, namelijk: Melkingen per koe per dag: >2.5 Weigeringen per koe per dag: >1.0 Mislukte aansluitingen per robot: 0 maar < 5 per dag Uiergezondheid attenties: <10% Ophaal koeien: <5%, twee keer per dag Melkingen per koe per dag: Een van de voordelen van een melkrobot is dat verse koeien en koeien met een hoge melkproductie meerdere keren per dag kunnen worden gemolken. Dit kan naast een hogere productie resulteren in een betere uiergezondheid en een lager celgetal. Wanneer koeien minder dan twee keer per dag worden gemolken heeft dit een negatief effect op het celgetal, het celgetal stijgt. Het doel is gesteld op 2,5 melkingen per dag, dit betekent dat oudmelkse koeien twee keer per dag gemolken worden en verse koeien meer dan twee keer per dag. Koeien aan het eind van de lactatie kunnen worden gemotiveerd om de robot vaker te bezoeken door: Goede voeding: minimaal 2 kg/koe/dag krachtvoer in de robot (naast een goed basisrantsoen aan het voer hek). Genoeg ruimte en vrij koe verkeer in de stal zodat koeien die laag in de rangorde staan makkelijk de robot kunnen bezoeken en niet door dominante koeien worden verhinderd.    Veel geweigerde koeien: Veel geweigerde koeien indiceert dat de looplijnen naar de robot goed zijn voor de koeien. Wanneer de robot voldoende vrije tijd heeft (meer dan 10%) geeft een hoog aantal weigeringen geen problemen voor de bezetting van de robot (150 weigeringen kost ongeveer een half uur per dag). Een hoog aantal weigeringen per koe kan worden veroorzaakt door positieve en negatieve ontwikkelingen: Positief: Veel ruwe celstof (prik) in het basisrantsoen, een goed gebalanceerd rantsoen; Fokkerij; Zeer gezonde koeien. Negatief: Verkeerde instellingen in de software van de robot; Hoge voersnelheid, resulterend in rest voer in de melkrobot; Geen voer, of slechte kwaliteit voer aan het voerhek. Mislukte aansluitingen Minder dan 1% van de melkingen mag falen (volgens Lely). Mogelijke redenen voor mislukt aansluiten zijn: Gestopt door de gebruiker; Automatische robot stop. De robot kon niet beginnen met melken, de koe is achteruit weer uit de robot gelopen voordat het hek gesloten was; Spenen niet gevonden door de robot; Aansluit tijd: de spenen zijn gedetecteerd maar de robot kon één of meerdere spenen niet aansluiten; Dode melktijd (DMT): speenbekers zijn succesvol aangesloten maar de koe laat de melk uit één of meerdere kwartieren niet schieten. Het rapport mislukte melkingen laat de koeien en de reden van de mislukte melkingen zien. Koeien die mislukt zijn, hebben een verhoogde kans op verminderde uiergezondheid. Een mislukte aansluiting kost ongeveer 8 minuten, dit houdt in dat 4 mislukte aansluitingen al een half uur vrije tijd kost van de robot. Het is dus belangrijk dat er zo weinig mogelijk mislukkingen zijn op een dag, dus is het streven nul mislukkingen per dag. Uiergezondheid attenties Om de uiergezondheid en de melkkwaliteit op een hoog niveau te houden zijn de attenties van een te hoge geleiding, kleur en evt. te hoog celgetal per kwartier opgenomen in een attentielijst ‘Uiergezondheid’. Het aantal koeien met een attentie voor uiergezondheid is een indicator voor de uiergezondheid van het koppel. Het aantal koeien met een attentie mag niet meer dan 10% van de koppel zijn. Ophalen van koeien: Verse koeien moeten minimaal drie keer per dag op een vast interval gemolken worden om gezondheidsproblemen te voorkomen en een goede start van de lactatie te realiseren. Het doel is om maximaal 5% van de koeien twee keer per dag op te halen. Wanneer meer koeien worden opgehaald moet er actie ondernomen worden: Bestudeer bijvoorbeeld het rantsoen, de stal opzet en de klauwgezondheid. Door een flexibele wachtruimte te gebruiken kan het aantal ophaalkoeien gereduceerd worden. Robotinstellingen De robot heeft een rekenprogramma dat berekent wanneer een koe weer gemolken mag worden. Het rekenprogramma gebruikt de gemiddelde productie van de koe, de benodigde liters per bezoek en het lactatiestadium. Het doel is om op zijn minst 9 tot 12 liter per bezoek te melken. Er wordt per individueel dier een bepaalde marge berekend wanneer het dier de robot mag bezoeken. Normaal gesproken mogen verse en hoog producerende koeien tot vijf keer per dag gemolken worden. Wanneer het aantal lactatiedagen toeneemt en de productie daalt wordt het aantal toegestane melkingen verminderd tot het minimum van twee melkingen per dag. Bezoekgedrag: De robot moet minimaal 10% vrije tijd hebben (dat de poort open staat) op deze manier kan een koe de robot in wanneer ze maar wil. Wanneer er minder vrije tijd is, zullen met name de koeien die laag in de rangorde staan te weinig bezoeken brengen aan de robot. Dit komt doordat de koe de mogelijkheid niet krijgt om de robot te bezoeken of doordat ze bang is. Er moet veel ruimte zijn voor de robot, dit is cruciaal om voldoende bezoeken te halen. Het gedeelte voor de robot is het drukste gedeelte van de stal, iedere hindernis zal het koe verkeer verhinderen en dus het aantal bezoeken op de robot verminderen. Op een stal met 120 koeien en twee robots met drie melkingen per dag en 1 weigering per dag betekent dit 120x4 = 480 koeien die de voorkant van de robot passeren. Voor een goede bereikbaarheid is het van belang dat de robot goed zichtbaar is en makkelijk te bereiken is vanuit de gehele stal.    Idem wat is doel van deze tekst?

39 Management programma Lely
 Datalijsten Dashboard Koeien te laat Uiergezondheid Mislukte melkingen

40 Beoordeel KPI’s  Datalijsten
Laat studenten beoordelen, bespreek op volgende pagina. De 4 eerstgenoemde indicatoren zijn al eerder uitgelegd. Deze zijn nogmaals uitgelegd in de volgende sheet.

41 Dashboard Lely  Datalijsten KPI’s (Koppel prestatie indicatoren)
De veehouder wordt door de robot geïnformeerd. Lijsten en grafieken laten een duidelijk beeld van de aandachtspunten van het koppel, groep en individueel niveau zien. De manager heeft alleen aandacht voor de meest belangrijke attenties. De 5 meest essentiële indicatoren voor het productieproces zijn door Lely gedefinieerd, namelijk: Melkingen per koe per dag: >2.5 Weigeringen per koe per dag: >1.0 Mislukte aansluitingen per robot: 0 maar < 5 per dag Uiergezondheid attenties: <10% Ophaal koeien: <5%, twee keer per dag Melkingen per koe per dag: Een van de voordelen van een melkrobot is dat verse koeien en koeien met een hoge melkproductie meerdere keren per dag kan worden gemolken. Dit kan resulteren in een betere uiergezondheid en een lager celgetal. Wanneer koeien minder dan twee keer per dag worden gemolken heeft dit een negatief effect op het celgetal, het celgetal stijgt dan. Wanneer oud melkte koeien te vaak gemolken resulteert dit in meer vrije vetzuren in de melk. Koeien aan het eind van de lactatie kunnen worden gemotiveerd om de robot vaker te bezoeken door: Goede voeding: minimaal 2 kg/koe/dag krachtvoer in de robot (een goed basisrantsoen aan het voerhek) Verzeker genoeg ruimte en vrij koe verkeer in de stal zodat koeien die laag in de rangorde staan makkelijk de robot kunnen bezoeken en niet door dominanten koeien worden verhinderd. Robotinstellingen De robot heeft een rekenprogramma dat berekend wanneer een koe weer gemolken mag worden. Het rekenprogramma gebruikt de gemiddelde productie van de koe, de benodigde liters per bezoek en het lactatiestadium. Het doel is om op z’n minst 9 tot 12 liter per bezoek te melken. Er wordt per individueel dier een bepaalde marge berekend wanneer het dier de robot mag bezoeken. Normaal gesproken mogen verse en hoog producerende koeien tot vijf keer per dag gemolken worden. Wanneer de lactiatiedagen toenemen en de productie daalt wordt het aantal toegestane melkingen verminderd, het minimum is twee melkingen per dag in verband met het celgetal. Veel geweigerde koeien: Een hoge score voor Weigeringenbetekent: veel geweigerde koeien, dat geeft aan dat de looplijnen naar de robot goed zijn voor de koeien. Wanneer de robot genoeg vrije tijd heeft (meer dan 10%) geven de hoge weigeringen geen problemen. (150 weigeringen kost ongeveer een half uur) Een hoog aantal weigeringen per koe worden veroorzaakt door: Positief: Veel ruwe celstof (prik) in het basisrantsoen, een goed gebalanceerd rantsoen; Fokkerij; Heel gezonde koeien. Negatief: Verkeerde instellingen in de software; Hoge voersnelheid, resulteert in restvoer in de melkrobot; Geen voer, of slechte kwaliteit voer aan het voer hek. Mislukte aansluitingen Mislukkingen: Minder dan 1% van de melkingen mag falen mogelijke redenen voor mislukt aansluiten zijn: Gestopt door de gebruiker. Automatische robot stop. De robot kon niet beginnen met melken, de koe is achteruit weer uit de robot gelopen voordat het hek gesloten was. Spenen niet gevonden door de robot. Aansluittijd. De spenen zijn gedetecteerd maar de robot kon één of meerdere spenen niet aansluiten. Dode melktijd. Speenbekers zijn succesvol aangesloten maar de koe laat de melk uit één of meerdere kwartieren niet schieten. (Dode melktijd = DMT) Het rapport mislukte melkingen laat de koeien en de reden van de mislukte melking zien. Koeien die mislukt zijn hebben een verhoogde kans op verminderde uiergezondheid. Een mislukte aansluiting kost ongeveer 8 minuten, dit houdt in dat 4 mislukte aansluiting al een half uur vrije tijd kost van de robot. Dit is dus een essentieel onderdeel, dat er zo weinig mogelijk mislukkingen zijn op een dag. Uiergezondheid attenties Om de uiergezondheid en de melk kwaliteit op een hoog niveau te houden zijn de attenties van een te hoge geleiding, kleur en evt. te hoog celgetal per kwartier opgenomen in een attentielijst ‘Uiergezondheid’. Het aantal koeien met een attentie voor uiergezondheid is een indicator voor de uiergezondheid van het koppel. Het aantal koeien met een attentie mag niet meer dan 10% van de koppel zijn. Ophalen van koeien: Verse koeien moeten minimaal drie keer per dag op een vast interval gemolken worden om gezondheidsproblemen te voorkomen en een goede start van de lactatie te realiseren. Het doel is om maximaal 5% van de koeien twee keer per dag op te halen. Wanneer meer koeien worden opgehaald moet er actie ondernomen worden: Bestudeer dan het rantsoen, de stal opzet, klauwgezondheid etc. Door een flexibele wachtruimte te gebruiken kan het aantal ophaalkoeien gereduceerd worden. Lely raad het gebruik van automatische poorten aan, op deze manier kunnen er niet per ongelijk verkeerde poorten verzet worden.

42 Koeien te laat Alvorens de cirkels te laten zien laat de studenten de lijst beoordelen. Stel de bv. de vraag: - Wat valt op aan deze lijst? - Waar kijk je naar in deze lijst? - Is interval overschreden?

43 Uiergezondheid  Datalijsten Cirkel 1: Uitleg kleuren in schema
Rood=nieuwe attentie in vergelijking met laatste vijf melkingen Paars=laatste melking mislukt en vorige melking had een attentie Groen=laatste melking heeft geen attentie in vergelijking met vorige vijf melkingen Vraag: Wat is er aan de hand met koe 116? Uierontsteking RV  attentie kleur + geleidbaarheid Geleidbaarheid aanzienlijk hoger dan andere kwartieren Cirkel 2: Per kwartier controle geleidbaarheid & kleur Cirkel 3: Notitie  Mastitis (geleidbaarheid is 118)

44 Mislukte melkingen  Datalijsten Vraag:
Wat valt op bij koe 162 en welke actie onderneem je? Koe 162, LV en RV geen melktijd, niet aangesloten.  217 mislukkingen probleem koe? Wat valt op bij koe 139 en welke actie onderneem je? Koe 139, Dode melktijd LA  Controleer uiergezondheid linksachter/slot gat Wat valt op bij koe 89 en welke actie onderneem je? Koe 89, RV en LV geen melktijd, niet aangesloten Eventueel antwoorden op het bord schrijven.

45 Management programma DeLaval
 Datalijsten Attentiebord Statuslijst Koe monitor Lijst Celgetal lijsten

46 Attentiebord  Datalijsten Koppel prestatie indicatoren.
Functioneren robot kan beoordeeld worden. Vraag: Welke punten vinden jullie belangrijk? KPI’s

47 Statuslijst  Datalijsten
Tussen de 90 en 110% t.o.v. verwachte melkgift is er niets aan de hand. Binnen de status wordt gewerkt met drie kleuren (standaard): • Een rode koe is te laat (melkinterval boven 720 min.) • Een gele koe heeft melktoestemming • Een witte koe heeft nog geen melktoestemming Vragen: “Tijd sinds laatste melkbeurt” • welke koeien moeten gehaald worden? (Rode koeien) Let ook op de bijbehorende verwachte melkgift! “% van verwachte melkgift” • welke koeien hebben te weinig melk gegeven? (Minder dan 90%)

48 Koe monitor  Datalijsten Opmerking:
Onderstaand zijn detectie waarde uitgelegd. Leg de studenten uit dat wanneer de waarde net onder de detectiewaarde valt er geen attentie gegeven wordt. Echter kan de koe die net buiten de detectiewaarde valt wel een probleem hebben. De detectiewaarde zijn echter zo ingesteld om het aantal vals-positieve attenties zo laag mogelijk te houden. Beoordelingscriteria koe monitor(druk op dier  koe monitor): Teller speenniveau: Geeft attenties betreft geleidbaarheid en bloed op speenniveau weer. Rood = Afwijking Geel = Afwijking eerder gesignaleerd maar laatste meting was beter. Groen = Goed Het cijfer geeft aan hoeveel melkingen van de afgelopen 10 melkingen zijn gemeten. Geleidbaarheid Weergave van absolute waarden per kwartier Absolute waarde: Waarde boven 7000 (standaard) doet teller verhogen Relatieve waarde: Percentage individueel speenniveau t.o.v. gemiddelde twee laagste speenniveau‟s (standaard 115%) Bloed Weergave van absolute waarden per kwartier tussen 600 – 900 dpm Udder (o.a. MDi: Mastitis Detectie index) MDi is een kengetal samengesteld uit meerdere kengetallen. Een attentie op MDi betekend dat de Koe gevoelig is voor mastitis of reeds besmet is. Een MDi tot 1,4 is normaal. Vanaf 1,8 dient het dier nauwlettend in de gaten te worden gehouden. Oefening: Koe 1:MDI > 1,4 dus mastitis attentie, LV 96% van verw, tov andere kwartieren 15% lager, Geleidbaarheid hoger dan overige kwartieren Koe 21: uier rood: 10 melkingen (speelt al langere tijd) LA: Lage melkgift hoge geleidbaarheid. Koe 13 RA: 1e attentie rood  visueel controleren Teller speenniveau: Geeft attenties betreft geleidbaarheid en bloed op speenniveau weer. Rood = Afwijking Geel = Afwijking eerder gesignaleerd maar laatste meting was beter. Groen = Goed Het cijfer geeft aan hoeveel melkingen van de afgelopen 10 melkingen zijn gemeten.

49  Datalijsten Vraag: wat is vals – positief / vals – negatief?
B = vals-positief C = vals-negatief Sensitiviteit = Sensitiviteit is de verhouding tussen het aantal dieren dat positief scoort en bij wie de door de test onderzochte ziekte daadwerkelijk aanwezig is, en het totaal van alle onderzochte dieren met de ziekte (inclusief het aantal personen dat negatief scoort en bij wie de ziekte toch aanwezig is) Specificiteit = De specificiteit van een test is de verhouding tussen het aantal terecht negatieve uitslagen (niet ziek, negatieve uitslag) en het totaal van alle gevallen waarbij de ziekte afwezig is. Doel: Studenten moeten begrijpen dat niet iedere koe met een attentie werkelijk een afwijking heeft. Daarnaast moeten de studenten ook begrijpen dat niet alle afwijkingen op de computer met een attentie worden weergegeven omdat zieke dieren soms net nog onder de detectiegrens blijven. De studenten moeten begrijpen dat het kijken naar het koppel niet vergeten moet worden.

50 Uitdelen huiswerkopdracht 3 + 4 - Lijst “Koeien te laat” - Lijst “uiergezondheid”

51 Kengetallen geproduceerd door derden
AMS-STAGE

52 Inhoud 1. Productie 2. Diergezondheid 3. Vruchtbaarheid 4. ? 5. ? 6. ?
 Kengetallen 1. Productie 2. Diergezondheid 3. Vruchtbaarheid 4. ? 5. ? 6. ? Voeding De eerste 3 zijn gegeven, laat de student even meedenken over wat de melkveehouder nog meer controleert in de stal, waar een cijfer/getal aangekoppeld kan worden om het te meten. Klauwgezondheid Conditie

53 Kengetallen  Kengetallen Vragen: 1. Hoe kan de veehouder kengetallen gebruiken om zijn/haar bedrijf te managen en te verbeteren? 2. Kan een buitenstaander welke verstand heeft van kengetallen, a.d.h.v. specifieke bedrijfskengetallen een beeld schetsen van dat bedrijf? Waarom en hoe? 3.Denken jullie dat problemen in de bedrijfsvoering middels kengetallen belicht kunnen worden? En hoe zal dit in werking gaan? Vragen beantwoorden door middel van overleggen met klas, hoe denken zij hierover? Bijvoorbeeld tussenkalftijd is vrij hoog door late inseminatie of dieren die niet tochtig gesignaleerd zijn. Door aanpassing van management  voortaan 3x door stal lopen ipv 2x meer signalering. Eerder insemineren  55 dagen ipv 80 dagen. Bijvoorbeeld melkveebedrijf met 100 melkkoeien en 70 stuks jongvee en 60 hectare. Waarschijnlijk wil dit bedrijf groeien aangezien al het jongvee wordt aangehouden of zelfs aangekocht. Daarnaast heeft het bedrijf genoeg grond. Bijvoorbeeld de koeien worden iedere keer niet drachtig, na aanschaf activiteitenmeter komt data bij de boer terecht en blijkt achteraf dat er elke keer te vroeg werd geinsemineerd.

54 Productie Wat wordt er geproduceerd op een melkveebedrijf? Melk Vlees
Ruwvoer  Kengetallen Een melkveebedrijf produceert verschillende producten, zoals vlees (kalveren/slachtkoeien/(export)vaarzen), melk en ruwvoer. Per individu kan melkproductie een belangrijk getal zijn om een indruk te krijgen van de prestatie van het dier. Maar voor een melkveebedrijf blijft melk het hoofdinkomen. We willen dan ook niet voor niets een hoge piek aan melk, wat kan resulteren in een negatieve energiebalans. Welke weer kan zorgen voor achteruitgang koe, wat betekent dat de melk ook achteruit kan gaan, waardoor er minder opbrengsten zijn. Alle kengetallen hebben invloed op de melkproductie en dus ook op het inkomen van de ondernemer. Het is van belang om afwijkingen vroegtijdig te ontdekken en aanpassingen te doen aan de bedrijfsvoering. Dit onderstreept het belang van het kunnen lezen van kengetallen.

55 Productie Afhankelijk van melkveehouder
 Kengetallen Afhankelijk van melkveehouder Wat wil je met je veestapel bereiken Vet %? Eiwit% Hoge productie? Iemand idee wat de productie gemiddeld is in Nederland?

56 Op productiegericht is de uiergezondheid heel belangrijk.
Diergezondheid  Kengetallen Op productiegericht is de uiergezondheid heel belangrijk. Hoe is dit te meten? Celgetal - Mastitis

57 Wat valt je op?? Heel slecht als vaarzen verhogen Hygiëne bij afkalven goed?

58 Vruchtbaarheid Tussenkalftijd
 Kengetallen Tussenkalftijd Drachtigheidspercentage van de 1ste inseminatie Percentage non-return (NR%) Gemiddeld aantal inseminaties per drachtig geworden koe Percentage opgeruimde koeien wegens onvruchtbaarheid Percentage tochtigheidssignalering

59 Vruchtbaarheid - Gem. tussenkalftijd 418 - % non return na 56 dagen 68
 Kengetallen - Gem. tussenkalftijd 418 - % non return na 56 dagen 68 - Inseminatiegetal 1,8 - Leeftijd afkalven vaarzen 2,02 - Drachtigheidspercentage na 1e inseminatie 68% - Percentage opgeruimde koeien wegens vruchtbaarheidsproblemen <5% - Percentage tochtigheidssignalering 49% Wat is het streef gemiddelde van tussenkalftijd? 390 Waarom willen we 1 kalf per jaar? Omdat we dan een hogere melkpiek hebben en economisch rendabeler. Als je meer over deze gegevens wil weten kijk dan in het boek van kalf tot koe.

60 Voeding Wordt steeds belangrijker.. Waarom? Voeder efficiëntiescore is in Nederland gem. 1,39 Waar staat dit getal voor? Een belangrijk kengetal bij voeding is voederefficiëntie, de melkproductie per kg voederopname wordt hierbij berekend. Vaak worden voedingskengetallen gekoppeld aan economische kengetallen, aangezien dit vaak de hoogste directe kosten zijn op een melkveebedrijf (Boerenbond, 2013).

61 Klauwgezondheid Kreupele koeien in de koppel betekent:
Een groot probleem voor de melkrobot Irritatie melkveehouder Wat te doen: Locomotiescore Na vaststelling probleem  oplossing bedenken Kreupele koeien geeft irritatie bij melkveehouder bij opjagen of de slechte gezondheid van de koe. Het vergt meer tijd en arbeid is duur. Daarnaast worden melkopbrengsten gemist. Door locomotiescore kijken wat er aan de hand is en hoe dit op koppelniveau is. Vervolgens actieplan kunnen bedenken/overleggen met veearts hoe op te lossen.

62 Conditie Wat is een goede conditiescore?
Is hoger cijfer altijd beter??? Nee, een 5 aan conditiescore is veel te vet! Welke problemen kunnen daarvan komen? Moeilijk afkalven, leververvetting, etc.

63 Conditie Iemand een idee hoe we de conditie van een koe willen zien?
- Bij begin droogstand, streefwaarde = 3,5 - Op einde droogstand, streefwaarde = 3,5 - 40 dagen na afkalven, streefwaarde = 2,5 - na 5 maand dracht, streefwaarde = 3 - aanduiden op papier en maak een gemiddelde per groep vergelijk gemiddelde met de tabel Kritische waarde: >25% dieren heeft BSC<2 bij inseminatie Afhankelijk van ras en lactatiestadium

64 Waarom van belang? Slechte eicel Embryonale sterfte Slechte voeropname
Etc.

65 Afspraken inleverdatum:
Afsluiting - Niet vergeten huiswerkopdrachten maken voor eerst volgende bijeenkomst. Afspraken inleverdatum: POK Urenregistratie Beoordelingsformulier Stageverslag


Download ppt "Introductie AMS-STAGE."

Verwante presentaties


Ads door Google