De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 LEERDOELEN LES 1 Begrippen + diversen Copyright © 2006 J.R.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 LEERDOELEN LES 1 Begrippen + diversen Copyright © 2006 J.R."— Transcript van de presentatie:

1

2 1 LEERDOELEN LES 1 Begrippen + diversen Copyright © 2006 J.R

3 2 Wetten Copyright © 2006 J.R

4 3 Dit is de hoofdwet. Doel van de wegenverkeerswet A. Het waarborgen van de veiligheid op de weg. B. Het beschermen van weggebruikers en passagiers. Doel van de wegenverkeerswet A. Het waarborgen van de veiligheid op de weg. B. Het beschermen van weggebruikers en passagiers. W V WWegen Verkeers Wet Een van de belangrijkste artikelen van de w egen v erkeers w et is Artikel 5. Het zogenaamde veiligheidsartikel. (Klik op de knop voor de inhoud van artikel 5) Artikel 5 Klik hier Volgende Begrippen en diversen esc

5 4 Dit is het reglement waarin de verkeersregels staan die ons vertellen hoe wij ons op de weg dienen te gedragen. Hierin staat hoe en waar verkeersborden, situatie’s, etc, eruit moeten zien. R V VReglement Verkeerstekens en Verkeersregels B A B W Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer Hierin staat waaraan een voertuig dient te voldoen, wat er op en aan een voertuig moet zitten, de inrichtingseisen dus. V RVoertuig Reglement In deze wet staat waaraan een kenteken(bewijs) moet voldoen. Hierin staat aan welke eisen een rijbewijs moet voldoen. K RKenteken Reglement R RRijbewijs Reglement Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

6 5 Begrip Verkeer (weggebruikers) Copyright © 2006 J.R

7 6 Dit zijn alle personen die zich te voet voortbewegen. Dat is iedereen die gebruik maakt van de weg. Verdeeld in 2 groepen zijn dat: Voetgangers en Bestuurders Onder voetgangers wordt ook verstaan: Personen die een fiets, bromfiets, motorfiets of een dergelijk klein voertuig aan de hand meevoeren. Of Personen die zich voortbewegen met rollerskates, autopets, skateboards etc. Een kind op een kinderfietsje wordt ook als voetganger beschouwd. Een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, als zij op het voetpad of trottoir rijden of zij van het ene voetpad of trottoir oversteken. Voetgangers Weggebruikers (verkeer) Begrippen en diversen esc Volgende

8 7 Zijn alle gemotoriseerde voertuigen, behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen. Bijvoorbeeld; - personenauto`s - motormaaiers - tractoren - SRV-wagens - veegwagens e.d. - fietsers - bromfietsers - bestuurders van bespannen en onbespannen wagens - bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Als de bestuurder van het gehandicaptenvoertuig gebruik maakt van het voetpad of trottoir of van het ene voetpad of trottoir oversteekt, valt hij onder de categorie voetgangers. - ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Bestuurders ( Alle weggebruikers behalve voetgangers) Verdeeld in drie groepen zijn dat: Bestuurders van trams Bestuurders van motorvoertuigen Overige bestuurders Voorbeeld Klik hier Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

9 8 Aanwijzingen Verkeerstekens & Verkeersregels Copyright © 2006 J.R

10 9 In het verkeer kennen we aanwijzingen, verkeerstekens en verkeerregels. In bepaalde gevallen kunnen deze onderling voor verwarring zorgen, om verwarring te voorkomen dienen deze drie onderdelen als volgt te worden opgevolgd; 1 e Aanwijzingen. Deze kunnen worden gegeven door; Politie, verkeersbrigadiers, spoorwegpolitie, douanebeambten, etc. 2 e Verkeerstekens. Deze kunnen we onderverdelen in; verkeerslichten, verkeersborden en verkeerstekens op het wegdek, deze dienen dan ook in de voorgenoemde volgorde te worden opgevolgd. 3 e Verkeerregels. Deze zijn vastgelegd in de wet. Aanwijzingen, Verkeerstekens & Verkeersregels Begrippen en diversen esc Volgende Voorbeelden Klik hier Voorbeelden Klik hier

11 10 Enkele voertuigen toegelicht Copyright © 2006 J.R

12 11 Motorrijtuigen Alle voertuigen met een motor, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen. Behalve een bromfiets, snorfiets, brommobiel en gehandicaptenvoertuigen met een motor. BV.Motorfiets - auto - tractor - vrachtauto - autobus - trolleybus – motorgrasmaaier – wals – srv wagen etc Motorvoertuigen Bromfiets. Brommobiel. Snorfiets. Gehandicaptenvoertuig. Overige voertuigen met een motor Motorrijtuigen zijn alle: + Alle Begrippen en diversen esc Volgende

13 12 Definitie is vervallen. Vanaf 2006 moeten bromfietsen zijn voorzien van een eigen gele kentekenplaat. Bromfiets Bromfiets die is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km/uur. Vanaf 2006 moeten snorfietsen zijn voorzien van een eigen blauwe kentekenplaat. Snorfiets Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

14 13 Motorfiets Motorvoertuig op twee wielen, al dan niet met zijspan of aanhangwagen. Het blijft een motorvoertuig op twee wielen. Een motorfiets heeft ook een eigen kentekenplaat. Voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km/uur bedraagt en geen bromfiets is. Gehandicaptenvoertuig Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

15 14 We beschouwen de brommobiel dus als een auto. Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie. Brommobielen worden qua gedragsregels in het verkeer gelijkgesteld aan motorvoertuigen. Het blijft wel een bromfiets. Dus voor bestuurders van brommobielen gelden dezelfde gedragsregels als voor bestuurders van motorvoertuigen en dus niet de regels van bromfietsen. De brommobiel is herkenbaar aan het plaatje aan de achterzijde van het voertuig. Brommobiel 45 Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

16 15 Motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg. Motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen. Dus uw personenauto mag niet meer dan 8 zitplaatsen hebben, de bestuurdersstoel daaronder niet begrepen. Voertuig, gebezigd voor het verrichten van openbaar vervoer in de zin van de Wet personenvervoer. Vrachtauto Lijnbus Autobus Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

17 16 Voorrangsvoertuigen politie of Koninklijke Marechaussee brandweer ambulance explosieve opruimingscommando of andere hulpverleningsdiensten door Onze Minister aangewezen. Zij voeren optisch én geluidssignaal Optisch signaal:blauw zwaai- of knipperlicht Geluidssignaal:twee- of drietonige hoorn Indien deze voertuigen de voorgeschreven signalen voeren, dienen alle andere weggebruikers deze voertuigen onder alle omstandigheden voor te laten gaan. Motorvoertuig met de voorgeschreven optische en geluidssignalen ten dienste van; Let op een dierenambulance is nooit een voorrangsvoertuig. Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

18 17 Als u een andere auto wil gaan slepen, dan mag de tussenruimte tussen beide voertuigen niet meer bedragen dan 5 meter. Vreemd genoeg heeft de wetgever het niet over een minimale afstand tussen beide voertuigen. Geef uw verstand voorrang en gebruik die 5 meter. De rode vlag is niet verplicht, maar wel veiliger. Denk hierbij aan voetgangers die tussen beide voertuigen willen oversteken. Aanhangwagens zijn; voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen, of kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen. Slepen De bestuurder in het gesleepte motorvoertuig moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs dat op zijn naam staat. Dus ook een personenauto die gesleept wordt, wordt als aanhangwagen beschouwd. Begrippen en diversen esc Let op Klik hier VolgendeVorige

19 18 Verkeer weggebruikers voetgangersbestuurders Alle personen te voet en overigens alle personen die te voet een fiets, snorfiets, bromfiets, motorfiets, kinderwagen, kruiwagen of een dergelijk klein voertuig aan de hand meevoeren. Alle weggebruikers behalve voetgangers. Dus ook; geleiders van rij- trekdieren of vee. voertuigen motorrijtuigen bromfiets brommobiel snorfiets gehandicaptenvoertuig motorvoertuigen fiets tram trein metro wagens aanhangwagen bespannen wagen & onbespannen wagen Alle voertuigen met een motor, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen. Behalve een bromfiets, snorfiets, brommobiel en gehandicaptenvoertuigen met een motor. BV.Motorfiets - auto - tractor - vrachtauto - autobus - trolleybus – motorgrasmaaier – wals – srv wagen etc Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

20 19 Overige belangrijke begrippen Copyright © 2006 J.R

21 20 De weg is van (inclusief) berm tot (inclusief) berm en is verdeeld in hoofdonderdelen. Weg – rijbaan - rijstrook Zie tekening hieronder. De weg weg rijbaan rijstrook Begrippen en diversen esc Volgende

22 21 Overige onderdelen van de weg Voetpad Fiets- bromfietspad Verplicht Fietspad Onverplicht fietspad Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

23 22 Overige onderdelen van de weg Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan, waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht. Fietsstrook Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan. Hierop zijn geen afbeeldingen van een fiets aangebracht. Fiets-suggestiestrook Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

24 23 Elk weggedeelte bestemd voor rijdende voertuigen, met uitzondering van fietspaden en de fiets-/bromfietspaden. Opmerking: Als de rijbanen zijn gescheiden door een middenberm, dan horen beide rijbanen tot één en dezelfde weg en mag uitsluitend de rechterrijbaan worden gebruikt. Als dit onduidelijkheid geeft, plaatst de wegbeheerder meestal borden. Zie tekeningen. Overige onderdelen van de weg Rijbanen Toegestaan verboden Toegestaan Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft. Inrijden toegestaan. Begrippen en diversen esc Toegestaan verboden VolgendeVorige

25 24 Rijbaan waarop het woord “BUS” of “LIJNBUS” is aangebracht. Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord “BUS” of “LIJNBUS” is aangebracht. Alleen bestuurders van bussen en taxi’s mogen busbanen en busstroken gebruiken. Overige onderdelen van de weg Busbaan BUS Verhoging Begrippen en diversen esc Busstrook BUS VolgendeVorige

26 25 Gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht. Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken niet gebruiken. Verdrijvingsvlak Overige onderdelen van de weg Langs de rijbaan gelegen verharding, die is bestemd voor stilstaande of geparkeerde voertuigen. Een parkeerhaven is aan beide zijde gesloten. Een parkeerstrook is aan beide zijde open. Parkeerhaven / parkeerstrook parkeerstrook parkeerhaven Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

27 26 Autogordels & Hoofdsteunen Copyright © 2006 J.R

28 27 Begrippen en diversen esc Volgende Hoofdsteunen De hoofdsteun in uw auto is het veiligst afgesteld als de bovenzijde van de hoofdsteun gelijk staat met de bovenzijde van uw hoofd. Dit voorkomt in veel gevallen een whiplash bij een eventuele aanrijding van achteren. Bestuurder en passagiers vanaf 18 jaar Kinderen tot 18 jaar kleiner dan 1,35 m Kinderen tot 18 jaar groter dan 1,35 m Voorin Achterin Driepuntsgordel verplicht. Gordel verplicht, indien aanwezig. Zittingverhoger of goedgekeurd kinderzitje Driepuntsgordel verplicht en mogen ook een zittingverhoger gebruiken. Zittingverhoger of goedgekeurd kinderzitje Gordel verplicht, indien aanwezig. Het diagonale gedeelte van een driepuntsgordel mag nooit achter de rug worden gedragen De bestuurder is verantwoordelijk voor het dragen van de autogordel voor personen beneden de 12 jaar. Autogordels De autogordel is een verplicht onderdeel in de personenauto. De onderstaande tabel is de belangrijkste samenvatting over de autogordels. Voor iemand die meer wil weten over de autogordels kan op de knop toelichting klikken. Geldt vanaf Extra toelichting op de wet autogordels Let op; een kinderstoeltje mag voorin nooit met de rug naar voren worden geplaatst, tenzij de airbag is uitgeschakeld!!!!!

29 28 Personenvervoer Het is verboden personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets. Dus het is ook verboden personen te vervoeren in een auto die niet op een normale zitplaats zijn gezeten. Bijvoorbeeld achter in een stationwagen niet zijnde in een stoel. Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

30 29 Telefoneren Copyright © 2006 J.R

31 30 Telefoneren Als bestuurder van een personenauto mag u tijdens het deelnemen aan het verkeer geen telefoon vasthouden. Dus ook niet om te sms’en. Tele Johnnie uur TJ *- 0+ # 798 Begrippen en diversen esc Volgende

32 31 Bus- en tramhaltes Copyright © 2006 J.R

33 32 Bestuurders moeten alle autobussen die bij een halte willen wegrijden hen daartoe gelegenheid geven. Dit geldt alleen binnen de bebouwde kom. Dus zodra een autobus bij een bushalte zijn richtingaanwijzer in werking stelt om weg te rijden, dient u hem in de bebouwde kom voor te laten gaan. Buiten de bebouwde kom hoeft u de autobus niet voor te laten gaan, omdat daar uw snelheid hoger ligt. Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten aan hen daartoe gelegenheid geven. Dit geldt alleen als de passagiers op de rijbaan uitstappen. Bushalte Tramhalte Begrippen en diversen esc Voorbeelden Klik hier Voorbeelden Klik hier Volgende

34 33 Belastingen & Verzekeringen Copyright © 2006 J.R

35 34 Belastingen Verzekeringen Als u met een personenauto op de openbare weg wilt gaan rijden of deze op de openbare weg wil laten staan, dan is de eigenaar verplicht het motorvoertuig minimaal te verzekeren tegen Wettelijke Aansprakelijkheid (WA) De WA verzekering is bedoeld om andere weggebruikers financieel te beschermen tegen aanrijdingen door uw schuld.* Mocht u willen dat uw schade ook wordt vergoed, dan kunt u het beste een all-risk (volledig casco) verzekering afsluiten. Zorg bij eventuele schade dat u altijd het Europees schadeformulier bij u hebt, zodat u vlug alle gegevens van de betrokken partijen verzameld heeft. Als er gewonden bij betrokken zijn, bel dan het nationale alarmnummer 112. Als u met een personenauto op de openbare weg wilt gaan rijden of deze op de openbare weg wil laten staan, dan is de eigenaar verplicht om voor het betreffende motorvoertuig de wegenbelasting te voldoen. Begrippen en diversen esc Volgende *

36 35 Blinden, personen die zich moeilijk voortbewegen & Voetgangersoversteekplaatsen Copyright © 2006 J.R

37 36 Als bestuurder moet u blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan. Onder moeilijk voortbewegen wordt verstaan, bv. iemand op krukken of met een rollator. Iemand in een rolstoel valt daar niet onder. Blinden & personen die zich moeilijk voortbewegen. U moet stoppen U hoeft niet te stoppen Begrippen en diversen esc Volgende

38 37 Voetgangersoversteekplaats Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan. Let op; deze regel is dus al van toepassing als de voetganger of de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij een voetgangers- oversteekplaats staat te wachten. U moet stoppen U hoeft niet te stoppen Begrippen en diversen esc VolgendeVorige

39 38 Bijzondere manoeuvres Copyright © 2006 J.R

40 39 Bijzondere manoeuvres Begrippen en diversen esc Als u met uw auto een bijzondere manoeuvre wilt uitvoeren zoals bv; * wegrijden vanuit stilstand * het uit een uitrit de weg oprijden * van een weg een inrit oprijden * achteruitrijden * keren op de weg * in- of uitvoegen * rijstrook wisselen. dan dient u al het overige verkeer voor te laten gaan. Tevens moet u een teken geven met uw richtingaanwijzer bij; * wegrijden vanuit stilstand * het inhalen van een ander motorvoertuig * in- of uitvoegen * rijstrook wisselen * een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Voorbeelden Klik hier Volgende

41 40 Voertuig techniek Copyright © 2006 J.R

42 41 Voertuigtechniek Begrippen en diversen esc Wat betekent het als uw auto is voorzien van ABS? Het Anti Blokkeer Systeem heeft als voordeel dat de wielen bij het remmen niet blokkeren, waardoor de auto bestuurbaar blijft. Dus hoe hard u ook op de rem trapt, de auto slipt niet. Veel mensen denken dat de auto ook vlugger stil staat tijdens het remmen. Dit is in de praktijk ook vaak het geval. Maar als iemand goed kan remmen tegen de blokkeergrens aan dan remt het voertuig net zo snel. A.B.S Volgende

43 42 Alcohol Copyright © 2006 J.R Drugs Medicijnen

44 43 Alcohol Het is een ieder verboden Alcohol, drugs en medicijnen esc een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder invloed van een stof (alcoholhoudende drank, drugs, medicijnen, etc) waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten (sticker op medicijnen) dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, zodat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht. Artikel 8 W V W Kort samengevat dus geen.. in het verkeer. Volgende

45 44 Alcohol Achter het stuur met alcohol op. Alcohol, drugs en medicijnen esc Mag u rijden als u alcohol genuttigd hebt? Het antwoord is helaas Ja. Hoeveel? Tot 0,5 promille? (circa 2 glazen) Voor beginnende automobilisten 0,2 promille. In het algemeen mag iemand gemiddeld 2 glazen alcoholische drank nuttigen, om nog te mogen rijden. (beginners 1 glas.) Als bij een alcoholcontrole blijkt dat u meer heeft genuttigd dan 0,5 promille of 0,2 promille bij beginners, dan kan de politie u een rijverbod opleggen. U bent bij een alcoholcontrole verplicht uw volledige medewerking te verlenen. Een rijverbod kan worden opgelegd voor ten hoogste 24 uur. Een rijverbod kan ook worden opgelegd als u alcohol genuttigd hebt en aanstalten maakt om te gaan rijden. Bij het rijden onder invloed bent u niet verzekerd. TIP Klik hier VolgendeVorige

46 45 Een aantal geneesmiddelen kunnen dezelfde invloed hebben als alcohol. Zij beïnvloeden het reactievermogen meestal negatief. Op de verpakking van bepaalde medicijnen kunt u een gele waarschuwings- sticker aantreffen, met de tekst: Als u zo'n sticker aantreft kunt u beter zelf geen auto besturen. Medicijnen Alcohol, drugs en medicijnen esc Dit geneesmiddel kan het reaktievermogen verminderen. (autorijden-bedienen van machines- spelen op straat).Pas op met alcohol. Drugs De meeste drugs beïnvloeden uw rijvaardigheid negatief. Mocht u aangehouden worden bij een verkeerscontrole dan is het moeilijk controleerbaar of u drugs gebruikt heeft. Mocht er een vermoeden ontstaan dat u drugs hebt gebruikt, dan wordt er meestal bloed afgenomen op het politiebureau. VolgendeVorige

47 46 Ongevallen Copyright © 2006 J.R

48 47 Doorrijden na een ongeval Begrippen en diversen esc Volgende Het is degene: Die bij een verkeersongeval is betrokken of door wiens gedragingen een verkeersongeval is veroorzaakt, verboden de plaats van het ongeval te verlaten indien: Bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden een ander is gedood dan wel letsel of schade aan een ander is toegebracht. A. Daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten. B. Misdrijf Klik hier A geldt niet als: U uw identiteit en voor zover u een motorrijtuig bestuurde, tevens van de identiteit van dat motorrijtuig naar behoren hebt achtergelaten. Met de plaats van het ongeval verlaten wordt bedoeld: Weggaan met of zonder voertuig alsof er niets aan de hand is na gestopt te hebben wegrijden vóórdat zijn gegevens bekend zijn gemaakt bij de politie of de tegenpartij.

49 48 Gevaarlijke stoffen Copyright © 2006 J.R

50 49 Gevaarlijke stoffen Begrippen en diversen esc Volgende U mag met uw personenauto als u door een tunnel rijdt niet meer dan 60 liter reserve-brandstof vervoeren. Als u meer dan 60 liter reserve-brandstof vervoert, mag u niet door tunnels rijden en bent u verplicht de aangegeven route te volgen. Route voor het vervoer voor gevaarlijke stoffen.

51 50

52 51 TERUG Voor alcohol geldt dat u niet meer dan 0,5 promille alcohol mag nuttigen. Dat is circa 2 glazen bier of andere standaard glazen alcoholhoudende drank. (In elk standaardglas alcoholhoudende drank zit evenveel alcohol.) Elk standaard glas alcoholhoudende drank wordt door het lichaam in ruim 1 uur afgebroken. Dat koffie of iets anders het alcohol in uw bloed sneller afbreekt is helaas niet waar.

53 52 Misdrijf De bestuurder is verplicht zijn identiteit en die van zijn motorrijtuig bekend te maken. Dit bekend maken moet de bestuurder ter plaatse doen, of binnen 12 uur na het ongeval, indien hij in paniek de plaats van het ongeval heeft verlaten. Spoort de politie de bestuurder binnen die 12 uur op, dan is er sprake van doorrijden na een aanrijding. DIT IS EEN MISDRIJF !!!!!!! De straf is driemaal zo hoog als de bestuurder; onder invloed is de bloedproef en/of de urineproef weigert. Terug Copyright © 2006 J.R

54 53 Het is eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat: Gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. De algemene gedragsregel (veiligheidsartikel) is in het leven geroepen om een algemene gedragsregel te hebben. U kunt namelijk niet alle verkeerssituatie’s regelen met artikelen. Alles wat niet in een verkeersregel is vastgelegd en wat gevaar oplevert of onnodig hinderlijk is, is in dit artikel omschreven. Enkele voorbeelden die gevaarlijk of hinderlijk zijn in het verkeer: Parkeren op het hoogste punt van een helling, waarbij u voor een voorbijgaand voertuig gevaar oplevert. Inhalen op de weghelft voor tegenliggers, bij een onoverzichtelijke gelijkwaardige kruising. Parkeren in een onoverzichtelijke bocht waarbij u voor een voorbijgaand voertuig gevaar oplevert. Veiligheidsartikel Terug

55 54 De verplichting voor u om een autobus voor te laten gaan als deze wil wegrijden, geldt voor alle autobussen. Hier moet u de autobus binnen de bebouwde kom de gelegenheid geven om weg te rijden. Hier moet u de touringcar binnen de bebouwde kom de gelegenheid geven om weg te rijden. Hier hoeft u de autobus buiten de bebouwde kom niet de gelegenheid te geven om weg te rijden. Bushaltes Terug

56 55 Hier moet u de uitstappende passagiers de gelegenheid geven het trottoir te bereiken. Hier hoeft u de uitstappende passagiers niet voor te laten gaan, omdat zij op een bordes uitstappen. Copyright © 2006 J.R Tramhaltes Terug

57 56 Terug Copyright © 2006 J.R

58 57 Het inhalen van een ander motorvoertuig. Wegrijden vanuit stilstand. Een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Van een uitrit de weg oprijden. Bijzondere manoeuvres Terug

59 58 Gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen. Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven. Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen, waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord is aangegeven. Als u een auto gaat slepen, houdt dan rekening met onderstaande verkeersborden. Slepen Terug

60 59 Terug Algemeen stopteken Stopteken voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van achteren nadert. Stopteken voor het verkeer, dat de verkeersregelaar zowel van voren als achteren nadert. Stopteken voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van rechts nadert. Stopteken voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van voren nadert. Teken tot snelheid verminderen. Stopteken voor het verkeer in de vrije richtingen. Opletten voor het verkeer in stopgezette richtingen. Kruispunt vrijmaken. Stopteken gegeven door een verkeersbrigadier Aanwijzingen gegeven door een verkeersbrigadier Copyright © 2006 J.R Aanwijzingen gegeven door een verkeersagent

61 60 L Verkeerslichten, verkeersborden en verkeerstekens op het wegdek, deze dienen dan ook in de voorgenoemde volgorde te worden opgevolgd. Voorbeeld: Het groene verkeerslicht betekent doorrijden, het stopbord betekent verplicht stoppen. In dit geval geldt dus het verkeerslicht. Verkeerslichten, verkeersborden en verkeerstekens Terug

62 Waarom nieuwe regels? Auto’s worden steeds veiliger. Met behulp van kreukelzones, kooiconstructies en airbags helpen zij de inzittenden te beschermen. De autogordels vormen hierbij een onmisbare schakel. Maar autogordels zijn ontworpen voor volwassenen. Voor kinderen tot 1,35 à 1,50 meter (dat kan per auto verschillen) werken ze veel minder goed en voor baby’s zijn ze totaal ongeschikt. Kinderen hebben in de auto net zoveel recht op goede bescherming als volwassenen. Daarom is in Europa afgesproken dat het gebruik van goedgekeurde kinderzitjes (autostoeltjes en zittingverhogers) voor kinderen verplicht wordt. Om de regels in de praktijk hanteerbaar te maken, worden er enkele uitzonderingen gemaakt. Wat zegt de wet? Vanaf 1 januari 2006 geldt het volgende: Kinderen kleiner dan 1,35 m moeten een autostoeltje of zittingverhoger gebruiken Kinderen groter dan 1,35 m en volwassenen (18 jaar en ouder) moeten de autogordel gebruiken en mogen zonodig ook een zittingverhoger gebruiken De autostoeltjes en zittingverhogers moeten goedgekeurd zijn volgens ECE-reglement 44/03 (of hoger: 44/04). Dit is te zien aan een keuringslabel of -sticker. Voor een goede werking moet het autostoeltje of de zittingverhoger op de juiste manier zijn vastgezet. Bijzondere gevallen en uitzonderingen Uitzonderingsmogelijkheden zijn in de regels opgenomen om bestuurders niet strafbaar te maken in gevallen waarin redelijkerwijze niet van hen verlangd kan worden dat ze voor het kind dat zij op dat moment vervoeren een goedgekeurd kinderzitje bij zich hebben. Te weinig gordels Als er meer passagiers zijn dan gordels, dan mogen kinderen groter dan 1,35 meter en volwassenen los op de achterbank zitten, zolang de aanwezige gordels maar door andere passagiers worden gebruikt. Dit geldt tot 1 mei Vanaf die datum mag in auto’s die op alle zitplaatsen gordels hebben, niemand meer zonder gordel worden vervoerd. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Volgende Terug naar de les

63 Te weinig plaats Als op de achterbank al twee autostoeltjes of zittingverhogers in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In zo’n geval mag een kind vanaf 3 jaar op de overgebleven zitplaats de gordel gebruiken. Geen gordels achterin Kinderen jonger dan 3 jaar mogen niet op de achterbank vervoerd worden als daar geen gordels aanwezig zijn. De gordels zijn immers nodig om het autostoeltje vast te maken. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen mogen in dat geval los op de achterbank zitten. Geen gordels voorin én achterin Als voorin de auto ook geen gordels aanwezig zijn, mogen kinderen tot 3 jaar helemaal niet worden meegenomen. Kinderen van 3 jaar en ouder mogen in een auto zonder gordels niet voorin zitten als ze kleiner zijn dan 1,35 meter. Vervoer van ‘andere’ kinderen Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze voor hun eigen kind een autostoeltje of zittingverhoger in de auto hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee, bijvoorbeeld spelertjes van een jeugdteam naar een uitwedstrijd. Voor deze kinderen kan niet altijd een autostoeltje of zittingverhoger aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel vervoer over beperkte afstand (dus niet op een vakantiereis) mogen op de achterzitplaatsen kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen) volstaan met gebruik van de gordel. Zorg, als dit soort vervoer vaker voorkomt, toch voor één of meer extra autostoeltjes of zittingverhogers, want dat is echt veel veiliger. Taxi- en busvervoer In bussen en op de achterbank van een taxi is een autostoeltje of zittingverhoger niet verplicht. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen moeten dan de gordels gebruiken, voor zover aanwezig, en kinderen jonger dan 3 jaar mogen in dat geval los worden vervoerd. Neem bij voorkeur geen kind op schoot, want dat is riskant bij een frontale botsing. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Volgende Terug naar de les

64 Airbag Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst. Dit mag alleen, als de airbag is uitgeschakeld. Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat dan moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto. Of anders kan de garage wel helpen. Verkeerd gebruik Autogordels, autostoeltjes en zittingverhogers werken alleen goed als ze gebruikt worden op de manier die door de fabrikant is voorgeschreven. Zo zijn ze ook getest. Het is dan ook niet langer toegestaan om deze beveiligingsmiddelen op een onjuiste manier te gebruiken, bijvoorbeeld door een deel van de gordel achterlangs te dragen of met een gordelgeleider (zie onder) de loop van de gordel te veranderen. Dit geldt ook voor zwangere vrouwen. Ook voor hen en hun ongeboren kind is het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen: het heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken, het diagonale deel over de borst, boven de buik. Gordel achterlangs Het is verboden om het diagonale (schuin lopende) deel van de gordel onder de arm of achter het lichaam langs te leiden. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan een goedgekeurde zittingverhoger (of zie hieronder). Gordelgeleiders Een gordelgeleider is een hulpmiddel dat ervoor zorgt dat de autogordel goed over de borst en niet over de hals loopt. Deze geleiders maken vaak al deel uit van een zittingverhoger. Er zijn echter ook afzonderlijke gordelgeleiders (gordelclips/gordelklemmen) te koop. Het is behalve in de hierna genoemde uitzonderingsgevallen niet toegestaan om dergelijke gordelgeleiders te gebruiken! Voor kinderen is een zittingverhoger veel veiliger. Die zorgt er namelijk ook voor dat het heupgedeelte van de gordel over het bekken loopt en niet over de buik. Dit laatste kan tot ernstig inwendig letsel leiden. Zittingverhogers zijn getest voor kinderen tot 36 kg. Als een kind kleiner is dan 1,50 meter en het niet past op een zittingverhoger (omdat het te zwaar is), dan mag het bij uitzondering gebruik maken van een aparte gordelgeleider. Volwassenen kleiner dan 1,50 meter mogen eveneens een gordelgeleider gebruiken. Dit geldt alleen voor gordelgeleiders waarbij de gordel geen weerstand ondervindt en die uitsluitend aan het diagonale gedeelte van de autogordel worden bevestigd. Dus geen gordelgeleider die het heupgedeelte en het diagonale gedeelte naar elkaar toetrekt. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Volgende Terug naar de les

65 Welk kinderzitje voor welk kind? Is uw kind groter of kleiner dan 1,35 meter? Groter: uw kind moet de autogordel gebruiken (voor zover beschikbaar). Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de borst of als het heupgedeelte over de buik loopt (dat is vrijwel altijd het geval als het kind onderuit gezakt moet zitten om de knieën te kunnen buigen), gebruik dan ook een zittingverhoger. Hoe zwaar is uw kind? Minder dan 13 kg Tussen 9 en 18 kg Tussen 15 en 36 kg Meer dan 36 kg Babyautostoeltje Kinderautostoeltje Zittingverhoger Autogordel, eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) Toelichting op de nieuwe autogordelwet Toelichting Terug naar de les

66 Toelichting Groep 0 en 0+: Babyautostoel Het babyautostoeltje wordt tegen de rijrichting in geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje vastgezet. Het kind wordt met een Y-gordel vastgemaakt. Sommige van deze stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet: aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels. Auto’s die voor dit systeem zijn uitgerust hebben tussen de rugleuning en de zitting twee 'ankers'. De uitsteeksels klikt u heel gemakkelijk in de 'ankers' en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het autostoeltje. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Terug

67 Toelichting Kinderautostoel Het kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje wordt met de autogordel of met SOFIX bevestiging vastgezet. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Terug

68 Toelichting Zittingverhoger (ook wel booster seat genoemd) Het kind zit op de zittingverhoger en wordt vastgemaakt met de autogordel. De zittingverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals, maar over de borst en het sleutelbeen van het kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor ernstig inwendig letsel zorgen. Zittingverhogers zijn er met en zonder rugleuning. Het beste is om er één te kopen met (afneembare) rugleuning. De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de rugleuning enige bescherming bij aanrijdingen van opzij. Ook zorgt de rugleuning ervoor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet goed meer en dat kan weer tot buikletsel leiden bij een botsing. Toelichting op de nieuwe autogordelwet Terug

69 Toelichting Kinderen zwaarder dan 36 kg Er zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kg. Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Als bij deze kinderen de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, is het verstandig om ze toch op een zittingverhoger te vervoeren totdat ze lang genoeg zijn om alleen de autogordel te gebruiken. Een andere mogelijkheid voor deze kinderen is om een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders kan! Toelichting op de nieuwe autogordelwet Terug


Download ppt "1 LEERDOELEN LES 1 Begrippen + diversen Copyright © 2006 J.R."

Verwante presentaties


Ads door Google