De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

UvA februari 2013 Amsterdam HyperTekst Revolutie –nieuwe technieken en culturen van schrijven, lezen en leren– dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam.

Verwante presentaties


Presentatie over: "UvA februari 2013 Amsterdam HyperTekst Revolutie –nieuwe technieken en culturen van schrijven, lezen en leren– dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam."— Transcript van de presentatie:

1 UvA februari 2013 Amsterdam HyperTekst Revolutie –nieuwe technieken en culturen van schrijven, lezen en leren– dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam After a hard day's learning it's nice to relax

2 Chat Roulette nVideochat at random nCasey NeistatCasey Neistat nDiscussie

3 Wie weet wat dat is? TwitterFittie nwww.sociosite.org/fittie.phpwww.sociosite.org/fittie.php

4 DagMenu nInternet als medium van culturele transformaties –Technologie en cultuur –Culturele transformaties –Dunste definitie van cultuur: taal (lezen en schrijven) nTechnologie en creatief denken –Het dilemma van Vannevar Bush –Informatie-overlading en creatief denken –De uitbreiding van ons geheugen: memex nLineaire tekst en hypertekst –Eigenaardigheden van hypertekst –Structurering van informatie – formele classificatie –Problemen met hypertekst nNon-lineair leren in ELO’s –Voordelen –Nadelen nVerandert internet ons denken?

5 DagMenu nInternet als medium van culturele transformaties –Technologie en cultuur –Culturele transformaties –Dunste definitie van cultuur: taal (lezen en schrijven) nTechnologie en creatief denken –Het dilemma van Vannevar Bush (geen familie van….) –Informatie-overlading en creatief denken –De uitbreiding van ons geheugen: memex –Ted Nelson’s hypertekstuele fantasieën –Bill Atkinson: stapels met kaarten –Tim Berners-Lee: uitvinder van www nLineaire tekst en hypertekst –Eigenaardigheden van hypertekst –Structurering van informatie – formele classificatie –Problemen met hypertekst nNon-lineair leren in ELO’s nVerandert internet ons denken?

6 Technologie en Cultuur "Technologie breidt onze zintuigen uit. Daarom ontstaat er een nieuwe vertaling van onze cultuur zodra de nieuwe technologie is geïnterroriseerd" [McLuhan 1976]. waarnemen denken handelen voelen  manier van Elektronische media Technologie faciliteert limiteert culturele ontwikkelingsmogelijkheden, maar legt daarvan niet de specifieke uitkomsten vast Technologisch Determinisme   Sociaal Voluntarisme

7 Aspecten van CyberCultuur Cybercultuur is een verzameling culturen en culturele producten die bestaan op en/of mogelijk worden gemaakt door het internet, samen met de verhalen die over deze culturen en culturele producten worden verteld. Cybercultuur = geheel van symbolische systemen die aan internet gerelateerd zijn. Cyberculturen (mv.) ontstaan, bestaan en reproduceren alleen in en door de interacties op internet. Cyberculturen zijn breed, diep, dynamisch & wereldwijd, publiek, multimediaal en interactief.

8 Toelichting n“A collection of cultures and cultural products that exist on and/or are made possible by the internet, along with the stories told about these cultures and cultural products“ [David Silver]. Ik hanteer een iets strakkere definitie. nCultuur = a.a. alles wat door creatief menselijk handelen en fantasie tot stand is gebracht. b.b. door mensen gecreëerde materiële en ideële omgeving (lokaal + virtueel). nMens als een dier dat is ingebed in een web van betekenissen die hij zelf heeft gesponnen. nCultuur = gestratificeerde hiërarchie van betekenisvolle structuren ('structures of significance') en omvat het geheel van de symbolische dimensies van sociaal handelen. nVirtuele culturen zijn symbolische systemen die net als lokale culturen het beste begrepen kunnen worden vanuit het perspectief van de actoren:  systemen van gedeelde betekenissen.  minimum aan coherentie (‘systemisch karakter’)

9 Cybercultuur in schema ActiviteitCulturele innovatiePrototypisch voorbeeld Schrijven & publicerenHypertekst + EPOWeblog Lezen en lerenNon-lineair lezen & lerenELO InformerenBottom-up journalistiekSlate + Slashdot CommunicerenSynch. + asynch. Comm.Chatten / IM / Twitter / Videoconferentie WerkenTijd- & plaats- onafhankelijk Telewerk Elektronische commercie SocialiserenVirtuele socialisatieVirtueel netwerk: FoF AmuserenInteractief vermaakNapster c.s. + Online gaming Intieme relatiesCyberseks + NetliefdeCyberdildonics PolitiekVirtuele democratieNetactivisme + virt. jihad

10 Misschien denken we wel zo… 1.Vannevar Bush [ ] “As we may think” – juli 1945 Lessen uit WO II 2.Discrepantie tussen: Gigantische ‘stock of knowledge’ Gebrekkige ontsluitingsmogelijkheden 3.Hoe wij creatief denken: associatief Intelligentie kan niet volledig kunstmatig worden gedupliceerd. Maar kan wel worden ondersteund. Mechanisatie van het principe ‘selectie door associatie’: Memex  Vrije toegang  Schaalbaarheid: uitbreidbaarheid  Nieuwe informatie invoer mogelijk Vannevar Bush [ ]

11 Toelichting 1.Hypertekst heeft een verrassend lange geschiedenis. Een vroege computerwetenschapper, Vannevar Bush, was waarschijnlijk de eerste die (op papier) speculeerde over hypertekst (hoewel hij die term nog niet gebruikte - dat zou pas twee decennia later gebeuren). 2.In juli 1945 schreef Bush in het tijdschrift The Atlantic Monthly een artikel met als titel: As We May Think. Daarin introduceerde hij de fundamentele concepten die later bekend zouden worden als hypertekst.As We May Think 3.Bush maakte zich zorgen om de toenemende discrepantie tussen de enorme 'store of knowledge' die de mensheid inmiddels heeft opgebouwd en de gebrekkige instrumenten om toegang te krijgen tot deze kennis. "The means we use for threading through the consequent maze to the momentarily important item, is the same as it was used in the days of square rigged ships." 4.Bush keek eerst naar de manier waarop ons denken werkt en komt tot de conclusie dat wij vooral associatief denken. Terwijl we over het ene thema nadenken springen onze gedachten onmiddellijk naar het volgende thema dat ons door gedachteassociatie wordt gesuggereerd. Bush beseft dat men dit mentale proces niet volledig kunstmatig kan dupliceren, maar dringt er wel op aan dat we hiervan iets moeten leren. Hij bedacht dat het mogelijk was om het principe van 'selectie door associatie' te mechaniseren. Dit bracht Bush tot de ontdekking van een systeem voor het associatief verbinden van informatie, de 'memex' (memory extension).

12 Memex

13 “Denk aan een toekomstig instrument voor individueel gebruik dat een soort gemechaniseerde privébestand en bibliotheek is. Het heeft een naam nodig, en om er willekeurig een te stem- pelen, voldoet ‘memex’. Een memex is een instrument waarin een individu al zijn boeken, bestanden en communicaties opslaat en dat zodanig gemechaniseerd is dat het met toenemende snelheid en flexibiliteit geraadpleegd kan worden. Het is een vergroot intiem supplement voor zijn geheugen. Het bestaat uit een bureau, en terwijl het waarschijnlijk vanaf afstand bediend kan worden, is het primair een meubelstuk waaraan hij werkt. Bovenop het bureau staan schuine doorzichtige schermen, waarop materiaal geprojecteerd kan worden voor gerieflijk lezen. Er is een toetsenbord, en series knoppen en hendels. Voor de rest lijkt het op een gewoon bureau”.

14 Toelichting 1."Consider a future device for individual use, which is a sort of mechanized private file and library. It needs a name, and to coin one at random, 'memex' will do. A memex is a device in which an individual stores all his books, records and communications and which is mechanized so that it may be consulted with exceeding speed and flexibility. It is an enlarged intimate supplement to his memory. It consists of a desk, and while it can presumably be operated from a distance, it is primarily the piece of furniture at which he works. On the top are slanting translucent screens, on which material can be projected for convenient reading. There is a keyboard, and sets of buttons and levers. Otherwise it looks like an ordinary desk." 2.Het is een gedachtenexperiment, maar wat Bush voor ogen stond was een moderne PC gecombineerd met een geavanceerd hypertekst softwareprogramma. De manier waarop hij het gebruik van deze memex omlijnt is een perfecte beschrijving van de manier waarop de huidige lezer zich door een hypertekst beweegt: "...he builds a trail of his interest through the maze of materials available to him." 3.De memex maakt “associatieve indexering” mogelijk. Bush bedacht de notie van tekstblokken die door links aan elkaar verbonden worden. Om zijn concept van tekstualiteit te beschrijven introduceerde hij de termen links, sporen en web. 4.Bush schreef zijn artikel 30 jaar voor de uitvinding van de persoonlijke computer en 50 voor de uitvinding van het web. 5.Een aantal computergeleerden was enthousiast over de ideeën van Bush. Maar het zou nog meer dan twintig jaar duren voordat iemand de term 'hypertekst' introduceerde en in staat was om daaraan handen en voeten te geven.

15

16 “Een wetenschapper van de toekomst legt experimenten vast met een kleine camera met een universele focuslens. Het kleine vierkant in het linker brilglas ziet het object [LIFE 19(11), p. 112].

17 Hypertekst als structuur van geneste betekenissen Ted Nelson (1965) Introduceerde term ‘hypertekst’ & ‘hypermedia’ Netwerken van betekenissen ”By hypertext, I mean non-sequential writing — text that branches and allows choices to the reader, best read at an interactive screen. As popularly conceived, this is a series of text chunks connected by links which offer the reader different pathways” “Let me introduce the word hypertext to mean a body of written or pictorial material interconnected in such a com- plex way that it could not conveniently be presented or represented on paper” [Nelson 1965:96].

18 Toelichting 1.Hypertekst werd officieel geboren in 1965, ruim voor de uitvinding van het internet. 2.In de jaren 60 filosofeerde Ted Nelson over hypertekst als een instrument waarmee je alle soorten informatie toegankelijk kunt maken voor iedere computergebruiker middels de klik van een muis. Hij omschreef hypertekst als een stelsel van verbindingen tussen documenten die een netwerk van relaties vormen. De betekenis van een stuk 'platte' tekst wordt uitgebreid en gepotentieerd door verbindingen met andere teksten. 3.Voor Nelson was hypertekst een tekst die is samengesteld uit blokken tekst (die Barthes de 'lexia' noemde) en de elektronische verbindingen die ze verenigen. De tekst is niet lineair, maar ingedeeld in meerdere onderdelen, die door de lezers in een door hen gekozen volgorde gelezen kunnen worden. De onderdelen van de tekst worden meestal aangeduid als knooppunten of informationele eenheden, vaak echter ook eenvoudig als documenten, pagina's, websites, of zelfs als gegevens. Van hypertekst is slechts sprake wanneer de verbinding van de informationele eenheden gerealiseerd wordt met behulp van een computerprogramma. 4.Hoewel hij dit idee nooit heeft omgezet in een praktische toepassing, stimuleerde het bij veel anderen de fantasie. Aan het eind van de jaren zestig werd Nelson uitgenodigd om deel te nemen aan een project op de Brown Universiteit dat zou leiden tot de ontwikkeling van een elementair systeem voor hypertekst editing. 5.Nelson introduceerde ook de term hypermedia, dat is hypertekst die niet tot tekst beperkt wordt. Hypermedia kan multimedia omvatten: plaatjes, grafieken, geluid en film. Elke passage van een verbaal discours kan even gemakkelijk worden verbonden aan een andere verbale passage als aan beelden, kaarten, diagrammen en geluiden. Tegenwoordig wordt dit onderscheid tussen hypertekst en hypermedia niet meer zo strikt gehanteerd. Hypertekst is een aanduiding geworden voor een informatiemedium dat verbale en non-verbale informatie aan elkaar verbindt. 6.In 1967 stelde Nelson een globaal hypermedia systeem voor, Xanadu, waarin de hele wereldliteratuur met elkaar zou worden verbonden, met voorzieningen voor automatische betaling van auteursrechten. Na de oprichting van Xanadu in 1979 werd het project in 1988 opgekocht en verder ontwikkeld door Autodesk, Inc. tot het in 1992 werd stopgezet. Maar de goeroe van hypertekst ontwerpt nog steeds hyperteksten onder de vlag van het Xanadu project in Australië.Xanadu project

19 Hypercard Midden jaren '80 ontwikkelde Bill Atkinson —samen met Dan Winkler— het eerste computerprogramma waarmee de fantasieën over hypertekst daadwerkelijk op een relatief eenvoudige wijze konden worden vormgegeven: Hypercard. Met hypercard – een programma van Apple Computer – konden ‘ stacks ’ (stapels) van ‘ cards ’ (kaarten) worden geconstrueerd.  Kaarten kunnen over en weer naar elkaar verwijzen.  Door op een bepaalde plaats te klikken flits je naar een andere kaart met nieuwe informatie  Niet alleen tekstuele informatie, maar ook geluiden en beelden.

20 Lineaire tekst Combinatie van informatie-eenheden  Woord, alinea, paragraaf, pagina, artikel, boek  Tekst, geluid en (bewegend) beeld Lineaire structurering van informatie  Elke info-eenheid verbonden met ten hoogste 2 andere eenheden  Rechte lijn van begin tot eind: lineaire teksten  Lezer volgt één voorgeschreven traject  Enige keuze is: vooruit of terug  Proto-hypertekst: inhoudsopgave, voetnoten, literatuurverwijzingen, index.

21 Hypertekst nTekstuele eenheid = inhoud van het computerscherm nElke info-eenheid verbonden zijn aan vele andere teksten –Lezers kunnen elk van de vele mogelijke opvolgers zien en daartussen kiezen –Door auteur gecreëerde paden volgen: afhankelijk van vorige keuzes van lezers. nElke hypertekst kan meerdere voorafgaande teksten hebben en meerdere teksten die erop volgen –Herschikking van tekst = geen fysieke vernietiging van (de integriteit van) het werk. –Je kunt hyperteksten niet 'verscheuren'. nGeen lineair leespad –Vgl. raadplegen van kaart of kijken naar schilderij. –Lezers kunnen in vele richtingen de paden volgen die de auteur heeft voorbereid. –Lezers kiezen in netwerk van onderling verbonden tekstuele eenheden een traject dat overeenkomt met hun eigen interesses en voorkeuren.

22

23 Hypertekst: gestructureerde vrijheid nStructurering van hypertekst legt de grenzen vast waarbinnen leesgedrag kan variëren en bepaalt binnen deze grenzen de kans dat specifieke leestrajecten daadwerkelijk gevolgd worden. nHyperteksten zijn gedecentreerde teksten –Hiërarchieën en privileges van lineaire papieren teksten worden doorbroken. –Voetnoten en andere secondaire commentaren worden gelezen als elementen die visueel gelijkwaardig zijn aan basistekst. –Referenties en geciteerde tekst worden ingebed in verbinding met het origineel, waar zij gelezen kunnen worden als deel van die andere context.

24 Problemen met hypertekst Lezers van hypertekst moeten leren om zich in complex gestructureerde (gestratificeerde) symbolische webstructuren te bewegen. nNavigatieprobleem –Bij papieren teksten weet men precies waar men is. –Bij hypertekst ontstaan oriëntatieproblemen: geen fysiek gescheiden pagina’s, geen paginanummering.  Waar ben ik?  Hoeveel heb ik al gelezen?  Hoeveel moet ik nog lezen? –Lezers kunnen het spoor (sporen) bijster raken. –Je bent klaar als je niet meer geïnteresseerd bent of wanneer je geen nieuwe teksten meer ziet. nOngeduldige lezers –Gemiddelde tijd waarin intensieve surfers een webpagina bekijken: 9 seconde (goudvis) –Concentratiepatroon: lawine van concurrerende prikkels

25 Toelichting nHet is onbevredigend om hierop te antwoorden dat hyperteksten strikt genomen helemaal geen einde kennen. Het is beter om te zeggen: 'je bent klaar als je niet meer geïnteresseerd bent of wanneer je geen nieuwe teksten meer ziet'. nOngeduldige Lezers Lezers van hyperteksten op het internet zijn ongeduldig. Uit een recent onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) blijkt dat de tijdspanne waarin intensieve surfers een webpagina aandachtig bekijken gemiddeld slechts negen seconden is — hetzelfde als dat van een goudvis. Ons concentratievermogen wordt sterk beïnvloed door de dingen die we doen. Mensen die zeer intensief gebruik maken van het internet ontwikkelen een ongeduldiger concentratiepatroon. Zelfs als mensen op zoek zijn naar informatie die zij belangrijk vinden blijven de meeste online bezoekers niet langer dan 60 seconden op een gemiddelde site.MIT nAandachtsspanne: Betekent dat de jeugd, of onze generatie nu, soms generatie ‘X’ genoemd, geen aandacht meer kunnen opbrengen en tot het denkniveau van goudvissen zijn verzonken? n“Het grootste nadeel van internet is misschien wel dat surfen verslavend kan zijn, een buitensporige tijdverspilling. En dat je gemakkelijk van het ene onderwerp naar het andere fladdert in plaats van je te verdiepen in één ding tegelijk” [Richard Dawkins, in: Brokman 2011:32].

26 De man met de hoed n Eerste hyperroman (‘hyperfictie’) in Nederland: oktober 2005 – Pauline van de Ven nDe man met de hoed - de familie Dumont. Tweedelige romancyclus die de lotgevallen van een katholieke Nijmeegse fabrikantenfamilie vervlecht met een eeuw Europese geschiedenis. “Een hyperroman is een digitaal literair werk, bestaande uit een leeslaag en een of meer onderliggende multimedia-lagen. In de leeslaag kan de lezer zich verdiepen in het verhaal zonder te worden afgeleid door beeld en geluid. De leesbeleving kan naar wens worden verdiept met beeld, geluid en tekst door naar een onderliggende laag te klikken. Lezers kunnen materiaal bijdragen dat aansluit bij de tekst. Layout en ontwerp zijn beschermd.”

27 Lineaire, multi-lineaire en non-lineaire structurering - formele classificatie - nUni-lineaire structuur a.Simpel lineair b.Annoterend c.Vertakkend nMulti-lineaire structuur a.Simpel b.Gevlochten c.Genest nNon-lineaire structuur a.Idee-ruimte: web b.Rizoom

28 (a) Simpele lineaire structuur nEén traject nGeen keuzes: behalve vooruit & terug BeginEind

29 (b) Annoterend lineaire structuur nKlassieke academische voetnoot of excursie. nLezers kunnen kiezen om meer informatie over een bepaald deel van de tekst te ontvangen, maar keren daarna weer terug naar hun pad op de primaire verhaallijn (tot zij aan het eind zijn gekomen). nLezers kunnen alleen hun pad uitbreiden en een ommetje of uitstapje maken  excursie. nWeergeven als een lijn met kleinere zijtakken: een eenvoudige zijtak, een met een vork met drie andere annoterende links, en een met een webruimte. BeginEind

30 (3) Vertakkend lineaire structuur Begin Eind nLezer heeft keuze uit aantal, elkaar uitsluitende mogelijkheden. nNa ieder tekstfragment wordt een keuze geboden nExponentiële groei van aantal benodigde teksten. nDaarom (i) paden laten samenkomen, (ii) afdwingen van einde.

31 Multi-lineaire structuur -formele classificatie- a.Eenvoudig b.Gevlochten c.Genest

32 a) Simpel multi-lineair nOok multi-lineaire structurering niet beperkt tot digitale media: ook gebruikt in hard copy fictie en in analoge media zoals film en muziek. nIn simpele multi-lineaire structuur zijn er verschillende paden (meestal verhaallijnen) die niet regelmatig door elkaar lopen, tot zij een punt bereiken waar zij samenkomen en meestal tot een gemeenschappelijk eind leiden. nIn boeken worden de verschillende paden op lineaire wijze gepresenteerd, in hypertekst is dit niet het geval. Begin Eind

33 b) Gevlochten multi-lineair nVertakkingen van thematisch gerelateerde verhaal- lijnen die vervolgens convergeren om zich daarna weer in een aantal richtingen vertakken waaruit gekozen kan worden. nHetzelfde verhaal kan telkens vanuit andere paden worden verkend. Begin Eind

34 c) Genest multi-lineair nGeneste trechters: een lineaire structuur waarbij lezers zich op bepaalde punten moeten conformeren aan bepaalde voorwaarden voordat zij de geneste trechters zelf kunnen lezen. nBinnen de geneste trechter moeten lezers of álle scènes doornemen of activiteiten verrichten, of minstens een significante reeks daarvan, voordat zij naar de volgende fase kunnen overgaan. Begin Eind

35 Ideeënwereld: web - rizoom nZelfreflexieve en complexe hyperficties met veel meta- forische links. Roepen bij lezers vooral veel vragen op. nComplexe, gelaagde wetenschappelijke verhandelingen. Homologie en denken en schrijven. Begin?Eind?

36 Het wereldwijde web Tim Berners-Lee (1989) Gebruikersinterface voor alle platforms Toegang tot documenten en informatieprotocollen Netwerkgebruiker krijgt toegang tot (alle soorten) informatie Hypertekstueel schrijven zonder tools?

37 Onze nood is zijn brood… Gelukkig zijn er altijd professionals die je willen helpen met je website.

38 StraatKantoor = Telewerken op de stoep

39 Kost een beetje…

40 Zo kun je het ook verdienen…

41 nProblemen – Webpagina’s schrijven in html – Publiceren via ftp – Beheren door persoonlijke ordening nOplossingen – Webeditors: simpel en professioneel – Bestandsoverdracht in GoLive & Dreamweaver – Geïntegreerd beheer  EPO (Blog, WordPress) Behoefte aan elektronische auteurs-, publicatie- & beheersomgeving

42 Student die zojuist een non- lineaire cursus heeft afgerond. Non-lineair onderwijs schrijft de leerervaring niet voor, maar structureert deze. Non-lineaire cursussen bepalen de grenzen waarbinnen het leergedrag kan variëren, en binnen deze grenzen de kans dat specifieke leertrajecten feitelijk worden gevolgd. Structurering van de leerervaring

43 Voordelen van non-lineair leren in ELO’s 1.Alle info altijd voor iedereen beschikbaar In hypertekst zit directe link naar bron [ Marije, Kasper, Iris ] In wetenschap wordt gebouwd op eerdere waarheidsclaims [ Kasper ] Democratisering van informatie [ Kasper ] 2.Samenwerkend leren: balans ind. & coll. Leren Werken in teamverband – wiki [ Hessel ] 3.Zelfsturend leerproces: ‘student centered’ “Student-centred learning encourages wider student participation” [ Noël ]

44 Voordelen vervolg 4.Differentiatie van leertempi (vs klassikaal onderwijs) Leren in je eigen tempo 5.Differentiatie van leertrajecten (incl. remedial learning) Afstemming op individuele leerbehoeften [ Marije ] Je eigen leerproces construeren [ Suzanne ] Leren gestuurd door eigen interesses  vrijheid [ Jens ] Multimediaal: textueel, auditief en visueel [Marije, Jens ] 6.Zelfreflexieve leerprocessen 7.Tijdsbesparing student [Anaïs] 8.Betere interactie student docent [Anaïs] 9.Spelenderwijs leren [Max]

45 Nadelen van non-lineair leren in ELO’s 1.Status van documenten Ongeschikt voor beginnende studenten en voor zeer complexe problemen [ Suzanne, Marjolein ] Te veel zijwegen [ Noël ] Talent om kern niet te missen [ Charlotte ] Gefragmenteerde opbouw en argumentatiestructuur [ Marije ] Studenten moeten goed gedisciplineerd worden om alles bij te houden [ Anaïs ] 2.Assignment overload 3.Wanneer ben je klaar? sense of accomplishment  Onduidelijk wat leerstof is [ Suzanne ]  Zorg dat het niet ‘too much’ wordt [ Romy ] 4.Desoriëntatie: lost in cyberspace  Lezer kan ook verstrikt raken in wereldwijde web [ Kevin ]

46 Nadelen vervolg 5.Door surfen &doorklikken raakt men gewend aan vluchtige informatieconsumptie + minder interesse voor langzame cultuurconsumptie  Kunst [Iris] 6.Door een digitale leeromgeving wordt het ‘echte’ student zijn minder [Louise]

47 Rol docent nRolverandering docent –Van klassikaal instructeur naar interacterende coach. –Niet sluiten deur van klaslokaal, maar openen in digitale wereld. nCollectieve kennis opbouwen nRevolution of the rising telecoaching expectations

48 Rol student nHeeft lerende generatie een ‘hypertekstueel brein’? nVaardigheden Re-creëren van teksten; onthouden bezochte paden, multitasking; creatieve benadering nSpelend leren Gebruik van games als virtuele leeromgeving nMultimediaal leren nGroepsgevoel Spirit & Trust BB is meer digitaal verlengde arm van docent, dan sociaal-stimulerende leeromgeving van studenten nTe veel verantwoordelijkheid bij student?

49 Vorm zonder inhoud

50 Zijn InternetStudenten dommer? “Wie heeft de studenten van tegenwoordig ooit wijsgemaakt dat ze het zonder kranten kunnen stellen? Dat in korte, snelle stukjes net zo veel staat als in lange beschouwingen? Wie heeft ooit de studenten wijsgemaakt dat internet hetzelfde biedt als een kwaliteitskrant? [...] Het is wetenschappelijk aangetoond: de studenten van tegenwoordig zijn dommer dan de studenten van vroeger, omdat ze geen lange stijlvolle beschouwingen met argumenten meer lezen. Internet is geweldig. Maar niemand leest romans of studieboeken op internet. Internet levert beschavingsregressie op. Het is op het lijf geschreven van de haastige flexibele student die zijn werkstukken soepeltjes bij elkaar googlet. Die cultuurbarbarij moet hard benoemd en bestreden worden, willen de kranten de ondraaglijke oppervlakkigheid van de internetbeschaving kunnen overleven. Internet maakt meer kapot dan ons lief is” René Cuperus, publicist en werkt voor WBS. Bron: Volkskrant

51 Internet verandert onze manier van denken 1.Waarnemen: nieuwe manieren van waarnemen van hypertekstuele en multimediale object 2.Complex denken: hiërarchisch of lateraal gelaagd  transformatie van cognitieve stijl. Krachtige nieuwe technologieën hebben altijd verwoestende effecten op onze manieren van denken en doen. Digitale revolutie net zo baanbrekend als de uitvinding van het schrift, en zeker de uitvinding van de boekdrukkunst, van radio en tv. Misschien nu nog te vroeg om die vraag te beantwoorden. These = Internet verandert de structuur van ons denken. Pre-ambule = Internet verandert alle aspecten van het denkproces van iedereen.

52 Internet verandert manier van denken - vervolg 3.Associatief denken  Onverwachte verbindingen leggen tussen heterogene elementen  Bricolage in realtime 4.Samenwerkend denken  Asynchrone & synchrone samenwerking tussen individuen/teams op geografisch verspreide locaties.  Wisdom of the crowd  Zwermintelligentie: collectieve aard van onze intelligentie 5.Zichzelf corrigerend denken  Snelheid van feedback  retourinformatie  Mechanisme van natuurlijke correctie [Richard Dawkins]  Halveringstijd van een fout

53 Internet verandert manier van denken - vervolg 6.Collectief onthouden  Collectief geheugen:  Wikipedia als encyclopedisch wonder  Beschikbaarheid van alle kennis 7.Bronkritisch vermogen  Snel de feiten corrigeren op een paar andere sites  Crab detection: een neus voor rotzooi  Ook voor het internet waren er mensen die met taal intelligente of domme dingen konden zeggen

54 Actiever denken 8.Actiever denken: minder beschouwend.  “Niet langer zit ik doelloos een vraag of ingeving te herkauwen, maar ik begin te doen. Ik ga direct op weg. Ik ga kijken, zoeken, vragen, reageren op gegevens, ik stort me erin, maak aantekeningen, boekenleggers, een spoor, ik begin me iets eigen te maken. Ik wacht niet. Ik hoef niet te wachten. Ik overdenk ideeën niet meer, ik doe er gelijk iets mee. … Ik merk dat ik productiever ben door eerst te handelen” [Kevin Kelly, in: Brockman 2011:42].  Internet vereist actieve deelname, en zit daarom vol verrassingen. Je kijkt geen internet, maar je zoekt en legt verbanden. 9.Sneller denken: versnelling v. informatieverwerking

55 Toelichting  Kosten - Door ICT zijn de kosten (geld, moeite tijd) voor het vergaren en publiceren van informatie onvergelijkbaar laag geworden. Door internet is het voor vakmensen gemakkelijker geworden om wetenschappelijke literatuur te vinden en te doorzoeken. Alles (steeds meer) is direct beschikbaar. Internet is een fantastische bron: “bijna de hele literatuur binnen handbereik, een superefficiënte manier van communiceren en samen te werken met wetenschappers op de hele wereld, een onuitputtelijke vindplaats voor inspiratie en leerprocessen” [Thoma Metzinger, in: Brockman 2011:114]. Gevolg van de grotere en snellere toegang tot kennis en ideeën is: je kunt op de schouders van veel meer reuzen tegelijk staan. En door dit alles: verandering van onze cognitieve stijl.  Complex Denken: Informatie op internet is sterk gefragmenteerd. Maar juist hierdoor kan ook meer aandacht worden gegeven aan werken die veel complexer, groter en ingewikkelder zijn dan ook. Deze nieuwe werken bevatten meer gegevens en vereisen meer en langduriger aandacht.  Associatief: (a) Afleren van het oude lineaire gedachteproces: kalm, geconcentreerd, niet afgeleid. (b) Aanleren van associatieve werkwijze: snel, bricolage in real time. Nieuwe combinaties (associaties) samenstellen is relatief gemakkelijk. Versmelting van spelen en werken, van intensief een speels denken. (c) Mensen worden steeds handiger in het navigeren op de stroomversnellingen van het net, maar kunnen zich (hierdoor?) minder lang concentreren. Het boek vangt je aandacht, concentreert het op een plek en brengt je vanzelf naar de volgende plek. Hierdoor wordt je geïsoleerd van de afleidingen in de omgeving [Carr 2010]. Na een paar pagina’s online lezen dwaalt verdwijnt de concentratie en gaat men naar iets anders op zoek. “Het diepe lezen dat meestal natuurlijk opkwam, is een strijd geworden” [Carr 2008]. “Once I was a scuba diver in the sea of words. Now I zip along the surface like a guy on a Jet Ski” [idem]. Sommigen betreuren het feit dat zij niet meer in staat zijn om een langer artikel op het web of in print te lezen en te verwerken. Maar de mate waarin internet onze aandacht vermindert, wordt overschat. Zwemmen in een oceaan van fragmenten kan juist veel opleveren. “Digitale media en netwerken voegen alleen iets toe als mensen ermee leren omgaan. Voor degenen die niet weten wat ze doen, vormen ze een gevaar. Ja, het is gemakkelijk om je te laten afleiden, of misleiden, of om je aandacht te versnipperen in plaats van je te concentreren. Maar deze mentale verleidingen vormen alleen een risico voor de ongetrainde geest. Dat ik de discipline zal moeten opbrengen om denktools te gebruiken zonder mijn concentratie te verliezen is een prijs die ik graag betaal, gezien hetgeen het web te bieden heeft” [Howard Rheingold, in: Brockman 2011:152 – zie ook volgende passage]. Aandacht is een fundamentele vaardigheid (met daarnaast ook: participatie, samenwerken en netwerkbesef). Je moet je online- aandacht beteugelen. Je moet leren filteren met wat je toelaat in je hoofd.

56 Toelichting  Coöperatief: Internet verruimt de arena waarin je gedachten kunnen resoneren. Schaalvergroting. Internet synchroniseert het denken van mondiale wetenschappelijke gemeenschappen. Verbreding van denkgemeenschappen. Interactiever denken. Ergens ter wereld is er altijd iemand die het antwoord weet op elke vraag die bij me opkomt en het is veel gemakkelijker geworden om die persoon te vinden. Synchroniseren van het denken: snel ‘gelijkgestemden’ vinden. En op die manier: bevordering van specialisatie.  Zichzelf corrigerend denken: Zelfcorrigerend bottom-upsysteem. “De halveringstijd van een fout – voordat hij wordt weggevaagd door het mechanisme van natuurlijk correctie – is bemoedigend kort” [Richard Dawkins, in: Brockman 2011:32].  Collectief onthouden: Na enkele seconden op Google Scholar beschik je over enkele honderden door vakgenoten geëvalueerde artikelen. We hoeven minder feiten te onthouden. Deze zijn altijd en overal binnen handbereik (mobiele technologie). Mijn geheugen zit (a) in mappen die in mappen zitten op mijn computer, en (b) vrij op internet te verkrijgen.  Bronkritisch vermogen: Het internet is snel en overal aanwezig. Daarom is het gemakkelijk om kritisch en waakzaam te blijven. Neus voor rotzooi (crap detection): leren beoordelen hoe aannemelijk het is wat je vind.  Methodiek van kennisverwerving. Er zijn twee methodieken. (a) Snel en intuïtief rondsurfen in een groot gebied, waarbij je vrijelijk kunt rondklikken zonder gericht doel. Zo volg je algemene ontwikkeling op eigen vakgebied zonder te verdrinken in de onmetelijke informatiezee. (b) Methodisch, gericht exploreren.  Eerlijker denken (?): “Op internet komt je niet weg met leugens. Al weet jij niet precies waarover je het hebt, er is altijd wel iemand die het wel weet.” [Sean Carroll, in: Brockman 2001:127].

57 Apotheose Misschien moeten we niet zeggen dat het internet de structuur van onze manier van denken verandert, maar dat de structuur en dynamiek van het internet meer lijkt op de structuur en dynamiek van ons denken.

58


Download ppt "UvA februari 2013 Amsterdam HyperTekst Revolutie –nieuwe technieken en culturen van schrijven, lezen en leren– dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam."

Verwante presentaties


Ads door Google