De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

schrijfproblemen bij kinderen

Verwante presentaties


Presentatie over: "schrijfproblemen bij kinderen"— Transcript van de presentatie:

1 schrijfproblemen bij kinderen
Dr. Anneloes Overvelde Ingrid van Bommel MPPT Radboudumc IQ Healthcare Avans+ University for Professionals Kinderpraktijk te Meppel/Ruinerswold

2 Leerdoelen (1) Na het volgen van deze cursus:
1. kunt u verwoorden waarom het belangrijk is om te leren schrijven anno 2015 2. weet u wat een schrijfprobleem is en ziet u de noodzaak in om tot uniformiteit te komen m.b.t. onderzoek en behandeling van een kind met schrijfproblemen 3. kent u de evidentie die ten grondslag ligt aan het ontstaan van het stroomdiagram ‘Klinisch redeneren bij een kind met schrijfproblemen’ 4. kunt u objectief een schrijfprobleem vaststellen

3 Leerdoelen (2) Na het volgen van deze cursus:
5. kunt u de vertaalslag maken van het ES naar het klinisch redeneermodel zoals weergegeven in het stroomdiagram behorende bij het ES 6. kunt u de uitstroomprofielen van het ES beschrijven 7. kunt u de stappen van het klinisch redeneren (volgens het stroomdiagram) bij een kind met schrijfproblemen toepassen 8. weet u welke behandelprincipes / interventie-mogelijkheden belangrijk zijn bij de behandeling van een kind met schrijfproblemen

4 Inhoud Inleiding Deel 1 Inleiding Etiologie Meetinstrumenten en interventie Deel 2 Evidence Statement: Highlights en vertaalslag Stap 1: Anamnese en objectivering van het schrijfprobleem. Stap 2: Analyse van de schrijftaak Stap 3: Kinderfysiotherapeutisch onderzoek Deel 3 De echte praktijk: casus Rens (stroomdiagram (SD) stap 1, 2 en 3) Stap 4: Analyse van de gegevens Deel 4 Analyse van de onderzoeksgegevens en KFT diagnose (SD stap 4) Stap 5: Behandelplan en interventie Stap 6: Evaluatie Deel 5 Behandelplan, interventie en evaluatie (SD stap 5 en 6) Blik op de toekomst Deel 6 Ten slotte Aangepast aan 18

5 deel 1 Inleiding Relevantie Definitie en prevalentie Evidence based handelen Aanleiding Oorzaken

6 Is schrijven anno 2015 nog belangrijk?
Schriftelijk communiceren ook in 2015 Ondersteunend bij andere leerdomeinen Multimodale representatie (Cunningham 1990; Longcamp 2003, 2005, 2006, 2008; James 2012; Tan 2013) Gelijktijdig aanleren lezen en schrijven (Jones 1999; Adi-Japha 2001; Berninger 2006) Bij schrijfprobleem -> negatief effect op leervakken en zelfbeeld (Berninger 1985, 1991; Dunford 2005; Missiuna 2004; Engel-Yeger 2009) Schrijven of typen? ->The Pen Is Mightier Than the Keyboard (Connelly 2007; Read 2007; Berninger 2009; Mueller 2014)

7 Definitie schrijfprobleem
het schrijfproduct is niet of nauwelijks leesbaar het tempo is te traag de schrijfbeweging kan niet aangeleerd worden en/of er ontstaat pijn bij het schrijven … zonder dat er sprake is van een intellec-tueel tekort of van somatische pathologie

8 Prevalentie (1) 37 % 6 % 37 % 6 % 17 % Goede schrijvers: eind groep 3 optimale kwaliteit Zwakke schrijvers: bereiken dit moment later (Smits-Engelsman 1997; Karlsdottir 2002; Overvelde 2011) Eind groep 4 17% dysgrafisch 29% at risk

9 Prevalentie (2) Grote variatie in percentages (van 6 tot 37%)
Meetmoment is van groot belang Dysgrafie of kind met dysgrafisch handschrift?

10 Evidence based handelen
Enquête > aanleiding tot ontwikkelen van KNGF Evidence statement Motorische schrijfproblemen bij kinderen 2011 (ES) Doel ES: Uniformiteit in onderzoek en behandelen

11 Ter illustratie: enquête KFT n=375 (2009)
Diagnostisch Stambak, King Devicktest , Groffmantest , lateralisatieonderzoek, Bulbena, pointileertest, Goodenough Draw-A-Mantest, spierkrachttesten, Bioptoronderzoek, lateralisatietests, HMKTK, mobiliteitsonderzoek, Amiel/Tison en neurologische onderzoek, neurologische testen volgens Touwen, Huybrechts, Dominantieonderzoek van Muller en A. van Engen, Beighton, Stambaktest voor auditief geheugen, gnosistest, Head-Berges, Lezine, vingervolgtest, praxistest, MfM, TIG, manual form perception, finger indentification, graphesthesietest, tactiele stimulus test, oogmotorische test, Wiegersma, statische coördinatietest, PCM kleuters, MOT 4-6. Eigen instrumenten vanuit de revalidatie (ontwikkeld uit andere instrumenten), SPL-nl, reversal test, bilaterale coördinatietest, Vlaamse schrijfsnelheidstest, Valley links-rechtsonderzoek, VRT, VRC, MVT, Edfeldt, coördinatietesten specifiek voor armen, test voor visueel geheugen, Visual Recalltest, BSID, TGMD, KTT (Klap Tik Test), VOUW (vouwblaadjestest), Bruininks-Oseretsky, taaltoets voor allochtonen, schoolrijpheidstoets. Evaluatief Stambak, lateralisatieonderzoek, grafomotorische onderzoek A. v. Hagen, pre-grafomotoriek, TIG, Stambak korte termijn geheugen, Mulleronderzoek, stereognosie, vingergnosie, Lezine, visuele testen, neurologische onderzoek , aanvullende testjes coördinatie handen en ogen, motoscopie, herhaling testen waarop kind laag scoorde, dominantieproef linker en rechter hand, MOT 4-6, VRT HMKTK, Kinderfysiotherapeutisch onderzoek, Huybrechtse schoolrijpheidstest,. Deelaspecten uit BHK, VMI, Movement ABC en GHB. (Bosga-Stork, Overvelde, Van Bommel-Rutgers et al 2009)

12 Oorzaken schrijfproblemen bij kinderen
Schrijven is een cognitief-motorische vaardigheid Resultaat/ schrijfproduct wordt bepaald door: taal, spelling, cognitie, gedrag kind en omgeving Onderzoek en behandeling kind met schrijfproble-men o.b.v.: hulpvraag van het kind ->Patient Reported Outcome Measure klinisch redeneren m.b.v. HOAC II ICF-CY

13 Ze geeft na 5 minuten schrijven geen moeheid en/of pijnklachten aan.
Casus Annie Annie, 7 jaar oud, groep 3, heeft net een handschriftwedstrijd gewonnen. Ze geeft na 5 minuten schrijven geen moeheid en/of pijnklachten aan.

14 Film 1: Annie [video 1: Annie]

15 Vraag 1 Heeft Annie een schrijfprobleem? Ja Nee

16 Vraag 2 Zijn de volgende stellingen waar of niet waar?
Het is belangrijk dat bij kinderen in groep 2 en 3 een driepuntsgreep wordt aangeleerd. Immers de pengreep heeft een grote invloed op het vloeiend en leesbaar schrijven. In groep 3 van de basisschool met 30 kinderen kunnen gemiddeld ongeveer 4 tot 11 kinderen zitten met een schrijfprobleem. Stelling 1 en 2 zijn waar Stelling 1 en 2 zijn niet waar Stelling 1 is waar en stelling 2 is niet waar Stelling 1 is niet waar en stelling 2 is waar

17 deel 2 Evidence Statement (ES) Highlights vertaalslag van evidentie naar klinisch redeneren
Deel 2a: Highlights uit het ES t.a.v. de etiologie Deel 2b: Highlights uit het ES t.a.v. meetinstrumenten en interventie

18 ES - Motorische schrijfproblemen bij kinderen
Dr. Anneloes Overvelde Ingrid van Bommel MPPT Ida Bosga MRes Mathieu van Cauteren MPPT Bert Halfwerk MPPT Prof. dr. Bouwien Smits-Engelsman Prof. dr. Ria Nijhuis-van der Sanden, projectleider

19 deel 2a Highlights uit het ES t.a.v. de Etiologie

20 Vraag 3 Zijn de volgende stellingen waar of niet waar?
De mate van automatisme van het schrijven van letters bepaalt voor 50% de inhoud van de geschreven tekst bij kinderen in groep 4. Er is een sterke relatie tussen in-handmanipulatie (translatie) en leesbaarheid en/of snelheid van het produceren van letters bij kinderen van 6-7 jaar. Stelling 1 en 2 zijn waar Stelling 1 en 2 zijn niet waar Stelling 1 is waar en stelling 2 is niet waar Stelling 1 is niet waar en stelling 2 is waar

21 Vraag 4 Wat is het meest karakteristieke kenmerk van slechte schrijvers? Pijn en/of snelle vermoeidheid Demotivatie en verlies van aandacht voor de taak Te weinig ervaring en of oefening Verslechtering van resultaat en uitvoering bij langdurige taak Variabiliteit Hoge pendruk

22 Vraag 5 Maak de zin op de juiste manier af.
De relatie tussen de kwaliteit en de snelheid van schrijven is … laag (tot .50) matig tot redelijk (.50 tot .70) hoog (meer dan .70)

23 Twee modellen: relatie motoriek-taal
Model van Berninger -> vanuit didactiek Model van handschriftproductie -> focus op motoriek

24 Model van Berninger Alfabet Taak Tekst schrijven Alfabet Taak correct
Motorische handeling ‘schrijven’ Spellen Stellen Klank – symbool koppeling Motorische vaardigheden Woord / Letter / Lettergroepen Vinger Successie Dominante (Berninger 1992; Abbott & Berninger 1993)

25 Procesmodel voor handschriftproductie (1)
Cognitief niveau intentioneel niveau linguïstisch niveau lexicaal niveau auditieve analysesynthese-Visuele analysesynthese foneem-grafeemkoppeling Motorisch uitvoeringsniveau motorprogrammering parametrisatie initiatie (Van Galen en Smits-Engelsman 1997)

26 Procesmodel voor handschriftproductie (2)
wat wil ik? Intentioneel: hoe ik dat zeggen? Linguïstisch: woordenboek Lexicaal: b-o-o-m Auditieve analyse / synthese: v-i-s Visuele analyse / synthese: b klinkt als Foneem- <->grafeem-koppeling: b of ß of В Motorprogrammering: b of b Parametrisatie en initiatie:

27 Schrijven: Language by Hand (1)
Het snel en leesbaar schrijven van letters heeft een matige tot sterke relatie met het stellen en spellen, met name bij aanvang van het schrijven (Berninger 1985, 1992, 1995, 2006; Abbott 1993; Graham 1997; Jones 1999; Christensen; Olive 2009) De mate van automatisme van het schrijven van letters bepaalt voor 50% de inhoud van geschreven tekst bij kinderen in groep 4 (Jones 1999) Beoordelen van automatisme: alfabet taak en taakanalyse (Berninger 1991)

28 Schrijven: Language by Hand (2)
De invloed van de fijne motoriek op het schrijven is het grootst in groep 5 en het minst in groep 3 (Berninger 1992, 2006) De successieve vinger duim oppositie taak heeft een samenhang met de uitvoering van de schrijftaken; bij kinderen van 6-7 jaar is er een zwakke relatie tussen deze taak en het schrijven (Berninger 1992, 1995, 2006; Abbott 1993; Weintraub 2000) Matige relatie tussen in-hand manipulatie (translatie) en leesbaarheid/snelheid van produceren van letters bij kinderen van 6-7 jaar (Cornhill 1996; Feder 2005)

29 Ter illustratie: een goede schrijver
(Di Brina et al 2008)

30 Ter illustratie: een zwakke schrijver
(Di Brina et al 2008)

31 Kenmerken zwakke schrijver (1)
Variabiliteit in snelheid en nauwkeurigheid is meest karakteristieke kenmerk van zwakke schrijvers (Online registratie met tablet: Wann 1986; Van Galen 1993; en vele anderen) Beginnende schrijvers gaan of spontaan beter presteren of blijven zwak presteren (Smits-Engelsman 1997; Karlsdottir 2002; Overvelde 2011) Korte periode van extra schrijfinstructie gericht op problematische letters leidt tot verbetering van resultaat in alle leerjaren (Karlsdottir 1996, 2002; Jones 1999; Graham 2005)

32 Kenmerken zwakke schrijver (2)
Pijn en/of vermoeidheid bij langduriger schrijven (Parush 1998) Literatuur is tegenstrijdig m.b.t. pendruk (Parush 1998; Smits-Engelsman 2001; Niemeijer 2001 vs Rosenblum 2008) Demotivatie / aandacht (Berninger 1986, 1991; Missiuna 2004; Engel-Yeger 2009)

33 Kwaliteit en snelheid van schrijven
Lage correlatie (Blöte 1991; Karlsdottir 1996, 2002; Graham 2001)

34 Vertaalslag naar profielen
algeheel motorisch probleem (DCD of F82) ‘alleen’ FM-problemen (F82.1 of dysgrafie)  therapie Profiel A: Motorische problemen en schrijfproblemen  geen therapie Profiel B: Schrijfproblemen o.b.v. cognitieve en/of gedragsmatige problemen  zo nodig advies, geen therapie Profiel C: Didactische problemen op school  prioriteiten stellen, mogelijk therapie Profiel D: Combinatie van motorische, cognitieve en/of gedragsmatige en schrijfproblemen  afhankelijk van aandoening Profiel E: Schrijfproblemen, motorische problemen en onderliggende pathologie

35 deel 2b HighlightS uit het ES t.a.v. Meetinstrumenten en interventie

36 Van evidentie naar klinisch redeneren
Laten we beginnen met enkele vragen …

37 Vraag 6 Welke vragenlijst kan de leerkracht het best invullen om kinderen met schrijfproblemen op te sporen in zijn groep? Groninger Motoriek Observatie schaal (GMO) (Schoemaker 2003) Schoolvragenlijst voor leerkrachten voor het opsporen van schrijfproblemen (Smits-Engelsman 1995) Coördinatielijst voor ouders (CVO) (Schoemaker 2008) Checklist Movement ABC-2 (Henderson & Sugden, NL bewerking Smits-Engelsman 2010)

38 Vraag 7 Welke combinatie van meetinstrumenten is minimaal nodig om een schrijfprobleem te objectiveren en te evalueren? SOS-2-NL/BHK , schrijfobservatie lijst SOS-2-NL/BHK, schrijfobservatie lijst en Beery VMI SOS-2-NL/BHK, schrijfobservatielijst en VAS

39 Vraag 8 Wat is de beste methode om instructies te geven bij het aanleren van letters? Imitatie Visuele aanwijzingen in de vorm van een pijl Kijken naar de letter, afdekken en uit het geheugen opschrijven Visuele aanwijzing (pijl), afdekken en uit het geheugen opschrijven Overschrijven

40 Vraag 9 Een kind heeft net de letters b, a en l geleerd in de klas. Wat zou de volgende stap zijn om de letters te oefenen? b,b,b,b,b,b,b,b;a,a,a,a,a,a,a,a,a,a,a;l,l,l,l,l,l,l,l,l,l,l,l,l,l,ll bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal, bal klab, labm, ilab, blaw, jbla, gbal, balh, bald, unla bla, bab, lal, lab, bal, bla, alb, bab, abl, abl

41 Evidentie objectivering en evaluatie hulpvraag
Schoolvragenlijst voor leerkrachten /SQT leerkracht beoordeelt in relatie tot klasgenoten 10 items, waarvan 6 handschriftitems tevens items over spelling, algemene leerprestaties algemene motorische vaardigheden

42 Evidentie meetinstrumenten
Objectiveren van schrijfprobleem met taakgericht instrument Altijd: BHK/SOS-2-NL Schrijf-observatielijst Bij pijn en/of vermoeidheid: VAS

43 Evidentie instructies aanleerfase
Gebruik visuele aanwijzingen (pijlen)/ visueel spoor In combinatie met geheugeninstructies Laat het kind daadwerkelijk schrijven (Berninger 1997; Vinter 2010)

44 Evidentie interventie
Eerste cognitieve leerfase Oefen individuele letters blocked totdat vorm bekend is (Overvelde 2011, 2013) Tweede associatieve leerfase Oefen beperkt aantal letters in random volgorde Transfer van vergelijkbare letters is groter (Ste Marie 2004; Kharraz 2000) Autonome fase: nog niet in groep 5 Time on task! (Peterson 2003; Olive 2002)

45 Klinisch redeneren - Stroomdiagram
Stap 6 Stap 1 Stap 5 Stap 2 Stap 4 Stap 6 toegevoegd Stap 3

46 DEEL 3 Casus Rens Stroomdiagram stap 1, 2 en 3
Deel 3a: Stap 1 Anamnese Deel 3b: Stap 2 Analyse schrijftaak Deel 3c: Stap 3 Kinderfysiotherapeutisch onderzoek

47 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 1, 2 en 3
Stap 6 toegevoegd Stap 3

48 DEEL 3a stap 1 anamnese Analyse van de hulpvraag
Ingrid

49 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 1: Analyse van de hulpvraag
Stap 6 toegevoegd Stap 3

50 Stap 1: Anamnese - analyse van de hulpvraag
Wie heeft er een probleem? Wat is het probleem? Waar en wanneer doet het probleem zich voor? Zijn er aanwijzingen voor stoornissen en/of functies? Observatie Uitleg stap 1 van het stroomdiagram initiële hypothese vorming (zijn er aanwijzingen voor motorische problemen, cognitieve , gedragsmatige, didactische (leerervaring) of combinatie? Observatie kan hier inzicht in geven.

51 Wie heeft er een probleem? (1)
Rens, 8 jr / 3 mnd, groep 4 (doublure gr.1), BaO (20 leerlingen) Rens wordt aangemeld via DTF binnen een kinderpraktijk Hulpvraag Rens/ouders hulp bij leesbaar leren schrijven Hulpvraag juf slordig, slecht leesbaar en traag handschrift verbeteren Vraag: wat wordt gemist?

52 Wie heeft er een probleem? (2)
Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk, ook vindt hij het vervelend dat hij als vaak laatste klaar is Hij laat thuis en op school clownesk gedrag zien, juf en moeder zijn erg betrokken Rens heeft moeite met het dichtmaken van de knoopjes van zijn blouse Rens houdt van buitenspelen, kan goed voetballen Vraag: wat wordt gemist?

53 Schrijfproducten op school van Rens

54 Vraag 10 (anamnese) Welke essentiële informatie mist u binnen de anamnese? Kan Rens veters strikken? Hoe zijn de schoolvorderingen (lezen, rekenen, taal)? Heeft Rens vriendjes en vriendinnetjes? Kan Rens met mes en vork eten? Deze vraag wordt

55 Vraag 11 (anamnese) Orden de problemen van Rens binnen het ICF-CY-schema. Rens, 8 jr / 3 mnd Slordig handschrift Slecht leesbaar handschrift Traag handschrift Spellingsfouten in schriftjes: informatie uit schoolschrift Lezen: M3 (AVI-1) niveau Doublure groep 1 Kleine groep BaO (20 leerlingen) Groot en onregelmatig handschrift  zie schrijfproduct school Lettervormfouten in schriftjes (z,s,r)  schrijfproduct school Clownesk gedrag thuis en op school Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk Betrokken juf en moeder Rens vindt het vervelend dat hij als laatste klaar is met zijn schrijfwerk Rens heeft moeite met het dichtmaken van de knoopjes van zijn blouse Op deze vraag wordt door Ingrid antwoord gegeven, in de CME online versie gaan deelnemers de vraag invullen en horen daarna het antwoord.

56 Ordenen gegevens in ICF-CY: Functieniveau
Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Persoonlijke factoren Externe factoren

57 Ordenen gegevens in ICF-CY: Activiteitenniveau
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Slordig, slecht leesbaar handschrift Groot en onregelmatig handschrift (schrift school) Traag handschrift Lezen M3 (AVI1) Spellingfouten in schriftjes Lettervormfouten (z,s,r) Moeite met knoopjes dichtmaken Persoonlijke factoren Externe factoren

58 Ordenen gegevens in ICF-CY: Participatieniveau
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Slordig, slecht leesbaar handschrift Groot en onregelmatig handschrift (schrift school) Traag handschrift Rens vindt het vervelend dat hij als laatste klaar is met zijn schrijfwerk Lezen M3 (AVI1) Spellingfouten in schriftjes Lettervormfouten (z,s,r) Moeite met knoopjes dichtmaken Persoonlijke factoren Externe factoren

59 Ordenen gegevens in ICF-CY: Persoonlijke factoren
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Slordig, slecht leesbaar handschrift Groot en onregelmatig handschrift (schrift school) Traag handschrift Rens vindt het vervelend dat hij als laatste klaar is met zijn schrijfwerk Lezen M3 (AVI1) Spellingfouten in schriftjes Lettervormfouten (z,s,r) Moeite met knoopjes dichtmaken Persoonlijke factoren Externe factoren Rens, 8 jr/ 3 mnd, doublure gr. 1 Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk Clownesk gedrag thuis en op school

60 Ordenen gegevens in ICF-CY: Externe factoren
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Slordig, slecht leesbaar handschrift Groot en onregelmatig handschrift (schrift school) Traag handschrift Rens vindt het vervelend dat hij als laatste klaar is met zijn schrijfwerk Lezen M3 (AVI1) Spellingfouten in schriftjes Lettervormfouten (z,s,r) Moeite met knoopjes dichtmaken Persoonlijke factoren Externe factoren Rens, 8 jr / 3 mnd, doublure gr. 1 Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk Clownesk gedrag thuis en op school Kleine groep (20 leerlingen) Betrokken juf en moeder

61 Ordenen gegevens in ICF-CY + Codering
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Geen Slordig, slecht leesbaar handschrift Groot en onregelmatig handschrift (schrift school) Traag handschrift d1450 ontwikkeling van de schrijfvaardigheid Rens vindt het vervelend dat hij als laatste klaar is met zijn schrijfwerk d8202 vorderingen maken in de schoolopleiding Lezen M3 (AVI1) d140 leren lezen Spelling- en vorm fouten in schriftjes d1451 ontwikkelen letteren, symboolvorming Persoonlijke factoren Externe factoren Rens, 8 jr / 3 mnd, doublure gr. 1 Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk Clownesk gedrag thuis en op school d250 omgaan met eigen gedrag Kleine groep (20 leerlingen) e585 voorzieningen, systemen, beleid Betrokken juf en moeder e410/455 persoonlijke attitude naaste en andere dienstverlener

62 Vraag 12 (anamnese) Welke profielen zijn mogelijk bij Rens?
(Er zijn meerdere opties mogelijk) Profiel A: motorische problemen Profiel B: cognitieve en/of gedragsmatige problemen Profiel C: didactische problemen Profiel D: een combinatie van motorische, cognitieve en/of gedragsmatige problemen Profiel E: pathologische problemen Initiële hypothese vorming

63 Mogelijke profielen Rens
Ten grondslag aan het schrijfprobleem liggen: Profiel A: motorische problemen Mogelijk Profiel B: cognitieve en/of gedragsmatige problemen Mogelijk Profiel C: didactische problemen Onwaarschijnlijk Profiel D: een combinatie van motorische, cognitieve en/of gedragsmatige problemen Mogelijk Profiel E: pathologische problemen Onwaarschijnlijk Antwoord wordt gegeven in de presentatie (waarom didactische problemen en pathologie al waarschijnlijk uitgeschakeld zijn). Binnen presentatie deze eruit?

64 Vraag 13 (anamnese) Wat is uw volgende stap?
Motorisch onderzoek (afname MABC-II-HV) Analyse van de schrijftaak Neurologisch onderzoek

65 DEEL 3b stap 2 analyse schrijftaak Objectiveren van het schrijfprobleem Motorisch en/of cognitief Aanwijzingen voor stoornissen en/of functies? Ingrid

66 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 2: Schrijftaakanalyse
Stap 6 toegevoegd Stap 3

67 Objectiveren van het schrijfprobleem
Doel: objectiveren van het schrijfprobleem Is er een schrijfprobleem? schrijfresultaat/productmeting uitvoering van de taak/ observatie schrijfbeweging voorwaarden om de taak uit te voeren /observatie schrijven Middelen SOS-2-NL/ BHK Schrijfobservatielijst: Gestandaardiseerde lijst Pijn/vermoeidheid: VAS/NRS Deze vraag richt zich op schrijfproduct/resultaat (leesbaarheid, nauwkeurigheid en snelheid en hoe komt kind tot resultaat (observatie/ voorwaarden (concentratie, aandacht, frustratie, visus).

68 Film 2: Observatie Rens [video 2: Rens observatie en SOS-2-NL]
Observatie en afname SOS-2-NL

69 Product SOS-2-NL

70 Product SOS-2-NL

71 Product/ snelheid SOS-2-NL (www.schrijvenNL.nl)
Item Regel 1 Regel 2 Regel 3 Regel 4 Regel 5 SOS-2-7i 1. lettervorm 1 2. vloeiendheid 3. overgangen 2 4. grootte letters 7 mm 6 mm 5. regelmatigheid 6. woordspaties 7. regelverloop Ruwe totaal score 11 Kwaliteit Pc < 5 Snelheid 66 Pc < p15 en > p5

72 Objectiveren schrijfprobleem
Schrijfprobleem is aanwezig SOS-2-NL Kwaliteit < p5 Schrijfsnelheid (tijdens overschrijven groep 3 tekst) 5 <p <15 Geen pijn in de hand na 5 minuten schrijven

73 Observatie Gebruik gestandaardiseerde observatielijst
Statische vierpuntsgreep Bewegingen niet vloeiend Hand wordt veel verplaatst Kijkt veel naar tekst tijdens overschrijven Soms lichte motorische onrust in de benen Score SOS-2-NL en observatie zijn uitgangspunten voor de taakanalyse

74 Vraag 14 (taakanalyse) Met welke taak start u de taakanalyse?
Eenvoudige woordjes overschrijven ‘Jos is in de wei’ drie keer laten schrijven met een foutenberm (trefzone) Dictee geven met een zin op het niveau van groep 4 Zelf een opstel laten schrijven

75 Schrijftaakanalyse: motorisch en/of cognitief?
Motorische differentiatie Cognitieve differentiatie schrijven is een cognitief motorische vaardigheid: in de taakanalyse van het schrijven kan vastgesteld worden of er sprake is van een “motorisch” schrijfprobleem, dan wel van een ‘cognitief” schrijfprobleem uitleg over motorische differentiatie uitleg over cognitieve differentiatie

76 Vraag 15 (taakanalyse) Waar starten we de taakanalyse en waarom? Orden de volgende taken oplopend in moeilijkheidsgraad. overschrijven – zinnen – woorden – dictee – krassen - losse letters – kleuren – opstel – tekenen - losse letters – voorbereidende schrijfbewegingen (o.a. guirlandes en arcades) Vraag 14 wordt in de presentatie plenair door spreker gedaan. Online sleep opdracht.

77 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (1)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk

78 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (2)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk overschrijven

79 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (3)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk overschrijven dictee opstel

80 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (4)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk losse letters woorden zinnen overschrijven dictee opstel

81 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (5)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk krassen kleuren tekenen voorbereidende schrijfbewegingen (guirlandes en arcades) losse letters woorden zinnen overschrijven dictee opstel

82 Taakmanipulaties oplopend in moeilijkheidsgraad (6)
Eenvoudig Complex Makkelijk Moeilijk krassen kleuren tekenen voorbereidende schrijfbewegingen (guirlandes en arcades) losse letters woorden zelfde letters herhalen (baba, mimi, eigen naam) woord van 2-3 letters met en zonder hulplijnen (bal, bal) woord van 4 letters (bont, zand, remt, hoef) woord van 5-6 letters, > 1 lettergreep (schip, bomen) zinnen overschrijven

83 Taakanalyse: motorisch en/of cognitief?
Is er een motorisch probleem? Is er een cognitief probleem? Welke maatregelen hebben een positief dan wel negatief effect op het resultaat, de taak en het kind? Middelen: Taakmanipulaties Gebruik het taakmanipulatie-schema (Overvelde et al 2013) (Handboek Kinderfysiotherapie (3e druk), hoofdstuk 2)

84 Film 3: Taakanalyse Rens (motorisch en/of cognitief)
[Video 3: Taakanalyse Rens (motorisch en/of cognitief)] Aanwijzingen voor stoornissen in functies en/of structuren?

85 Vraag 16 (taakanalyse: motorisch en/of cognitief )
Zijn de problemen van Rens motorisch en/of cognitief van aard? Motorisch Cognitief Motorisch en cognitief Noch motorisch noch cognitief Hypothese vorming

86 Problemen Rens ordenen in ICF-CY (1)
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Persoonlijke factoren Externe factoren

87 Problemen Rens ordenen in ICF-CY (2)
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Zwak werkgeheugen SOS-2-NL: schrijfprobleem vastgesteld (kwaliteit p < 5, snelheid 5 < p > 15). Statische pengreep Persoonlijke factoren Externe factoren

88 Problemen Rens ordenen in ICF-CY (3)
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Zwak werkgeheugen SOS-2-NL: schrijfprobleem vastgesteld (kwaliteit p < 5, snelheid 5 < p > 15). Statische pengreep Taakanalyse: eenvoudige taak geen lettervormfouten toename nauwkeurigheid tijdens schrijven/ kleuren geeft slechter (schrijf/teken) product en toename pendruk woorden/zinnen groep 4 geeft lettervormfouten en spellingfouten Kan goed verwoorden maar kan gedachten niet op papier zetten

89 Hypothesen opstellen en operationaliseren
Rens heeft een schrijfprobleem op basis van: Motorisch probleem: onvoldoende controle en coördinatie van bewegingen MABC-2 HV, vingersuccessie, in-handmanipulatie (translatie) Cognitief probleem Taakanalyse: lees-spellingsproblemen Didactisch probleem MABC-2 HV, taakanalyse: eenvoudigere omstandigheden gaat het beter, vragen leerkracht (snelheid van aanleren) Visueel perceptieprobleem Taakanalyse: motorprogramma lettervormen Pathologie? Geen signalen op functie niveau? (visus, tonus, hypermobiliteit) Eerste hypothese vorming , definitieve antwoord op aard/oorzaak op basis van bevindingen in het diagnostisch onderzoek.

90 DEEL 3C stap 3 kinderfysiotherapeutisch onderzoek Beperkingen bij meerdere of alleen fijnmotorische taken? Visuele perceptie / perceptuomotorische planning van invloed? Naast schrijfprobleem ook gedrags- / cognitieve problemen? Aanleiding voor verrichten aanvullend onderzoek? Toetsen hypothesen; uiteenrafelen van de geobserveerde problemen bij het schrijven.

91 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 3: Kinderfysiotherapeutisch onderzoek
Stap 6 toegevoegd Stap 3

92 Toetsen hypothesen middels …
MABC II HV Vinger-successietest In-hand manipulatie (translatie) Taakanalyse (lezen, spellen (opstel), losse letters (motor programma)  reeds geobserveerd binnen stap 2) Leerkracht ondervragen (leersnelheid, gedrag klas) Observatie (signalen / problemen op functie-niveau) Uitleg keuzes

93 Film 4: Kinderfysiotherapeutisch onderzoek Rens
[Video 4: Rens kinderfysiotherapeutisch onderzoek

94 Problemen Rens ordenen in ICF-CY (3)
Functieniveau Activiteitenniveau Participatieniveau Fijne motoriek onvoldoende (MABC-2-HV:p<5) Eenvoudige schrijftaken: geen verbetering Coördinatie willekeurige bewegingen onvoldoende Lettervormfouten (losse letter z wordt niet direct goed gevormd) In-handmanipulatie (translatie) niet leeftijds-adequaat Vingersuccessie test: snel en onnauwkeurig p < 5 Kan goed verwoorden, maar gedachten niet op papier zetten Rens heeft meer herhaling nodig dan de andere kinderen in de klas (juf) Lees (M3) en spellingsproblemen (juf)

95 deel 4 Analyse van gegevens en KFT-diagnose stroomdiagram stap 4

96 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 4: Analyse van de gegevens van de KFT-diagnose
Stap 6 toegevoegd Stap 3

97 Vraag 17 (analyse) Zet de verkregen gegevens in het ICF-CY schema.
Slecht leesbaar schrijven (leerkracht) (Score SOS-2-NL p < 5) met als kenmerk Coördinatie willekeurige bewegingen onvoldoende Kleine groep 20 leerlingen Traag schrijven (Leerkracht en Score SOS-2-NL: 5 < p < 15) Fijne motoriek : MABC-2: Score HV: p < 5, totaal score p = 16 In-hand manipulatie en vingersuccessie onvoldoende Spellingsfouten Rens vindt het vervelend dat hij steeds als laatste klaar is met schrijfwerk Kan goed verwoorden, maar kan gedachten niet op schrift zetten Rens, jongen van 8 jr, 3 mnd (doublure gr 1) Rens vindt schrijven moeilijk en niet leuk Motivatie voor schrijven onvoldoende Lezen M3 (AVI 1) Clownesk gedrag thuis en op school Betrokken moeder en juf Lettervormfouten

98 Ordenen gegevens in ICF-CY
Functieniveau Activiteitenniveau Participatie niveau Coördinatie willekeurige bewegingen onvoldoende Slecht leesbaar en traag handschrift (SOS-2-NL p < 5, snelheid 5 < p > 15) Fijne motoriek onvoldoende (MABC-2-HV p < 5, Totaal p = 16) Rens vindt het vervelend dat hij steeds als laatste klaar is Zwak werkgeheugen Lezen M3 (AVI 1) Spellingsfouten Translatie in de hand en vingersuccessie onvoldoende Kan goed verwoorden, maar gedachten niet op papier zetten Lettervormfouten, meer herhaling nodig (juf) Persoonlijke factoren Externe factoren Rens, jongen 8 j /3 mnd, doublure gr. 1 Vindt schrijven moeilijk en niet leuk Clownesk gedrag op school en thuis Kleine groep (20 leerlingen) Betrokken moeder en juf

99 Ordenen gegevens in ICF-CY
Functieniveau Activiteitenniveau Participatie niveau Coördinatie willekeurige bewegingen onvoldoende Slecht leesbaar en traag handschrift (SOS-2-NL p < 5, snelheid 5 < p > 15) Fijne motoriek onvoldoende (MABC-2-HV p < 5, Totaal p = 16) Rens vindt het vervelend dat hij steeds als laatste klaar is Zwak werkgeheugen Lezen M3 (AVI 1) Spellingsfouten Translatie in de hand en vingersuccessie onvoldoende Kan goed verwoorden, maar gedachten niet op papier zetten Lettervormfouten, meer herhaling nodig (juf) Persoonlijke factoren Externe factoren Rens, jongen 8 j / 3 mnd, doublure gr. 1 Vindt schrijven moeilijk en niet leuk Clownesk gedrag op school en thuis Kleine groep (20 leerlingen) Betrokken moeder en juf

100 Klinisch redeneren – Stroomdiagram stap 4: Diagnose op basis van profielanalyse
Stap 6 toegevoegd Stap 3

101 Vraag 18 (diagnose) Welk profiel past bij de analyse van de gegevens?
Profiel A: motorische problemen Profiel B: cognitieve en/of gedragsmatige problemen Profiel C: didactische problemen Profiel D: een combinatie van motorische, cognitieve en/of gedragsmatige problemen Profiel E: pathologische problemen

102 Stappen bij analyse en diagnose
Koppelen aan ICF-CY Profielkeuze vaststellen Kinderfysiotherapeutische diagnose Inzetten andere discipline Advies en overleg leerkracht

103 Profielanalyse Er is sprake van een combinatie van motorische, cognitieve en/of gedragsmatige problemen Profiel D

104 deel 5 behandelplan, interventie en evaluatie stroomdiagram stap 5 en 6
Deel 5a: Stap 5 Consultatie, educatie en interventie Deel 5b: Stap 6 Evaluatie

105 Klinisch redeneren - Stroomdiagram: Stap 5 en 6: behandelplan, interventie en evaluatie
Stap 6 toegevoegd Stap 3

106 DEEL 5a stap 5 consultatie educatie en interventie kindspecifiek
Ingrid

107 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 5: Consultatie, educatie en interventie
Stap 6 toegevoegd Stap 3

108 Vraag 19 (interventie) Gaat u dit kind behandelen en hoe lang? (Geef beste keuze aan.)  Niet behandelen Behandelen gedurende 3 maanden Behandelen gedurende 6 maanden Behandelen gedurende 1 jaar Interventie plan met relevante SMART geformuleerde doelen. Kind specifiek (leeftijd, groep (zelfsturing of visueel gestuurd ), kindfactoren, omgevingsfactoren etc). KAHOOT

109 Vraag 20 (ketenzorg) Gaat u een andere discipline inschakelen? Zo ja, welke? Nee Ja, ergotherapie Ja, psychologisch-didactisch onderzoek Ja, remedial teaching (RT)

110 Vraag 21 (behandeling) Welke behandeling gaat u geven?
Sensomotorische training Fijne motoriek verbeteren (o.a. knopen dichtmaken, in-handmanipulatie, knutselen) Pen-papier taken oefenen volgens NTT principes Geen behandeling

111 Vraag 22 (behandelplan en interventie)
Met welke instructie is een kind uit te lokken tot vloeiend bewegen? Schrijf zo snel en netjes mogelijk binnen de lijnen Schrijf zoals je altijd schrijft ‘niet mooier maar ook niet sneller’ Blijf zo goed mogelijk binnen de lijnen Schrijf zoals je altijd schrijft zonder op de lijnen te letten

112 Transfer naar school (adviezen leerkracht) en thuissituatie
Behandelplan Vaststellen maximaal vaardigheidsniveau, hierop aansluiten in elke behandeling Toepassen principes NTT (gebaseerd op nieuwste inzichten over motorische controle, principes motorisch leren, competentie en attributie stijl kind en pedagogisch-didactisch handelen) Transfer naar school (adviezen leerkracht) en thuissituatie Ad random, externe focus, Opbouw taak: (methodiek) Veranderen en verbinden uitleggen (in verschillende leerfasen (cognitief, associatief en autonoom) , in de context, feedback.

113 Tijdbalk behandeling Start behandeling Contact leerkracht
Evaluatie Contact leerkracht Variatie en hoge Time on Task Start TIJDBALK mnd Pen kiezen die dynamische greep uitlokt Druk verminderen op punt pen

114 Tijdbalk behandeling Start behandeling Contact leerkracht
Evaluatie Contact leerkracht Variatie en hoge Time on Task Start TIJDBALK mnd Pen kiezen die dynamische greep uitlokt Druk verminderen op punt pen Co-contractie doorbreken (ritmisch, vloeiend, snel) Leren versnellen en vertragen  snel bewegen Isoleren van bewegen (variëren van bewegingsassen)

115 Tijdbalk behandeling Start behandeling Contact leerkracht
Evaluatie Contact leerkracht Variatie en hoge Time on Task Start TIJDBALK mnd Pen kiezen die dynamische greep uitlokt Druk verminderen op punt pen Co-contractie doorbreken (ritmisch, vloeiend, snel) Leren versnellen en vertragen  snel bewegen Isoleren van bewegen (variëren van bewegingsassen) Start-stop (langzaam/ snel) Alternerend (klein/ groot) Via tussenpunten naar constantie

116 Tijdbalk behandeling Start behandeling Contact leerkracht
Evaluatie Contact leerkracht Variatie en hoge Time on Task Start TIJDBALK mnd Pen kiezen die dynamische greep uitlokt Druk verminderen op punt pen Co-contractie doorbreken (ritmisch, vloeiend, snel) Leren versnellen en vertragen  snel bewegen Isoleren van bewegen (variëren van bewegingsassen) Start-stop (langzaam/ snel) Alternerend (klein/ groot) Via tussenpunten naar constantie Lettervormen (in combinatie met klank) Opbouw in letterfamilies (eenvoudig moeilijk) Letterverbindingen (in combinatie met klank) Monitoren van snelheid Monitoren van automatisme

117 Tijdbalk behandeling Start behandeling Contact leerkracht
Start behandeling Contact leerkracht Evaluatie Contact leerkracht Variatie en hoge Time on Task Start TIJDBALK mnd Pen kiezen die dynamische greep uitlokt Druk verminderen op punt pen Co-contractie doorbreken (ritmisch, vloeiend, snel) Leren versnellen en vertragen  snel bewegen Isoleren van bewegen (variëren van bewegingsassen) Nauwkeurigheid Start-stop (langzaam/ snel) Alternerend (klein/ groot) Via tussenpunten naar constantie Lettervormen (in combinatie met klank) Opbouw in letterfamilies (eenvoudig moeilijk) Letterverbindingen (in combinatie met klank) Monitoren van snelheid Monitoren van automatisme

118 Film 5: Behandelplan en interventie Rens
[Video 5: interventie Rens]

119 DEEL 5b stap 6 evaluatie Doelstellingen van de interventie behaald
DEEL 5b stap 6 evaluatie Doelstellingen van de interventie behaald? Nog sprake van een schrijfprobleem? Hulpvraag opgelost? Noodzakelijke testen / taakanalyses uitgevoerd? Ingrid

120 Klinisch redeneren - Stroomdiagram stap 6: Evaluatie
Stap 6 toegevoegd Stap 3

121 Evaluatie Zowel de SOS-2-NL als de BHK zijn sensitief om de therapie te evalueren Evaluatie plan bestaat uit meetmomenten om te kijken of (sub) doelen behaald zijn. Minimaal moet dit meting schrijf product/ snelheid bevatten. Doelen niet bereikt__> is er afgeweken van interventie plan? Analyse fout? (langere tijd nodig ?) (Van Waelvelde et al 2012; Van Waelvelde in press 2014; Broeder et al 2014; Hamstra-Bletz & Blote 1990, 1993; Hartman 2007; Niemeijer 2007; Smits-Engelsman et al 1996; Jongmans et al 2003)

122 DEEL 6 ten slotte blik op de toekomst
Ingrid

123 De literatuur over het Evidence Statement (1)
Hoy et al 2011 A systematic review of interventions to improve handwriting Conclusies vergelijkbaar met ES Overvelde 2013 Which practice makes perfect? expliciet Aanleren in eerste fase, kinderen verbeteren zelf, didactisch probleem Schwellnus et al 2012 Effect of pencil grasp on the speed and legibility of hand-writing after 10 minute copy task in grade 4 children Schwellnus et al 2012 Which to choose: Manuscript or cursive handwriting? A review of the literature. Van Hartingsveldt 2014 Ready for handwriting? Development of the Writing Readiness Inventory Tool in Context (WRITIC) for kindergarten children in the prewriting phase

124 De literatuur over het Evidence Statement
Case- Smith 2014 Effects of a Class-Room Embedded Occupational Therapist-Teacher Program for First Grade Teachers ……. …….. EACD-richtlijn en NL vertaling Aanbevelingen en stroom-diagram bij kinderen met DCD Schoemaker et al 2015 Is treating motor problems in DCD just a matter of practice and more practice?

125 Blik op de toekomst! Digitale ontwikkeling op scholen
Inmiddels > 20 iPad-scholen Monsterzoo (juf in de box) Volg SchrijvenNL!


Download ppt "schrijfproblemen bij kinderen"

Verwante presentaties


Ads door Google