De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Greyn Johnny, INP Verkeerskundige Verkeerscoördinator PZ Bilzen-Hoeselt-Riemst Docent PLOT.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Greyn Johnny, INP Verkeerskundige Verkeerscoördinator PZ Bilzen-Hoeselt-Riemst Docent PLOT."— Transcript van de presentatie:

1 Greyn Johnny, INP Verkeerskundige Verkeerscoördinator PZ Bilzen-Hoeselt-Riemst Docent PLOT

2  Alcohol en drugs in het verkeer ◦ Opfrissing wetgeving ◦ Staat van dronkenschap ◦ Alcohol – procedure(fouten) ◦ Mondalcohol – werkwijze ◦ Bloedproef ◦ Professionele bestuurder ◦ Samplingtoestellen ◦ Tijdstippen ◦ Afhandeling OI / PV ◦ Drugs in het verkeer  Allerhande ◦ Overtredingen 4 de graad ◦ Verplichte boorddocumenten ◦ Verzekering / inschrijving / keuring  Voornaamste wijzigingen in 2014  Motorfietsers  Kinderzitjes  …

3 Opfrissing wetgeving

4  redenen van update alcohol en drugs in het verkeer (theorie) ◦ wijzigingen / nieuwigheden  gebruik samplingtoestellen  professionele bestuurders  nieuwe bevoegdheden voor OGP  vernieuwde omzendbrief inzake alcohol  afspraken met nieuw parket Limburg ◦ daarnaast stellen we ook vast dat er nog altijd veel verwarring / onduidelijkheid bestaat over de procedures inzake alcohol en drugs in het verkeer  nog al te vaak is er niet goed geweten  waar men iemand mag controleren,  wie men mag controleren,  wanneer moet ik een dokter vorderen,  de rechten van de overtreder (kans op procedurefouten) ……

5  Wetgevingen ◦ Wetten  16 maart 1968 (wegverkeerswet – WVW)  Wet betreffende de politie over het wegverkeer. ◦ Koninklijke besluiten  21 april 2007  Koninklijk besluit betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen.  4 juni 1999  Koninklijk besluit betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het gehalte van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden.  10 juni 1959  Koninklijk besluit betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het alcoholgehalte, ◦ Ministeriële besluiten  27 december 1996  Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juni 1959 betreffende inzonderheid de bloedproef met het oog op het bepalen van het alcoholgehalte.  Omzendbrieven ◦ COL 08/2006 – sturen onder invloed van alcohol en drugs ◦ COL 09/2006 – onmiddellijke intrekking van het rijbewijs ◦ COL 10/2006 – conforme tarifering minnelijke schikking ◦ COL 11/2007 – beginnende bestuurders ◦ COL 19/2010 – sturen onder invloed van drugs  Rechtspraak, richtlijnen, … WETTELIJKE BASIS

6  wie kan men aan een AT / AA / speekseltest onderwerpen ? ◦ 1° de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is ◦ 2° ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing ◦ 3° ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing WIE KAN GECONTROLEERD WORDEN

7  vermoedelijke dader van een VKO  iedereen die het mede heeft kunnen veroorzaken  op het punt staan  bestuurders  begeleiden met het oog op scholing

8 Mag men op dit terrein een alcohol- / drugstest opleggen ?

9  “Het is verboden om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen, of een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing onder invloed van een strafbare alcoholconcentratie / strafbaar gestelde stoffen. ”  openbare plaats - wat is dat ? : ◦ art 28 WVW geeft definitie van openbare plaats  openbare weg  de terreinen toegankelijk voor het publiek  de niet - openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn WAAR KAN MEN CONTROLEREN ?

10 Kan men de persoon in het filmpje aan een AT / AA /speekseltest / speekselanalyse / bloedproef onderwerpen ? ◦ waarom wel / waarom niet ? VRAAG

11  We verwisselen/mixen veelal verschillende wetgevingen  We vallen te vaak terug op kennis en wetgeving waar we goed mee vertrouwd zijn ◦ in ons geval is dat vaak de wegcode KB 1/12/1975  We moeten echter iedere keer terug gaan kijken in de wetgeving die voor dat type inbreuk van toepassing is  In dit voorbeeld stellen zich het volgende problemen / vragen ◦ is dit een bestuurder ? ◦ is de fiets in dit geval een voertuig ? WAAR LOOPT HET MEESTAL FOUT ?

12  art. 2 van KB (Wegcode) bepaalt : ◦ voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement wordt verstaan onder :  ( … ) : Het niet bereden rijwiel wordt niet als voertuig beschouwd.  ( … ) : Het niet bereden voortbewegingtoestel wordt niet als voertuig beschouwd.  ( … ) : De niet bereden tweewielige bromfiets wordt niet als voertuig beschouwd. FOUTE REDENERING  in de wegcode vinden we immers niets terug over alcohol en drugs in het verkeer ◦ er is geen verwijzing naar de WVW (16/03/1968) ◦ in de WVW is er ook geen verwijzing naar de wegcode (01/12/1975)

13  Wat is een voertuig volgens de wegverkeerswet (wet 16/03/1968)? ◦ het begrip ‘voertuig ‘:  staat niet gedefinieerd in de WVW  DUS : moeten we naar de betekenis van het woord in de algemene taal gaan kijken  voertuig : vervoermiddel voor vervoer over land (Van Dale) HOE DAN WEL TEWERK GAAN ?

14  “ Het is verboden om op een openbare plaats een (voertuig) of een rijdier te besturen, of een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing onder invloed van een strafbare alcoholconcentratie /strafbaar gestelde stoffen. ”  we hebben net gezien dat de fiets een voertuig is en blijft  nu stelt de vraag zich of de persoon het voertuig bestuurt VOLGEND PROBLEEM : BESTUREN ?

15  sturen - besturen: ◦ niet gedefinieerd in de WVW !!! ◦ DUS : betekenis van het woord in de algemene taal  term bestuurder moet men dus ruim interpreteren  letterlijke betekenis van het woord  (be)sturen: “ in een bepaalde richting laten gaan ”  we vinden dit ook terug in de rechtspraak : “ Hij die in staat van dronkenschap een handkar op de openbare weg voortduwt, valt onder de toepassing van artikel 35 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, geco ö rdineerd op 16 maart 1968 (Hof van Cassatie N /1 d.d ) ” STUREN – BESTUREN ?

16 DUS … OOK DIT ZIJN BESTUURDERS ?  En kunnen dus ook aan een ademtest / test drugs in het verkeer onderworpen worden

17  Naast het (be)sturen en begeleiden met het oog op scholing, zijn onderstaande bepaling ook nog (bijkomend) strafbaar : ◦ weigeren AT, AA of zonder wettige reden weigeren om bloedproef te laten uitvoeren ◦ weigeren zonder wettige reden een speekseltest te laten uitvoeren ◦ aanzetten of uitdagen … ◦ voertuig toevertrouwen aan … ◦ voertuig besturen gedurende de tijd dat het verboden is ingevolge eerdere vaststellingen ◦ het rijbewijs niet afgeven ◦ een ingehouden voertuig besturen … AANVERWANTE INBREUKEN ?

18

19  staat van dronkenschap of soortgelijke staat ? ◦ soortgelijke staat kan ten gevolge zijn van :  alcohol,  drugs,  medicatie,  andere (ziekte, …)  het begrip ‘staat van dronkenschap of soortgelijke staat’ is in de wetgeving niet nader omschreven : ◦ ‘De wetgever bedoelt daarmee echter de staat van een persoon die niet meer de aanhoudende beheersing over zijn daden bezit, zonder noodzakelijk de bewustheid ervan te hebben verloren.’ STAAT VAN DRONKENSCHAP OF SOORTGELIJKE STAAT

20  dronkenschap of soortgelijke staat is niet meetbaar, maar enkel zichtbaar ◦ heeft niets te maken met de gemeten waarde van de blaasprestatie ◦ het gaat hier dus enkel over de uiterlijke kentekenen  deze inbreuk is in het PV maar 1 extra vakje aankruisen / aanvinken  gevolgen zijn evenwel verregaand ◦ strafmaat ◦ verzekering ◦ afhandeling PV  niet verhoren  opsluiten in cel wegens ‘openbare dronkenschap’  opmerkingen van het parket ◦ gelieve niet enkel de kenmerken aan te vinken in ISLP, maar ze ook tekstueel te omschrijven

21  Mogelijkheden politierechter ◦ herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van slagen voor een of meer van de hiernavermelde examens en onderzoeken:  1° een theoretisch examen; 2° een praktisch examen; 3° een geneeskundig onderzoek; 4° een psychologisch onderzoek. 5° specifieke scholingen bepaald door de Koning. ◦ lijdt men aan een lichaamsgebrek  Herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het bewijs door de vervallenverklaarde dat hij dit lichaamsgebrek of deze aandoening niet meer vertoont. RIJVERBODEN

22 Procedure(fouten)

23  15 ‘ wachttijd ◦ enkel mogelijk vóór de ademtest ◦ in wetgeving staat vermeld dat dit ook mogelijk is vóór de ademanalyse indien betrokkene rechtstreeks aan een ademanalyse onderworpen wordt  dit is technisch niet meer mogelijk met de huidige toestellen  dus enkel mogelijk voor de ademtest  verpakt mondstuk laten zien en op het toestel aanbrengen in bijzijn van de controlepersoon  vragen om voldoende lang te blazen teneinde een geldige monsterneming te bekomen  resultaat van de blaasprestatie tonen en luidop meedelen

24  bij iedere volgende blaasprestatie een nieuw verpakt mondstuk tonen, op het toestel bevestigen, voldoende lang blazen, resultaat tonen en meedelen ◦ 1 ste ademanalyse ◦ 2 de ademanalyse ◦ 3 de ademanalyse  recht op bloedproef als tegenexpertise ◦ voorwaarden : minstens 2 ademanalyses gevraagd en bekomen + eindresultaat meer dan 0,35 mg/l UAL  indien overgegaan wordt naar bloedproef ◦ recht op bijstand van zelfgekozen geneesheer

25  Mogelijk probleem kennisgave ‘rechten’: ◦ Belg die tussen 0,22 mg en 0,35 mg/l UAL blaast  = OI 170 euro  bij betaling boete is er geen enkel probleem  bij niet betaling zal PDK minnelijke schikking voorstellen of mogelijks dagvaarden  bij het laatste is er nergens iets op papier gezet (er werd immers geen verklaring afgenomen)  kan schending van rechten aanhalen ?  bijvoorbeeld : voor de rechtbank kan hij dan zeggen dat hij geen 15’ wachttijd heeft gehad, … ◦ binnen onze zone hebben we document ontwikkeld om dit op te vangen – we laten vooraf betrokkenen kennis nemen van de procedure en rechten in geval van strafbare alcoholintoxicatie  wordt voorgelegd aan parket Limburg om overal te laten toepassen

26

27 Werkwijze resultaat mondalcohol

28  mondalcohol is geen foutmelding  maar is ook GEEN geldig resultaat ◦ ondanks de vermelding op het ticket  mondalcohol ◦ toont enkel aan dat het resultaat van de ademtest (hetgeen verborgen zit) en de eerste ademanalyse te ver uit elkaar liggen  te volgen werkwijze ◦ 15 min wachten en opnieuw procedure starten (opnieuw starten met ademtest)

29  Men kan in het slechtste geval 6 blaasprestaties laten uitvoeren alvorens men een geldig eindresultaat krijgt ◦ ademtest (A of P) ◦ 1 ste ademanalyse (resultaat mondalcohol) ◦ 15’ wachten + opnieuw ademtest ◦ 1 ste ademanalyse ◦ 2 de ademanalyse ◦ 3 de ademanalyse  Indien na deze 6 blaasprestaties er nog steeds geen geldig resultaat zou verschijnen = BLOEDAFNAME ◦ zeker NIET de procedure nog eens opnieuw uitvoeren !

30 algemeen

31  NOOIT bloedproef bij ◦ ‘ op het punt staan ”  bloedproef niet mogelijk wanneer : ◦ AA minder dan 0,22 mg/l UAL (bij professionele bestuurders)  op enkele uitzonderingen na (komt terug bij het gedeelte van professionele bestuurders) WANNEER EEN BLOEDPROEF OPLEGGEN ? Artikel 63 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen laten de in 1° en 2° van die paragraaf bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer : 1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;

32  wanneer kunnen we WEL overgaan tot de BP ? ◦ AT = A of P + AA kan niet uitgevoerd worden; ◦ noch AT, noch AA kunnen uitgevoerd + betrokkene bevindt zich in staat van dronkenschap of soortgelijke staat; ◦ noch de AT, noch de AA uitgevoerd konden worden bij VKO en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn; ◦ op vraag van betrokkene, als tegenexpertise ⇒  bij een AA ≧ 0,35 mg/l UAL é n nadat betrokkene om 2 de (3 de ) AA vraagt; ◦ indien de speekseltest minstens één van de strafbaar gestelde stoffen detecteert en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden; ◦ in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kan worden uitgevoerd ◦ op bevel van de parketmagistraat / onderzoeksrechter WANNEER EEN BLOEDPROEF OPLEGGEN ?

33  Artikel 63 ◦ § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen laten de in 1° en 2° van die paragraaf bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :  1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;  2° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35;  3° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden bij de personen bedoeld in artikel 59, § 1, 1°, en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn;  4° indien de speekseltest minstens één van de stoffen detecteert bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°, en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden;  5° in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd.

34  Hoe dient de BP uitgevoerd te worden ? ◦ modaliteiten zijn opgenomen in het KB van 10 juni 1959 (alcohol) en KB 4 juni 1999 (drugs in het verkeer) ◦ de vordering van een geneesheer  welke geneesheer ?  geen kandidaat-geneesheer of verpleegkundige  rechtspraak : het vormt GEEN probleem dat het bloedmonster wordt afgenomen door een arts die de verdachte behandelende (Hof van Cassatie N dd 25/04/1989)  enkel het invullen van het verslag van het klinisch onderzoek kan een probleem vormen  enkel de onderdelen van het klinisch verslag die geen betrekking hebben op de medische toestand dienen ingevuld te worden (de rest = medisch geheim van behandelende arts) HOE BLOEDPROEF UITVOEREN ?

35  bij de AT en/of de AA kunnen geen wettige redenen ingeroepen worden om te weigeren ◦ men MOET blazen anders hebben we te maken met een weigering of een onmogelijkheid  bij bloedproef kan men wel weigeren ◦ weigeren bloedproef zonder wettige reden = strafbaar (art 34§2.3° WVW)  weigering bloedproef moet uitgesproken worden tegenover een geneesheer  recente rechtspraak : weigering kan men indelen in 2 groepen  medische reden : weigering om medische redenen dient steeds te gebeuren t.o.v. een arts  andere reden : bij andere aangehaalde redenen zal de rechter oordelen over de wettigheid ◦ BESLISSING PARKET LIMBURG : om alle discussie te voorkomen – altijd dokter vorderen en weigering dient te gebeuren t.o.v. de dokter WANNEER GENEESHEER VORDEREN ?

36  indien dit niet wordt voorgesteld = procedurefout  verdachte heeft het recht bijgestaan te worden door een arts naar zijn keuze, indien (voorwaarden) : ◦ het optreden van de opgevorderde arts geen vertraging ondervindt ◦ kosten vallen ten laste van verdachte ◦ bijstaande arts mag noch het bloedstaal nemen, noch het klinisch onderzoek uitvoeren (enkel kijken)  bijstaande arts kan opmerkingen doen opnemen in PV (mag ook in gesloten omslag)  kennisgave van dit recht dient te gebeuren v óó r de gevorderde arts overgaat tot bloedafname  indien bijstand gevraagd wordt van arts naar keuze : de identiteit van de arts in het PV vermelden ! BIJSTAND ZELF GEKOZEN GENEESHEER ?

37  door de geneesheer uit te voeren taken ◦ afname van het bloedmonster ◦ eventuele aangehaalde (medische) reden van weigering van de afname van een bloedmonster onderzoeken ◦ het verslag van het klinisch onderzoek opstellen TAKEN VAN DE GENEESHEER ?

38 Nieuw bij alcohol

39  sedert 1 januari 2015  voor professionele bestuurders ◦ blaastestwaarden vanaf 0,09 mg/l UAL tot 0,22 mg/l UAL ◦ bloedwaarden vanaf 0,2 promille tot 0,5 promille

40  Art 34 § 3 WVW ◦ De gehalten van alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht zijn respectievelijk ten minste 0,09 mg en minder dan 0,35 mg/l UAL en, voor wat betreft de alcoholconcentratie per liter bloed, ten minste 0,2 gr en minder dan 0,8 gr/l bloed, wanneer de bestuurder :  a) een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs, of een als zodanig geldend bewijs van de categorie C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E of D+E vereist is;  b) personen vervoert met een voertuig van een andere rijbewijscategorie waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden als voor de bestuurders bedoeld in a).“

41  a) een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs, of een als zodanig geldend bewijs van de categorie C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E of D+E vereist is; ◦ Cat. C : MTM > 3500 kg ◦ Cat. D : vervoer > 8 personen (bestuurder niet inbegrepen)  van toepassing voor : ◦ professionele verplaatsingen ◦ privéverplaatsingen

42

43  Wat met bestuurders met rijbewijs G ◦ vallen niet onder de voorwaarden van professionele bestuurder  rijbewijscategorie wordt nergens vernoemd  vergeten ?  uitzonderingen : welke doeleinden  hoofdzakelijk gebruik voor landbouw / bosbouwdoeleinden  andere

44  b) personen vervoert met een voertuig van een andere rijbewijscategorie waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden als voor de bestuurders bedoeld in a). ◦ zijnde : de houders, van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2, A, B of B+E of voor een gelijkwaardige categorie  van toepassing bij : ◦ het vervoeren van personen in het kader van de uitoefening van de vervoersdienst ◦ NIET bij privé-verplaatsingen

45  Wie zijn dat dan ? ◦ de diensten voor geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer; ◦ de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur; ◦ het vervoer van personen met ambulance; ◦ het bezoldigde leerlingenvervoer; ◦ de instructeurs van de rijscholen die het praktische onderricht verstrekken

46

47  (schrijven FOD Mobiliteit: strikte interpretatie) ◦ taxichauffeur (in dienst) rijdt alleen met taxi  is geen professionele bestuurder ◦ taxichauffeur in dienst vervoert klant  is wél professionele bestuurder ◦ taxichauffeur niet in dienst vervoert een familielid  is geen professionele bestuurder ◦ ambulancier rijdt alleen met ziekenwagen  is geen professionele bestuurder ◦ ambulancier vervoert collega met ziekenwagen  is wel professionele bestuurder

48  toestellen aangepast aan de nieuwe wetgeving ◦ bij het opstarten (en verder bij iedere ademtest) vraagt het toestel eerst of de testpersoon een professionele bestuurder is of niet : “PRO ?”  kort drukken = omschakelen van status ‘Ja’ en ‘Neen’  lang drukken = bevestigen + doorgaan met procedure  alarmdrempels professionele bestuurders = resultaat ademtest ◦ minder dan 0,09 mg/l UAL = S ◦ 0,09 mg/l UAL tot en met 0,21 mg/l UAL = A1 (professionele bestuurders) ◦ 0,22 mg/UAL tot en met 0,34 mg/l UAL = A ◦ vanaf 0,35 mg/l UAL = P  procedure blijft verder ongewijzigd ◦ 15’ wachttijd, recht op 2 de, 3 de AA  afdruk ticket ◦ ticket aftekenen + als bijlage aan OI voegen

49

50  NEEN, uitgezonderd !  AT en AA zijn niet mogelijk + duidelijke tekenen van alcoholopname of staat van dronkenschap – art 63§1, 3°  dus ook bij weigering AT of AA én duidelijke tekenen alcoholopname / dronkenschap  indien geen AT en geen AA uitgevoerd kunnen worden bij VKO en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn  tegenexpertise middels bloedproef is NIET mogelijk (voorwaarden worden niet voldaan) Artikel 63 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen laten de in 1° en 2° van die paragraaf bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer : 1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;

51  onmiddellijke inning van 100 € ◦ verplicht OI voor te stellen (voor Belgen én voor buitenlanders) ◦ consignatie is mogelijk (enkel buitenlanders)  in geval toch wordt overgegaan tot bloedproef = PV  rijverbod / stuurverbod ◦ 2 uur ◦ rijbewijs wordt NIET ingehouden

52 Nieuw bij alcohol

53  Wettelijk kader ◦ WVW Art 59 §1/1  Voorafgaand aan de ademtest bedoeld in § 1, aan de ademanalyse bedoeld in § 2 of aan de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, mogen de overheidsagenten een toestel gebruiken bestemd voor het detecteren van de aanwezigheid van alcohol.  Wat is dit? ◦ “sample” ~ steekproef of monster ◦ snuffel- toestellen

54  geen technische specificaties of homologaties vereist  geen ijking vereist

55  samplingtest is negatief ◦ bestuurder mag doorrijden  samplingtest is positief ◦ overgaan tot ademtestprocedure + verder afwerken  weigering samplingtest ◦ samplingtest weigeren is niet strafbaar ◦ overgaan tot ademtestprocedure  onmogelijkheid samplingtest ◦ overgaan tot ademtestprocedure  wachttijd 15’ ? ◦ wettelijk niet voorzien bij samplingtest ◦ indien persoon wachttijd vraagt, onmiddellijk overgaan tot ademtestprocedure + wachttijd toekennen

56 Algemene bemerkingen

57  tijdstip positieve ademtest / test drugs in het verkeer ◦ Postal  hoe verder men geraakt in de procedure, dit tijdstip nemen …… ◦ Beslissing parket Limburg  het ogenblik dat het voertuig staande wordt gehouden  omdat betrokken op dat moment een voertuig bestuurde  vergelijking met diefstal

58  tijdstip onmiddellijke intrekking rijbewijs ◦ beslissing parket Limburg  wanneer overgegaan wordt tot onmiddellijke intrekking van het rijbewijs is het tijdstip waarop de beslissing genomen wordt door PDK of OGP  opletten met tijdstippen rond middernacht (1 dag meer of minder intrekking  In het PV ook vermelden dat de OIRB gebeurde door PDK of OGP ◦ ingeval OGP het rijbewijs intrekt ook vermelden dat dit op basis van art 55 §2 WVW gebeurde

59  verplichte vermelding dat overtreder het recht heeft het rijbewijs terug te vragen aan de PDK ◦ dit moet in het PV of elders in het dossier tot uiting komen dat dit werd meegedeeld aan de overtreder  kennisgeving van de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs door middel van faxbericht blijft behouden

60  Tijdstip weigering ◦ weigering AT, AA en bloedproef zijn 3 aparte misdrijven ◦ dus ook drie verschillende tijdstippen weerhouden en als afzonderlijke inbreuken noteren

61 alcohol

62  Consignatie ? ◦ consignatie = in bewaring geven (als provisie voor gerechtskosten)  indien overtreders het bedrag niet willen of kunnen betalen = hetzelfde bedrag in consignatie vragen  indien overtreders ook de consignatie niet willen / kunnen betalen = voertuig in beslag nemen + 96 uur de tijd om het bedrag te betalen en eventuele kosten van stalling, e.d.

63

64  Wat moet er eerst uitgevoerd worden alcoholprocedure of de procedure drugs in het verkeer ? ◦ er is geen hiërarchie tussen de twee procedures, dus het maakt niets uit ◦ wel twee verschillende aanvankelijke processen- verbaal opstellen en naar elkaar verwijzen

65 Specifieke wetgeving m.b.t. drugs in het verkeer

66  Besturen of begeleiden met het oog op scholing ◦ het gehalte van onderstaande stoffen mag bij de speekselanalyse of bloedanalyse niet hoger zijn dan : StofSpeekselBloed Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)10 ng / ml1 ng / ml Amfetamine25 ng / ml Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 25 ng / ml Morfine of 6-acethylmorfine5 ng /ml10 ng / ml Cocaïne of benzoylecgonine10 ng / ml25 ng / ml STRAFBAAR GESTELDE STOFFEN (DRUGS) ?

67  1. gestandaardiseerde checklist (controle aan de hand van uiterlijke kentekenen )  2. checklist positief = speekseltest  3. speekseltest positief = speekselanalyse  3’. bloedproef (omdat speekselanalyse nog geen uitvoeringsbesluit heeft gekregen) CONTROLE DRUGS IN HET VERKEER

68 GESTANDAARDISEERDE CHECKLIST positief : – wanneer ten minste 3 tekenen, verdeeld over ten minste 2 rubrieken worden aangekruist

69  nieuwe speekseltesten : 8‘ wachttijd i.p.v. 12’  type drugstest aanpassen in PV’s ◦ Securetec DrugWipe ® 5S i.p.v. drugwipe 5+ SPEEKSELTEST

70  Er is een nieuwe trend om te trachten de resultaten van de speekseltesten te beïnvloeden ◦ voornamelijk bij cannabisgebruikers, maar ook andere  Hoe trachten ze dit te doen ? ◦ vlak voor de controle van de speekseltest proberen ze nog snel hun mond te spoelen met mondspoelwater  als men vervolgens onmiddellijk overgaat tot de speekseltest, dan is de kans groot dat het resultaat van de test negatief is  Hoe aanpakken als men dit merkt ? ◦ wachten met de speekseltest ◦ eerst de alcoholprocedure uitvoeren (let op dit kan leiden tot resultaat mondalcohol) ◦ persoon mee naar het dienstvoertuig nemen zodat er geen mogelijk meer is voor manipulatie SPEEKSELTESTEN BEINVLOEDEN ?

71  Omzendbrief 19/2010 (aangepast 3/11/2014)  ook bij staat van dronkenschap ingevolge vaststellingen in alcoholdossier= speekseltest uitvoeren ◦ indien er uiterlijke tekenen zijn van dronkenschap (ingevolge alcohol) én het betreffende artikel 35 wordt in het PV weerhouden :  ook overgaan naar vaststelling van tekenen van drugsgebruik !  want je weet niet of de staat van dronkenschap een gevolg is van alcohol, drugs of medicatie  dus … gestandaardiseerde checklist uitvoeren  deze moet eigenlijk positief testen  omdat de gestandaardiseerde checklist positief zal testen ook speekseltest uitvoeren SPEEKSELTESTEN

72

73

74  Sinds 1 januari 2015  Bedrag wordt verhoogd van 330 € naar 450 € ◦ voornamelijk bij OI voor buitenlanders ◦ niet van toepassing voor Belgen omdat deze rechtstreeks worden gedagvaard voor de rechtbank

75  Art 4.2.2° en 3° ◦ Negeren bevel bevoegd persoon:  de arm of de armen horizontaal uitgestrekt,  het overdwars zwaaien met een rood licht,  Art 10.4 ◦ Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden.  Art ° ◦ Het links inhalen van een gespan of van een voertuig met meer dan twee wielen is verboden bij het naderen van de top van een helling en in bochten, wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is, behalve indien kan ingehaald worden zonder de doorlopende witte streep te overschrijden die het voor de tegenliggers bestemde deel van de rijbaan aflijnt.  Art 24, lid 1,3° ◦ Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op de overwegen.

76  Art 20.3 ◦ Het is verboden zich op een overweg te begeven :  wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn;  wanneer de rode knipperlichten branden;  wanneer het geluidssein werkt.  Art °, 2° en 3° en 22.2 ◦ Op autosnelwegen en autowegen is het verboden :  de dwarsverbindingen te gebruiken;  te keren;  achteruit te rijden of te rijden in de tegenovergestelde rijrichting.  Art ° en 50 ◦ Behoudens speciale toelating van de wettelijke gemachtigde overheid zijn verboden op de openbare weg, alle snelheids- en sportwedstrijden, inzonderheid snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten of -wedstrijden.

77 geen kopies

78  verplichte (boord)documenten ◦ enkel de originele documenten bijhebben  IK  vanaf 15 jaar  rijbewijs  Inschrijvingsbewijs  tegenwoordig tweedelig  verzekeringsdocument  gelijkvormigheidsattest ◦ GEEN kopie toegelaten

79 weetjes

80  vanaf 1 mei 2014  voertuig voor verkoop laten keuren. ◦ wanneer een voertuig van titularis verandert, dan mocht dit voertuig ter keuring aangeboden worden met zijn laatst afgeleverde kentekenbewijs of met een commerciële plaat.  voortaan mag dit voertuig ook aangeboden worden met een andere kentekenplaat ◦ Voorwaarden :  de houder ervan moet ook als houder vermeld worden op de aanvraag voor de nieuwe kentekenplaat en het bijbehorende inschrijvingsbewijs  bij de kentekenplaat hoort ook steeds het kentekenbewijs of inschrijvingsbewijs

81  vanaf 1 oktober 2014  enkele uitzonderingen op de inschrijvingsverplichting (KB 20 juli 2001)  Buitenlandse voertuigen ◦ natuurlijke personen die als werknemer voor hun beroep een voertuig ter beschikking krijgen van hun buitenlandse werkgever, ◦ alle opdrachthouders die zo’n voertuig ter beschikking krijgen van hun buitenlandse opdrachtgever  moeten geen BTW-attest meer in het voertuig aanwezig hebben  Een voertuig dat door een buitenlandse titularis gedurende ten hoogste één maand gratis ter beschikking gesteld wordt aan een persoon die in België verblijft, hoeft vanaf nu evenmin ingeschreven te worden.  De inschrijvingsvrijstelling geldt nu ook voor een voertuig dat gebruikt wordt door een student die in het buitenland verblijft, maar die in België verblijft om te studeren in een Belgische onderwijsinstelling.

82  verplichte voertuigverzekering ◦ ook voor gemotoriseerde rolstoel ◦ veelal dezelfde redeneringsfout als bij alcohol  verwisselen / mixen wetgevingen  wederom geen verwijzingen tussen de twee wetten (KB 01/12/1975 – wegcode en Wet 21/11/1989 – verzekeringswet) ◦ dus definitie over voortbewegingstoestel in de wegcode mag niet gebruikt worden om te bepalen of iemand een verzekering nodig heeft  voor de verzekeringswet is ook een gemotoriseerde rolstoel een voertuig dat een groene kaart moet kunnen voorleggen ◦ art 1 – definitie motorrijtuigen : rij-of voertuigen, bestemd om zich over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, … ◦ worden daarom beschouwd als motorrijtuigen in de zin van de wet : de auto’s, vrachtwagens, landbouwvoertuigen, tractoren, bromfietsen, moto’s, met een motor aangedreven rolstoelen die door een gehandicapte in het verkeer kunnen worden gebracht, de gemotoriseerde autopetten, …

83

84  vanaf 1 maart 2014 ◦ voorheen was het dragen van een gordel voor bestuurders en passagiers van prioritaire voertuigen niet verplicht 'wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt'.  Art °voortaan geldt de vrijstelling van het dragen van de veiligheidsgordel enkel voor : ◦ de bestuurder van een prioritair voertuig  wanneer hij personen vervoert die een potentiële bedreiging vormen of  in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de interventie ◦ de passagiers van een prioritair voertuig  wanneer een persoon die een potentiële bedreiging vormt, wordt vervoerd of  in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de interventie of  wanneer ze de persoon verzorgen die wordt vervoerd

85  vanaf 31 maart 2014 ◦ de algemene gedragsregels voor “wegen voorbehouden voor …” worden aangevuld met een verbod om er sneller te rijden dan 30 km/u. (22quinquies.4.)  op deze wegen is alleen het verkeer toegestaan van de categorieën van weggebruikers waarvan het symbool afgebeeld is op de verkeersborden die bij de toegang geplaatst zijn ◦ de prioritaire voertuigen wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt ◦ op basis van een vergunning afgegeven door de beheerder van deze wegen of zijn gemachtigde, onder de door hem vastgestelde voorwaarden :  de voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud van deze wegen  de voertuigen van de aanwonenden en van hun leveranciers  de voertuigen voor het wegruimen van vuilnis

86  vanaf 1 maart 2014  art 12bis wegcode : ritsen ◦ de bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook ◦ de bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder ◦ in geval het rijden in zowel de linker als in de rechter rijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechter rijstrook en daarna aan één bestuurder op de linker rijstrook

87  vanaf 1 maart 2014  artikel 9.7. Het is verboden op de pechstrook te rijden behalve : ◦ 1° voor de prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren ◦ 2° voor personen of diensten opgeroepen door het openbaar ministerie of door de federale of lokale politie, om zich bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer naar de plaats van een incident langs of op de autosnelweg of autoweg te begeven  Bv. : begrafenisondernemers, verkeersdeskundigen ◦ 3° voor takelwagens, om zich bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer, naar de plaats van een incident langs of op de autosnelweg of autoweg te begeven  voorwaarde voor 2° en 3° is wel dat ze één of twee oranjegele knipperlichten moeten gebruiken. De lichten moeten op zo'n manier geplaatst zijn dat ze in alle richtingen zichtbaar zijn.

88  vanaf 31 maart 2014  bromfietsen die vanaf 31 maart 2014 in België in het verkeer worden gebracht moeten voortaan ingeschreven zijn. (kentekenplaat) ◦ geldt tevens bij herinschrijving (bromfietsen die al in het buitenland waren ingeschreven)  de voertuigen krijgen een kentekenplaat, beginnend met de letter ‘S ‘ ◦ klasse A begint met S-AAA001 ◦ klasse B begint met S-BAA001 ◦ lichte auto begint met S-UAA001 ◦ lichte moto begint met S-UZA001

89  vanaf 1 juni 2015 ◦ overgangsperiode loopt af ◦ gemeente moet tegen die periode alle borden vervangen hebben  zo niet : gevolg voor handhaving  oude borden hebben dan immers geen waarde meer en

90  vanaf 1 maart 2014  Artikel 68 : de legende bij het verkeersbord C43 wijzigt ◦ Van 1 maart is het verboden om sneller te rijden dan de aangegeven snelheid vanaf het verkeersbord tot en met het volgende kruispunt of tot elk verkeersbord C43 met of zonder zonale geldigheid, of tot het verkeersbord dat het begin of het einde van een bebouwde kom, van een woonerf of erf, of van een voetgangerszone aanduidt.

91  Respect voor kortparkeren en betalend parkeren kan afgedwongen worden met een wielklem  de Wegverkeerswet ( gecoördineerd op 16 maart 1968) maakt het sedert begin maart 2006 mogelijk om bij bepaalde parkeerovertredingen het voertuig te immobiliseren met een wielklem.  de concrete parkeerovertredingen waarbij dit kan toegepast worden (art 27 quinquies - wegcode) ◦ het gebruik van de parkeerschijf bij het parkeren in een blauwe zone  kaart al dan niet leggen  verkeerde aanduiding  de eventuele ontheffing op dit schijfgebruik met een gemeentelijke parkeerkaart ◦ het gebruik van de parkeerschijf bij het parkeren op parkeerplaatsen waarop een blauwe zone reglementering van kracht is ◦ het parkeren op plaatsen met betalend parkeren ◦ het parkeren op plaatsen die voorbehouden zijn aan houders van een geëigende parkeerkaart ◦ het parkeren waarbij de gemeentelijke parkeerkaart vervangen is door elektronisch toezicht

92  de overtredingen die met een wielklem mogen bestraft worden, worden door de federale overheid vastgelegd als de gedepenaliseerde parkeerovertredingen. ◦ de wielklem wordt hierbij beschouwd als een dwangmiddel om betaling te bekomen van een belasting of een retributie die geheven werd naar aanleiding van een gedepenaliseerde parkeerovertreding.  andere parkeerovertredingen, zoals hinderlijk of gevaarlijk parkeren, onrechtmatig parkeren op plaatsen voor personen met een handicap, niet-naleving van de regels voor het langdurig parkeren, worden niet gepast bevonden om bestraft te worden met een immobilisering van het voertuig.  verder is het aan de gewesten om het gebruik van de wielklem te bepalen, het gaat meer bepaald om: ◦ de precieze omstandigheden waarin de wielklem kan gebruikt worden ◦ de overheid die bevoegd is om de klem te plaatsen ◦ de ontvangst van de plaatsings- en verwijderingskosten ◦ de permanentie nodig voor het verwijderen van de wielklemmen en de inning van de parkeerbelasting of –retributie ◦ de regels voor verwijdering en inbeslagname van het voertuig ingeval van niet-betaling

93 onduidelijkheden

94  Provinciale actie motorrijders – motorscreening ◦ repressief luik loopt nog van 27 april tot 25 mei 2015  onduidelijkheden inzake : ◦ beschermende kledij ◦ lichten bestendig branden ◦ parkeren van motorfietsen ◦ plaats op de rijbaan ◦ rijden in de file

95  wetgever maakt onderscheid tussen ◦ motorfiets ◦ driewieler met motor (trike) ◦ vierwieler met motor (quad) 95  … elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets ◦ het komt hierop neer  meer dan 50 cm³  sneller dan 45 km/uur kan rijden

96 … elk driewielig motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets en waarvan de maximale ledige massa niet meer dan kg bedraagt. 96 … elk vierwielig motorvoertuig, andere dan die welke als bromfietsen worden beschouwd, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen gebruikt voor het goederenvervoer en met een netto-maximumvermogen van de motor van ten hoogste 15 kW. Voor de elektrische voertuigen geldt die massa zonder de batterijen.

97  algemeen ◦ verplichting zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan te blijven 97 PLAATS OP DE RIJBAAN ? motorfiets (twee wielen) - individueel – rijbaan niet verdeeld is in rijstroken over de ganse breedte van de rijbaan, voor zover deze slechts opengesteld is in één rijrichting op de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen – rijbaan verdeeld in rijstroken over de ganse breedte van de rijstrook waarop hij rijdt – het is het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading die in aanmerking moeten worden genomen om de plaats van de motorfietser te bepalen

98  de rijbewegingen door de bestuurder van een motorfiets uitgevoerd op het gedeelte van de rijbaan dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres beschouwd en vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers. ◦ voorwaarde : de bestuurder mag echter niet de inhaalbewegingen hinderen waarmee achterliggers begonnen zijn. 98 PLAATS OP DE RIJBAAN ?

99  rijbaan verdeeld in rijstroken ◦ motorfietsers die met minstens twee in groep rijden  moeten niet achter elkaar rijden  mogen in dezelfde rijstrook in twee evenwijdige rijen geschrankt rijden  met een voldoende veiligheidsafstand onderling  rijbaan niet verdeeld in rijstroken ◦ niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag nemen ◦ als het kruisen onmogelijk is moeten zij desgevallend achter elkaar rijden 99

100  motorfietsers die tussen de rijstroken rijden. ◦ wordt niet als inhalen beschouwd  sneller rijden tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files  uitzondering : wanneer de in te halen bestuurder stopt voor een oversteekplaats of deze oversteekplaats nadert op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten. ◦ voorwaarden  niet sneller rijden dan 50 km per uur  snelheidsverschil niet meer dan 20 km per uur  op autosnelwegen en autowegen moet hij daarenboven tussen de twee meest links gelegen rijstroken rijden 100 IN DE FILE ?

101  algemeen : voertuig parkeren op de rijbaan ◦ zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan ◦ evenwijdig met rand van de rijbaan, behoudens bijz. plaatsaanleg ◦ in één enkele file  uitzondering : ◦ motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen haaks op de rand van de rijbaan parkeren  voorwaarde : binnen de aangeduide parkeermarkering blijven 101 PARKEREN ?

102  motorfietsen mogen ◦ op trottoirs en binnen de bebouwde kom op de verhoogde bermen worden opgesteld  voorwaarde : niet hinderen /onveilig maken andere weggebruikers  moeten daarbij geen begaanbare strook van 1,50 meter meer vrijlaten  blauwe zone / parkeerschijf ◦ enkel van toepassing op de auto ’ s ◦ aanhangwagens en motorfietsen ontsnappen dus aan deze voorschriften.  in de blauwe zones is het parkeren van deze voertuigen dus niet beperkt

103  op plaatsen met parkeermeters of parkeerautomaten ◦ parkeren op de wijze en onder de voorwaarden die op deze toestellen zijn vermeld.  er mag meer dan één motorfiets geparkeerd worden binnen een afgebakend parkeervak bedoeld voor één auto ◦ = parkeervak slechts één maal betalen  parkeermeter of parkeerautomaat buiten gebruik ◦ = parkeerschijf gebruiken 103 BETALEND PARKEREN ?

104  bromfietsen en motorfietsen die op de openbare weg rijden ◦ moeten het dimlicht en het rode achterlicht bestendig gebruiken ◦ trikes en quads dus niet ! 104 LICHTEN BESTENDIG BRANDEN ?

105  beschermende kledij ◦ enkel bestuurders en passagiers van motorfietsen)  handschoenen  handen volledig beschermen (geen wielerhandschoenen, …)  een jas met lange mouwen  een lange broek of een overall,  laarzen of bottines die de enkels beschermen ◦ dus niet van toepassing voor bestuurders en passagiers van trikes en quads ! 105 BESCHERMENDE KLEDIJ ?

106  mogelijke gevolgen? ◦ bestuurders en passagiers (die geen beschermende kledij dragen) riskeren een PV / OI ◦ de motor moet ook aan de kant blijven staan, totdat de betrokkenen de verplichte outfit hebben aangetrokken ◦ ook de verzekeringsmaatschappij kan het de bestuurder moeilijk maken. Ze kan beslissen om een deel van de schade niet te vergoeden als mengeen beschermende kledij droeg GEEN BESCHERMENDE KLEDIJ ?

107  Opgelet : ◦ men blijft bestuurder, ook al duwt men het voertuig voort ◦ dus …  helm op  volledige beschermende kledij aan 107 MOTORFIETS IN PANNE ?

108 Geregeld vragen hierover

109  Scholen en burgers stellen geregeld vragen i.v.m. kinderzitjes ◦ Wanneer moet een kind in een kinderzitje en wanneer in een verhogingsstoeltje (gewicht, grootte, …) ◦ Moet ik ook kinderzitjes hebben voor kinderen die ik sporadisch meeneem ◦ Mag mijn kind vooraan in de auto zitten ◦…◦…

110  Wanneer kinderbeveiligingssysteem ? ◦ voor kinderen (jonger dan 18 jaar) en kleiner dan 1,35m - in aangepast kinderbeveiligingssysteem ◦ kinderen van 1,35m of groter moeten de veiligheidsgordel dragen  Concreet is het verplicht om : ◦ kleine kinderen te vervoeren in een kinderzitje, en ◦ grotere kinderen op een verhogingskussen (met of zonder ruggensteun).  Voertuigen (voorin en achterin) uitgerust met veiligheidsgordels ◦ kinderen kleiner dan 1,35m - kinderbeveiligingssysteem verplicht ◦ kinderen van 1,35m en groter - kinderbeveiligingssysteem of veiligheidsgordel verplicht  Voertuigen (voorin en achterin) die niet uitgerust zijn met veiligheidsgordels ◦ kinderen onder 3 jaar  mogen niet worden vervoerd ◦ kinderen van 3 jaar en ouder, kleiner dan 1,35m  moeten achterin worden vervoerd

111  Wanneer het niet mogelijk is om achterin een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren, omdat er al twee andere in gebruik zijn: ◦ een 3e kind van 3 jaar of ouder (en kleiner dan 1,35m) mag achterin worden vervoerd, zonder kinderbeveiligingssysteem, indien het de veiligheidsgordel draagt ◦ indien het kind voorin zit, moet het in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt  In geval van incidenteel vervoer over een korte afstand, voor kinderen die niet door de ouders worden vervoerd: ◦ wanneer er geen of onvoldoende kinderbeveiligingssystemen beschikbaar zijn in de wagen mogen kinderen van 3 jaar en ouder achterin zonder kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd. ◦ Ze moeten dan de veiligheidsgordel dragen. ◦ Opgelet: deze uitzondering geldt dus niet voor kinderen die door hun ouders worden vervoerd. Voor de eigen kinderen van de bestuur

112  De algemene regel is niet van toepassing in: ◦ taxi’s ◦ voertuigen met meer dan 8 zitplaatsen, de bestuurder niet meegerekend ◦ autobussen en autocars  In deze voertuigen moeten alle passagiers de veiligheidsgordel dragen op de plaatsen die ermee zijn uitgerust.  In taxi’s (waar geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is) moeten kinderen kleiner dan 1,35m achterin worden vervoerd.

113  Boete = 165 euro  Soorten kinderbeveiligingssystemen ◦ Babyzitje tegen de rijrichting in = Groep 0+  (gehomologeerd voor 0-13 kg) ◦ Kinderzitje in de rijrichting = Groep 1  (gehomologeerd voor 9-18 kg) ◦ Verhogingskussen = Groepen 2- 3  (gehomologeerd voor kg)  Elk bevestigingssysteem dat verkocht wordt, moet een ECE label dragen (een cirkel met "E" gevolgd door een cijfer) ◦ voldoen aan de normen R44/03 of R44/04.

114


Download ppt "Greyn Johnny, INP Verkeerskundige Verkeerscoördinator PZ Bilzen-Hoeselt-Riemst Docent PLOT."

Verwante presentaties


Ads door Google