De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SOLK: functionele klachten bij kinderen en jongeren

Verwante presentaties


Presentatie over: "SOLK: functionele klachten bij kinderen en jongeren"— Transcript van de presentatie:

1 SOLK: functionele klachten bij kinderen en jongeren
Gert Dedel, kinderfysiotherapeut DOK018, docent master kinderfysiotherapie Rotterdam

2 4. deze verklaring uitleggen aan ouders
Leerdoelen (1) 1. de gevolgen omschrijven die functionele pijnklachten hebben op activiteiten en participatie van kinderen en jongeren 2. uitleggen welke aspecten een rol spelen in het ontstaan van functionele klachten 3. functionele pijnklachten verklaren vanuit een bio-psychosociaal model en in kaart te brengen door het gevolgenmodel 4. deze verklaring uitleggen aan ouders Na het volgen van de cursus kunt u:

3 8. deze gedragsthera-peutische principes toepassen in uw handelen
Leerdoelen (2) 5. de inhoud van pijneducatie omschrijven en deze educatie toepassen in de uitleg naar ouders, kinderen en jongeren 6. de acht stap-pen van onderzoek en behandelen benoemen en toepassen in de praktijk 7. de gedrags-therapeutische principes benoemen en uitleggen aan een collega 8. deze gedragsthera-peutische principes toepassen in uw handelen Na het volgen van de cursus kunt u:

4 Deel 1 Terminologie

5 (Eminson 2007; Janssens 2011; Just e.a. 2004; Masi e.a. 2000)
SOLK 10 tot 15% van de jongeren in Nederland klachten heeft zoals hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn, duizeligheid of buikklachten (Janssens 2011) Impact op het dagelijkse functioneren, zoals de mate van schoolverzuim, is groot (Eminson 2007; Janssens 2011) De klachten blijken vaak voor te komen bij kinderen en jongeren met angst- en stemmingsproblemen (Eminson 2007; Janssens 2011; Just e.a. 2004; Masi e.a. 2000)

6 Cluster van klachten Vaak in gemengde vorm:
Chronische Vermoeidheids Syndroom (CVS) Chronische pijnklachten aan: bewegingsapparaat hoofd buik op de borst Disfunctionele ademhaling Collapsneiging Duizeligheid Burn-out?

7 Wat wordt als beledigend ervaren?
(Kingma NtVG 2012)

8 Pijn Pain is an unpleasant sensory and emotional experience associated with actual or potential tissue damage, or described in terms of such damage (IASP) Pijn is wat degene die pijn heeft, zegt dat het is. En het bestaat telkens als hij zegt dat het bestaat

9 Film 1: Beeldvorming

10 Chronische pijn Chronische pijn
Patiënt klaagt over pijn, die langer duurt dan op basis van objectiveerbare bevindingen en kennis van fysiologische herstelprocessen verwacht mag worden Medische circuit bewandeld voor onderzoeken en ineffectieve interventies Beperkt functioneren, op motorisch en psychosociaal gebied Vaak blijft het alarmsignaal aan staan

11 Klinische verschijnselen
Een grote verscheidenheid aan symptomen, zowel wat betreft lokalisatie als ernst. Meest voorkomende gebieden Buikpijn 10-15%, jaar, grote groep geen lichamelijke oorzaak Hoofdpijn kinderen < 16 per jaar, spannings oofdpijn of migraine Musculoskeletale pijn %, jaar

12 Studie Perquin (Perquin et al 2000) 5400 kinderen van 0-18 jaar
Meisjes van jaar: veel meer pijn dan andere groepen 30-45% continu pijn, waarvan 25 % hoofd-pijn in combinatie met buikpijn 50% consul-teert arts, 39% medi-cijnen Lagere opleiding, moeder ook chronische pijn (Perquin et al 2000)

13 Gevolgen Bij 3% (schatting) van de kinderen wordt het dagelijks leven verstoord Problemen met: School Sporten Uitgaan Slapen Kwaliteit van leven is duidelijk verminderd Jongeren voelen zich vaak slecht begrepen door ouders en leeftijdsgenoten

14 Vaker het slachtoffer van pesten
Sociale isolatie Minder vrienden Vaker het slachtoffer van pesten Meer afgezonderd, worden minder aardig/leuk gevonden door gezonde leef-tijdsgenoten

15 Functioneren op school
Aanwezigheid op school en beperkingen in het functioneren op school hangen samen met: Kindfactoren pijnintensiteit depressieve symptomen Ouderfactoren pijn catastroferen bij ouders beschermende respons ouders

16 Deel 2 Verklaringsmodellen

17 Bio-psychosociaal pijnmodel
Verklaringsmodellen Pijnmatrix Bio-psychosociaal pijnmodel Sensitisatie Angst Gevolgenmodel

18 Pijnmatrix (1) Pijn is een bewuste ervaring
Interpretatie wordt beïnvloed door: herinneringen cognities emoties pathologische factoren genetische factoren Geen nocisensorisch signaal nodig

19 Activiteit in het brein: neurale handtekening
Pijnmatrix (2) Activiteit in het brein: neurale handtekening specifieke individuele pijnervaring bio-psychosociaal van aard samenhang met plaats, intensiteit, emoties, cognities en gedragingen

20 Bio-psychosociaal pijnmodel (1)
Functioneren wordt niet alleen beïnvloed door biologische factoren Ook persoons- en omgevingsgebonden factoren Pijnbeleving wordt veroorzaakt en in stand gehouden door complex geheel van en samenhang tussen biologische, sociale en psychologische factoren Ziekte heeft een objectief vastgestelde lichamelijke oorzaak Ziek zijn is subjectief en verwijst meer naar ziektebeleving Psychische en sociale factoren - niet altijd het gevolg van een aandoening - bepalen mede de intensiteit van de pijn en kunnen pijnklachten uitlokken en onderhouden

21 Bio-psychosociaal pijnmodel (2)
Pathologie Pijn psychologisch lichamelijk Gevolgen: sociaal Medisch model Bio-psychosociaal model

22 Bio-psychosociaal pijnmodel (3) #
Angst en vermijding Verkeerde attributies Gefaalde behandeling Behoedzaam bewegen Aangeleerde hulpeloosheid Aandacht op symptomen Kwetsuur Terugtrekken uit school en sociale bezigheden Fysieke deconditionering Gereduceerde fysieke activiteit Boosheid, frustratie Familie

23 Sensitisatie Geen afwijkingen of beschadigingen
Aanpassing van neurofysiologische pijnsysteem Sensitisatie binnen perifeer en centraal zenuwstelsel Deels genetisch bepaald Onderhouden door: psychologische factoren gedragsmatige factoren omgevingsfactoren

24 Herkennen van sensitisatie
Disproportionele pijn of verergering van klachten Pijngebied is uitgebreid, maar niet volgens dermatomen Pijn is moeilijk te omschrijven Pijn reageert niet op pijnstillers Ongewoon verloop

25 Pijn / vermoeidheid- ervaring
Rol van angst Disuse Depressie Beperkingen Pijn / Vermoeidheid Normaal functioneren Blootstelling Vermijding Pijn / vermoeidheid- ervaring Pijngerelateerde angst Catastroferen Weinig angst (Vlaeyen & Linton 2000; Simons et al 2012) 25 25

26 Gevolgenmodel Veronderstelling: oorzaak van klachten niet bekend >
kan dus niet behandeld worden > bij lang bestaande klachten > wat het herstel verhinderd is belangrijker Inventariseren van de klacht en de gevolgen voor dagelijks leven Interventies gericht op opheffen van instand- houdende gevolgen 81% van de patiënten accepteert behandeling op basis van dit model Wetenschappelijk onderzoek: dit is effectief (Sumapithala et al 2000)

27 Deel 3 Leerproces en gevolgenmodel

28 Ontstaanswijze en instandhouding
Risicofactoren, uitlokkende factoren en instandhoudende factoren Het ontstaan is gebaseerd op leerprocessen Instandhouding door de gevolgen Instandhoudende SCEGS-factoren: somatische aspecten aan pijn en behandeling gerelateerde cognities klachtenrelevante emoties pijngedrag sociale aspecten

29 Wie loopt er een hoger risico?
Adolescentfactoren (El-Metwally et al 2004, 2005, 2007; Auvinen et al 2007; Paananen 2010) vrouw oudere leeftijd / adolescent hypermobiel lifestyle-factoren roken, slaap, lichamelijke activiteit) Gezinsfactoren (Hoftun et al 2013) chronische pijn bij ouders adolesenten (13-18 jaar) een van beide ouders nam deel relatie tussen chronische pijn bij kind en ouders werd bestudeerd socio-economische en psychosociale factoren

30 Wie is er beperkt door pijn?
Catastroferen (Vervoort et al 2010) Pijngerelateerde angst (Simons et al 2012) Pijnintensiteit (Gauntlett-Gilbert & Eccleston 2007) Depressie (Gauntlett-Gilbert & Eccleston 2007) Positieve verwachtingen over mogelijkheden (Huguet et al 2010)

31 Instandhoudende factoren
Klachten en daaraan gekoppelde beperkingen gaan niet meer over door Angstgerelateerde vermijding Hypervigilantie Catastroferen Somatische attributie Gevoel geen invloed te hebben op de klachten Negatief zelfbeeld Slechte lichamelijke conditie Verstoorde slaap

32 Leerproces Instandhouding van ziektegedrag staat sterk
onder invloed van de reacties uit de omgeving Vier vormen van bekrachtiging liggen ten grondslag aan de leerprocessen: Positieve bekrachtiging Negatieve bekrachtiging / vermijdingsleren Niet meer bekrachtigen van gezond gedrag Negatieve straf

33 Onderbelasting Inschatting dat lichamelijke activiteit schadelijk is en tot meer klachten leidt Angst om te bewegen en vermijding van lichamelijke activiteiten > klachten worden in stand gehouden = ‘fear-avoidance’ Hoe minder beweging, hoe meer lichamelijke achteruitgang en hoe meer klachten bij inspanning Disuse-syndroom

34 Disuse-syndrome Langdurig vermijden van fysieke activiteiten verlaagt regionale en algemene belastbaarheid Verslechtering lichamelijke conditie, spieratrofie en verkortingen Bewegen wordt steeds moeilijker Progressieve beperking in activiteiten

35 Door negeren en/of ontkennen van lichamelijke signalen lichamelijke klachten via overbelasting instandhouden Overbelasting

36 Gevolgen beschrijven:
Gevolgenmodel (1) Welke factoren hebben in welke mate een bijdrage aan het in stand houden van het probleem (vicieuze cirkel) Instandhoudende factoren zijn vaak de gevolgen van pijn sociale gevolgen lichamelijke gevolgen gedragsmatige gevolgen cognitieve /emotionele gevolgen Gevolgen beschrijven: (Rood et al 2005)

37 Gevolgenmodel (2) Maakt inzichtelijk dat huidige klachten verschillende instandhoudende factoren kunnen hebben Verklaringshypothese Verminderen van de gevolgen tijdens de behandeling

38 automatische cognities in reactie op de klachten
Gevolgenmodel (2) Klacht deels verklaarde of onverklaarde klachten, subjectief beleefde of observeerbare klachten, aard, lokalisatie, intensiteit, ontstaan, verloop, begeleidende verschijnselen, verloop van een doordeweekse dag Ideeën over de klacht van kind, van ouders, van belangrijke personen in en rond het gezin (huisarts, specialist), over de oorzaak automatische cognities in reactie op de klachten Cognitieve en emotionele gevolgen Aandacht en concentratie problemen: leerproblemen Stemming: Angst Somberheid Depressieve klachten Boosheid Gedragsmatige gevolgen Verzet tegen beperkingen: Forceren en doorgaan ondanks klachten Vermijden van activiteiten die leiden tot toename van klachten Terugtrekken uit sociale situaties Afname fysieke activiteiten Toename van bepaalde mentale activiteiten Lichaamssignalen negeren of juist monitoren Maatregel om klachten te verminderen: medicijnen, hulpmiddelen Lichamelijke gevolgen In- en doorslaapproblemen Verandering eetpatroon Verslechterde conditie Spierspanning Spierkracht Mobiliteit Sociale gevolgen Schoolverzuim Sociale isolatie Onderlinge relatie ouders Hulpzoekgedrag Conflicten Interactie met leeftijds-genoten en ouders: adviezen in de gaten gehouden worden

39 Deel 4 KFT-onderzoek

40 KFT-onderzoek en behandelplan in acht stappen
Probleeminventarisatie Probleemanalyse Activiteiten kiezen Startniveau bepalen Educatie Doel en opbouw bepalen Opbouwschema uitvoeren Generalisatie en evaluatie (Dedel & Essink 2013)

41 Stap 1: Probleeminventarisatie
Anamnese Gevolgenmodel: wat zijn de gevolgen van de pijn? Cognitieve/emotionele gevolgen Gedragsmatige gevolgen Lichamelijke gevolgen Sociale gevolgen Lichamelijk onderzoek Vragenlijsten Inschatten motivatie Ouders!

42 Anamnese en screening Anamnese (op zoek naar instandhoudende factoren)
Hulpvraag Persoonlijke factoren Externe factoren Eerder doorgemaakte zorg Screening Gele vlaggen Oranje vlaggen

43 Inventariseren van gedrag
In welke mate wordt het kind gehinderd in school, hobbies, sociale activiteiten? Wat wordt vermeden en wat doet een kind veel minder? Wat wil het kind graag weer gaan doen? Welke aanpassingen zijn ontstaan? Wat doet het kind bij veel pijn? Wat zou het kind gaan doen wanneer de klachten weg zouden zijn? Anamnese

44 Functioneel en lichamelijk onderzoek
Functioneel onderzoek Pijn beïnvloedt handelen en heeft invloed op de motoriek Er ontstaan problematische handelingen Problematische handelingen zijn handelingen die niet (meer), of alleen met pijn, kunnen worden uitgevoerd en daarom door het kind als problematisch worden ervaren Lichamelijk onderzoek Interne constraints Externe constraints Discrepanties

45 Film 2: Onderzoek

46 Vragenlijsten / meetinstrumenten
Pijnintensiteitschalen Functionele beperkingen

47 Pijn Gezichtjesschalen
VAS visuele analoge schaal, vanaf 4-5 jaar Pijnthermometer visuele representatie van een thermometer, 0-100, vanaf 5-6 jaar Gezichtjesschalen zorgen voor verwarring omdat het niet duidelijk is of zij de intensiteit of de affectieve betekenis van de pijnervaring meten

48 Patiënt Specieke Klachten vragenlijst (PSK)
Doel: afnemen functionele status van de patiënt Patiënt selecteert 3-5 belangrijke klachten t.a.v. fysieke activiteiten: persoonlijk relevant zijn hinder ervaren bij de uitvoering uitvoering vindt regelmatig plaats Drie belangrijkste activiteiten gescoord op een VAS van 10 cm: gevraagd wordt hoe moeilijk het was om de activiteit uit te voeren VAS-schaal: van ‘geen enkele moeite’ tot ‘onmogelijk’ De vragenlijst over moeilijk uit te voeren activiteiten is aangepast voor kinderen door specifieke activiteiten toe te voegen (o.a. spel en school).

49 Functional Disability Inventory (FDI)
Vragenlijst lichamelijke beperkingen voor kinderen, 8-17 jaar Zelfrapportageschaal voor ervaren problemen in fysiek en psychosociaal functioneren 15 items

50 Stap 2: Probleemanalyse
Ordenen en analyse Verklaringsmodel Gevolgenmodel Behandelplan: hoe krijgt de behandeling vorm

51 automatische cognities in reactie op de klachten
Gevolgenmodel Klacht deels verklaarde of onverklaarde klachten, subjectief beleefde of observeerbare klachten, aard, localisatie, intensiteit, ontstaan, verloop, begeleidende verschijnselen, verloop van een doordeweekse dag Ideeën over de klacht van kind, van ouders, van belangrijke personen in en rond het gezin(huisarts, specialist), over de oorzaak automatische cognities in reactie op de klachten Cognitieve en emotionele gevolgen Aandacht en concentratie problemen: leerproblemen Stemming: Angst Somberheid Depressieve klachten Boosheid Gedragsmatige gevolgen Verzet tegen beperkingen: Forceren en doorgaan ondanks klachten Vermijden van activiteiten die leiden tot toename van klachten Terugtrekken uit sociale situaties Afname fysieke activiteiten Toename van bepaalde mentale activiteiten Lichaamssignalen negeren of juist monitoren Maatregel om klachten te verminderen: medicijnen, hulpmiddelen Lichamelijke gevolgen In- en doorslaapproblemen Verandering eetpatroon Verslechterde conditie Spierspanning Spierkracht Mobiliteit Sociale gevolgen Schoolverzuim Sociale isolatie Onderlinge relatie ouders Hulpzoekgedrag Conflicten Interactie met leeftijdsgenoten en ouders: adviezen in de gaten gehouden worden

52 Lichamelijke gevolgen
Gevolgenmodel (2) Klacht Pijn in de rug Vermoeidheid aan het einde van de dag Ideeën over de klacht Negatieve ideeën over verloop en oplossingen Piekert veel; Ervaart stress Cognitieve en emo-tionele gevolgen Verdrietig Kan zich niet goed concentreren Gedragsmatige gevolgen Doorzetter, niet te stoppen Gaat minder doen dan haar lief is Meer in bed liggen Weet niet hoe kracht te beïnvloeden Lichamelijke gevolgen Spierspanning tussen de schouderbladen Minder conditie Duizeligheid Vermoeidheid Sociale gevolgen Dansen is lastig om vol te houden Ziet vriendinnen minder Veel onenigheid met ouders

53 Stap 3: Activiteiten kiezen
Functionele activiteiten Wat wil het kind? Doelen bepalen: SMART PSK

54 Stap 4: Startniveau bepalen
Basislijn bepalen 3-5 meetmomenten Pijncontingent Duur, afstand, herhalingen Overbelasting: wat gaan we bepalen?

55 Film 3: Beginsituatie

56 Deel 5 KFT-behandeling en educatie

57 Behandeling: uitgangspunten
Bio-psychosociale benadering Gericht op gedrag en instandhoudende factoren Doel: ziektegedrag verminderen en het gezonde gedrag aan te leren, door middel van leerprincipes Verhogen van activiteitenniveau Tweesporen Coach Ouders Tijdcontingent Multidisciplinair

58 Shared Decision Making (SDM) (1)
Komen tot een besluit om de behandeling aan te gaan, op basis van de waarden, ideeën en gevoelens van het kind of de jongere en de beschikbare externe evidentie en de expertise van de kinderfysiotherapeut (Kortleve 2012)

59 Shared Decision Making (SDM) (2)
Kenmerken Wederkerigheid in de uitwisseling van informatie, zowel persoonlijke als medische informatie Overleg welke persoonlijke en medische aspecten van belang zijn voor de besluitvorming Het uiteindelijk gezamenlijk nemen van het besluit over het behandelplan

60 Shared Decision Making (SDM) (3)
Ontwikkel partnerschap met de patiënt Definieer het probleem en leg dit uit Leg behandelopties en bewijs voor, inclusief onduidelijkheden en onzekerheden Geef aanbevelingen en bespreek de nadelen, risico’s, kosten en inspanningen Controleer of de patiënt het begrijpt

61 Kinderfysiotherapeutisch onderzoek
Graded Activity (1) Een gestructureerde behandeling, gericht op tijdcontingent, stapsgewijs toenemen van het niveau van functioneren van de patiënt in de domeinen activiteiten en participatie Omschrijving gedragsverandering bij de patiënt, het uitbreiden van het activiteitenniveau ondanks de pijn en niet zozeer op het bereiken van een fysiologische en/of anatomische adaptatie Gericht op Hierin wordt duidelijk welke handelingen belangrijk zijn door middel van de PSK, FDI Kinderfysiotherapeutisch onderzoek

62 Graded Activity (2) Situaties oefenen die steeds meer op de problematische handeling gaan lijken Het verschil tussen aanvangs- en eindniveau gedeeld door het aantal sessies = de opbouw per keer Kleine stappen in het begin vergroten de kans op succes

63 Stap 5: Educatie Doel: verklaringsmodel voor pijn / instandhoudende factoren en behandelaanpak Gericht op het faciliteren van de bereidheid tot gedragsverandering Verandering van activiteitenniveau ondanks de pijn Inzicht in eigen pijnprobleem verruimen Er- en herkennen van psychosociale factoren Welke winst kan behaald worden?

64 Vaardigheden Kies begrijpelijke taal, model, metafoor (inbraak alarm, inzoomen, fantoom, aandacht) Sluit aan bij het verhaal van het kind Neem een neutrale houding aan, beoordeel en veroordeel niet Toon empathie Vermijd argumenteren Controleer of het kind het begrijpt Gebruik een dialogische gespreksvorm

65 Film 4: Uitleg ‘pijn’ in 5 minuten!

66 Pijn- / vermoeidheid - ervaring
Educatie (1) Disuse Depressie Beperkingen Pijn / Vermoeidheid Normaal functioneren Blootstelling Vermijding Pijn- / vermoeidheid - ervaring Pijngerelateerde angst Catastroferen Weinig angst (Vlaeyen & Linton 2000; Simons et al 2012) 66 66

67 Educatie (2) - gestopt met dansen, EXPOSURE Pijnbeleving Weinig angst
- ik blijf thuis - conditie gaat achteruit - ik ben somber Enkel verzwikt / CRPS Normaal functioneren EXPOSURE Ik gebruik krukken en ontlast mijn been Pijnbeleving Angst voor bewegen vermijden Lopen is slecht voor mijn been en zal mijn situatie verslechteren. Het kan er zelfs voor zorgen dat ik in een rolstoel eindig Weinig angst 67 67

68 Welke aspecten kunnen aan de orde komen? (1)
Opvattingen over pijn pijn voelen zonder lichamelijk letsel, waarschuwingssignaal, bij chronische pijn geen waarschuwing meer Opvattingen over bewegen rust geneest en bewegen verergert Operante leereffecten vermijdingsleren is niet effectief De behandeling activiteiten en tijdcontigent

69 Welke aspecten kunnen aan de orde komen? (2)
De oorzaak van de pijn biomedisch en bio-psychosociaal Winst van gedragsverandering resultaat van de behandeling Verklaringsmodellen voor de pijnklachten verklaren van de pijn

70 Deel 6 Opbouw van activiteiten

71 Stap 6: Doel en opbouw bepalen
Welke doelen worden gesteld? Opbouw: start onder basislijn Basisniveau, tussendoelen, einddoel Succes en bekrachtiging Opbouw maken: tijdcontingent binnen een aantal behandelsessies het doel behalen kind zelf laten bepalen hoe de opbouw verloopt succesieve approximatie actieplannen shaping

72 Succesieve approximatie
Vooraf samen met kind stappen einddoel bepalen Basislijn als uitgangs-punt en hiermee startniveau bepalen Doel voor iedere activiteit moet duide-lijk zijn Periode maanden van 3 Tussendoel en week-doelen stellen Kleine stappen in het begin, grote aan het einde Niet minder / meer doen dan afgesproken Veel structuur en houvast bieden

73 Oefenschema

74 Niet alle stappen vooraf vastgelegd
Actieplannen Niet alle stappen vooraf vastgelegd Opbouw afhankelijk van verloop tot nu toe en verwachtingen voor komende periode

75 Oefenschema

76 Shaping Gebruiken wanneer activiteiten nog niet beheerst worden
Activiteit is nog te complex om uit te voeren Vaardigheid opdelen in kleine stapjes die wel uitvoerbaar zijn Vaardigheid verleerd als gevolg van vermijdingsgedrag

77 Revalidatieschema

78 Stap 7: Opbouwschema uitvoeren
Realiseren van afgesproken doelen Tijdcontingent Gebruikmaken van gedragstherapeutische principes positieve bekrachtiging van doelgedrag uitdoving van pijngedrag kleine stappen naar einddoel bekrachtigen kort na het gewenste gedrag consequent Integratie

79 Film 5: Doelgedrag

80 Film 6: Resultaten behandeling

81 Ontspanningsoefeningen
Ademhalings- en ontspanningsoefeningen verminderen stress ontspannen slapen Autogene training Mindfulness Methode Jacobson

82 Positieve bekrachtiging (1)
Positieve bekrachtiging: de manier waarop gedrag ontstaat, wordt sterk bepaald door directe consequenties van het vertoonde gedrag Wordt het gedrag gevolgd door een plezierige consequentie, dan is de kans groter dat het gedrag in de toekomst herhaald wordt

83 Positieve bekrachtiging (2)
Verbaal, nonverbaal, sterk instrument Belonen werkt vele malen sterken dan straffen Aandacht voor persoon en vorderingen Empatisch zijn In begin veel, later afname, onverwacht

84 Positieve bekrachtiging (3)
Welke bekrachtigers? wat ervaart het kind als belonend? individueel Wanneer? onmiddellijk na bereiken resultaat hoe klein het ook is Omgeving Grafieken

85 Extinctie van het pijngedrag (1)
Uitdoven Geen aandacht voor het pijngedrag Wel aandacht voor de behaalde resultaten Het gesprek richten op een ander onderwerp Aandacht opbouw activiteiten, toename participatie, soepeler bewegen Geen aandacht voor pijngedrag; dit doet pijngedrag geleidelijk afnemen

86 Extinctie van het pijngedrag (2)
Aanvankelijk neemt pijngedrag toe als gevolg van het geen aandacht hebben voor pijngedrag Kind is gewend dat de omgeving reageert op pijngedrag Nu er niet meer gereageerd wordt, zal het gedrag toenemen om een reactie te krijgen Uitleg geven waarom pijn toeneemt en het niet alarmerend is

87 Gedragstherapeutische principes
Verbale instructie we zeggen het kind wat verwacht wordt, de opdracht moet helder, eenvoudig en uitnodigend zijn Modelling en imitatie als verbale instructie niet werkt kan de opdracht wordt voor gedaan, daarna kan het gedrag geïmiteerd worden Prompting op gang helpen van het kind, verbaal of nonverbaal

88 Stap 8: Generalisatie Kritieke fase Loslaten
Toepassen in eigen dagelijkse situatie zonder begeleiding Handhaven in de tijd Geen bekrachtiging meer van hulpverlener Omgeving Omgaan met terugval Terugkomafspraken

89 Attitude en vaardigheden (1)
Gezondheidsproblemen en rol hulpverlener Van biomedisch naar bio-psychosociaal Van oplossingsgericht naar coachend Eigen grenzen kennen en stellen Irritatie en negatieve gevoelens: ‘zeurkous’, ‘aanstelleritis’ ‘Niet pluis’-gevoel

90 Attitude en vaardigheden (2)
Communicatie en didactische vaardigheden Dialoog Neem het kind serieus, toon respect, erken pijnklachten en dat het niet makkelijk is daarmee te functioneren Blijf neutraal, beoordeel en veroordeel niet Omgaan met weerstand Gedragsmatige principes kunnen toepassen

91 Cognitief-gedragsmatige behandeling
Ouderbegeleiding Cognitief-gedragsmatige behandeling Ouders kunnen het gedrag van het kind zien als ziektewinst Het pijngedrag niet positief bekrachtigen Gezond gedrag bekrachtigen Educatie

92 ten slotte

93 Hoe nu verder? SOLK onderzoeken en behandelen is complex
Uitgebreide cursus van twee dagen Veel casuïstiek Eigen ingebrachte casuïstiek Bij vragen over casuïstiek: mail! Info:


Download ppt "SOLK: functionele klachten bij kinderen en jongeren"

Verwante presentaties


Ads door Google