De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Soa-update 15 juni 2006. Programma Soa-overleg Vlaanderen Dirk Avonts, UA & Huisarts Chlamydia-cijfers U-Gent Karen Klein, U-Gent Mycoplasma genitalium:

Verwante presentaties


Presentatie over: "Soa-update 15 juni 2006. Programma Soa-overleg Vlaanderen Dirk Avonts, UA & Huisarts Chlamydia-cijfers U-Gent Karen Klein, U-Gent Mycoplasma genitalium:"— Transcript van de presentatie:

1 Soa-update 15 juni 2006

2 Programma Soa-overleg Vlaanderen Dirk Avonts, UA & Huisarts Chlamydia-cijfers U-Gent Karen Klein, U-Gent Mycoplasma genitalium: soa? Eddy Van Dyck, ITG Gonorea-therapie Marc Vandenbruaene, ITG PID: diagnose en therapie Veronique Verhoeven, UA

3 Slides seminarie Beschikbaar op –www.itg.bewww.itg.be Nederlandse versie –Nieuws – contacten »Nieuws en evenementen

4 Deelnemers ‘spotting’ Wie herkent zich onder noemer… –Patiëntenzorg –Preventie –Overheid –Laboratoria –Research –Epidemiologie –… Meestal gemengd publiek –Jargon aanpassen

5

6 Soa-overleg Vlaanderen Dirk Avonts

7 Doelstellingen 1. Informeel overleg soa-experts –Patiëntenzorg –Preventie –Overheid –Laboratoria –Research –Epidemiologie –…

8 Doelstellingen 2. Outbreaks en speciale ‘events’ –Voorbeeld: onverwacht hoge chlamydiacijfers Studentenartsen Gent 3. Seminaries en studiedagen 4. Soa-richtlijnen –Diagnose en therapie –www.soa.bewww.soa.be Links websites deelnemende instellingen naar Nog niet functioneel!

9 Doelstellingen 5. Soa-referentiecentra in Vlaanderen –Op termijn –Concept te bestuderen Patiëntenzorg Laboratoria –Routine –Research Preventie Registratie Wetenschappelijk onderzoek –In elke grote stad in Vlaanderen, minimaal Referentiecentrum voor patiëntenzorg

10 Soa-overleg Vlaanderen Startfase –Eerste vergadering voorjaar 2006 –Vergaderfrequentie: 2x per jaar Eerste activiteit –Dit seminarie Dan: website met richtlijnen –Nog te ontwikkelen!

11 Interesse om deel te nemen? Eén mailtje volstaat: Verhoeven Veronique

12

13 Chlamydia-cijfers Karen Klein, Studentenartsencentrum U-Gent

14 Chlamydia-cijfers Medewerkers Studentenartsencentrum Gent –Verrast door onverwachte stijging prevalentie –Vergelijking periode Juni – dec 2005 Jan – april 2006 Vraag: deze gegevens voor bespreking voorstellen

15 Analysen Laboratorium –AZ Middelares, St- Jan, Gent Alle analysen –= studenten plus patiënten andere artsen

16 Chlamydiatest B-D Probe Tec ET-systeem –Beckton-Dickenson –Geen confirmatie van positieve tests Afnamemateriaal –Screening Met urine –Bij klachten Swab

17 Chlamydiacijfers Alle analysen –6.9% (2005) –13.8% (2006) Subgroep studentenartsen –8.7% (2005) –23.6% (2006)

18 Chlamydiaprevalentie Man + vrouw 6,9% 8,7% 13,8% 23,6% Alle tests 29/419 Studentenartsen 11/127 Alle tests 33/240 Studentenartsen 21/68

19 Chlamydiaprevalentie Alle analysen 5,8% 10,4% 12,3% 18% Vrouw 18/313 Man 11/106 Vrouw 22/179 Man 11/61 Vrouwen p = 0,01 Mannen p NS

20 Studenten met chlamydiatest Profiel populatie Leeftijd 18 – 25 jaar Geslacht –Man: 71 (33%) –Vrouw: 145 (67%) Risicogedrag –Meestal seriële monogamie

21 Chlamydiaprevalentie Subgroep studentenartsen, Gent 6,9% 12,5% 25,9% 19,4% Vrouw 6/87 Man 5/40 Vrouw 15/58 Man 6/31 Vrouwen p = 0,003 Mannen p NS

22 Studenten met positieve chlamydiatest Kliniek –50% met klachten –50% asymptomatisch (screening)

23 Chlamydiaprevalenties Andere studies 1. Screeningsituatie –België/ Nederland/ USA/… –Niet vergelijkbaar met medische consultatiesetting 2. Huisartsenpraktijk –België

24 CHLAMYDIA-1-project: CT-PREVALENTIE (%) Meisjes jaarAntwerpen Screening-situatie Onderwijstype (p=0.02) Prevalentie ASO KSO TSO BSO D-BSO 0/420 1/87 12/510 7/363 1/32 N Totale groep: 1,4% CT-positief N = 1412

25 Vrouwen: 2,5% Mannen: 1,5% Risico-gebied: Grote steden 3,2% vs platteland: 0,6% Risico-groep : Surinaams Antilliaanse personen: 8,2% Risico-gedrag: Aantal seksuele partners partners: 5,6% Nieuwe partner…..enzz Nederland Screening-situatie

26 Population-based Assessments of Chlamydia Trachomatis Infection CountryMaleFemale U.S. 1 (14-39) 2.0 ( )2.5 ( ) Great Britain 2 (16-44) 2.2 ( )1.5 ( ) China 3 (20-64) 3.2 ( )3.3 ( ) Netherlands 4 (15-29) 2.0 ( )2.6 ( ) Uganda 5 (15-59) 2.4 ( )2.1 ( ) 1 Datta, 2005,ISSTDR, 2 Fenton, 2001, Lancet 3 Parrish, 2003, JAMA, 4 Gotz, 2005, STI 5 Paxton. STI 1998

27 Prevalence of Chlamydia and Gonorrhea, Among those yrs, NHANES, * Chlamydia % (95% CI) Gonorrhea % (95% CI) Total Males Females Age (yrs) (1.80, 2.75) 1.97 (1.56, 2.47) 2.48 (1.83, 3.35) 3.42 (2.77, 4.22) 2.54 (1.89, 3.41) 1.28 (0.69, 2.36) 0.24 (0.16, 0.38) 0.16 (0.08,0.33) 0.33 (0.21, 0.53) 0.61 (0.37, 0.98) 0.21 (0.08, 0.57) 0.07 (0.02, 0.30) * Preliminary data, Datta, ISSTDR 2005

28 Opportunistic screening for urogenital chlamydial infection in women in general practice Veronique Verhoeven Universiteit Antwerpen

29

30 Chlamydiaprevalentie vrouwen Huisarts-setting Totale groep: 5%

31 Conclusies Eerste werk: gegevens vragen om verdere aandacht –Epidemiologisch uitpluizen Screening plus mensen met klachten –Lab-aspecten Geen confirmatie uitgevoerd –Preventie

32

33 Mycoplasma genitalium: STD pathogen or not ? Eddy Van Dyck STD Laboratory Department MICROBIOLOGY

34 Mycoplasmata of the human genital tract OrganismFirst report of isolation U. urealyticum1954 M. hominis1937 M. primeatum1955 M. genitalium1980 M. spermatophilium1991 M. penetrans1991 M. fermentans1952 M. pirum [MSM only: rectum, throat]1968 U = ureaplasma; M = Mycoplasma

35 Koch’s postulates 1. The organism should be always detectable in patients with a particular disease, not in healthy people. 2. The organism should remain detectable and unmodified after subcultures in vitro. 3. The organism should infect an animal host from which it can be recovered and, in so doing, producing disease similar to that seen in man.

36 Comments about Koch’s postulates The classic Koch’s postulated are not always suited: e.g. - in vitro culture is not always possible - false negative cases due to low sensitive detection methods - infected healthy carriers - lack of animal models

37 Modified Henle-Koch pastulates 1. Epidemiology: The organism should be detected more frequently and/or in larger numbers from patients with disease than from those without. 2. Antibody response: An antibody response, measured by any of several techniques should be demonstrated in the infected host.

38 3. Response to treatment: Clinical and microbiological cure after treatment with an antimicrobial agent to which the organism is susceptible in vitro. 4. Transmissibility: The organism should infect an animal host from which it can be recovered and, in so doing, produce disease similar to that seen in man. Modified Henle-Koch pastulates (cont’d)

39 Is the ongoing debate about the role of M. genitalium justified ? 1. Compare with N. gonorrhoeae: - discovered in recognised as causing urethritis in recognised as common cause of PID in early 20th century

40 Is the ongoing debate about the role of M. genitalium justified ? 2.Compare with C. trachomatis: -discovered in early 20th century -cultured in eggs in cultured in cells in associated with NGU in associated with PID in 1978

41 Is the ongoing debate about the role of M. genitalium justified ? 3.M. genitalium: -discovered and cultured in diagnostic test (PCR) available in fulfilment of Henle-Koch postulates for NGU in 1993; and associated with cervicitis in 2003

42 STD role of M. genitalium in men and women 1. Metaanalysis of publications in peer reviewed journals: -men: nongonococcal urethritis (NGU) - women: - cervicitis (urethritis) - PID (endometretis, salpingitis) - adverse pregnancy outcome -MG and MSM -MG and HIV -MG treatment 2. Results are biased due to: - imperfect diagnostics - different clinical definitions

43 M. genitalium and NGU -Metaanalysis of 19 NGU case-control studies (2069 cases, 1810 controls) - Significant different frequences between cases and controls observed in 13 studies; strong trends in 2 studies; no differences in 4 studies - Overall: NGUcontrolsp value M. genitalium 21%6.7% < (OR: 3.82) C. trachomatis 28% ?

44 M. genitalium and NGU - MG frequency ranges: NGU:10 – 30% controls: 0 – 8% - MG prevalence in NGU: 19% NCT-NGU: 21.7% controls: 6.7% OR: 5.15

45 M. genitalium in female low genital tract MG and cervicitis: contradicting results: from no association to significant differences with controls. 1. STD clinic patients (Seattle): [Manhart et al. J Infect Dis 2003; 187: ] -overall MG prevalence: 7% -3.3 fold greater risk for women with mucopurulent cervicitis 2. Female CSWs (Ghana): adjusted ORs for clinical cervicitis after multivariate analysis [Pépin et al. Sex Transm Infect 2005; 81: 67-72] OR p MG CT NG4.4<0.001

46 M. genitalium in female low genital tract 3. Cervical specimens from high and low risk women (Japan) [Tsunoe et al. Int J STD AIDS 2000; 11: ] CSWpregnant women p MG13%1% CT19%6% NG33%0% < Cervical specimens from women with cervical discharge and controls (France) [Casin et al. Sex Transm Dis 2002; 29: ] purulent cervicitisnormal women MG43%37%

47 M. genitalium in female low genital tract 5. STD clients and controls (Sweden) [Falk et al. Sex Transm Infect 2005; 81: 73-78] STD clinic cancer screening women women p MG 6% 0%0.06 CT 10% 2%0.07 [No difference in symptoms and signs for women with MG or CT]

48 M. genitalium and PID 1. Endometrial specimens obtained by laparoscopy in women with low abdominal pain (Nairobi) [Cohen et al. Lancet 2002; 359: ] women with women without endometritisendometritisp MG12%0% 0.01 CT 7%4%0.7 NG10%2%0.1

49 M. genitalium and PID 2.PID case-control study (UK): cervical swabs [Simms et al. Sex Transm Infect 2003; 79: ] cases controlsp MG13%0% 0.03 CT27%0% 0.002

50 M. genitalium and sex partners 1. Female sex partners of men with and without NGU [Keane et al. Int J STD AIDS 2000; 11: ] NGU non NGU p MG33%9% 0.14 CT26%0% 0.09

51 M. genitalium and sex partners 2. Male sex partners of women with cervicitis [Falk et al. Sex Transm Infect 2005; 81: 73-78] - MG positive women → 56% MG+ male partners - CT positive women → 59% CT+ male partners - NSI women → 5% MG+ male partners 16% CT+ male partners p=0.8

52 M. genitalium and MSM -MG more common in MSM with NGU than in heterosexuals (?) study A: p = 0.88 [Gambini et al. Sex Transm Dis 2000; 27: ] study B: p = [Hooton et al. Lancet 1988; 331: ] - MG detected in throat and anorectal swabs from MSM

53 M. genitalium and HIV 1. Men: urethral swabs (Italian study) [Savio et al. Microbiologica 1996; 19: ] MG prevalence - HIV neg. and non AIDS HIV pos. 7% - AIDS patients56% →No association wit CD4, p24. Opportunistic infection ? →No association with urethritis 2.Women with salpingitis: MG significantly more frequent in cervical swabs from HIV positive women p<0.03 [Cohen et al. Sex Transm Infect 2005; 81: ]

54 M. genitalium and treatment - Optimal treatment remains to be determined - More treatment failures and recurrences with classic treatment for NCT-NGU than for CT-NGU - Treatment propositions:  Tetracycline: 4 x 500mg/day for days  Doxycycline: 2 x 100mg/day for days  Azithromycin: 500mg first day, plus 250mg for 4 days  Levofloxacin: 3 x 100mg/day for 14 days

55 Conclusions 1. MG strongly associated with acute NGU, largely independant of CT, proven direct cause of urethritis 2. MG may be associated with chronic and recurrent NGU (not proven) 3. Pathogenic role of MG in female low genital tract is not yet proven, remains doubtful 4. Strong indications of pathogenic role of MG in endometritis 5. Association of MG and salpingitis requires further investigation

56 Conclusions 6. MG is sexually transmissable, may lead to vaginal colonisation 7. Indications that reservoir of MG is gastrointestinal or anorectal 8. Association of MG and MSM is controversial 9. MG is not associated with adverse pregnancy outcome 10. Association of MG and HIV requires much more investigation 11. Optimal treatment of MG NGU remains to be determined 12. Laboratory diagnosis of MG is imperfect (sensitivity/specificity)

57

58 Marc Vandenbruaene Instituut voor Tropische Geneeskunde

59 Neisseria gonorrhoeae resistentie & therapie

60 Re-Emerging STI: the Challenge International STD-conference: ISSTDR Amsterdam 2005

61 Global Epidemiology of Sexually Transmitted Infections: A World Tour John M. Douglas, Jr, MD Division of STD Prevention Centers for Disease Control and Prevention Atlanta, GA, USA

62

63 World Health Organisation Do not use antibiotic –Gonorrhoeae-treatment –If resistance prevalence > 5% of strains

64 Antimicrobial Resistance to N. gonorrhoeae, 1990s (Mayaud Br Med Bull 2001)

65 Ciprofloxacin resistance: 2000 to 2003, England and Wales Resistance definitions: Ciprofloxacin Total : MIC>=0.125mg/l, Ciprofloxacin Resistant: MIC>=1mg/l Ciprofloxacin decreased susceptibility: MIC mg/l Source: GRASP 2004 Annual Report. Health Protection Agency. London

66 Prevalence of QRNG in U.S. men by sexual orientation, excluding Hawaii and California, GISP, MSMHeterosexuals % 0.03% % 0.2% % 0.3% %* 0.9%* *Wright, ISSTDR 2005

67 Susceptibility to antimicrobials among N. gonorrhoeae strains Belgium. Institute of Tropical Medicine, Antwerp Institute of Public Health, Brussels

68 Verschillende methodologie Perioden –1: 2002 – sept 2004 –2: okt 2004 – juli 2005

69 Referral bias mogelijk Slechts 50% van stalen doorgestuurd –Naar gono-referentielab

70 Gono-Resistance Belgium sept 2004 Ciproxine: 26% Tetracycline: 33% Penicilline: 14%

71 Gono-Resistance Belgium sept 2004 Cefalosporines (3th generation): 0 Spectinomycine: 0

72 Gono-Resistance Belgium okt 2004 – juli 2005 Ciproxine: 47% Tetracycline: 43.5% Penicilline: 23%

73 Gono-Resistance Belgium okt 2004 – juli 2005 Cefalosporines: 0% Spectinomycine: 0% Azithromycine: 2%

74 Gono-Resistance Belgium

75 If all strains not referred to reference lab: sensitive Cipro: 23,5% Tetra: 22% Peni: 11,5%

76 Multiresistente gonorea-stammen Periode 2: okt juli % gonorea-isolaten resistent –tegen 2 van 3 antibiotica ( peni, tetra, cipro ) 19% gonorea-isolaten –resistent tegen alle 3

77 Conclusions for clinicians Ciprofloxacine: –Monodosis 500 mg was standard therapy for gonorrhoeae –Do not use ciproxine anymore!! –Sanford guide To be adapted

78 Treatment of Gonorrhea US / / Heterosexuals: recommended –Quinolone ciprofloxacin 500 mg, ofloxacin 400 mg, levofloxacin 250 mg –Ceftriaxone 125 mg IM Homosexuals: Recommended –Ceftriaxone 125 mg IM

79 Treatment of Gonorrhea Azithromycin 2 g Effective –cost, GI tolerance –1 gm not recommended –possible rapid emergence resistance

80 Retesting after GC and CT Rx Reinfection rates –Chlamydia Women: 7-25%; men 13% –Gonorrhea Women: 12-24%; men 9% Retesting recommendations – Women with CT or GC Retest 3 months after treatment Retest all women- next present for care within 12 mo Whether patient believes partner treated or not –Men: less evidence, but “some experts recommend retesting in 3 months” after rx for CT

81 In een tekstversie beschikbaar ‘late spring 2006’ –Tekst nog niet vrijgegeven

82 Therapierichtlijnen Nederland 1e keus bij anogenitale/pharyngeale gonorroe: cefotaxim 1000 mg i.m.éénmalig = Claforan 2e keus bij anogenitale gonorroe: cefuroxim axetil 1000 mg per os. ineens = Meerdere merknamen (ook te vinden via deze link: Momenteel worden deze richtlijnen herzien, en ik meen me te herinneren dat ze voorjaar/ zomer 2006 zouden worden aangepast (nu dus), maar dit is nog niet gebeurd en wat de nieuwe richtlijnen worden durf ik zo niet te zeggen.

83 Gono-therapy Belgium First choice –Cefalosporines IM Rocephine 1 gram IM Alternatives –Azitromycine 2 gram –Spectinomycine Note: spectinomycine –No penetration in oral cavity –Not to be used for oral gonorrhoea

84 Question Different quidelines –Heterosexuals –Homosexuals Cf USA

85 Conclusie/bedenking Gonorea –Multiresistent –Gebruik de monodosis cipro niet meer –Wat als gono-therapie binnen jaar? Combinatietherapie? Zoals –HIV –Tuberculose –Hepatitis-C-virus

86

87 De volgende slide gaat over syfilistherapie. Mutaties die coderen voor resistentie tegen azitromycine Waarom vinden we dat niet voor penicilline? Word er naar gezocht?

88 Antibiotic Resistance in Treponema pallidum Samples with mutations coding for resistance Lukehart SA, et al. N. Engl J. Med. 2004;351:154-8

89 Azitromycine resistentie syfilis USA Ierland Historische stalen Advies prof Michel Janier, Parijs –‘Gebruik geen azitromycine meer voor syfilis’ zei hij (maar dan wel in het Frans natuurlijk). Soa-seminarie ITG, november 2005

90 Syfilis Extra research nodig –Resistentie penicilline Mutaties, genotype Phenotypisch

91 PID: diagnose en beleid

92

93 Veronique Verhoeven, UA

94 Pelvic inflammatory disease (PID) is een algemene term voor infectie van de bovenste genitale tractus (uterus, eileiders,ovaria). PID is meestal een gevolg van een opstijgende infectie vanuit de cervix. Prevalentie: ~ 2% van de vrouwen in de reproductieve leeftijd per jaar Te weinig gediagnosticeerd Definitie

95 COMPLICATIES:

96

97

98

99

100 4 à 5% vrouwen met PID zal een EUG doormaken

101 FITZ-HUGH-CURTIS SYNDROOM

102 Seksueel overdraagbare infecties zijn de belangrijkste oorzaak van PID (UK studie met laparoscopisch bevestigde PID: 52% chlamydia, 14% gonorrhee, 8% beide) Andere micro-organismen bij PID: verwekkers van bacteriële vaginose (e.g. Gardnerella vaginosis, Mycoplasma hominis, Mobiluncus species, en andere anaeroben). Zeer vaak menginfecties Microbiologie

103 PID: kliniek (subacute buikpijn) (dyspareunie) (mucopurulent verlies) (koorts) slingerpijn Meestal: subklinisch!!

104 Hoe weet ik dat mijn patient PID heeft? Geen enkel klinisch symptoom of laboresultaat op zich is sensitief en specifiek voor de diagnose van PID. De positieve voorspellende waarde van een klinische diagnose van acute PID is 65-90%, vergeleken met laparoscopische diagnose (de gouden standaard).

105 Criteria voor diagnose (NHG) niet-acute pijn in de onderbuik; opdruk- of slingerpijn bij vaginaal toucher; pijnlijke of gezwollen adnexen; BSE ≥15 mm of temperatuur >38 °C; geen aanwijzingen voor andere diagnosen (EUG, appendicitis, torsie van een adnextumor of myoom, ovulatiepijn, geruptureerd of hemorragisch corpus luteum, urineweginfectie, dysmenorroe, prikkelbare darm).

106 Diagnose (2) Voornamelijk klinisch Cervicale swabs voor chlamydia en gonorrhoea zijn nuttig; een positief resultaat ondersteunt de diagnose. Een negatief resultaat sluit PID niet uit! Een verhoogde sedimentatie of CRP ondersteunt de diagnose. Andere tests te overwegen: Zwangerschapstest Urine-onderzoek (om UWI uit te sluiten) Laparoscopie: de gouden standaard, maar uiteraard invasief

107 Risicofactoren = risicofactoren voor SOA: jonge leeftijd, nieuwe partners, multipele partners, onveilig vrijen, lagere socio-economische groepen Inbrengen van een spiraaltje (IUD). Risico op PID = x6 in de 3 weken volgend op het inbrengen van een IUD. Zwangerschapsbeëindiging. Tot 10% PID. Op voorhand screenen en evt behandelen reduceert het risico. Roken. (effect op immuunrerspons? Associatie met lagere socio-economische klasse?)

108 Beleid Hanteer een lage drempel voor de diagnose van PID. Wacht niet met behandelen tot de testresultaten bekend zijn. Mogelijk verhoogt een uitgestelde behandeling de kans op complicaties. Negatieve swabs sluiten PID niet uit. Zorg voor een goede pijnstilling. Leg aan de patiënt het ziektebeeld goed uit, in het bijzonder: –Het belang de antibioticakuur uit te nemen om de kans op complicaties te beperken –Het belang om de seksuele partners te behandelen: Behandel bij een bewezen chlamydia-infectie of gonorroe ook mannelijke partners.

109 Doel van behandeling Symptomen verlichten Complicaties vermijden (e.g. infertiliteit, EUG, chronische pelvische pijn) Transmissie van infectie naar seksuele partners vermijden Reinfectie vermijden (~ complication rate)

110 Antibioticabeleid Breedspectrum antibiotica om Chlamydia trachomatis, N gonorrhoeae en anaeroben te dekken. ofloxacine 2 dd 400 mg én metronidazol 2 dd 500 mg gedurende veertien dagen. Bij argumenten voor gonorrhee: cefotaxim 1 g i.m. éénmalig én doxycycline 2 dd 100 mg én metronidazol 2 dd 500 mg gedurende veertien dagen. Pas de behandeling eventueel aan na bekend worden van test- en kweekresultaten.

111 Redenen voor verwijzing: (voor intraveneuze antibiotica of verder onderzoek) Diagnostische onzekerheid (bv appendicitis, EUG) Ernst van symptomen Klinisch falen van de behandeling (klachten niet beter na 3 dagen) Intolerantie voor orale behandeling (misselijkheid, braken) Tubo-ovarieel abces Zwangerschap Immuungecompromitteerden

112 bronnen NHG standaard PID (www.nhg.artsennet.nl) Prodigy guideline PID (http://www.prodigy.nhs.uk/home)

113 Soa-overleg Vlaanderen Zin om deel te nemen? Eén mailtje volstaat:

114


Download ppt "Soa-update 15 juni 2006. Programma Soa-overleg Vlaanderen Dirk Avonts, UA & Huisarts Chlamydia-cijfers U-Gent Karen Klein, U-Gent Mycoplasma genitalium:"

Verwante presentaties


Ads door Google