De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u."— Transcript van de presentatie:

1 SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

2 DIAGRAMMER X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

3 SOM 1 FIETSSPURT A Zie afbeelding B1 Versnelling:
B2 Blijkbaar is 1 hokje = 5 m/s2! C1 Optrekken kost ½.x2=2 hokjes = 2x10 = 20(m) Constante snelheid vraagt 2x6 =12 hokjes =12x10=120(m) In totaal dus 140 m. C2 Hiernaast zie je de blauwe grafiek in totaal 7 hokjes omhoog gaan, dus 1 hokje =140/7 = 20(m)

4 SOM 2 REMMENDE SCHOOLTAS
A Zie grafiek. B1 Remtijd 4x0,1 = 0,4(s) B2 Vertraging B3 Zie grafiek, blijkbaar is 1 hokje = 40 m/s2 C1 Omdat 1 hokje = 4x0,1 = 0,4 (m) is: de voorwaartse afstand 8 hokjes = 8x4x0,1 = 3,2 (m) en de remafstand ½ 2x4 = 4 hokjes = 4 x 0,4 =1,6(m). C2 Die 4,8 m is 6 hok: 1 hok = 0,8 m!

5 SOM 3 OP EN NEER A1 Versnelling
A2 Zie de groene lijn halverwege het hokje, blijkbaar 1 hokje = 20 m/s2. B1 1 hokje = 20(m/s)x1(s) =20 (m), omhoog over ½x2x4=4 hokjes = 80 (m) B2 Omdat deze 80 (m) = 2 (hokjes) is blijkbaar 1 hokje = 40 (m)

6 SOM 4 HEEN EN WEER A 4 – 6 vertraagd naar links,
6 – 8 versneld naar rechts B1 Versnelingen B2 Blijkbaar 1 hokje = 0,2 m/s2. C1 In v,t-diagram 1 hokje = 0,2 (m/s)x1(s) = 0,2(m), dus vanuit het midden tot uiterste stand ½2x2=2 hokjes = 2x0,2 = 0,4 (m) C2 Blijkbaar is 1 hokje 0,4 (m).

7 VX 11 EN VX12

8 VX13 EN VX14

9 VX15 EN VX16

10 GEMIDDELDE SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

11 GEMIDDELDE SNELHEID VB 1 VAKANTIE
Als jullie over de 1200 km naar Frankrijk 12 uur doen, waarbij er keurig 4x een half uur wordt gepauzeerd, hoeveel km/u rijden jullie dan gemiddeld? VB 2 SCHAATSEN Wie de 1500 m in 2,5 minuten schaatst rijdt al vrij hard. Hoe hard is dat eigenlijk gemiddeld, in m/s? VB 3 OMREKENEN Een sprinter die 10 m/s loopt gaat net zo hard als een fietser die 36 km/u fietst. Leg uit waarom dat zo is.

12 SOM 1 SPORTERS Bram Usain Erben Bram=30 < Usain=36 < Erben = 45

13 SOM 2 SNELLE WILLIE SOM 2 WILLIE heenweg terugweg totaal
gewoon middelen is fout je moet gewogen middelen

14 SOM 3 FIETS FIETS Meting na traceren Lineair fitten
Afgeleide levert snelheden

15 MOMENTANE SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

16 MOMENTANE SNELHEID Sprinters versnellen sterk, vooral in ‘t begin. De snelheid verandert telkens. De raaklijn is even steil – en dus ook even snel! – als kromme lijn in de grafiek. x (m) 90 80 70 60 50 40 30 20 10 10 t (s) v (m/s) t (sec)

17 SOM 4 NOODSTOP FIETSER Remweg Snelheid is helling raaklijn, dus:
Beginsnelheid v(4) v,t grafiek x (m) 90 80 70 60 50 40 30 20 10 t (sec) 13,3 3, , t (s) v (m/s) tot t=3 eenparig 13,3 m/s daarna vertraagd tot t=5,5 s(0)

18 SOM 5 FIETSSPURT Toenemende snelheid Grafiek steiler  snelheid hoger
x (m) Toenemende snelheid Beginsnelheid 0 v(2) v(4) zelfde snelheid? v,t-grafiek voor deze fietsspurt 90 80 70 60 50 40 30 20 10 t (sec) Grafiek steiler  snelheid hoger Raaklijn begint horizontaal  v(0)=0 even steil  v(4) = …. = v(7) 4 v (m/s) 20 na t=4 topsnelheid 23 m/s daarvoor: een stijgende lijn

19 SOM 6 VIDEOMETEN SPRINTER
Snelheden aflezen: v(0) = 0,7 m/s v(1) = 3,9 m/s v(2) = 7,1 m/s

20 GRAFIEKEN LEZEN X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

21 GRAFIEKEN LEZEN x (m) 1 2 3 4 5 6 7 8 t (sec) 90 80 70 60 50 40 30 20
10 10 8 6 4 2 -2 -4 -6 -8 v (m/s) A t (s) B t (s) 1 2 3 4 5 6 7 8 xA (m) 10 15 20 25 30 35 40 xB (m) 66 60 54 48 42 36 24 18

22 SOM 7 INHALENDE AUTO’s Omrekenen naar m/s: Formules: Oplossing: x (m)
800 600 400 200 t v (m/s) 300 200 100 t

23 SOM 8 HEEN EN WEER FIETSEN
5 4 3 2 1 t (min) x (km)

24 SOM 9 ONTMOETENDE AUTO’s
Gefitte grafieken Opp=0,5x10,5(m/s)x2,5(s) =13 (m) Opp=7,05(m/s)x2,5(s) =17,6 (m)

25 TERUGBLIK X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u

26 SAMENVATTING (1) definitie snelheid
(2) omrekenen van km/u naar m/s betekent delen door 3,6 (3) negatieve snelheid betekent achteruit bewegen (4) eenparig is constante snelheid (5) van x,t  v,t grafiek eerst nulpunten, dan tekenverloop helling x x(t)=v.t t opp v - + x v t

27 VRAAG I SNELHEID VOEL JE NIET . .
(baan)snelheid aarde dagelijkse rotatie (baan)snelheid aarde jaarlijkse rotatie Wij worden niet van de aarde afgeslingerd! Wolken waaien niet met 1667 km/u van oost naar west! De atmosfeer sleept niet achter de aarde aan!  snelheid voel je niet, versnelling wel

28 VRAAG II SPRINTER

29 VRAAG III ZWARTE AUTO

30 EINDE


Download ppt "SNELHEID X 3,6 : 3,6 10 m/s 36 km/u."

Verwante presentaties


Ads door Google