De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Faunakennis. DatumLesonderwerp 24-11-2014Roofdieren en Roofvogels 1-12-2014Zoogdieren 8-12-2014Reptielen en amfibieën 15-12-2014Zangvogels en kraaiachtigen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Faunakennis. DatumLesonderwerp 24-11-2014Roofdieren en Roofvogels 1-12-2014Zoogdieren 8-12-2014Reptielen en amfibieën 15-12-2014Zangvogels en kraaiachtigen."— Transcript van de presentatie:

1 Faunakennis

2 DatumLesonderwerp Roofdieren en Roofvogels Zoogdieren Reptielen en amfibieën Zangvogels en kraaiachtigen Watervogels Insecten Toets

3 Roofvogels & Roofdieren In deze les gaan jullie meer leren over de inheemse Roofvogels en Roofdieren van Nederland. Wat ga je leren? Hoe het dier eruit ziet. Het leefgebied/biotoop. Voedsel. Bedreiging en predatie.

4 Buizerd 51 tot 57 cm groot. Leeft in open landschappen. Maar nestelt graag in bosranden. Eet kleine zoogdieren, kikkers, vogels en aasdieren. Het verkeer is een bedreiging voor de buizerd.

5 Havik 49 tot 66 cm groot. De havik leeft voornamelijk in bosrijke gebieden. Maar ook in landbouwgebieden en enkel in steden. De havik vangt middelgrote vogels en zoogdieren. De havik heeft geen natuurlijke vijand. Ontbossing is voor de havik de grootste bedreiging.

6 Sperwer 28 tot 38 cm groot. Komt oorspronkelijk voor in (naald) bossen. Tegenwoordig komt hij ook veel voor in steden en in cultuurland. Het voedsel bestaat voornamelijk uit zangvogels. Het vrouwelijk exemplaar vangt ook grotere vogels. Bedreigingen voor de sperwer zijn de havik, het gebruik van giffen op landbouwgronden en ontbossing.

7 Torenvalk 30 tot 38 cm groot. De torenvalk komt voor op openvlaktes, bosranden en je ziet ze veel langs snelwegen. Voedsel bestaat uit kleine zoogdieren en insecten( bijv. muizen en kevers). Bedreiging voor de torenvalk is het gebruik van gif op landbouwgronden en het verkeer.

8 Boomvalk 30 tot 35 cm groot. Komt vooral voor bij hoogveen, moerassen en plassen voor. Voedsel bestaat uit kleine zangvogels en grote insecten. De boomvalk wordt bedreigt door de havik en door uitdroging van natte gebieden.

9 Bruine kiekendief 43 tot 45 cm groot. De bruine kiekendief komt voor in hoogveen gebieden, moerassen, oevers, plassen en rietland. Voedsel bestaat uit vogels en hun jongen ervan. Maar ook kleine zoogdieren worden gevangen. Bedreiging voor de kiekendief is het verdrogen van broedgebieden.

10 Grauwe kiekendief cm groot. Komt voor in openlandschappen als akkers en weilanden. Voedsel bestaat uit muizen en akkervogels als graspieper en veldleeuwerik. Veranderingen in de landbouw is de grootste bedreiging van de grauwe kiekendief. De jonge kiekendieven krijgen geen kans om vliegvlug te worden doordat ze worden doodgereden door landbouwmachines.

11 Blauwe Kiekendief cm groot. De blauwe kiekendief komt voor in duinen, moeras, rietland, ruigte, vennen en akkers. De blauwe kiekendief eet muizen, konijnen en vogels. De blauwe kiekendief is gevoelig voor verstoring in het broedseizoen. De bedreiging voor de blauwe kiekendief is dat er geen voldoende rust in zijn leefgebied is.

12 Ransuil cm groot. De ransuil leeft in het bos, half open landschap en in cultuurlandschappen. De ransuil eet voornamelijk muizen. Wanneer die er niet zijn eet hij ook kikkers, mollen of vogels. De ransuil heeft geen vijanden of bedreigingen.

13 Bosuil cm groot. De bosuil leeft in het bos, buitengebied, park en tuin. Het voedsel bestaat uit muizen, kikkers, vogels en andere kleine dieren. De bosuil geeft geen vijanden of bedreigingen.

14 Steenuil 23-27,5 cm groot. De steenuil komt voor in half open landschappen. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren, insecten, vogels en ongewervelde. Bedreiging voor de steenuil is dat het kleinschalig agrarische biotoop verdwijnt. In dit biotoop zoekt de steenuil naar ruige plekken waar zij kan broeden.

15 Kerkuil cm groot. De kerkuil komt voor in kleinschalige landschappen met ruigtes, akkers en weilanden. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren maar soms ook vogels en vleermuizen. Bedreiging voor de kerkuil is de afname van nestgelegenheid in kerken en boerenschuren.

16 Velduil cm groot. De velduil komt voor in open gebieden met afwisselende begroeiing. Vooral duinen, hoogveen en heide is zijn favoriete plek. Het voedsel bestaat voornamelijk uit veld- en woelmuizen maar ook andere muizen en kleine dieren zoals vogels. Bedreiging voor de velduil is de verstoring van de broedgebieden op de Waddeneilanden.

17 Vos kop-romplengte van 58 tot 90 cm met een staart van 32 tot 48 cm. De vos kan zich makkelijk aanpassen aan een leefgebied maar zijn favoriet is toch wel een bos met open gebieden. Het voedsel van de vos bestaat voornamelijk uit kleine- en middelgrote dieren, vruchten en bessen en afval van mensen. De mens is de grootste bedreiging van de vos. Door bejaging en door het drukke verkeer sterven er veel vossen. Ook de ziektes hondsdolheid en schurft zijn een belangrijke doodsoorzaak.

18 Das kop-romplengte van 68,6 tot 80,3 cm en een staartlengte van 12,7 tot 17,8 cm. De das komt voor op hoger gelegen bosgebieden afwisselend met open velden. Het voedsel van de das bestaat uit kleine zoogdieren, insecten, knollen, granen, grassen, amfibieën, vogels en eieren. De mens is de grootste bedreiging voor de das. Door het drukke verkeer en door verstedelijking sterven er veel dassen en hebben de dassen minder leefgebied.

19 Bunzing kop-romplengte van ongeveer 28 tot 46 cm en een staartlengte van 11 tot 18 cm. bunzings komen voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bosrijke gebieden met water. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen en schuren. De bunzing eet kleine zoogdieren, kikkers, vogels, insecten en eieren. Vijanden van de bunzing zijn vossen, slangen en honden. Ook het drukke verkeer is een grootte doodsoorzaak van de bunzing.

20 Hermelijn Een kop- romplengte van 16 tot 31 cm met een staartlengte van 9,5 tot 14 cm. De hermelijn komt overal voor, zolang er maar voldoende dekkink en voedsel is. De hermelijn eet voornamelijk kleine zoogdieren en vogels. Bedreigingen zijn: de vos, honden en het verkeer.

21 Wezel Een kop- romplengte van 13 tot 23 cm met een staartlengte van 3 tot 6 cm. De wezel leeft net zoals de hermelijn op alle plaatsen zolang er maar voldoende dekking en voedsel is. De wezel eet voornamelijk knaagdieren,eieren, amfibieën, reptielen en insecten. Bedreigingen zijn: verkeer, vergif, roofvogels en vos.

22 Steenmarter Een kop- romplengte van 37 tot 52 cm met een staartlengte van 21 tot 26 cm. De steenmarter komt vrijwel overal voor. Ook veel in steden. De steenmarter eet kleine zoogdieren, vogels, eieren, insecten, reptielen, amfibieën, bessen en vruchten. De vijanden van de steenmarter zijn de vos en de mens.

23 Boommarter Een kop- romplengte van 40 tot 53 cm met een staartlengte van 23 tot 28 cm. De boommarter komt voor in bosrijke gebieden. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren, insecten, vogels, eieren,vruchten, bessen en eekhoorns. Bedreigingen voor de boommarter zijn het verkeer en ontbossing.


Download ppt "Faunakennis. DatumLesonderwerp 24-11-2014Roofdieren en Roofvogels 1-12-2014Zoogdieren 8-12-2014Reptielen en amfibieën 15-12-2014Zangvogels en kraaiachtigen."

Verwante presentaties


Ads door Google