De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wie spreekt tot ons in de psalmen  Lees eerst psalm 16 in uw favoriete vertaling  De vraag is wie spreekt in de psalm tot ons  Als u klaar bent met.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wie spreekt tot ons in de psalmen  Lees eerst psalm 16 in uw favoriete vertaling  De vraag is wie spreekt in de psalm tot ons  Als u klaar bent met."— Transcript van de presentatie:

1 Wie spreekt tot ons in de psalmen  Lees eerst psalm 16 in uw favoriete vertaling  De vraag is wie spreekt in de psalm tot ons  Als u klaar bent met een scherm kunt u op een willekeurige toets drukken om in een volgend scherm te komen,  Als in een scherm verzen de zelfde kleur hebben, dan betekent dat, dat ze met elkaar te maken hebben

2 Wie spreekt tot ons in de psalmen  Psalm 16 (statenvertaling)1 ¶ Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.  2 O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;  3 Maar tot de heiligen, die op de aarde zijn, en de heerlijken, in dewelke al mijn lust is.  4 De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.  5 De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.  6 De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.  7 Ik zal den HEERE loven, Die mij raad heeft gegeven; zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.  8 ¶ Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.  9 Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.  10 Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. (denk goed na kan dit over David gaan?)  11 Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

3 Hieronder volgt psalm 16 nog een keer maar dan uit het boek  7 Ik loof de HERE, Die mij steeds de weg wees. Zelfs wanneer ik slaap, leidt Hij mij.  8 ¶ Dag en nacht is de HERE de grootste in mijn leven; omdat Hij mij leidt, struikel ik niet.  9 Daarom is er vreugde in mijn hart en ben ik gelukkig. God zorgt ook voor mijn lichamelijk welzijn.  10 U laat mij niet liggen tussen de doden. U zult het lichaam van Uw beminde niet laten vergaan. (psalm 16:10)  (Is het lichaam van David vergaan?)  11 U leert mij hoe ik leven moet; mijn grootste vreugde is dicht bij U te zijn. Uw liefde is er tot in eeuwigheid.

4 Lees met name vers 10 heel goed kan deze psalm wel over David gaan?  Psalm 16:10 Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.(statenver.)  Psalm 16:10 U laat mij niet liggen tussen de doden. U zult het lichaam van Uw beminde niet laten vergaan. (psalm 16:10 het boek)  Hebt u goed nagedacht klik dan voor het antwoord

5 We gaan de bijbel laten spreken De bijbel zelf geeft het antwoord omdat de bijbel het woord van God is  2 pet 1:19 ¶ En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten.  20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;  21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.  Daarom laten we de bijbel zelf het antwoord geven

6 Handelingen 2 uit het boek  Han 2:22 Mannen van Israël, luister naar mij(Petrus). Jezus van Nazareth is door God Zelf gestuurd. De wonderen en bijzondere dingen die Hij deed, zijn daar een duidelijk bewijs van. U hebt die met eigen ogen gezien.  23 Maar Hij is, volgens Gods plan, in handen van ongelovige mensen gevallen. U hebt Hem door Romeinse soldaten aan een kruis laten slaan.  24 God, Die dit voorzag, heeft Hem uit de greep van de dood bevrijd en weer levend gemaakt. De dood kon Hem niet vasthouden.  25 Want David sprak over Jezus, toen hij zei: ‘Ik weet dat de Here altijd bij mij is. Hij helpt mij en houdt mij overeind.  26 Daar ben ik zo blij om dat ik het moet uitzingen! Er is zelfs hoop voor mijn lichaam.  27 Here, U zult mij niet dood laten blijven. U zult het lichaam van Uw heilige Zoon niet laten vergaan.(zie psalm 16:10 de psalm waar we mee begonnen)  28 U zult mij het leven teruggeven. Door dicht bij mij te zijn, zult U mij vreugde geven.’ (b)  29 Vrienden, ik hoef u niet te vertellen dat David gestorven en begraven is. Zijn graf is nog altijd te zien.(zijn lichaam is wel vergaan)  30 Maar hij wist wat er na zijn dood zou gebeuren. God had hem beloofd dat één van zijn nakomelingen in zijn plaats koning zou worden.  31 Hij was een profeet en voorspelde dat de Christus uit de dood zou opstaan. De Christus zou niet dood blijven en Zijn lichaam zou niet vergaan.(vergelijk psalm 16:10 met han. 2:27en han 2:31 conclusie deze psalm spreekt over christus zijn lichaam is niet vergaan dat van David wel)  32 God heeft Jezus uit de dood laten opstaan; dat hebben wij allemaal gezien.

7 Handelingen 13 legt het nog een keer uit nu is Paulus aan het woord (uit de statenvertaling)  Han 13:32 En wij verkondigen u de belofte, die tot de vaderen geschied is, dat namelijk God dezelve vervuld heeft aan ons, hun kinderen, als Hij Jezus verwekt heeft.(opgewekt uit de dood zie vers 34)  33 Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. (dus psalm 2 spreekt ook al over Christus)  34 En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot verderving keren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de weldadigheden Davids geven, die getrouw zijn;  35 Waarom hij ook in een anderen psalm zegt: Gij zult Uw Heilige niet over geven, om verderving te zien.(dit vers komt uit psalm 16 waar we mee begonnen)  36 Want David, als hij in zijn tijd den raad Gods gediend had, is ontslapen, en is bij zijn vaderen gelegd; en heeft wel verderving gezien;  37 Maar Hij, Dien God opgewekt heeft, heeft geen verderving gezien.  38 Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Dezen u vergeving der zonden verkondigd wordt;  39 En dat van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door Dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt.  40 Ziet dan toe, dat over ulieden niet kome, hetgeen gezegd is in de profeten:  41 Ziet, gij verachters, en verwondert u, en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, hetwelk gij niet zult geloven, zo het u iemand verhaalt.

8 Conclusie psalm 16 spreekt over Christus, nog even voor alle duidelijkheid de belangrijkste verzen  Han 13:35 Waarom hij ook in een anderen psalm zegt: Gij zult Uw Heilige niet over geven, om verderving te zien.(dit vers komt uit psalm 16 waar we mee begonnen)  36 Want David, als hij in zijn tijd den raad Gods gediend had, is ontslapen, en is bij zijn vaderen gelegd; en heeft wel verderving gezien;  David heeft wel verderving gezien dus de psalm kan niet over David gaan  37 Maar Hij, Dien God opgewekt heeft, heeft geen verderving gezien.  David heeft wel verderving gezien, de psalm kan niet over Hem gaan  Christus heeft geen verderving gezien de psalm gaat over Hem, de psalm is profetisch, de toekomst wordt voorspeld, dit kan alleen God,  2 petr. 1:19(het boek) Wij zijn er nu dus nog zekerder van dat het waar is wat de profeten hebben gezegd. U doet er goed aan dat allemaal heel serieus te nemen, want daardoor kunnen wij veel dingen begrijpen die anders moeilijk en duister zouden zijn. Hun woorden verlichten ons innerlijk. Door deze ter harte te nemen, leren wij Jezus Christus beter kennen (Christus leren kennen daar gaat het om,  als je Hem leert kennen dan wil je Hem van harte dienen niet omdat het moet maar uit liefde voor Hem)

9 Spreken de rest van de psalmen ook over Christus  We gaan even terug naar handelingen 2  Han 2:33 Hij dan, door de rechter hand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.  34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,  35 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.  Dit is een citaat uit psalm 110 ook hier leren we dat deze psalm niet over David gaat maar over Christus

10 Han 13 hebben we al gehad daar werd psalm 2 aangehaald Psalm 2 spreekt ook over Christus  Han 13:32 En wij verkondigen u de belofte, die tot de vaderen geschied is, dat namelijk God dezelve vervuld heeft aan ons, hun kinderen, als Hij Jezus verwekt heeft.  33 Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. (dus psalm 2 spreekt ook al over Christus)  Psalm 2:6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.  7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.  De Joden ergerden zich aan Jezus dat Hij zich de Zoon van God noemde, ze hadden beter moeten weten

11 Psalm 8 spreekt over Christus  5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?  6 En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen (zijn menswording), en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?  7 Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;  8 Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds.  Wie is de zoon des mensen? Adam? Wij? Of……..

12 Hebr 2 laat ons dat zien  Hebr 2:6 Maar iemand heeft ergens betuigd (in psalm 8), zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!  7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;  8 Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;  9 Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.  Vers 6 en vers 7 geciteerd uit psalm 8, vers 9 laat zien dat de psalm over Christus gaat.  We leren hier dat God mens werd om te kunnen sterven voor ons

13 Psalm 17  Psalm 17:15 Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.  Toen Christus opstond uit de dood werd Hij beelddrager Gods  hebr 1:3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;  4 ¶ Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geerfd heeft.  5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?  Luc 24:26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?  Pil 2:6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,  7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.  8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.  Jes 53:2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.  3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.  Als mens was Christus niet beelddrager Gods dat werd Hij toen Hij opstond uit de dood zoals psalm 17 al laat zien

14 Psalm 18 dood van Christus  Psalm 18:4 Ik riep den HEERE aan, die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.  5 Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij.  6 Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.(kruisiging en sterven van de Heer)  7 Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep voor Zijn aangezicht kwam in Zijn oren.  8 Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was. Vervult toen Christus stierf aan het kruis zie hieronder Vervult toen Christus stierf aan het kruis zie hieronder  Mat 27:50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.  51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden.  52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;  53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.  54 En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!

15 Psalm 18 Opstanding en hemelvaart van Christus  Psalm 18:17Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.  18 Hij verloste mij van mijn sterken vijand, en van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.  19 Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij tot een Steunsel.  20 En Hij voerde mij uit in de ruimte, Hij rukte mij uit, want Hij had lust aan mij. (hemelvaart)  21 De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid, Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.  22 Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.  23 Want al Zijn rechten waren voor mij, en Zijn inzettingen deed ik niet van mij weg.

16 Psalm 22 de bekende lijdens psalm  1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar.  2 Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?  Ook hier spreekt David niet over zich zelf maar gaat het over Christus klik maar en u zult het zien  Mat 27:46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!  Psalm 22 werd vervuld aan het kruis

17 Psalm 22  6 (22–7) Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.  7 (22–8) Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:  8 (22–9) Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!  Vervuld in de dagen van Christus klik maar  Mat 27:41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden:  42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.  43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.  44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.

18  Psalm 22:17 Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren.  De Here werd met nagelen aan het kruis gespijkerd  Joh 20:25 De andere discipelen dan zeiden tot hem(thomas): Wij hebben den Heere gezien. Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.  Psalm 22:18 Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.  19 Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.  Vervulling klik maar  Joh 19:23 De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven.  24 Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.

19 Psalm 31  Psalm 31:6 In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!  Vervulling klik maar  Luc 23:43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.  44 ¶ En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.  45 En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.  46 En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.

20 Psalm 34  Psalm 34:20 Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE. 21 Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken. 21 Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.  22 De boosheid zal den goddeloze doden; en die den rechtvaardige haten, zullen schuldig verklaard worden.  23 De HEERE verlost de ziel Zijner knechten; en allen, die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden.  Vervulling zie volgend scherm (lees vers 22 eerst nog even goed)

21  Joh 19:32 De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was;  33 Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet.  34 Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.  35 En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt.  36 Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.  37 En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben.(geciteerd uit zach 12:10)  Zach 12:10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. (ooit zal het Joodse volk haar Messias aannemen en leren kennen)

22 Psalm 35  Psalm 35:18 Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.  19 Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.  20 Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken bedriegelijke zaken tegen de stillen in het land.  Vervulling klik  Joh 15:23 Die Mij haat, die haat ook Mijn Vader.  24 Indien Ik de werken onder hen niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij ze gezien, en beiden Mij en Mijn Vader gehaat.  25 Maar dit geschiedt, opdat het woord vervuld worde, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.

23 Psalm 38  1 ¶ Een psalm van David, om te doen gedenken. (38–2) O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.  2 (38–3) Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.(Hij deed dit voor jou Hij droeg de vloek die jij verdiende)  3 (38–4) Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.  4 (38–5) Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.  Als je vers 4 leest dan denk je hoe kan dit over Christus gaan Hij was toch zonder zonde, dat klopt maar Hij droeg onze zonden en het oordeel wat wij verdienden was op Hem zie volgend scherm

24 Christus droeg onze zonden  Jes 53:5 Maar Hij werd doorstoken en verbrijzeld terwille van onze zonden. Hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben; Hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!  6 Wij zijn het, die als schapen afdwaalden! Wij verlieten Gods paden en gingen onze eigen weg. Desondanks legde God de schuld en zonden van ons allen op Hem!  Ga 3:10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.  Ga 3:13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.  2 kor 5:19 Door Christus herstelde God Zijn relatie met de wereld; Hij rekende de mensen hun zonden niet meer toe, maar wiste ze uit. En wij mogen dit geweldige nieuws aan iedereen vertellen.  20 Wij zijn boodschappers van Christus. God doet door ons een beroep op u. Wij smeken u namens Christus: Laat het in orde komen tussen God en u!  21 Want God nam Christus, Die geen zonde gedaan had, en belastte Hem met onze zonden. In ruil daarvoor rekent God de rechtvaardigheid van Christus aan ons toe.

25 Psalm 38 vervolg  Psalm 38 gaat over Christus Hij droeg ons oordeel en onze zonden we lezen nu verder in deze psalm en zullen zien dat de volgende verzen ook over christus spreken  12 Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.  Vervulling klik  Mat 27:54 En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!  55 En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende, die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.  56 Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van Zebedeus.(de liefhebbers en vrienden)

26 Psalm 38 vervolg  13 En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen.  Vervulling klik  Mat 27:2 Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.  3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;  4 En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.

27 Vervolg psalm 38  Psalm 38:15 Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.  16 Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God!  14 Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.  Vervulling klik  Mat 27:11 ¶ En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.  12 En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.  13 Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, hoevele zaken zij tegen U getuigen?  14 Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.

28 Ook jesaja 53 voorspelde dit  Jes 53:6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.  7 Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.  Jes 53 spreekt namelijk ook over Christus dit word uitgelegd in han 8  Han 8:30 En Filippus liep toe, en hoorde hem den profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?  31 En hij zeide: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? En hij bad Filippus, dat hij zou opkomen, en bij hem zitten.  32 En de plaats der Schriftuur, die hij las, was deze: Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is voor dien, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open.  33 In Zijn vernedering is Zijn oordeel weggenomen; en wie zal Zijn geslacht verhalen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.  34 En de kamerling antwoordde Filippus en zeide: Ik bid u, van Wien zegt de profeet dit, van zichzelven, of van iemand anders?  35 En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus.

29 Psalm 40  psalm 40:7 Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist.  8 Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.  9 Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.  10 Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het.  Vervulling klik  Heb 10:5 Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;  6 Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd.  7 ¶ Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!  8 Als Hij te voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden);  9 Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.

30 Psalm 41  6 Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?  7 En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.  8 Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:  9 Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.  10 Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.  11 Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.  Over wie gaat vers 10

31 Psalm 41:10 gaat over Judas als de Heer met de discipelen het avondmaal heeft gegeten zegt Hij het volgende  Joh 13:18 ¶ Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.  Dit is de vervulling van psalm 41: 10  Psalm 41:10 Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

32 Psalm 69  5) Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.  6 O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.(Hij nam onze zonden op zich)  7 Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!  8 Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.(jes 53)  9 Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.  10 Want de ijver van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden dergenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.(Hij nam onze schuld op zich)  11 En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.  Vervulling, vers 10 word aangehaald in het johannes evangelie  Joh 2:17 En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden.  En dus laat de bijbel zien dat ook hier al over Christus word gesproken als je vers 6 leest denk je dit kan niet over Christus gaan, maar als je doorleest zie je in vers 10 dat het wel over Hem gaat, ook in vers 6 geld dat Hij al onze ongerechtigheden op Zich heeft genomen, Hij was met de misdadigers gerekend(jes 53)

33 Psalm 69 vervolg  Psalm 69:21 De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.  22 Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.  Vervulling klik  Mat 27:33 ¶ En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats,  34 Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.

34 Psalm 71  Psalm 71:20 Gij, Die mij veel benauwdheden en kwaden hebt doen zien, zult mij weder levend maken, en zult mij weder ophalen uit de afgronden der aarde.(opstanding)  21 Gij zult mijn grootheid vermeerderen, en mij rondom vertroosten.  Heb 2:7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;  Hebr 1 en 2 gaan hier hellemaal over namelijk dat Christus is vernederd maar na zijn opstanding is hij verhoogd

35 Psalm 78  Psalm 78:2 Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;  Vervulling klik  Mat 13:34 Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.  35 Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

36 Psalm 81 voorspelling dat het joodse volk de messias zou afwijzen  Psalm 81:11 Ik ben de HEERE, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.  12 Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild.  13 Dies heb Ik het overgegeven in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.  14 Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israel in Mijn wegen gewandeld had!  15 In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.  Vervulling klik  Joh 1:9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.  10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.  11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.  Mat 23:37 Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.

37 Psalm 88  Psalm 88:5 Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is;  6 Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.  7 Gij hebt mij in den ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten.  8 Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.  9 Mijn bekenden hebt Gij verre van mij gedaan, Gij hebt mij hun tot een groten gruwel gesteld; ik ben besloten, en kan niet uitkomen.  Jes 53:12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.  Marc 15:27 En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter, en een aan Zijn linker zijde.  28 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.  Overal in de psalmen waar Christus spreekt over zijn zonden en ongerechtigheden doet Hij dit omdat Hij onze zonden op zich nam

38 Psalm 91  Psalm 91:10 U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.  11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.  12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.  Vervulling klik  Mat 4:5 Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;  6 En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.  7 Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.

39 Psalm 102  psalm 102:24 Hij heeft mijn kracht op den weg ter neder gedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.(menswording minder dan de engelen om te kunnen sterven)  25 Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.  26 Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;  27 Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.  28 Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden.  Word vervuld in hebr 1: 8-13  Hebr 1:10 En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;  11 Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;  12 En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.(na opstanding)

40 Psalm 109  1 ¶ Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.  2 Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.  3 En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.  4 Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.  5 En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.  6 ¶ Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand.  7 Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.  8 Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt;  Over wie gaat dit laatste vers klik voor antwoord

41 Psalm 109 vervolg Handelingen 1 Handelingen 1  Han 1:16 Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;  17 Want hij was met ons gerekend, en had het lot dezer bediening verkregen.  18 Deze dan heeft verworven een akker, door het loon der ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.  19 En het is bekend geworden allen, die te Jeruzalem wonen, alzo dat die akker in hun eigen taal genoemd wordt Akeldama, dat is, een akker des bloeds.  20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Zijn woonstede worde woest (psalm 69), en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.  Psalm 109:8 Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt;  Psalm 109:8 gaat dus over Judas(dat zijn dagen weinig zijn) en zijn opvolger(een ander neme zijn ambt)

42 Psalm 118  Psalm 118:22 De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.  23 Dit is van den HEERE geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.  vervulling  Mat 21:42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen (Christus), dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?  43 Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u (joodse volk) zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.  44 En wie op dezen steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.  45 En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.

43  Als we de psalmen bestuderen zien wij dat ze over Christus spreken, we leren dat hij zichzelf heeft vernederd tot de dood des kruises.  God werd mens om de straf die wij verdienden op zich te kunnen nemen en door voor ons te sterven overwon Hij de dood.  In de psalmen leren we hoe groot dat lijden was, als we dat echt geloven krijgen wij Hem lief, omdat Hij onschuldig voor ons stierf.  Joh 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

44  2 kor 5:17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.  18 En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.  19 Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.  20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.  21 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.  1 petr 1:18 Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is;  19 Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;  20 Dewelke wel voorgekend is geweest voor de grondlegging der wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil,  Als je gelooft dat God in de persoon van Jezus voor jou stierf dan  ga je bijbel lezen dan wil je alles weten van degene die jou verlost  heeft en jou daardoor eeuwig leven heeft gegeven

45 Heel de bijbel spreekt over onze Here Jezus Christus als je dat gaat zien dan pas ben je echt vrij  Luc 24:25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!  26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?  27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.  44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.  Ik hoop dat u in de psalmen hebt gezien dat Christus moest lijden (om u te kunnen verlossen)

46  1kor 2:6 ¶ En wij spreken wijsheid onder de volmaakten; doch een wijsheid, niet dezer wereld, noch der oversten dezer wereld, die te niet worden;  7 Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was;  8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.  9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.  10 Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.  In de Psalmen word gesproken over de dood en opstanding van Christus dit was een verborgenheid, het was bedekt, maar na de opstanding van Christus is de bedekking weggenomen direct na de opstanding beginnen de discipelen uit te leggen dat het oude testament over de Here Jezus spreekt.  Nergens in de bijbel staan teksten dat de Christus zou lijden en sterven,  toch spreekt de bijbel er wel over, zoals we hebben gezien in de psalmen en jesaja 53  Ik hoop dat de bedekking bij uw is weggenomen(net als bij de Emmausgangers)  Dat uw Christus in de bijbel ziet, velen zien het niet en lezen de psalmen als historisch, ze denken dat ze gewoon in David zijn vervuld, of denken dat de psalmen over ons gaan, nee de psalmen spreken ons van Christus en alleen als we in Hem geloven kunnen we veel psalmen op ons zelf toepassen.  Luc 24:44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.  45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.

47 Geloven is vertrouwen je kunt alleen iemand vertrouwen als je Hem kent  rom 5:1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;  Hebt u vrede met God, dat kan door het volbrachte werk van Christus, Hij heeft het ook voor u gedaan.  Rom 3:23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;  24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;  Hebt u vragen of opmerkingen stel ze gerust  Henk Visscher   Tel


Download ppt "Wie spreekt tot ons in de psalmen  Lees eerst psalm 16 in uw favoriete vertaling  De vraag is wie spreekt in de psalm tot ons  Als u klaar bent met."

Verwante presentaties


Ads door Google