De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HET BETREKKELIJK VOORNAAMWOORD Le pronom relatif.

Verwante presentaties


Presentatie over: "HET BETREKKELIJK VOORNAAMWOORD Le pronom relatif."— Transcript van de presentatie:

1 HET BETREKKELIJK VOORNAAMWOORD Le pronom relatif

2 Qui, Que = die, dat  Qui verwijst naar het onderwerp in de bijzin.  De leerling die werkt  L’élève qui travaille. Que verwijst naar het lijdend voorwerp.  Het huis dat u ziet  La maison que vous voyez

3 Let op!  Que wordt qu’voor een klinker/H  Qui verandert nooit.

4 Na een voorzetsel (opfrissen) à, de, dans, sur, sous, avec etc.  Qui  La copine à qui je pense  De vriendin aan wie ik denk.  Lequel (mann. enk.)  Laquelle (mann.enk.)  Lesquels (mann.meerv.)  Lesquelles (vr. meerv.) Personen Voorwerpen

5 Exemples:  Le pays dans lequel je vis.  La table sur laquelle je fais mes devoirs.  les crayons avec lesquels j’écris.  Les brosses avec lesquelles je me coiffe.

6 Opmerking  À + lequel  auquel (mann. enk.)  À + lesquels  auxquels (mann. meerv.)  À + lesquelles  auxquelles (vr. meerv.)

7 Dont: van wie, waarvan, wiens, waarover,over wie etc.  Dont is een combinatie van de+betrekk.vnw.  Het gaat over een persoon of een voorwerp.  Het komt bij een aantal ww. met het voorzetsel de: parler de, avoir besoin de, se moquer de.  Je parle de ce livre  le livre dont je parle. J’ai besoin de ce cahier  le cahier dont j’ai besoin.


Download ppt "HET BETREKKELIJK VOORNAAMWOORD Le pronom relatif."

Verwante presentaties


Ads door Google