De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011"— Transcript van de presentatie:

1 Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar

2 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 2 Copyright notice This powerpoint presentation was developed as an educational aid to the renewed course “Office automation” (Kantoorautomatisering), taught at the University of Gent, Belgium as of the year This presentation may be used, modified and copied free of charge for non-commercial purposes by individuals and non-for-profit organisations and distributed free of charge by individuals and non-for-profit organisations to individuals and non-for-profit organisations, either in electronic form on a physical storage medium such as a CD-rom, provided that the following conditions are observed: 1.If you use this presentation as a whole or in part either in original or modified form, you should include the copyright notice “© W. Philips, Universiteit Gent, ” in a font size of at least 10 point on each slide; 2.You should include this slide (with the copyright conditions) once in each document (by which is meant either a computer file or a reproduction derived from such a file); 3. If you modify the presentation, you should clearly state so in the presentation; 4.You may not charge a fee for presenting or distributing the presentation, except to cover your costs pertaining to distribution. In other words, you or your organisation should not intend to make or make a profit from the activity for which you use or distribute the presentation; 5. You may not distribute the presentations electronically through a network (e.g., an HTTP or FTP server) without express permission by the author. In case the presentation is modified these requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the presentation, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then these requirements do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same sections as part of a whole which is a work based on the presentation, the distribution of the whole must be on the terms of this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless of who wrote it. In particular note that condition 4 also applies to the modified work (i.e., you may not charge for it). “Using and distributing the presentation” means using it for any purpose, including but not limited to viewing it, presenting it to an audience in a lecture, distributing it to students or employees for self-teaching purposes,... Use, modification, copying and distribution for commercial purposes or by commercial organisations is not covered by this licence and is not permitted without the author’s consent. A fee may be charged for such use. Disclaimer: Note that no warrantee is offered, neither for the correctness of the contents of this presentation, nor to the safety of its use. Electronic documents such as this one are inherently unsafe because they may become infected by macro viruses. The programs used to view and modify this software are also inherently unsafe and may contain bugs that might corrupt the data or the operating system on your computer. If you use this presentation, I would appreciate being notified of this by . I would also like to be informed of any errors or omissions that you discover. Finally, if you have developed similar presentations I would be grateful if you allow me to use these in my course lectures. Prof. dr. ir. W. Philips Department of Telecommunications and Information ProcessingFax: University of GentTel: St.-Pietersnieuwstraat 41, B9000 Gent, Belgium

3 Zelfstudie: Enkele stijlregels

4 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 4 Overzicht Enkele stijlregels Keuze van lettertypes De regelval en het vullen van kolommen Woordafbrekingen en punctuatie Plaatsing en vormgeving van vlottende objecten Vormgeving van tabellen De huisstijl (bedrijfsstijl) Doelstelling: te kennen: de verschillende regels en waarom ze werden ingevoerd te kunnen: toepassen van deze regels; opsporen van fouten tegen deze regels in teksten

5 Zelfstudie: Enkele stijlregels Keuze van lettertypes

6 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 6 Lettertype en leesbaarheid Theorieën i.v.m. de leesbaarheid van lange teksten volgens sommige bronnen zouden serif letters de leesbaarheid bevorderen; volgens andere onderzoeken is dat een fabeltje serif letters komen “onrustig over” sans serif fonts komen zakelijker over lange cursieve teksten (aan elkaar geschreven) lezen moeilijk Theorieën i.v.m. het accentueren en opvallen van tekst in broodtekst vallen woorden in het vet sterker op dan cursieve woorden, maar ze storen het tekstbeeld sterker onderlijning stoort het woordbeeld sterk en is ronduit lelijk het klaarblijkelijk hiërarchisch niveau van een titel wordt in de eerste plaats bepaald door de korpsgrootte, vervolgens door het gewicht (vet of niet) en tenslotte door de stijl (b.v. italisch)

7 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 7 De broodtekst Wees sober voor wat betreft de broodtekst kies een rustig, goed lezend en “onopvallend” lettertype, zoniet leidt de vorm af van de inhoud ideaal is romeins (recht) lettertype van 10 à 12 pt (liefst 11 pt.) beperk het aantal lettertypes in een tekst (geen kakafonie) Benadruk woorden door ze cursief te zetten Opmerking: wegens het beperkt aantal lettertypes, korpsgroottes en letterstijlen onderlijnt men op schrijfmachines noodgedwongen te benadrukken woorden (en titels) moderne tekstverwerkers hebben die beperking niet; wie toch onderlijnt geeft blijk van “a poor man’s style” Acronymen in kleinkapitalen lezen rustiger dan in hoofdletters

8 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 8 Klassieke titelstructuur De letterstijl en het korps geven een indicatie van de hiërarchie de grootte van de letter is doorslaggevend: een groter korps is “krachtiger” Lettertype meestal in zelfde lettertype als de broodtekst, maar groter liefst met een schreefloze letter gebruik zeker niet te veel verschillende lettertypes voor eenzelfde lettergrootte staan vette letters hiërarchisch hoger dan schuine en schuine hoger dan gewone

9 Zelfstudie: Enkele stijlregels De regelval en het vullen van kolommen

10 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 10 Aspecten van de regelval De regelval is de manier waarop men regels afbreekt Opties i.v.m. regelval Uitlijning tekst: links, rechts of uitgevuld? Woordafbreking of geen woordafbreking? De gekozen opties beïnvloeden de gemiddelde spatiëring en de variatie in spatiëring de variatie in regellengte Woordafbrekingen zijn onderworpen aan taalafhankelijke regels onlogische splitsingen hinderen de leesbaarheid van de tekst: “afbreek-routine” is beter dan “af-breekroutine” Opmerking: in tekstverwerkers zoals MSWord verstoren overbodige spaties de regelval; in andere (zoals LaTeX) worden meervoudige spaties als één enkele beschouwd

11 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 11 Invloed regelval op leesbaarheid Bij het lezen van een tekst moet de lezer de tekst “scannen” Mogelijke problemen aan het eind van een regel moet de lezer de volgende regel zoeken; hier gaat het dikwijls mis als de lezer eventjes nadenkt kan hij de regel of de positie op de regel kwijtraken Argumenten voor deze theorie: lezen gaat veel sneller als men volgt “met de vinger” als de tekst woord per woord op het scherm verschijnt Hulpmiddelen om deze problemen te voorkomen korte regels met ruime (maar niet te ruime) spaties tussen de woorden vergemakkelijken de navigatie binnen een regel regelinspringingen (zowel links als rechts), blanco lijnen tussen paragrafen, bolletjes, vormen referentiepunten die het lezen vergemakkelijken

12 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 12 De Engelse regelval Engelse regelval: de tekst is links uitgelijnd en per regel worden zoveel mogelijk woorden gezet, met een vaste spatiëring tussen de letters Eigenschappen vooral bij lange regels “vindt” de lezer gemakkelijk de volgende regel de tekst leest rustiger omdat hij overal even grijs is Opmerking: bij een korte regellengte is woordafbreking hier wenselijk; zoniet varieert de regellengte te veel  vrije regelval waarbij de auteur de regelafbrekingen kiest

13 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 13 Uitgevulde tekst de tekst wordt zowel links als rechts uitgelijnd door de spatiëring aan te passen per regel worden zoveel woorden als nodig gezet om de optimale spatiëring zo dicht mogelijk te benaderen de laatste regel van een paragraaf wordt niet uitgevuld Eigenschappen bij een korte gemiddelde regellengte kan de spatiëring tussen letters en woorden te groot worden waardoor de leesbaarheid vermindert woordafbreking en kerning laten toe de optimale spatiëring beter te benaderen en zijn dus wenselijk

14 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 14 Andere uitlijningen Rechts uitgelijnde of gecentreerde tekst leest veel moeilijker (behalve rechtsuitgelijnde tekst in talen waarin men van rechts naar links schrijft zoals Hebreeuws en Arabisch) Gecentreerde tekst wordt soms gebruikt om de opmaak van de pagina te “verfraaien”; b.v. op menukaarten Titels worden dikwijls gecentreerd gezet

15 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 15 Tips i.v.m. regelval en spatiëring Voor optimale leesbaarheid: 30 à 70 tekens per regel; eventueel meerdere kolommen maken De interlinie moet aangepast worden aan de woord- en letterspatiëring: losse (=veel) spatiëring  grotere interlinie De interlinie moet relatief groter worden gekozen naarmate de regels breder gekozen worden het korps groter gekozen wordt Regelval Engelse regelval heeft de beste leesbaarheid en geeft een rustig tekstbeeld (egaal grijs) Uitvulling is bijna even goed op voorwaarde dat de alinea’s niet te lang zijn en dat de hoeveelheid wit niet te veel varieert van regel tot regel (woordafbreking gebruiken!) Gecentreerde tekst: enkel voor titels of speciale effecten

16 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 16 Alinea’s en paragrafen … Alinea’s vormen structurele onderdelen van de tekst en moeten van elkaar onderscheiden kunnen worden door ofwel een extra witregel of verticale ruimte ofwel de eerste zin te laten inspringen De breedte van de inspringing wordt dikwijls gelijk gekozen aan 1 em (b.v. 11pt breed voor een 11pt font) kan ook langer om een bepaald stilistisch effect te verkrijgen Regels te ver laten inspringen heeft nadelen: als de laatste regel van de vorige alinea korter is dan de inspringing  vreemd gat Soms laat men de eerste alinea onder een titel niet inspringen en de volgende alinea’s wel

17 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 17 … Alinea’s en paragrafen Te vermijden: hoerejong (in MSWord: widow): de laatste zin van een alinea komt op een nieuwe bladzijde of kolom terecht (lelijk en verwarrend)  “keep lines together” optie in Word; eventueel interlinie iets verlagen/verhogen of tekst iets korter/langer maken weeskind (orphan): een titel of de eerste lijn van een alinea komt helemaal onderaan op het blad of de kolom terecht, terwijl de erop volgende tekst op het volgende blad begint  “keep with next” optie in Word; eventueel pagina of kolom afbreken net voor het weeskind laatste zin van een paragraaf bestaat enkel uit één klein woordje  oplossing: zin iets korter/langer maken; kerning toepassen

18 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 18 Titels Positionering titels mogen niet gescheiden worden van de tekst erna titels van hoofdstukken: op het begin van een blad De titelhiërarchie moeten duidelijk zijn, b.v. door de keuze van de korpsgroottes en letterstijlen de nummering in eenvoudige documenten, eenvoudige nummering in complexe documenten, hiërarchische nummering: 1.1.aI.1.7 … de spatiëring voor en na de titels: de ruimte voor een titel is groter dan de ruimte erna en beide ruimtes zijn groter naarmate de hiërarchie hoger is

19 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 19 Sprekende kop- en voetregels Kopregels en voetregels worden b.v. gebruikt in boeken e.d.: om de titel van een hoofdstuk te herhalen op elk blad in wetenschappelijke tijdschriften: b.v. bovenaan op de linkerbladzijde de bronvermelding (naam tijdschrift, jaargang, paginanummers) en op de rechterbladzijde de naam van de auteurs en de titel van het artikel  bij het kopiëren staat de bronvermelding op de kopie kopregels op de linkerbladzijde geven de namen van de auteurs; die op de rechterbladzijde de titels van de hoofdstukken Sprekende kopregels worden meestal in iets kleiner korps gezet en soms door een lijntje gescheiden van de broodtekst

20 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 20 Voetnoten en onderschriften Voetnoten worden in een iets kleiner lettertype gezet dan de broodtekst om verwarring met de broodtekst te vermijden: -plaatst men een lijn tussen de broodtekst en de voetnoten -en/of laat men er een paar regels ruimte tussen Onder- of bijschriften bij figuren en tabellen lettertype of -stijl duidelijk verschillend van broodtekst; meestal: cursieve of iets lichtere letter en iets kleiner korps voldoende ruimte laten tussen onderschrift en broodtekst bij tabellen, bij voorkeur boven de tabel; bij figuren eronder

21 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 21 Paginanummers Positie Liefst aan de buitenzijde van de pagina (d.w.z. rechts op voorkant; links op achterkant)  vergemakkelijkt het opzoeken van een pagina Uitzondering: als titels gecentreerd worden op de pagina is het mooier als ook de paginanummers gecentreerd zijn Bij dubbelzijdig drukwerk: oneven nummers op rechterbladzijden; even nummers op linkerbladzijden Liefst Arabische cijfers, in het zelfde lettertype als de tekst In het voorwoord: Romeinse cijfers Op sommige bladzijden is het paginanummer onzichtbaar: b.v. de titelpagina en de eerste bladzijde van een hoofdstuk

22 Zelfstudie: Enkele stijlregels Woordafbrekingen en punctuatie

23 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 23 Enkele regels voor woordafbrekingen Volgens de algemene stijlregels: geen regel/woordafbrekingen in hoofdtitels (eventueel wel in minder belangrijke ondertitels) in afkortingen, getallen en bedragen (incl. valutateken) tussen getallen en eenheden, b.v. “100 km” tussen titel, initialen en de rest van namen: “dr. ir. W. Philips” op onlogische plaatsen: “ta-felkleed”, “boe-kenkast” in het laatste woord op een blad en in titels Volgens de Nederlandse stijlregels: geen woordafbrekingen als het eerste deel van het woord twee letters bevat en het tweede deel niet meer dan drie: “ve-le”, “de-ze”, “te-gelijk” als het laatste deel van het woord slechts twee letters bevat: “diepe-re”, “sala-de” tussen de lettercombinaties “ng” en “nk”: “lan-ger” voor het achtervoegsel “-lijk”: “dode-lijk” (logica)

24 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 24 Problemen met woordafbrekingen De “splitsingsregels” verschillen van taal tot taal Nederlandse woorden zijn doorgaans veel langer dan Engelse wat een goede regelval bemoeilijkt (reden: in het Nederlands schrijft men samenstellingen aan elkaar: computerapparatuurverhuurfirma) Automatische systemen (tekstverwerkers) volgen de regels maar gedeeltelijk, omdat ze te moeilijk zijn: splitsing hangt soms af van betekenis: “bommel-ding” vs. “bom-melding” niet alle “uitzonderingen” zijn in het woordenboek van het systeem opgenomen de afbreking beïnvloedt soms de vorm: “be-invloedt” i.p.v. “be-ïnvloedt”  de software ondersteunt dit soms niet hoe moet men (b.v. Engelse) leenwoorden splitsen? (volgens de Engelse regels of de Nederlandse?)

25 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 25 Regelafbrekingen in Word Men kan de woordafbreking beïnvloeden door het invoegen van optionele splitsingen (“optional hyphens): dit zijn extra plaatsen waar Word mag (maar niet moet) splitsen niet-afbreekbare splitsingen (non-breaking hyphens): dit zijn koppeltekens waarachter Word niet mag splitsen b.v.: De regelafbreking kan worden beïnvloed door het invoegen van niet-afbreekbare spaties (non-breaking spaces) b.v.: 100 km en dr. ir. W. Philips

26 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 26 Punten Gebruik geen punten op het einde van titels of op het einde van het titelnummer Wel: 1 De Witte van Zichem Niet: 1. De Witte van Zichem. Duizendtallen worden bij voorkeur gescheiden door dunne spaties: is beter dan Er bestaan verschillende versies van de punt gebruik een lage punt op einde zin en in opsommingen  gebruik een “punt op halve hoogte” in formules

27 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 27 Spatiëring van leestekens Nooit een spatie voor leestekens (.,;:?), wel een spatie erna Uitzondering: voor ? !:; mag een niet-afbreekbare spatie van 1/6 em (een zesde van de korpsgrootte) breed niet: “geval a : de muis”“Viel ze van de trap ?” wel:“geval a: de muis”“Viel ze van de trap?” ook goed:“geval a : de muis”“Viel ze van de trap ?” De spatie na de punt op het einde van een zin moet iets langer (b.v. 1.5 em) zijn dan de spatie na de punt in een afkorting goed: Mr. Bean ging naar de les. Hij begon eraan.  probleem voor tekstverwerkers zoals Word Geen spatie tussen aangehaald materiaal en aanhalingstekens wel: “geval a: de muis” niet: “ geval a: de muis ” Geen spaties tussen ronde haakjes en omsloten tekst wel: (uit Zichem)niet: ( uit Zichem )

28 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 28 Aanhalingstekens Europese vormen (enigszins verouderd): ”hallo” en „hallo” Angelsaksische vormen: “hallo” en ‘hallo’ gebruik bij voorkeur: “hallo” De punt in een aangehaalde zin komt binnen de aanhalingstekens: Wel: Hij riep “Wie niet waagt blijft maagd.” Niet: Hij riep “Wie niet waagt blijft maagd”.

29 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 29 Gedachtestrepen en koppeltekens Gedachtestrepen (– of —) zijn langer dan koppeltekens (-) koppeltekens worden gebruikt in splitsingen of sommige samengestelde woorden gedachtestrepen zijn langer en onderbreken een zin Europese vs. angelsaksische stijl: Europees: kortere streep met spaties errond -de man – die we eerder al verdachten – liep weg angelsaksisch: langere streep, zonder spaties - the man—whom we suspected before—ran away

30 Zelfstudie: Enkele stijlregels Plaatsing en vormgeving van vlottende objecten

31 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 31 Figuren en tabellen Figuren en tabellen kunnen “in-line” worden gezet maar zijn meestal vlottende objecten in-line: de figuur heeft een vaste plaats t.o.v. de zinnen van de tekst; de figuur gedraagt zich als een grote letter en heeft daardoor een vaste positie t.o.v. de vorige en de volgende letter “displayed” dit is vergelijkbaar met in-line -maar de figuur wordt in een aparte paragraaf gezet -opmerking: in Word noemt men dit ook “in-line” vlottend: de plaats van de figuur t.o.v. de tekst is niet vast -er wordt ruimte voorzien voor de figuur op een welbepaalde plaats in de zetspiegel -de tekst vloeit omheen deze ruimte

32 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 32 Opmerkingen Waarom gebruikt men vlottende objecten? als men grote figuren in-line zet dan is het soms onmogelijk een pagina goed op te maken -er is b.v. niet meer genoeg plaats om de figuur nog op het blad te zetten -en als men de figuur naar het volgende blad verschuift is het “huidige” blad niet volledig gevuld Opmerking: aangezien de plaats van vlottende objecten niet vast is, is het nodig deze objecten te nummeren vlottende objecten krijgen een genummerd onderschrift of bovenschrift men verwijst ernaar via hun nummer (“in figuur 1 …”)

33 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 33 Plaatsing van figuren… Grote of belangrijke figuren bij voorkeur vlottend (gemakkelijkere en betere paginaopmaak) met een onderschrift dat voldoende informatie bevat om te begrijpen waarover de figuur gaat zonder de tekst te lezen Kleinere figuren displayed of inline, naast of boven de tekst waar ze bijhoren als in de tekst naar de figuur wordt verwezen, liefst via een genummerd onderschrift (verwijzingen zoals “bovenstaande figuur” zijn gevaarlijk als de figuur ooit wordt verplaatst!) Opmerking: in langere documenten voorziet men dikwijls een lijst van figuren en tabellen in die lijst zijn lange onderschriften storend gebruik daarom in die lijst een apart, verkort onderschrift

34 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 34 Plaatsing van vlottende figuren Waar wil men vlottende figuren zetten? dicht bij de plaats waar men ze bespreekt in de tekst en indien mogelijk op de zelfde bladzijde (of zelfde blad) Brede figuren die over meerdere kolommen worden gezet, moeten bovenaan (of onderaan) op de pagina, om te vermijden dat de lezer de tekstkolommetjes op het blad aan elkaar moet “puzzelen” bij voorkeur bovenaan of onderaan op een blad eventueel samen met andere figuren op een pagina waarop uitsluitend figuren staan

35 Zelfstudie: Enkele stijlregels Vormgeving van tabellen

36 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 36 Tabellen Een tabel bestaat uit rijen en kolommen; deze kunnen (maar hoeven niet) gescheiden worden door lijnen overkoepelend rijhoofd overkoepelend kolomhoofd kolom- hoofd kolomhoofd rijhoofd Kolommen en rijen hebben een hoofd; er kunnen ook overkoepelende rij- en kolomhoofden zijn Aangrenzende rijen (kolommen) kunnen in één of meerdere kolommen (rijen) samengevoegd worden De layout wordt sterk beïnvloed door de inhoud: de breedte van een kolom wordt b.v. bepaald door het materiaal erin

37 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 37 Als men een links uitgelijnde kolom rechts naast een rechts uit- gelijnde kolom zet moet men voldoende ruimte laten (b.v. door een lege hulpkolom te voorzien) Getallen worden rechts uitgelijnd, maar als het “aantal cijfers na de komma” varieert worden ze op de decimale punt uitgelijnd Overkoepelende hoofden worden gecentreerd Tekst wordt meestal links uitgelijnd, behalve in de eerste kolom waar men rechts uitlijnt; uitvullen is meestal af te raden wegens de meestal te geringe kolombreedte Uitlijning van kolommen in tabellen diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoordelijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7 Australië Dr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang

38 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 38 andere objecten worden best verticaal gecentreerd in hun cel Verticale uitlijning: kolomhoofdingen worden best onderaan gealigneerd …Uitlijning in tabellen diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoordelijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7AustraliëDr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang

39 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 39 Lijnen in tabellen… Vroeger was het zetten van verticale lijnen zeer moeilijk in drukprocédés  het gebruik van enkel horizontale lijnen werd hierdoor een stijlregel diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoordelijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7AustraliëDr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang Probleem: slaat “Afrika” enkel op “olifant” of op “olifant” en “woelmuis” samen? Een tabel zonder verticale lijnen kan toch goed leesbaar zijn op voorwaarde dat men de nodige zorg besteed aan de uitlijning

40 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 40 … Lijnen in tabellen… Door de dikte en stijl van de lijnen te variëren en de titels in het vet te zetten wordt de hiërarchische structuur van de tabel nog duidelijker diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoorde- lijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7AustraliëDr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang Beter, want “Afrika” staat nu “halfweg”

41 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 41 …Lijnen in tabellen Tegenwoordig is het zetten van verticale lijnen geen probleem meer; ze worden daarom toch weer gebruikt Advies: beperk het aantal verticale lijnen gebruik ze vooral daar waar ze de globale structuur van de tabel verduidelijken diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoorde- lijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7AustraliëDr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang

42 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 42 Tabellen met cijfermateriaal Vermeld eventuele eenheden in de kolomhoofden, niet bij de getallen in de tabel Als verschillende kolommen van een tabel gelijkaardig materiaal bevatten (b.v. getallen), dan kan men dit benadrukken door de kolommen even breed te kiezen In tabellen met statistische gegevens duiden de rijhoofden “oorzaken” aan en de kolomhoofden “gevolgen”; indien men daar van afwijkt zaait men verwarring

43 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 43 diersoort volgens zoölogen uit de 17e eeuw verantwoordelijke zoöloog kenmerk staartlengte (in cm)continent kangoeroe buidel 1.7AustraliëDr. Bean olifant oranje met grote en kleine staart Afrika Dr. Katz woelmuis uiterst agressief 123Dr. Matang totaal Opmerkingen Bijschriften worden boven een tabel gezet, liefst in een afwijkend lettertype, schuingedrukt of in kleinere korpsgrootte Het korps in de tabel is meestal iets kleiner dan het broodkorps Eventuele belangrijke (samenvattende lijnen) worden in het vet gezet; eventuele opmerkelijke gegevens in het cursief Tabel 1: voorlopige bevindingen en verantwoordelijke wetenschappers

44 Zelfstudie: Enkele stijlregels Besluit

45 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 45 Een citaat als uitsmijter “Goede typografie maakt zichzelf onzichtbaar. Deze uitspraak moet voor u het uitgangspunt zijn bij het opmaken van uw pagina’s. Helaas blijken de meeste dealers van desktop publishing software geen goede ontwerpers. Op de beurzen tonen zij in hun productinformatie aan dat ze niets van typografische vormgeving begrijpen of beschikken over een slechte smaak. Op één pagina plaatsen zij vier lettertypen, ze houden geen marge aan en de plaatjes staan bij voorkeur in diapositef (witte letters in een donker vlak). ‘Kijk eens wat mijn aap voor kunstjes kan’, lijken ze te willen zeggen.” (Desktop publishing, hoe doe je dat? 1987) PS. Er is weinig veranderd op dit vlak sinds 1987

46 Zelfstudie: Enkele stijlregels De huisstijl

47 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 47 Huisstijl… Huisstijl = de uniforme aspecten van de vormgeving van de communicatie van het bedrijf met de buitenwereld Aspecten die deel kunnen uitmaken van de huisstijl Het logo van het bedrijf -positie op de pagina, afmetingen -richtlijnen omtrent het gebruik ervan (wanneer mag het en wanneer mag het niet!) -voorschriften omtrent kleuren en schriftsoorten De vormgeving van de naamkaartjes en briefpapier Voorschriften omtrent papierformaten en diktes afkortingen en vertalingen van bedrijfsnamen: -UGent (niet UGENT of UG), K.U.Leuven (en niet KUL), … -Ghent University (niet: University of Ghent)

48 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 48 … Huisstijl Richtlijnen i.v.m. logo’s Niet te veel kleuren gebruiken in het logo (de prijs van drukwerk loopt op met aantal kleuren dat gebruikt wordt) nauwkeurig de kleuren beschrijven (voor later contact met drukkers) en zorgen dat alle programma’s (b.v. tekst- verwerkers, tekenprogramma’s) de kleur gelijk interpreteren Men maakt best een aparte zwart-wit versie, want automatische conversie naar zwart-wit levert dikwijls niet het gepaste resultaat Briefpapier en brochures: rekening houden met richtlijnen post b.v. plaats van het adres b.v. standaardformaten van enveloppen (posttarieven!) In het algemeen: laat enige vrijheid aan de gebruikers, b.v. qua korpsgrootte van tekst

49 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 49 Voorbeeld De huisstijl van de RUG: zie https://www.ugent.be/nl/univgent/bestuur/huisstijl/stijlgids/kantoor/drukwerk Opmerking: de betreffende website zondigt duidelijk tegen de stijlregels…

50 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 4/10/ b. 50 Bibliografie Jan Van Campenhout. Tekstverwerking en bureautica. Cursus RUG, Desktop Publishing, Grafisch Vormgeven met een Personal Computer Teleac, Utrecht. ISBN K.F. Treebus. Tekstwijzer. Een gids voor het grafisch verwerken van tekst. SDU ISBN K.F. Treebus. Vormwijzer. Een gids bij het vormgeven en produceren van drukwerk. SDU ISBN Patrick Bergmans. Documentverwerking. Cursus RUG, 2000.


Download ppt "Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011"

Verwante presentaties


Ads door Google