De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DE CHORDADIEREN MICHELLE BORGHERS. KENMERKEN -Tweezijdig symmetrisch -Vrijbewegend Over welke steunelementen beschikken deze dieren?  Skelet van been.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DE CHORDADIEREN MICHELLE BORGHERS. KENMERKEN -Tweezijdig symmetrisch -Vrijbewegend Over welke steunelementen beschikken deze dieren?  Skelet van been."— Transcript van de presentatie:

1 DE CHORDADIEREN MICHELLE BORGHERS

2 KENMERKEN -Tweezijdig symmetrisch -Vrijbewegend Over welke steunelementen beschikken deze dieren?  Skelet van been en/of kraakbeen

3 A. DE CHORDA DORSALIS -Bij tweezijdig symmetrische dieren in de embryonale fase  chordadieren of chordaten -Chorda dorsalis = eerste steunstructuur -Bij gewervelde chordadieren wordt chorda dorsalis de wervelkolom (uit been of kraakbeen) -Sommige chordadieren hebben geen wervelkolom  behouden de chorda dorsalis of verliezen hem -Boven de chorda: neurale buis of zenuwstreng -Kopeinde neurale buis groeit uit tot hersenblaas  verder ontwikkelen tot hersenen omgeven door een schedel -Ongewervelde chordadieren  dit gebeurt niet Chordadieren  Dieren met een schedel  Schedellozen

4

5 B. DE LANCETVISJES -Lancetvisjes en haaien zijn chordadieren.  Haaien = echte vissen  Lancetvisjes = geen echte vissen Gelijkenis?  Beide zeedieren Verschil?  stierkophaai: kop met ogen, vinnen en een staart  Lancetvisje: geen kop, geen vinnen, wel een langwerpig puntig lichaam

6 -Slank langwerpig lichaam dat tot 10 cm lang kan worden -Ondiep water aan kusten van warmere zeeën waar volwassen exemplaren ingegraven zitten in het zand -Neuspunt is zichtbaar met daaronder opvallende mondopening waarvan de randen bezet zijn met tentakels  Lancetvisje zuigt zeewater met voedseldeeltjes naar binnen -Cephalochordaten -Geen wervelkolom en schedel -Boven chorda: zenuwbuis die eindigt in enkelvoudig hersenblaasje -Geen ledematen -Geen duidelijke kop

7 BIO +: MANTELDIEREN Mantel = tunica Lichaamsopeningen = sifons

8 MANTELDIEREN -Wanneer je hun larven bestudeert, komen de verschillen tot uiting. Welke inwendige verschillen zie je?  Manteldier heeft inwendige organen  Sponsdierlarve zie je geen inwendige organen

9 C. DE GEWERVELDEN -Gewervelden of vertebraten -Amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren en vissen -Schedel en een wervelkolom van been of kraakbeen  Beenvissen en kraakbeenvissen -Tweezijdig symmetrisch -Kop en romp met gelede poten of vinnen -Velen hebben staart  Hoog ontwikkelde organismen : zenuwstelsel met buisvormige rugzenuwstreng en hersenen -Uitgebreid spijsverteringsstelsel -Gesloten bloedsomloop met hart aan buikzijde

10 OPDRACHT 2 VissenAmfibieën bloedsomloopGesloten skeletKraakbeen of beenBeen lichaamstemperatuurWisselend ademhalingKieuwenLongen en huid voortplantingEieren zonder schaal huidbedekkingSchubbenNaakt/slijm aanhangselsVinnenpoten

11 OPDRACHT 2 ReptielenVogelsZoogdieren bloedsomloopGesloten skeletBeen lichaamstemperatuurWisselendConstant ademhalingLongen voortplantingEieren met leerachtige schaal Eieren met kalkschaal Levendbarend huidbedekkingSchubben/schilde n VerenHaren aanhangselsPotenPoten/VleugelsPoten

12 OPDRACHT 3 Welke aanpassingen ondergingen organismen in de overgang van waterleven naar landleven?  Eieren met schaal  Huid met bedekking  Vinnen worden poten

13 BIO +: HET VOGELBEKDIER -Enige zoogdier met snavel -Legt eieren -Wijfje graaft broedhol in het zand op de oever -Twee leerachtige eieren -Eieren tussen buik en staart tijdens broeden -Jongen zijn blind en kaal -Moeder zoogt dmv talgklieren in melkvelden op de buik WAAR in de evolutie van de chordadieren kun je het vogelbekdier situeren?  Vogeldieren zijn een erg vroege afsplitsing van de zoogdieren. Ze zogen hun jongen maar zijn nog niet levendbarend.


Download ppt "DE CHORDADIEREN MICHELLE BORGHERS. KENMERKEN -Tweezijdig symmetrisch -Vrijbewegend Over welke steunelementen beschikken deze dieren?  Skelet van been."

Verwante presentaties


Ads door Google