De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Les 5 – woordenschat 20 woorden - opdracht. Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht schaars.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Les 5 – woordenschat 20 woorden - opdracht. Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht schaars."— Transcript van de presentatie:

1 Les 5 – woordenschat 20 woorden - opdracht

2 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht schaars

3 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

4  Als adjectief bij een substantief  Als gezegde!!!

5 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De mannen in Tsjechië zijn merendeels arrogant. Het is echt schaars om iemand sympatisch aan te treffen.

6 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De mannen in Tsjechië zijn merendeels arrogant. Het is echt schaars om iemand sympatisch aan te treffen.  Sympathieke mannen in Tsjechië zijn schaars.  [x] [koppelwerkwoord] schaars

7 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De tijd is schaars, dus we moeten opschieten!  Aardolie is in sommige landen schaars.

8 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De tijd is schaars, dus we moeten opschieten!  Aardolie is in sommige landen schaars.  [x] [koppelwerkwoord] schaars

9 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Toen er in Tsjechië communisme heerste, waren er fundamentale hygiënische voorwerpen schaars.

10 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Toen er in Tsjechië communisme heerste, waren er fundamentale hygiënische voorwerpen schaars.  Toen er in Tsjechië communisme heerste, waren fundamentele hygiënische voorwerpen schaars.  [x] [koppelwerkwoord] schaars

11 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

12  Schaars als bijwoord: alleen bij bepaalde werkwoorden!  Schaars verlicht  Schaars gekleed  Slechts schaars bezocht worden

13 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Voor het overige is de kerk slechts schaars verlicht omdat de ramen in de zijbeuken en de lichtbeuk in verhouding tot de muren klein zijn.

14 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Rel rond schaars geklede Fatima! [krantenkop]

15 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  In het uiterste Westen van Nepal bevindt zich een schaars bezocht gebied van de Himalaya.

16 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij komt bij ons schaars.

17 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij komt bij ons schaars.  Hij komt niet vaak bij ons.

18 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zij was dronken. Plotseling liep zij, schaars gekleed, naar buiten in de vorst.

19 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zij was dronken. Plotseling liep zij, schaars gekleed, naar buiten in de vorst.

20 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht met zich meebrengen

21 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

22

23  Het vertrek van deze docent brengt veel problemen met zich mee.  Het grote ongeluk op D1 bracht veel slachtoffers met zich mee.

24 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Het vertrek van deze docent brengt veel problemen met zich mee.  Het grote ongeluk op D1 bracht veel slachtoffers met zich mee. ±  [iets] brengt [iets] met zich mee = [iets] heeft [iets] als gevolg

25 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht afwegen

26 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

27  Je moet goed afwegen of je dit gaat doen of niet.

28 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Je moet goed afwegen of je dit gaat doen of niet.

29 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Men moet eerst heel goed afwegen waarvoor hij geld uitgeeft.

30 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Men moet eerst heel goed afwegen waarvoor hij geld uitgeeft.  Je moet eerst heel goed afwegen waaraan je geld uitgeeft.  Opm.: ‘je’ klinkt vlotter dan ‘men’

31 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Voordat je verhuist, zou je de pros en cons van Prag goed afwegen.

32 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Voordat je verhuist, zou je de pros en cons van Prag goed ? afwegen.  Voordat je verhuist, zou je de pro’s en contra’s van Praag goed moeten afwegen.

33 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht ten volle

34 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

35  Iets ten volle beamen (beamen : instemmen met, bevestigen dat iets inderdaad zo is)  Ten volle  Iets ten volle benutten  Iets ten volle steunen  Ten volle leven

36 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Dit uitbreidingsproject is iets dat ons bedrijf dringend nodig heeft en ik kan het alleen ten volle ondersteunen.

37 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Je moet ten volle geconcentreerd zijn op je werk.

38 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij leeft het leven ten volle - hij studeert, werkt, gaat naar de feestjes, naar de concerten, reist veel…

39 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik heb dat concert ten volle genoten.

40 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik heb dat concert ten volle genoten.  Ik heb ten volle van dat concert genoten / genoten van dat concert.  Genieten van iets (= genot/plezier hebben van iets)

41 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht opvatten

42 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

43  Ik heb dat verkeerd opgevat.

44 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

45

46  Veel mensen wilden de nieuwe regels niet opvatten.

47 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Veel mensen wilden de nieuwe regels niet opvatten.  Veel mensen wilden de nieuwe regels niet begrijpen.

48 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Er ontstond een grote discussie of de Amerikaanse scholen kinderen beter opvatten dan de Tsjechische.

49 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Er ontstond een grote discussie of de Amerikaanse scholen kinderen beter opvatten dan de Tsjechische.  Er ontstond een grote discussie of de Amerikaanse scholen kinderen beter begrijpen dan de Tsjechische.

50 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

51  Ik wil graag dat u de draad van het gesprek weer opvat.

52 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik wil graag dat u de draad van het gesprek weer opvat.

53 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht zich bewegen

54 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De patiënt kon zich na de operatie niet bewegen.  Omdat hij zich in de betere kringen beweegt, kent hij de etiquette.

55 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht afbakenen

56 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

57  We moeten het doel van ons werk precies afbakenen.  Als je een scriptie schrijft moet je eerst heel goed je probleemstelling afbakenen.

58 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Duidelijke grenzen afbakenen kan jongeren motiveren om hun gedrag te veranderen.

59 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht gericht

60 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

61  Deze televisiezender is vooral voor jonge mensen gericht.

62 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Deze televisiezender is vooral voor jonge mensen gericht.  Deze televisiezender is vooral op jonge mensen gericht.

63 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De reclame is absoluut waardeloos omdat het niet op klanten gericht is.

64 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Dit tijdschrift is gericht vooral op het jongere lezerspubliek.

65 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Dit tijdschrift is gericht vooral op het jongere lezerspubliek.  Dit tijdschrift is vooral gericht op het jongere lezerspubliek.

66 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De aandacht van het publiek is gericht op de danseres.

67 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Mijn onderzoek is gericht op de laatste jaren van de tachtigjarige oorlog.

68 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

69  Als u weet wat u wilt, kunt u gericht werk zoeken.

70 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Een gericht plan zal resulteren in het bundelen van energie op een beperkt aantal onderwerpen.

71 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht onontkoombaar

72 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

73  Zijn arrestatie was een onontkoombaar gevolg van zijn misdaden.

74 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht tot stand komen

75 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

76  Mijn verjaardagsfeestje komt tot stand bij ons thuis.

77 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Mijn verjaardagsfeestje komt tot stand bij ons thuis.  Mijn verjaardagsfeestje werd bij ons thuis georganiseerd.  ‘tot stand komen’: meestal meer mensen betrokken, officiëler

78 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De werkers waren ontevreden met hun salarissen en daarom is een werkstaking tot stand gekomen.

79 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht kriskras

80 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

81  Toen ik in die kinderkamer binnenstapte, zag ik een enorme rotzooi. Alle spelletjes, boeken, kleurpotloden en papieren lagen kriskras door elkaar.

82 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Tijdens de zomervakantie reisden zij kriskras door heel Europa.

83 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij was zo dronken dat hij kriskras naar huis liep.

84 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik wachtte één uur op hem! Ik was geen raad wat op het plein te doen, alleen maar kriskras lopen.

85 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik wachtte één uur op hem! Ik was geen raad wat op het plein te doen, alleen maar kriskras lopen.  Ik wachtte één uur op hem! Ik wist me geen raad, ik kon alleen maar wat ijsberen.

86 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

87  Ik wachtte één uur op hem! Ik wist me geen raad, ik kon alleen maar wat ijsberen.  Zich geen raad weten = wanhopig zijn

88 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

89  Ik weet me geen raad meer! Ik heb alles al geprobeerd!

90 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zuid-Afrika weet zich geen raad met zijn geld.  De Vlaamse scholen weten zich geen raad meer met de staking.

91 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht ronduit

92 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

93  Ronduit gezegd, je zit er totaal naast.  Hij heeft het ronduit gezegd – zonder meelijden.  Dwazen zijn de enigen die ronduit de waarheid zeggen.

94 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij heeft zijn werk ronduit slecht gedaan.

95 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht vermogen

96 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Op dat school studeren maar kinderen met goede vermogens.

97 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Voorbeeld van een buitenland vermogen is een bankrekening in het buitenland.

98 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  13.Als je iets van mij zal willen, zal ik alles wat in mijn vermogen ligt doen!

99 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Het liegen is één van de unieke vermogens van een mens.

100 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

101

102

103

104  Daartegen kan ik niets vermogen – het is nu eenmaal zo.

105 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Daartegen kan ik niets vermogen – het is nu eenmaal zo.  Daartegen vermocht niets. => Archaïsch, niet gebruiken!

106 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik wilde op het feestje niet zo veel wijn drinken maar ik zag daar mijn oude vrienden die met mij wilden drinken en ik vermoogde niks daartegen.

107 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  …en ik vermoogde niks daartegen.  Ik wilde op het feestje niet zo veel wijn drinken maar ik zag daar mijn oude vrienden die met mij wilden drinken en ik vermocht niks daartegen.

108 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Larry in groep A pakte de leiding, maar vermocht niets tegen de terugkeer van de West-Vlaming.  De Duitse en Hollandse amateurs vermochten niets tegen de Belgen die in deze best wel gezellige interland de eerste twee plaatsen veroverden.

109 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Louter woorden, hoe welsprekend ook, vermogen niets tegen geweld.

110 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht schetsen

111 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

112  Ik zal je de laatste nieuws kort schetsen. Zonder details.

113 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik zal je de laatste nieuws kort schetsen. Zonder details.  Ik zal je het laatste nieuws kort schetsen. Zonder details.

114 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Toen hij me zijn toekomstplannen schetste, was ik me zeker dat ik met hem blijf.

115 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Toen hij me zijn toekomstplannen schetste, was ik me zeker dat ik met hem blijf.  Toen hij me zijn toekomstplannen schetste, was ik zeker dat ik bij hem blijf.

116 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht aan de man brengen

117 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

118  Hij heeft veel gewerkt en nu is hij voorbereid om zijn producten aan de man te brengen.  Ze zijn van plan om hun plan aan de man te brengen. ±

119 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Philips probeert een nieuw soort radio aan de man te brengen – maar de aandacht van de consumenten is niet groot.

120 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Wie een product van goede kwaliteit offert, kan het altijd gemakkelijk aan de man brengen.

121 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Wie een product van goede kwaliteit offert, kan het altijd gemakkelijk aan de man brengen.  Wie een product van goede kwaliteit aanbiedt, kan het altijd gemakkelijk aan de man brengen.

122 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht geen zoden aan de dijk zetten

123 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

124

125  Landurig werklozen raken vaak depressief want ze voelen dat ze geen zoden aan de dijk van de maatschappij zetten.

126 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Landurig werklozen raken vaak depressief want ze voelen dat ze geen zoden aan de dijk van de maatschappij zetten.  Het/iets zet geen zoden aan de dijk

127 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Onze nieuwe vastgoedhandelaar heeft deze maand geen huis verkocht, kortom: hij heeft geen zoden aan de dijk gezet.

128 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Onze nieuwe vastgoedhandelaar heeft deze maand geen huis verkocht, kortom: hij heeft geen zoden aan de dijk gezet.  Het/iets zet geen zoden aan de dijk

129 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik denk dat de pogingen van jou om de situatie te verbeteren zullen geen zoden aan de dijk zetten.

130 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik denk dat de pogingen van jou om de situatie te verbeteren zullen geen zoden aan de dijk zetten.  Ik denk dat de pogingen van jou om de situatie te verbeteren geen zoden aan de dijk zullen zetten.

131 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Stelling: milieuvriendelijk gedrag van de burger zet geen zoden aan de dijk.

132 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Gevangenneming en heropvoeding van jeugdige criminelen zet geen zoden aan de dijk. Dat concludeert de Nederlandse gezinssocioloog Kees de Hees.

133 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht een dubbeltje op zijn kant

134 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

135  In de laatste derde was er een 2- 2 score, beide hockeyteams hadden een dubbeltje op hun kant.

136 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  In de laatste derde was er een 2- 2 score, beide hockeyteams hadden een dubbeltje op hun kant.  In de laatste derde was er een 2- 2 score, het was een dubbeltje op zijn kant.

137 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik ga waarschijnlijk volgend jaar naar Leiden maar het is steeds een dubbeltje op zijn kant.

138 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik ga waarschijnlijk volgend jaar naar Leiden maar het is steeds een dubbeltje op zijn kant.  Ik ga waarschijnlijk volgend jaar naar Leiden maar het is nog steeds/nog altijd een dubbeltje op zijn kant.

139 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij heeft veel geleerd, maar het is altijd een dubbeltje op zijn kant of hij zal slagen.

140 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht aflossen

141 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

142  Ronaldo heeft plots been gebreken, dus Zidane heeft hem bij het spel afgelost.

143 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ronaldo heeft plots been gebreken, dus Zidane heeft hem bij het spel afgelost.  Ronaldo heeft plots been gebroken, dus Zidane heeft hem bij het spel afgelost.

144 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Het was het laatste wapenfeit van de moegestreden aanvalsleider die werd afgelost door Poepon. Met een comfortabele 2-0 voorsprong zat de thuisclub op rozen.

145 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

146  We hebben al de helft van de hypotheek afgelost.

147 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Tot het eind van dit jaar ga ik mijn schulden aflossen.

148 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Tot het eind van dit jaar ga ik mijn schulden aflossen.  Vóór/aan het eind van dit jaar ga ik mijn schulden aflossen.

149 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik moet alle mijn schulden aflossen.

150 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Ik moet alle mijn schulden aflossen.  Ik moet al mijn schulden aflossen.

151 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht zijn schaapjes op het droge hebben

152 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

153  Zij trouwde een fortuin, dus zij heeft al haar schaapjes op het droge.

154 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zij trouwde een fortuin, dus zij heeft al haar schaapjes op het droge.  Zij trouwde met een miljonair, dus zij heeft haar schaapjes op het droge.

155 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Dankzij de erfenis heeft hij zijn schaapjes op het droge.

156 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Hij is veertig en heeft zijn schaapjes op het droge. Hij heeft al zijn schulden voor het huis en de auto afgelost.

157 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht op de fles gaan

158 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht

159  De kleine winkels gaan op de fles omdat de prijzen in supermarkten lager zijn en de kleine winkels verliezen hun klanten.

160 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  De kleine winkels gaan op de fles omdat de prijzen in supermarkten lager zijn en de kleine winkels verliezen hun klanten.  De kleine winkels gaan op de fles omdat de prijzen in supermarkten lager zijn en de kleine winkels hun klanten verliezen.

161 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Het gebeurt heel vaak in showbusiness dat man op een moment op het toppunt van zijn roem is en op het andere moment zijn populariteit op de fles gaat.

162 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Het gebeurt heel vaak in showbusiness dat man op een moment op het toppunt van zijn roem is en op het andere moment zijn populariteit op de fles gaat.  men/iemand  Op de fles gaan = failliet gaan

163 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zijn bedrijf heeft geen baten meer. Hij zal zeker op de fles gaan.

164 Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht  Zijn bedrijf heeft geen baten meer. Hij zal zeker op de fles gaan.  Zijn bedrijf maakt geen winst meer. Het zal zeker op de fles gaan.

165 Les 5 – woordenschat 20 woorden - opdracht


Download ppt "Les 5 – woordenschat 20 woorden - opdracht. Les 5  woordenschat  20 woorden  opdracht schaars."

Verwante presentaties


Ads door Google