De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Europese Unie ‘Inleiding’ + ‘deel 1: Geografische kenmerken van de EU’ + ‘deel 2: Europese integratie’

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Europese Unie ‘Inleiding’ + ‘deel 1: Geografische kenmerken van de EU’ + ‘deel 2: Europese integratie’"— Transcript van de presentatie:

1 De Europese Unie ‘Inleiding’ + ‘deel 1: Geografische kenmerken van de EU’ + ‘deel 2: Europese integratie’

2 Let op! Voor het examen (26/03), moet je enkel slides nr. 5, 6, 7 en 8 doornemen!

3 Inleiding: vertrouwen van de Europese bevolking in de EU

4 Sinds 2008 (crisis)  merkbare daling van vertrouwen in EU  sterkere daling vanaf 2010 Onvrede was (2013) het grootst in Griekenland  Spanningen lopen hoog op: EU in vraag gesteld  Nu: Griekse situatie beheerst agenda

5 Landen van de EU 28 lidstaten + 6 kandidaat-lidstaten Je moet de 28 lidstaten en 6 kandidaten kennen én kunnen situeren op de kaart (p. 2) Andere landen in Europa? – Geen kandidaat op dit moment (vnl. Oost- Europese landen)  In de (verre) toekomst? (vb. Oekraïne?) – Tout court geen kandidaat (vb. Noorwegen + ministaten  speciale situatie)

6 Zeeën, zeestraten, belangrijke rivieren Kunnen situeren op blinde kaart (p. 3) !!! Nadruk ligt echter op geschiedenis van de Europese integratie en de instellingen

7 Deel 2: De Europese Integratie Concept ‘Internationale organisatie’ – 19 de eeuw (Congres van Wenen,  internationale organisatie?) – Vooral vanaf 1945 – Verschillende doelen (economisch, militair, cultuur…) – Verschillen in grootte en slagkracht (vb. EU – Benelux)

8 Internationale organisaties: types Verbanden tussen landen – NAVO, EU, VN, … Verbanden tussen burgers: Niet- Gouvernementele Organisaties (NGO) – Lokaal of internationaal (Artsen Zonder Grenzen, Rode Kruis, Caritas International, Oxfam, …) – Onafhankelijk van staatsgezag

9 Document 1: de Schuman-verklaring Tekst door Robert Schuman ( ), Franse minister van Buitenlandse Zaken (9/05/1950) Opdracht: lees de tekst (p. 4-5) en beantwoord de vragen (p. 6)

10 Een integratieproces dat al 60 jaar duurt (p. 7 e. v.) De nasleep van twee wereldoorlogen – Verdrag van Versailles (krantenartikel 1919)  Duitsland wordt zwaar vernederd: de auteur voorspelt het ‘verval van Europa’  WO II ( ) geeft deze auteur gelijk Nasleep WO II: Europese industrie en infrastructuur vernietigd + vele doden + armoede

11 Het Marshallplan: generaal George Marshall, minister van Buitenlandse Zaken (VSA)

12 Het Marshallplan: bedoelingen 1. Niet gericht tegen “een land of ideologie”? Wel duidelijk anticommunistisch Vrees voor socialisme en communisme in West- Europa De Sovjetunie zag dit als een bedreiging

13 Het Marshallplan: bedoelingen 2. Politieke en sociaaleconomische motieven van VSA? Sociaaleconomisch  Normale economische toestand herstellen  Armoede en honger in Europa tegengaan Politiek  Tegen het communisme

14 Het Marshallplan: bedoelingen 3. Welk voorwaarden stellen de VS?  Het programma moet gemeenschappelijk zijn  Geen hulp aan één land, maar aan een aantal of alle Europese landen samen: Europees programma

15 Een integratieproces dat al 60 jaar duurt (p. 7 e. v.) De heropbouw van Europa – Amerikaanse vrees voor herhaling ‘Versailles’ (nieuwe oorlog in Europa) – Amerikaanse angst voor communisme in Europa – Amerikanen willen consumptiegoederen verkopen aan Europa  Europeanen moeten rijk genoeg zijn  VSA hebben politiek (oorlog, communisme) en economisch (afzetmarkt) belang bij sterk Europa

16 Een integratieproces dat al 60 jaar duurt Marshallplan – Veel geld naar Europese landen – Voorwaarde: Europese landen moeten zelf verdeling regelen – Hoe? Stichting OEES Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES, 1948)

17 Een integratieproces dat al 60 jaar duurt OEES: doelen – Coördinatie nationale economieën – Onderlinge handel bevorderen – Modernisering landbouw + industrie Groot succes in de jaren ‘50

18 Een integratieproces dat al 60 jaar duurt De dreiging van de Koude Oorlog – Na WO II: Oost-Europa onder communisme (Sovjet-Unie)  West-Europa: schrik voor hetzelfde lot – Spanning tussen communisme (Sovjet-Unie) en kapitalisme (VSA)  Algemene sfeer van angst in VS en West-Europa  VSA: naast economische hulp aan Europa, ook militaire bescherming: NAVO (1949)

19 Jean Monnet (1943) over Europa na WO II “Er zal geen vrede zijn in Europa als de staten zichzelf opnieuw op basis van hun nationale zelfstandigheid opbouwen, met alle implicaties die dat heeft inzake prestigepolitiek en economisch protectionisme. [...] [D]e staten van Europa moeten een federatie vormen of een ‘Europese Entiteit’, die van hen één enkele economische eenheid maakt.” Bron: uitspraak geciteerd in: DINAN (D.). Ever Closer Union. An Introduction to European Integration. Hampshire, Palgrave McMillan, p.13. (Eigen vertaling)

20 Europese dialoog Europees federalisme: verenigd Europa (vrij verkeer goederen, mensen, kapitaal) Raad van Europa: overkoepelende politieke structuur (eerst 10, nu 47 leden)  vooral bevoegdheden inzake mensenrechten / democratie Twee visies op Raad: Supranationaal: nationale regeringen staan macht af aan Raad (zie: Monnet, Schuman) Intergouvernementeel: samenwerking, maar iedere regering behoudt zijn beslissingsmacht

21 Belangrijkste Europese federalisten: J. Monnet (links) en R. Schuman (rechts)

22 Comité van Ministers van de Raad van Europa in 1949 (onder andere burggraaf van Zeeland, minister van Buitenlandse Zaken van België)

23 Europese dialoog Raad van Europa gebaseerd op intergouvernementele samenwerking: gevolg?  Regeringen komen samen, MAAR behouden steeds hun eigen macht Raad van Europa = zwak, omdat het geen eigen macht heeft  Bestaat nog steeds, maar weinig slagkracht

24 Samenvatting Vragen 1 t.e.m. 5 (p. 8) geven een goede samenvatting van pp. 7-8

25 Vragen p Waarom gaven de VS hulp aan Europa? – Angst voor nieuwe oorlog – Angst voor communisme – Economische redenen 2. Economische motieven VS? VSAEuropa CONSUMPTIEGOEDEREN KAPITAAL

26 Vragen p Hoe bekwam OEES duurzame economische ontwikkeling? – Coördinatie nationale economieën – Bevorderen van onderlinge handel – Modernisering landbouw + industrie 4. Op welke domeinen was er samenwerking? – Economisch (OEES) – Militair (NAVO) – Politiek (Raad van Europa)

27 Vragen p Wat is ‘supranationaal’ en wat is ‘intergouvernementeel’? – Supranationaal: de overheden staan macht af aan een internationale instelling – Intergouvernementeel: overleg (samenwerking) tussen overheden, MAAR iedere overheid behoudt haar beslissingsmacht


Download ppt "De Europese Unie ‘Inleiding’ + ‘deel 1: Geografische kenmerken van de EU’ + ‘deel 2: Europese integratie’"

Verwante presentaties


Ads door Google