De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Trainer:. Programma 9.30- 10.15kennismaken + epidemiologie 10.15-11.30Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze 11.45-13.00Systematisch onderzoek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Trainer:. Programma 9.30- 10.15kennismaken + epidemiologie 10.15-11.30Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze 11.45-13.00Systematisch onderzoek."— Transcript van de presentatie:

1 Trainer:

2 Programma kennismaken + epidemiologie Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid, continuïteit van zorg en betrekken van naasten Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

3 Multidisciplinaire richtlijn

4 Blended intervention 1 daagse trainingE-learning module “blended” interventie

5 GGZ ecademy E-learning

6 introductie Na de training  Bent u geinformeerd over de richtlijn  Bent u getraind in vaardigheden  heeft u meer kennis over suicidaliteit  Heeft u binnen uw team een gemeenschappelijk jargon  Voelen uw patienten zich beter begrepen  Minder suicidaal gedrag op de afdeling / onder patienten 

7 PITSTOP suicide trial

8 Snelle verspreiding van de interventie 4 Masters 37 trainers 518 trainees 151 trainers 5000 trainees 180 gatekeeper s Within the study After thestudy PITSTOP suicide trial

9 Uitkomsten Professional –Zelfvertrouwen –Kennis –Guideline adherence Patient: –Suicide ideatie –Suicide poging –Tevredenheid behandeling –Kosten effectiviteit PITSTOP suicide trial

10 Professionals: Na 3 maanden; Heeft 85% de richtlijn gelezen vergeleken met 20% in controle groep Meer guideline adherence (cohen’s d = 0.4) Meer kennis (cohen’s d = 1.0) Meer zelfvertrouwen (cohen’s d = 0.7) Uitkomsten professionals

11 Patienten: 881 patienten geincludeerd 567 met suicide ideatie op baseline Geen effect voor deze groep Wel een effect voor de 154 patients met suicide ideatie en diagnose depressie(cohen’s d = 0.4) Uitkomsten patienten

12 introductie Materiaal  De multidisciplinaire richtlijn  Samenvatting van de richtlijn  Deze PowerPoint presentatie  De Trainershandleiding met bijlagen  De e-learning module  Lijsten van vragen, invullijsten, bijlagen, etc  Terugkomdag (facultatief)  Kerkhof en Van Luyn (2010): Suicidepreventie 

13 introductie (10) richtlijn voor diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag Even wat getallen Epidemiologie

14 Suïcide in Nederland absolute aantallen (CBS, 2015)

15 Suïcide in Nederland

16 Aantal suïcides in 2010 Vrouwen en mannen naar leeftijd: aantallen Centraal Bureau voor de Statistiek 2008 aantallen in 2013

17 Epidemiologie  Suicide in de GGZ: 40% in GGZ; 75% ooit in GGZ  Jaarlijks denken mensen aan suicide (Ten Have, 2006)  doen een poging  komen na poging in ziekenhuis

18 Epidemiologie

19 Mogelijke oorzaken en oplossingen Toename van stressoren door crisis Minder toegangelijke zorg (implementeren van) richtlijn suicide preventie Landelijke agenda van VWS 

20 Programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid, continuïteit van zorg en betrekken naasten Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

21 algemene principes thema’s in de richtlijn  Contact maken  Suïcidaal gedrag als focus van diagnostiek en behandeling  Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag  Zorg voor veiligheid en continuïteit  Betrekken van naasten bij de diagnostiek en behandeling  Structuurdiagnose en indicatiestelling

22 Contact om:  Belangstelling en betrokkenheid te tonen  Om de suïcidale patiënt te begrijpen  In contact te komen met naasten van de patiënt  Stress- en kwetsbaarheidsfactoren te inventariseren  Veiligheid en continuïteit te organiseren  Het beloop van het suïcidale gedrag te volgen  De wilsbekwaamheid van de patiënt te beoordelen algemene principes contact

23 Chronological Assessment of Suicidal Episodes CASE- interview (Bijlage) ruimere voorgeschiedenis; eerdere episoden van suïcidaal gedrag gebeurtenissen in de recente voorgeschiedenis actuele suïcide- gedachten die aanleiding zijn voor het onderzoek verwachting en plannen voor de toekomst Shea (1998)

24 oefening 1 Contact en systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag Doel: Contact maken over suïcidegedachten door:  concrete vragen te stellen over actuele suïcidegedachten  ingaan op wat de patiënt zegt  doorvragen

25 oefening 1 instructie Neem een suïcidale patiënt in gedachten.  Maak tweetallen (hulpverlener en patiënt)  Ga 20 minuten in gesprek (niet wisselen van rol)  Gebruik de vragenlijst met suggesties (Bijlage 1)  Maak een video-opname van de actuele suïcidegedachten  Benoem suïcide gedachten, wees gedetailleerd  Wees belangstellend, concreet en specifiek  Geen oplossingen geven, alleen exploreren

26 oefening 1 voorbeeldvragen (Bijlage 1)  Heeft u gedachten een einde aan uw leven te maken?  Heeft u plannen gemaakt om zelfmoord te plegen?  Hoe vaak denkt u aan zelfdoding?  Hoe intens denkt u aan zelfdoding? (als vluchtige gedachten, als obsessie, als nachtmerrie?)  Hoeveel haast heeft u om uw plannen uit te voeren?  Welke gedachten spelen in uw hoofd?  Welke gedachten wilt u ontvluchten?  Denkt u dat u dood beter af bent? oefening 1 Voorbeeldvragen

27 oefening 1 nabespreking Bespreek de volgende vragen:  Hoe is het om op deze manier vragen te stellen?  Hoe is het om op deze manier te worden ondervraagd?  Heeft de hulpverlener een gedetailleerd beeld gekregen van de actuele suïcidegedachten van de patiënt?  Helpt het om niet meteen met oplossingen te komen?  Vul na afloop de checklijsten in (Bijlage 2 +3)

28 oefening 1 nabespreking  Vul na afloop van oefening 1 de checklijsten in (Bijlage 2 +3)  Hulpverlener vult de lijst in als hulpverlener  De ander vult de lijst in alsof hij / zij de patiënt is  Vul deze twee lijsten onafhankelijk van elkaar in  Vergelijk vervolgens de twee ingevulde vragenlijsten  Kijk naar overeenkomsten en verschillen  Klaar? Dan is er koffie.

29 programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid & continuïteit van zorg Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

30 ruimere voorgeschiedenis; eerdere episoden van suïcidaal gedrag gebeurtenissen in de recente voorgeschiedenis actuele suïcide- gedachten die aanleiding zijn voor het onderzoek verwachting en plannen voor de toekomst Shea (1998) Oefenen: CASE- interview (Bijlage)

31 oefening 2 recente en ruimere voorgeschiedenis Doel:  concrete vragen stellen over suicidaal gedrag (1)  inventarisatie van gebeurtenissen en gedachten die aanleiding gaven tot suïcidegedachten (2)  inventariseren van eerdere episoden/pogingen en aanleidingen (3)  inventariseren factoren die samenhangen met suïcidaal gedrag (3)

32 oefening 2 instructie Neem je suïcidale patiënt in gedachten:  Zelfde tweetallen als in vorige oefening (nu in de andere rol)  Spreek 20 minuten (wissel niet van rol tijdens oefening)  Inventariseer actuele suïcidegedachten / gedrag (1)  Informeer naar gebeurtenissen en gedachten in de recente voorgeschiedenis (2)  Informeer naar eerdere episodes van suïcidaal gedrag + aanleidingen bij eerdere episoden (3)  Inventariseer factoren die hebben geleid tot suïcidaal gedrag 3  Geen oplossingen bieden, alleen inventariseren

33 oefening 2 nabespreken Bespreek de volgende aspecten:  Beeld gekregen van de aanleiding tot de huidige episode?  Waren er eerdere episoden?  Wat waren toen de aanleidingen?  Is er sprake van (langdurige) kwetsbaarheid?  Welke langdurige kwetsbaarheidsfactoren zag u?  Waaruit leidt u dit af?  Informatie nodig van familieleden, partner of naasten?  Vul na afloop de checklijsten in (Bijlage 2 + 3)

34 oefening 2 nabespreking  Vul na afloop van oefening 2 de checklijsten in (Bijlage 2 +3)  Hulpverlener vult de lijst in als hulpverlener  De ander vult de lijst in alsof hij / zij de patiënt is  Vul deze twee lijsten onafhankelijk van elkaar in  Vergelijk vervolgens de twee ingevulde vragenlijsten  Kijk naar overeenkomsten en verschillen  Klaar? Dan is er lunch.

35 pauze

36 Programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid & continuïteit van zorg Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

37 theorie stress-kwetsbaarheid en entrapment naar Goldney e.a. (2008) en Williams e.a. (2005)

38 Theorie Selectie van stress- en kwetsbaarheidsfactoren Eerdere suïcidepoging(en) of zelfdestructief gedrag Stemmingsstoornis (depressie, bipolaire stoornis) Psychotische stoornis / schizofrenie Verslaving alcohol / drugs en intoxicatie Persoonlijkheidsstoornissen Eerdere psychiatrische behandeling Suïcide in de familie Psychotraumatische ervaringen, geweld, seksueel misbruik Angststoornis, eetstoornis Eerdere crisissituaties, wanhoop, hopeloosheid

39 Theorie Selectie van stress- en kwetsbaarheidsfactoren Angst, agitatie, agressie Impulsiviteit Hopeloosheid, wanhoop Last te zijn voor anderen Recent verlies of recente stressor Werkloosheid (man, 40+) Lichamelijke ziekte Zwart-wit denken Relationele problemen / huiselijk geweld Detentie (of dreiging van detentie), arrestatie Onvoldoende contact of informatie bij onderzoek

40 Theorie beschermende factoren Goede sociale steun, sociaal netwerk Verantwoordelijkheid voor anderen, kleine kinderen, vrouw Belijdend religieus Probleemoplossingsvaardigheden Goede therapeutische relatie, goede werkrelatie, begrip Vooruitlopend: Kun je het netwerk inzetten voor het veiligheidsplan?

41 ruimere voorgeschiedenis; eerdere episoden van suïcidaal gedrag gebeurtenissen in de recente voorgeschiedenis actuele suïcide- gedachten die aanleiding zijn voor het onderzoek verwachting en plannen voor de toekomst Shea (1998) CASE- interview (Bijlage)

42 oefening 3 structuurdiagnose Doel:  onderzoeken van de suïcidale toestand  onderzoeken van het toekomstperspectief  onderzoeken van stress- en kwetsbaarheidsfactoren  onderzoeken van beschermende factoren  diagnostische formulering over het ontstaan en in stand houden van suïcidaal gedrag (basis van behandelplan)

43 Oefening 3 Toekomstverwachting ? Suggesties: Bent u wanhopig? Waarover bent u het meest wanhopig? Als er niets zou veranderen, hoe ziet uw toekomst er dan uit? Hoe ziet u de toekomst op dit moment? Zijn er nog dingen die zouden kunnen veranderen? Wat hoopt u dat er zou gebeuren? Kunt u uw toekomst nog beïnvloeden? Waarom niet?

44 Oefening 3 Diagnostische formulering: instructie  Gebruik casus van oefening 1 in de ochtend  Tweetallen: A = hulpverlener, B = patiënt  Wissel niet van rol tijdens oefening  Onderzoek suïcidaliteit volgens CASE methode  Gebruik suggesties in lijstjes met vragen  Gebruik de lijst met stress- en kwetsbaarheidsfactoren  Informeer naar toekomstperspectief  Maak een diagnostische formulering  Alles in samenspraak met de patiënt  Geen oplossingen, alleen diagnostische formulering

45 Oefening 3 nabespreking Bespreek de volgende vragen:  Kon u een omschrijving maken van de suïcidale toestand?  Had u een beeld van het toekomstperspectief?  Lukte het een samenvatting te maken van stressoren?  Lukte het een beeld te krijgen van kwetsbaarheidsfactoren?  Lukte het een beeld te krijgen van beschermende factoren?  Lukte het een diagnostische formulering te maken over het ontstaan en in stand blijven van het suïcidale gedrag?  Lukte het om nog niet oplossingen aan te dragen?  Welke problemen kwam u hierbij tegen? KOFFIE / THEE

46 Programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid & continuïteit van zorg Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

47 Zorg voor veiligheid en continuïteit (1)  Veiligheid in acute situaties heeft voorrang  Verwijder middelen waarmee de patiënt zich kan beschadigen  Zorg dat de patiënt niet alleen is  Betrek naasten van de cliënt  Herhaalde beoordeling van het suïcidale gedrag  Aandacht voor suïcidaal gedrag tijdens transitiemomenten  Veiligheidsplan: afspraken noteren en bijstellen  Veiligheid en continuïteit vragen om een multidisciplinaire aanpak: Kwaliteitsdocument Ketenzorg

48 zorg voor veiligheid en continuïteit (2) Ketenzorg bij suïcidaliteit (Bijlage 6) globale inschatting problematiek inschatting ernst oriënterend psychiatrisch onderzoek signalering/inschatting ernst oriënterend psychiatrisch onderzoek nazorg signalering inschatting ernst psychiatrisch onderzoek beoordeling ernst (systematische) beoordeling ernst behandeling nazorg Hermens e.a. (2010)

49 Programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid & continuïteit van zorg Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

50 Acute suicidaliteit en As – I problematiek veiligheidsplan Samen met de patiënt en diens naasten:  Beschrijf specifieke risicosituaties en wat te doen  Beschrijf vroege signalen en latere signalen en wat te doen  Is de patiënt bang voor zichzelf?  Hoe kunnen we samen jouw veiligheid bewaken?  Leg veiligheidsafspraken vast !!!  Beleid op de afdeling voor iedere patiënt vastgelegd  (bijv.) kleurcodes diverse stadia en concrete stappen hierbij  Gegevens (telefoonnummers ) over hulpbronnen in crises  Dit alles in nauwe samenspraak met de familie / naasten

51 indicatiestelling  Beïnvloeding suïcidaliteit door farmaco- en psychotherapie  Suïcidaliteit als een focus van de behandeling (hopeloosheid, toekomstverwachtingen, depressieve cognities)  Behandeling stress- en kwetsbaarheidsfactoren (depressie, persoonlijkheidsstoornis, psychotische stoornis)  Versterking van beschermende factoren (betrek netwerk)  Specifieke aandachtspunten (jongeren, ouderen)  Behandelsetting (ambulant, PAAZ, opname)  Behandelstructuur (eerstvolgende afspraak, waar, wie)

52 oefening 4 indicatiestelling (Bijlage 5) Doel:  risicoweging voor de korte en lange termijn  de behandeling bepalen  afspraken maken over veiligheid (leg deze beknopt vast)  afspraken maken over behandeling en vervolgbehandeling  maatregelen die de continuïteit bevorderen  betrek naasten van de patiënt

53 ruimere voorgeschiedenis; eerdere episoden van suïcidaal gedrag gebeurtenissen in de recente voorgeschiedenis actuele suïcide- gedachten die aanleiding zijn voor het onderzoek verwachting en plannen voor de toekomst Shea (1998) CASE- interview (Bijlage 0)

54 oefening 4 instructie  Maak tweetallen (zoals in oefening 2 van de ochtend)  Onderzoek suïcidaliteit volgens CASE methode  Gebruik de lijst met stress- en kwetsbaarheidsfactoren  Informeer naar toekomstperspectief  Maak diagnostische formulering  Maak een indicatiestelling  Maak veiligheidsplan  In samenspraak met de patiënt en diens naasten

55 oefening 4 instructie Let daarbij op:  afspraken over vervolg(behandeling);  afspraken over veiligheid;  maatregelen die de continuïteit bevorderen  betrekken van naasten

56 oefening 4 nabespreking Lukte het om een behandelplan te maken? Lukte het om een veiligheidsplan te maken? Samen met de patiënt en diens naasten? Beknopt vastgelegd op papier? Lukte het om continuïteit van zorg te waarborgen?

57 Programma Introductie en kennismaken Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Structuurdiagnose van suïcidaal gedrag pauze Veiligheid & continuïteit van zorg Indicatiestelling en veiligheidsplan Chronische suïcidaliteit en afronding

58 professional en patiënt raken gedemoraliseerd; dit vormt een bedreiging voor een effectieve werkrelatie professional raakt ongevoelig voor acuut suïcidaal gedrag chronisch suïcidaal gedrag (1) valkuilen

59 professional en patiënt raken gedemoraliseerd; dit vormt een bedreiging voor een effectieve werkrelatie professional raakt ongevoelig voor acuut suïcidaal gedrag patiënt moet ‘meer uit de kast halen’ om luisterend oor te vinden chronisch suïcidaal gedrag (2) valkuilen

60 chronisch suïcidaal gedrag (3) Cluster B persoonlijkheidsstoornissen  BPS: suïcidaal gedrag is diagnostisch criterium  75% doet poging(en); 10% van de patiënten overlijdt door suïcide  vaak gebrekkige impulscontrole (middelenmisbruik kan zowel oorzaak als gevolg zijn)  zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag komen vaak samen voor  suïciderisico bij cluster B extra verhoogd bij comorbide depressie en verslaving / alcoholgebruik  vatbaar voor crises; het zogenaamde ‘acuut-op-chronisch risico’

61 chronisch suïcidaal gedrag (4) diagnostiek & behandeling In crisissituaties:  onderzoek de oorzaak van het ‘acuut-op- chronische-suïcidale gedrag > aandacht voor acute stressoren (CASE-interview) Behandeling is gericht op drie niveau’s:  psychiatrische comorbiditeit  uitlokkende en onderhoudende factoren (stressoren)  revalidatie: ‘remoralisering’ en psychosociaal herstel tegen de achtergrond van het bestaan van chronisch suïcidaal gedrag (gericht op: veiligheid en continuïteit)

62 afronding Voor verdere vragen  Lees de richtlijn en de verkorte versie  Lees de trainershandleiding  Volg de e-learning module via E-cadamy  Lees Kerkhof en Van Luyn (2010) Suicidepreventie in de praktijk

63 Na de training Vervolg implementatie  Wees ambassadeur voor de richtlijn  Probeer in uw team beleid t.a.v. suïcidepreventie te stimuleren  Wees een suïcideconsulent, een vraagbaak voor anderen  Houd contact met het PITSTOP team  Ga heen en vermenigvuldig de richtlijn

64 Dank voor uw aandacht Dank voor uw inzet

65 PITSTOP SUICIDE Dank voor uw aandacht Dank voor uw inzet 65


Download ppt "Trainer:. Programma 9.30- 10.15kennismaken + epidemiologie 10.15-11.30Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze 11.45-13.00Systematisch onderzoek."

Verwante presentaties


Ads door Google