De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

20 april 2010 Resultaten onderzoek 2009 In het kader van het onderzoeksprogramma naar de effecten van zandsuppleties op de ecologie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "20 april 2010 Resultaten onderzoek 2009 In het kader van het onderzoeksprogramma naar de effecten van zandsuppleties op de ecologie."— Transcript van de presentatie:

1 20 april 2010 Resultaten onderzoek 2009 In het kader van het onderzoeksprogramma naar de effecten van zandsuppleties op de ecologie.

2 20 april 2010 Middellang termijn plan (MLTP) Ecologische gericht suppleren, nu en in de toekomst. Het meerjarenprogramma onderscheidt vier categorieën waarbinnen onderzoeksrichtingen zijn gedefinieerd: 1.het ecosysteem van de Nederlandse kust 2.de ondiepe kust zone en brandingszone 3.het strand en de zeereepduinen 4.voedselweb-relaties

3 20 april 2010 Onderzoeksrichtingen van het MLTP Ontwikkelingen in stofstromen en voedselwebrelaties -Draagkracht en voedselfunctie van de kustzone -Voedselrelaties in de kustzone voor o.a. vogels Ontwikkelingen binnen een habitat - Offshore - Ondiepe kustzone - Dynamiek van de brandingszone - Aanwezigheid/herstel van bodemfauna - Kinderkamerfunctie - Biogeomorfologische interacties -Strand -Dynamiek van het strand -Aanwezigheid/herstel van bodemfauna -Duinen (zeereep) -Dynamiek van de duinen -Duinen Ontwikkelingen in het kustsysteem - Grote tijd en ruimte schalen - Samenhang tussen gebieden en habitats - Uitwisseling van stoffen en sediment tussen gebieden en habitats In relatie tot suppleties

4 20 april 2010 Jaarcyclus van het MLTP Het meerjaren onderzoek- en monitoringprogramma Werkplan (jaar n) - Ecosysteem - Ondiepe kust zone en branding - Strand en zeereepduinen - Voedselwebrelaties - Communicatie activiteiten - (Data)management Resultaten werkplan Resultaten studies buiten het kader van dit programma Nieuwe prioritaire vragen Input NGO’s

5 20 april 2010 Onderzoeken 2009 Algemeen -Onderzoeksplan ‘Ecologisch gericht suppleren, nu en in de toekomst’ (MLTP) -Toets MLTPEcosysteem -Ontwikkeling getijbekkens -Wadplaten en zeespiegelstijging (nog niet afgerond) Ondiepe kustzone -Effect korrelgrootte op morfologisch gedrag (in concept) -Verkenning ecologische suppletie ontwerpen -Biogeomorfologie van de brandingszone -Tijdreeksanalyse aangespoelde bodemfauna -T0-Texel -T0-Ameland Strand en duinen -Volume ontwikkeling duinen -Methode ontwikkeling analyse strand en duin (in concept) -Opbouw gesuppleerd strand en duinen (nog niet afgerond) -T0-korrelgroottes Noord-Hollandse kust -Vergelijking van de zeereep -Plan van aanpak duinonderzoek (in concept) -Inventarisatie duinecologie (in concept)

6 Ecosysteem Ontwikkeling getijbekkens (Z.B. Wang en J. de Ronde)

7 20 april 2010 Ecosysteem: Ontwikkeling getijbekkens Doel Het in beeld brengen van de effecten van grootschalige ingrepen, zoals de afsluiting van getijbekkens op verschillende delen van het kustsysteem Afgelopen eeuw hebben er grootschalige ingrepen in het kustsysteem plaatsgevonden in het kader van: -Veiligheid -Landaanwinning Het afsluiten van getijbekkens beïnvloed: 1.de grootschalige morfologische ontwikkeling en sedimentverdeling van: het getijbekken zelf de kust en eb-delta’s 2.de morfologie op kleinere schaal van: de geulen en intergetijdengebieden zoals platen en slikken

8 20 april 2010 Ecosysteem: Ontwikkeling getijbekkens Aanpak In deze studie zijn met behulp van bodemgegevens en modelstudies de volgende afsluitingen in beschouwing genomen: Afsluiting van de Zuiderzee en Lauerszee in het Waddengebied Afsluiting van het Haringvliet, Gevelingen en Oosterschelde in de zuidwestelijke delta 2- belangrijke eigenschapen van het getijbekken en de eb-delta: De grootte van de eb-delta is gerelateerd aan het getijvolume van het getijbekken. Het getijbekken en de eb-delta vormen een sediment delend systeem.

9 20 april 2010 Ecosysteem: Ontwikkeling getijbekkens Resultaat: Sluiting van de Zuiderzee Grote afname getijbekken van de Zuiderzee + toename getijslag Toename getijvolume -> Toename eb-delta Toegenomen sedimentvraag Marsdiep en Vlie Erosie van de buiten delta’s +erosie van de kust Resultaat: Sluiting van het Lauwersmeer Afname getijbekken Friese zeegat + kleine toename getijslag Afname getij volume -> Afname eb-delta -> sediment beschikbaar Toename sedimentvraag Zoutkamperlaag Erosie van de Engelsplaat Erosie van de buiten delta Resultaat: Sluiting Haringvliet, Grevelingen en Oosterschelde Afname getijstroming Afname getij volume -> Afname eb-delta -> sediment beschikbaar Sedimentatie van de geulen Erosie van de kust

10 Ondiepe kustzone en brandingszone Verkenning ecologische suppletie ontwerpen (H. Holzhauer et al.) Biogeomorfologisch van de brandingszone (M. Kruijt) Coastal protection: innovative use of biogeomorphology (B. Borsje & J. van Dalfsen) Tijdreeksanalyse aangespoelde bodemfauna (A. Gmelig Meyling & R.H. de Bruyne) Bodemfaunabemonstering T0- Ameland (K. Goudswaard et al. ) Bodemfaunabemonstering T0-Texel (O. Bos et al.)

11 20 april 2010 Ondiepe kust: Ecologische suppletie ontwerpen Doorlopend project Doel: Toewerken naar een set ecologische randvoorwaarden/richtlijnen waarop de suppleties worden 1)ontworpen, 2)uitgevoerd, 3)geëvalueerd en 4)optioneel gemodelleerd. Het opstellen van deze randvoorwaarden/richtlijnen vindt plaats in nauwe samenwerking met KustLijnZorg- evaluaties Focus: Brandingszone (van + 3 m NAP tot -20 m NAP) daar waar de suppleties worden uitgevoerd. Huidige suppletie praktijk: zo ondiep mogelijk tegen de buitenste brekerbank op een diepte van 5 tot 7 meter, niet mogelijk om met grote precisie een suppletie aan te leggen, volume en de locatie waartussen de suppletie moet worden gevoerd zijn bepalend, storten/rainbowen in bepaalde vormen of op een exacte locatie is nog erg lastig. Status 2009: Een eerste korte verkenning naar de belangrijke punten voor het ontwerpen van een ‘groene suppletie’. Eerste set aan mogelijke ecologische randvoorwaarden naar voren gekomen. 2010: Voorzetting van expert workshops. Toetsing van de ecologische randvoorwaarden of ze daadwerkelijk als ontwerpregels kunnen worden gebruikt. De onderzoeksresultaten vertalen naar ecologische randvoorwaarden/ richtlijnen

12 20 april 2010 Ondiepe kust: Biogeomorfologie van de brandingszone Doel Analyse effect van bodemdieren op het sedimenttransport in de brandingszone in relatie tot suppleties. Aanleiding Mogelijke aanwezigheid van hoge dichteden aan zandkokerwormen Zandkokerworm zijn instaat hun omgeving te beïnvloeden Hoge dichtheden aan zandkokerwormen kunnen de stroming vlak boven de bodem beïnvloeden Aanpak Modelstudie van de kust van Egmond (Delft3D-FLOW). Uniforme kust met twee brekerbanken Uniforme kust met twee brekerbanken met een suppletie van m 3 met verschillende dichtheden aan zandkokerwormen (0, and ind m 2 ). Poster

13 20 april 2010 Ondiepe kust: Biogeomorfologie van de brandingszone Resultaten Verschillende dichtheden aan zandkokerwormen zijn in staat de morfologie van de kust te beïnvloeden. Er treden zowel stabiliserende als destabiliserende effecten op bij verschillende dichtheden. De zandkoker wormen in voldoende dichtheid zorgen ervoor dat de suppletie langer op z’n plek blijft liggen De modelstudie is een eerste stap, aangezien gebruik is gemaakt van een vereenvoudiging van het kustsysteem en alleen de interactie met zandkokerwormen en de hydrodynamiek zijn meegenomen.

14 20 april 2010 Ondiepe kust: Tijdreeksanalyse aangespoelde bodemfauna Doel Langs de Nederlandse kust bestaan diverse strandwachten die gegevens verzamelen over de organismen die aanspoelen op het strand. Wat vertellen deze gegevens ons? Strandwachten -Vrijwilligers met kennis van bodemdieren -Wekelijks beeld van wat er vers aanspoelt -Opname met een vaste methode en regelmaat -Langjarige trend op verschillende punten langs de kust Resultaten -Veel negatieve trends in de aangetroffen bodemdieren -Suppleties beïnvloeden deze trend op lange termijn nauwelijks -Op korte termijn hebben suppleties in het jaar van de suppletie en het jaar daarna een negatieve invloed op populaties van organismen in de nabije kustzone. -Voor sommige soorten duurt het enkele jaren tot de populatie weer op het niveau is van vóór de suppletie. -De negatieve invloed van onderwater-suppleties is aanzienlijk duidelijker, groter en langduriger dan die van strandsuppleties. Katwijk-Noordwijk IJmuide n (vanaf 2002). Bakku m (vanaf 2005). Petten (vanaf 1994). Texel (vanaf 1995). NeeltjeJan s Den Haag (vanaf 1990). Katwijk-Noordwijk (vanaf 1987) IJmuiden (vanaf 2002) Bakkum (vanaf 2005) Camperduin (vanaf 2002). Petten (vanaf 1994). Texel (vanaf 1995). Neeltje Jans Poster

15 20 april 2010 Ondiepe kust: T0- Ameland Bemonstering macrofauna en schelpdieren 12 raaien tussen paal 10 en 20 variërend in diepte van 0.5 tot 11.9 meter In het suppletie gebied 101 monsters voor analyse van schelpdieren 188 monsters waarvan 70 geanalyseerd op aanwezige bodemdiergemeenschap Suppletie locatie, RefA, RefB, RefC Resultaat aanwezigheid van schelpdieren Laag bestand aan schelpdieren Met uitzondering van mesheften fijn zaad van de jaarklasse 2009 en zeer weinig volwassen Naast de juveniele mesheften zijn er schelpdieren in lage dichtheden aangetroffen en hebben geen betekenis als voedselbron voor zeevogels. Resultaat bemonstering macrofauna T0 situatie van de bodemdiergemeenschap op de suppletielocatie is vastgelegd RefA en RefC liggen gemiddeld ondieper dan het impactgebied. Diepte is een belangrijke sturende variabele voor bodemdieren. Aanbeveling om de dieper gelegen stations in de gebieden RefA en RefC uit te zoeken en te betrekken in de analyse.

16 20 april 2010 Ondiepe kust: T0-Texel Bemonstering van bodemdieren tussen raai 26 en raai 28,8. 12 locaties in het te suppleren gebied 2 x 6 locaties in het daaronder gelegen referentiegebied Resultaat Geen belangrijke voorkomens (banken) aangetroffen van de schelpdieren 50 verschillende soorten waarvan het grootste deel wormen en kreeftachtigen, en een klein deel schelpdieren en snoerwormen

17 Strand en duinen Volume ontwikkeling duinen (Arens et al) T0-korrelgroottes kust Noord Holland en Texel (R. de Vries) Vergelijking zeereep (S. van Puijvelde)

18 20 april 2010 Duinen: Volume ontwikkeling duinen Doel Meer inzicht krijgen in de effecten van zandsuppleties op de duinen, en dan met name gericht op abiotische processen. Bestaat er een relatie tussen het suppletiebeleid en de implementatie van het dynamisch handhaven enerzijds en de veranderende staat van de zeereep sinds 1990/95 anderzijds? En zo ja wat is de precieze relatie? Aanpak -Bodemhoogte op basis van de Jarkus-raaien -Beeld materiaal Resultaten Over de periode bedraagt de totale hoeveelheid zand die in de zeereep wordt opgeslagen circa 34 miljoen m 3 Een grotere beschikbaarheid van zand en een grotere overstuiving betekenen een verbetering van de abiotische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de relevante habitattypen.

19 20 april 2010 Duinen: T0-korrelgroottes kust Egmond Beperkt gebied: bij Egmond (raai 3600) Erg weinig data (geen systematische bemonstering) Geen duidelijke veranderingen in kg, behalve een indicatie “licht fijner strandzand en licht grover strandzand ” Vlakker strand na 1990 (1:42>> 1:53) Aanbevelingen: Meervoudige systematische bemonstering per jaar, jarenlang Koppeling aan data suppletiezandmonsters op winlokatie Geen jarkus maar seizoenskus! (When, if): maak data openbaar toegankelijk! Poster

20 20 april 2010 Duinen: Vergelijking zeereep Morfologische ontwikkeling zeerepen Nederland (Arens en van Puijvelde, 2010, interim rapport): sinds suppleren startte is toevoer van zand naar en de aanzanding van de zeereep toegenomen Inzicht in ontwikkelingen en de tijdschalen daarvan Veranderingen ; responstypen van de kust Al dan niet dynamisch beheer >> morfologische en ecologische variatie, processen Welke H-typen kunnen erop vooruit gaan en welke achteruit? Samenwerking RWS-WD en MinLNV (KLZ-eco en OBN) >> Mogelijke effecten op N2000 habitats en doelsoorten achter de zeereep Vervolgtraject waarin de ecologische effecten worden uitgewerkt ( ) (incl. kg-geochemie) Poster


Download ppt "20 april 2010 Resultaten onderzoek 2009 In het kader van het onderzoeksprogramma naar de effecten van zandsuppleties op de ecologie."

Verwante presentaties


Ads door Google