De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Percepties ten aanzien van teelt los van de ondergrond

Verwante presentaties


Presentatie over: "Percepties ten aanzien van teelt los van de ondergrond"— Transcript van de presentatie:

1 Percepties ten aanzien van teelt los van de ondergrond
Onderzoek bij 2 telers Oktober 2012 Elvi van Wijk-Jansen (LEI)

2 Aanleiding onderzoek Teelt de Grond Uit; ontwikkelen teeltsystemen die voldoen aan Europese regelgeving voor waterkwaliteit Maatschappelijk draagvlak en aantrekkelijkheid van producten voor consument belangrijke aandachtspunten LEI, onderdeel van Wageningen UR, deed daarom in kwalitatief onderzoek hoe mensen als recreant, omwonende en consument aankijken tegen het los van de ondergrond telen van gewassen (N=31)

3 Onderzoek in 2011 Centrale onderzoeksvragen waren:
In hoeverre wordt betrokkenheid gevoeld bij de tuinbouw en wat zijn ideaal- en doembeelden ten aanzien van de tuinbouw (in de vollegrond)? Welke associaties en meningen zijn er bij het zien van 3 concrete “Teelt de grond uit” –ontwerpen? In hoeverre en hoe zorgt informatie over doel en opzet van het los van de grond telen van gewassen ervoor dat aanvankelijke (negatieve) associaties en meningen worden bijgesteld? Wat zijn volgens de respondenten de belangrijkste voor- en nadelen van het los van de ondergrond telen van gewassen en wat is rand voorwaardelijk voor het succes van deze nieuwe teeltsystemen?

4 Onderzoek in 2011 Respondenten: spreiding ten aanzien van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, gezins- en arbeidssituatie en leefomgeving. Zowel gezocht naar mensen die wel en die niet nabij een vollegronds tuinbouwbedrijf wonen Naar aanleiding van het onderzoek is door het LEI een intern rapport geschreven. In dit onderzoek is video- en fotomateriaal over 3 teeltsystemen voorgelegd aan de respondenten, te weten de teelt van: sierbomen in goten  appelbomen in sleuven gevuld met substraat sla in bakken op water

5 Sierbomen in goten, bij ? in ? 

6 Appelbomen in sleuven in de grond gevuld met substraat, bij ? In ?

7 Sla in bakken op water bij Pater Broersen in Waarland

8 Belangrijke bevinding 2011
De landschappelijke aantasting wordt als het belangrijkste nadeel van de nieuwe teeltsystemen gezien Door het (volgens veel respondenten) steriele, onnatuurlijke, niet romantische en industriële aanzicht van de teeltsystemen

9 Herontwerpsessies in 2013 Doel herontwerpsessies: toetsen van de Teelt de Grond Uit systemen aan verschillende soorten criteria Onder andere aan criteria die zich baseren op wat voor omwonenden, recreanten en consumenten bepalend is voor een positievere beoordeling van het uiterlijk van de systemen Centrale onderzoeksvraag in 2012: Welke concrete aanpassingen dragen bij aan een positievere beoordeling door recreanten, omwonenden en consumenten van het uiterlijk van Teelt de Grond Uit-systemen? Te denken is hierbij bijv. aan kleur- en materiaalgebruik

10 Methode Kwalitatief Groepsinterviews Semigestructureerde interviews
Budget stond 4 groepsinterviews toe Uitgevoerd op 2 bedrijven: Sla in bakken op water bij Firma Pater Broersen in Waarland Blauwe bessen in potten op de grond bij B-Berry in Melderslo Omdat we met de respondenten wilden brainstormen over concrete aanpassingen van teeltsystemen, is net als in 2011 gekozen voor kwalitatief onderzoek. Net als in 2011 is gekozen voor groepsinterviews omdat deze zich beter dan individuele interviews lenen voor ideevorming wat een doel was van dit onderzoek. Verder is opnieuw gekozen voor de methode van het semigestructureerde interview; de vragen en de volgorde van de vragen staan hierbij min of meer vast. Voor dit vervolgonderzoek was 20k euro beschikbaar. Gezien dit budget was het maximaal haalbaar om, 4 groepsinterviews met telkens maximaal 8 respondenten, uit te voeren. Bovendien was, gezien het budget, een interne notitie inclusief een Power Point het maximaal haalbare eindproduct. Er is voor gekozen om het onderzoek te laten plaatsvinden op (2) bedrijven die al los van de ondergrond telen zodat de respondenten letterlijk konden aanwijzen welke aanpassingen van het uiterlijk van de systemen volgens hen nodig zijn voor een positievere beoordeling hiervan. Omdat in 2011 de teelt van sla in bakken op water bij firma Pater Broersen, tot de meest uitgesproken reacties van respondenten leidde, is ervoor gekozen om in ieder geval het onderzoek op dit bedrijf te laten plaatsvinden. Vooral dit systeem vond men er namelijk kunstmatig uitzien, wat zorgen over de smaak en het gezonde van het product opriep. Omdat er, blijkens het onderzoek van 2011 meer betrokkenheid wordt gevoeld bij gewassen die door mensen worden gegeten dan bij gewassen waarvoor dat niet geldt, is met het oog op de tweede casus ook gekozen voor een gewas dat wordt gegeten. Gekozen is voor de firma B-Berry van ondernemer Fred Douven in Melderslo (Limburg). Het  gewas is hier blauwe bessen. Op dit bedrijf worden deze bessen zowel in potten op de grond als in de volle grond geteeld.  Kunnen we hier nog iets meer toelichten waarom we nou juist voor Fred Douven hebben gekozen?

11 Teelt van bessen in potten op anti worteldoek bij B-Berry in Melderslo

12 Groepsinterviews duurden 3 uur Zaterdag 13 oktober 2012 in Waarland
Zaterdag 3 november 2012 in Melderslo Facilitatie: Elvi van Wijk-Jansen, LEI-WUR Analyse op basis van Atlas.ti (versie 6.2) De groepsinterviews duurden 3 uur De eerste 2 groepsinterviews vonden plaats op zaterdag 13 oktober 2012, bij Firma Pater Broersen in Waarland. De laatste 2 groepsinterviews vonden plaats op zaterdag 3 november 2012, bij B-Berry in Melderslo. Het eerste was telkens van 10:00 tot 13:00 uur en het tweede van 14:00 tot 17:00. De respondenten kregen een vergoeding van 50 euro plus 15 euro reiskosten omdat veel respondenten van relatief ver moesten komen. De groepsinterviews werden gefaciliteerd door Elvi van Wijk-Jansen, consumentenonderzoeker bij het LEI. Om de hoeveelheid data te categoriseren, reduceren en analyseren is het softwareprogramma Atlas.ti (versie 6.2) gebruikt.

13 Input vastgelegd in vorm van notulen en tekeningen
De notulen werden gemaakt door onderzoekers van PPO (Suzanne van Dijk en Stefanie de Kool) die ook uit interesse en betrokkenheid de sessies bijwoonden. Er is verder voor gekozen om de input van de respondenten ook te laten vertalen naar tekeningen (Jan Jaap Rietjens). Verwacht werd dat dit de communicatie van de resultaten zou ondersteunen.

14 Draaiboek groepsinterviews
Op een plek vanwaar het bedrijf en/of het nieuwe teeltsysteem vanaf een afstand te zien waren (5-10 minuten lopen vanaf het bedrijf): “Stel je voor dat je hier tijdens een fiets- of wandeltocht langs komt”: Wat valt u op aan dit uitzicht als fietser or wandelaar? Welk rapportcijfer (1-10) geeft u aan dit uitzicht als fietser of wandelaar? Waarom dit cijfer? Wanneer zou u een hoger rapportcijfer geven aan dit uitzicht; wat zou er daarvoor moeten veranderen aan wat u ziet? Eerst het recreantenperspectief. Men had vanaf dit punt zicht op het bedrijf en/of het nieuwe teeltsysteem.

15 Draaiboek groepsinterviews
Dezelfde vragen beantwoorden maar dan staand tegenover het bedrijf, vanuit perspectief van het worden van een omwonende Dezelfde vragen beantwoorden maar dan op het bedrijf vanuit identiteit van consument Binnen: uitwisselen van antwoorden en prioriteren. Facilitator vraagt door Respondenten mochten vragen stellen aan de ondernemer Afsluiting Vervolgens liepen we met de respondenten terug naar het bedrijf totdat we er tegenover stonden. Op deze plek werden de respondenten dezelfde vragen gesteld als op de vorige plek, maar nu moesten ze zich inleven in het worden van een omwonende van het bedrijf; wat valt vanuit dit perspectief op aan het zicht op het bedrijf en/of het nieuwe teeltsysteem, welk rapportcijfer krijgt dit uitzicht als omwonende en wanneer zou het een hoger rapportcijfer krijgen? Met deze opdracht werd het omwonende perspectief aangeboord. Tenslotte mocht men het los van de ondergrond teeltsysteem van dichtbij bekijken. Hierbij werd de respondenten gevraagd wat ze, als consument van sla of fruit en blauwe bessen in het bijzonder, vonden van de wijze waarop deze producten op dit bedrijf worden geteeld, welk rapportcijfer ze (het uiterlijk van) deze teeltwijze geven en wanneer dit cijfer hoger zou zijn. Het tweede gedeelte van het groepsinterview vond in de kantine van het bedrijf plaats en bestond uit het uitwisselen van de antwoorden op genoemde vragen. Bovendien werd de respondenten tot besluit van de 3 onderdelen telkens gevraagd om de 2 dingen te benoemen (prioriteiten) die zouden zorgen voor een hoger rapportcijfer voor het uiterlijk van het bedrijf en het teeltsysteem. Het laatste half uur mochten de deelnemers aan de ondernemer vragen stellen over wat ze hadden gezien op het bedrijf. Bovendien werd aan de ondernemer alvast in grote lijnen geschetst wat het groepsinterview had opgeleverd. De groepsinterviews werden afgesloten met een korte evaluatie en het uitdelen van de vergoedingen.

16 Respondenten Affiniteit met de producten
Spreiding ten aanzien van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, inkomen, gezins- en arbeidssituatie en leefomgeving Gezocht naar enkele omwonenden van de bedrijven Gezocht is naar....

17 Respondenten Tabel 1 Kenmerken van de deelnemers aan het kwalitatieve onderzoek (N=29) Variabele Categorie % Geslacht Man 45 Vrouw 55 Leeftijd 18-30 24 31-40 21 41-50 31 51-64 Hoogst genoten opleiding MAVO/LBO MBO HAVO/VWO 7 HBO 32 WO 13 Arbidssituatie Werkzaam 72 Huisvrouw 14 Studerend Niet werkzaam Gezinssituatie Samenwonend + kinderen Alleenstaand + kinderen 3 Getrouwd + kinderen 38 Samenwonend zonder kinderen Alleenstaand zonder kinderen Getrouwd zonder kinderen Thuiswonend Woonomgeving Landelijk Stedelijk Alleen ondernemer Fred Douven is erin geslaagd om 2 omwonenden bereid en in staat te vinden om deel te nemen aan de sessies. Bij de eerste sessie in Waarland kwam 1 respondent niet opdagen. In totaal is met 31 mensen gesproken, waaronder dus 2 omwonenden. Deze zijn uit deze tabel gehouden, die de kenmerken van de respondenten beschrijft.

18 Recreantenperspectief bij bedrijf 1
Bij Firma Pater Broersen hadden de respondenten het volgende uitzicht op het bedrijf en het teeltsysteem (dat weliswaar achter groene hekken verborgen lag). Hierbij werd de respondenten gevraagd zich voor stellen dat ze geconfronteerd werden met dit uitzicht tijdens een fiets- of wandeltocht, dus in hun identiteit als recreant. Dit uitzicht werd gemiddeld met een 7,5 beoordeeld. Eén respondent beoordeelde dit uitzicht met een onvoldoende omdat het doet denken aan een lelijk “landbouw-industrieterrein”. De andere respondenten beoordeelden dit uitzicht met een voldoende. De respondenten vonden het volgende mooi aan dit uitzicht als recreant: het weidse uitzicht, het ver kunnen kijken het open veld de ruimte het uitzicht op de echte molen veel groen de aanwezigheid van de landbouw. De ene respondent heeft hier de associatie van natuur bij of kijkt hier in ieder geval liever naar dan naar een grote stad. De andere waardeert het minder vanwege het bedrijfsmatige en de associatie met een bedrijfsterrein de stilte en rust door geen/weinig verkeer de koeien en schapen het landelijke de variatie van bomen en struiken de associatie met het hard werkende boeren, het natuurlijke van het boerenbestaan en de mentaliteit van de mensen in een landelijk gebied de combinatie van mens, dier en plant doordat het eruit ziet zoals het er thuis uitziet een kronkeltje in de verte Minder mooi vond men: het zicht op de windmolen (past niet bij natuur) dat er weinig bomen te zien zijn de grootte (en dan vooral de hoogte) van het bedrijf het kale van het bedrijf de loodsen en de groene hekken van het bedrijf de pallets, kisten en vrachtwagens die te zien zijn op het bedrijf de aanwezigheid van veel damwand (het materiaal van de schuren); steriel en lelijk, wel dapper geprobeerd vrolijker te maken met rode deuren de auto’s bij de schuren het hokkerige van het landschap Het bedrijf lijkt volgens een respondent niet op een boerderij maar op een bedrijf. Een andere respondent vergelijkt het bedrijf met een nog veel groter landbouwbedrijf in de omgeving, heeft daardoor minder moeite met wat ie ziet, hoopt wel dat het niet groter wordt maar ook dat er geen woonwijk komt. Weer een andere respondent ziet ook liever dit bedrijf dan een woonwijk (grijs beton), want boerderijen horen bij Nederland. Eén respondent geeft het uitzicht geen 10 omdat ze weet dat het in een dergelijk gebied ook onstuimig kan zijn en je er altijd de auto nodig hebt. Het uitzicht zou, vanuit het recreantenperspectief, een hoger rapportcijfer krijgen wanneer : er minder ‘prefab’ loodsen te zien zouden zijn, bijvoorbeeld doordat deze dieper in de grond zouden liggen, zodat ze niet zo zouden uitsteken de loodsen meer zouden opgaan in het landschap door het gebruik van natuurlijke materialen zoals steen of hout in plaats van damwand de groene kleur van het damwand donkerder groen zou zijn. Een ander idee ter verfraaiing is het schilderen van grote kloppen sla op de muren; dan weten mensen wat daar gebeurt (mensen willen dat weten!) en is meteen goede reclame het bedrijf kleiner (en dan vooral lager) zou zijn of wanneer ‘t aan het zicht onttrokken zou worden door hoge bomen/ struiken/coniveren, waardoor het ook minder kaal zou zijn. Dit wordt herhaaldelijk naar voren gebracht; het zicht op het bedrijfspand moet ‘gebroken’ worden. Dit kan al gerealiseerd worden door een klein aantal bomen er hagen rond de hekken, de machines, pallets, parkeerplaatsen en troep zouden staan en er meer bomen langs de weg zouden staan Respondenten die vooral geneigd zijn vanuit de ondernemer te denken vinden het uitzicht overigens prima zoals het is.

19 Recreantenperspectief bij bedrijf 2
Bij B-Berry werden de respondenten, als recreant, geconfronteerd met het volgende uitzicht op het teeltsysteem (het bedrijf was vanaf hier niet te zien): Dit uitzicht werd gemiddeld met een 6,9 beoordeeld. Geen van de respondenten beoordeelde het uitzicht met een onvoldoende. De respondenten waarderen: het vele groen het landelijke het weidse uitzicht de ruimte de rust de kavels met groente of fruit die netjes zijn ingedeeld en passen in de omgeving; als je uit de stad komt ervaar je dat wel als mooi, aldus een respondent. Daarentegen zijn er ook respondenten die het bedrijfsmatige storend vinden, dan niet het gevoel hebben dat ze in de natuur staan en als recreant liever bossen of grasvelden zien. Eén respondent dacht overigens dat het wijnranken waren. het verzorgde en strakke van deze akkers de planten keurig in de rijen de grote, oudere bomen de vele soorten bomen Minder mooi vindt men: de fabriek met uitlaatgassen/ stoom op de achtergrond de elektriciteitsmasten weinig afwisseling/ eentonigheid; daardoor niet het gevoel echt in de natuur te zijn het gecreëerde, grote, kale veld (saai); wat gebeurt daar? het ontbreken van bloemen of kleuren de geluiden van de snelweg het ontbreken van een bankje (om te kunnen recreeren) de houten keet (schaapskooi) het ontbreken van ingangen om de velden op te gaan het slordige het saaie van de rijen met struiken het op productie gerichte stuk maar liever dit soort teelt dan kassen; deze teelt geeft meer gevoel van natuur de kassen en de silo het kale het bedrijfsmatige het homogene de slordige struiken (niet de teelt) het slordige pad (waarop je niet kunt fietsen, met kinderen) lantaarnpaal mooi om langs te fietsen of wandelen maar niet om te stoppen Het uitzicht zou vanuit het recreantenperspectief een hoger rapportcijfer krijgen wanneer: de industrie op de achtergrond niet te zien zou zijn (door bomen) het geluid van de autoweg er niet zou zijn de weg verhard zou zijn (met het oog op fietsen) er meer groen zou zijn er picknicktafels/zitbankjes, een drankautomaat, een gezellig restaurantje (iets met bessen eten) met parasols of een automaat zou zijn waar je een mandje uithaalt en je vervolgens fruit kunt plukken (ook op zondag!) bloeiende bloemen en/of planten zouden zijn wanneer de teelt hoogteverschillen zou hebben hier en daar een grote vrijstaande boom zou staan wanneer de kassen en silo minder zouden opvallen er meer beplanting zou zijn op het kale stuk als het natuurlijker was door bijvoorbeeld de aanwezigheid van dieren of water door meer informatieborden over wat de recreant ziet (teeltwijze, waar kun je producten kopen, en bijvoorbeeld dat de houten keet een schaapskooi was/is) of dat de plek onderdeel is van een fiets/ wandelroute

20 Omwonende perspectief bij bedrijf 1
Bij de Firma Pater Broersen werd de respondenten gevraagd wat ze van onderstaand uitzicht op het bedrijf vonden(het teeltsysteem bevindt zich achter de groene hekken die vanaf dit punt niet zichtbaar waren), wanneer ze de overbuurman of -vrouw zouden worden van dit bedrijf. Dit uitzicht werd gemiddeld met een 5,4 beoordeeld. De helft van de respondenten geeft het een onvoldoende. Respondenten zijn blij dat er tussen de panden door gekeken kan worden naar het landschap Ze vinden, vanuit het perspectief van een omwonende, het volgende niet mooi aan dit uitzicht: dat de loodsen het weidse uitzicht op de omgeving belemmeren het niet uitnodigende, het saaie en het kale van het pand dat wel een likje verf kan gebruiken volgens meerderen het “blokkige” van de bedrijfspanden het grijs van de bedrijfspanden de rommel aan de voorkant rechts van het woonhuis (kisten) en pallets die er boven uit steken de afwezigheid van een toegangspoort en een mooi hek (is niet iedereen het over eens vanwege de belemmering van het ver kunnen kijken) de meerdere, onleesbare en afgebroken bordjes aan de weg het zicht op tractor en vrachtwagen het gebruik van goedkope en lelijke materialen de verwachting dat het bedrijf veel vrachtverkeer aantrekt en de weg hierop niet berekend is Overigens zijn er ook respondenten, vooral mensen die landelijk en/of in de omgeving wonen, die “vanuit het bedrijf bekeken” wel snappen dat de loodsen er zo functioneel uit zien. Zij zien weinig aanleiding om het aanzicht te veranderen, gaan ervan dat het niet het gehele jaar druk is met vrachtverkeer, waarderen dat er geen lichtvervuiling is en wonen liever tegenover een bedrijf dan een woonhuis. Het uitzicht zou, vanuit het omwonende perspectief, een hoger rapportcijfer krijgen wanneer: het zicht op de loodsen gebroken zou worden en meer op zou gaan in de omgeving doordat het lager is (minder belemmerend voor het ver kunnen kijken) of door heggen, bomen en planten langs de weg en/of om de loodsen heen. Een respondent suggereert dat door te variëren met lichte en donkere kleuren je het plaatje ook kunt breken het pand beter onderhouden zou zijn (likje verf) er 1 duidelijk informatiebord zou zijn; je kunt niet makkelijk te weten komen wat op dit bedrijf gebeurt. Aan de weg moet een bord komen met informatie over wat en hoe hier wordt geteeld en waarom het zo gebeurt, wat daar de voordelen van zijn en hoe ver de sla bijvoorbeeld nu is; te vergelijken met de informatie van de boswachter over flora en fauna in bijvoorbeeld bossen en duinen. Met een plaatje van een grote kop sla en misschien wel een filmpje. Misschien ook wel een schildering van een krop sla op het pand zelf. Zodat mensen (recreanten) naar het pand getrokken worden en er iets willen kopen. Overigens zou niet iedereen hier elke dag tegenaan willen kijken. er meer verlichting zou zijn, maar ook daar zit niet iedereen op te wachten; op het platteland hoort het volgens hen ’s nachts donker te zijn..... als de parkeerplaats en de pallets achter de loodsen zouden liggen in plaats van ervoor zodat je het vanaf de weg niet ziet (de voorzijde is toch het visitekaartje) wanneer de damwand een mooiere kleur zou krijgen (rijtuiggroen). Niet iedereen is het hier mee eens. Werken met kleuren is smaakgevoelig en er is ook een voorkeur om het vooral natuurlijk te houden door natuurlijke materialen te gebruiken. Deze mensen pleiten bijvoorbeeld voor een houten schuur (of door alleen horizontale houten latten te plaatsen op de schuur) en bijvoorbeeld voor dakpannen op het dak. Andere ideeën zijn gras op het dak, werken met glas en het laten grazen van schapen om de loods. Toch zijn er ook respondenten die liever tegenover een strak, modern bedrijf wonen dan tegenover zo’n ‘schaapskooi’.

21 Omwonende perspectief bij bedrijf 2
Bij B-Berry werden de respondenten geconfronteerd met onderstaand uitzicht op het bedrijf en het teeltsysteem als “overbuurvrouw- of man”. Dit uitzicht werd gemiddeld met een 6,3 beoordeeld (4 respondenten gaven het een onvoldoende). Respondenten waarderen het volgende van dit uitzicht: het gewas de groene kleur van het pand als een poging om het pand in het landschap te laten passen. Wel vinden sommigen het een sombere kleur groen het nette en het verzorgde Respondenten die in een landelijke omgeving wonen (en de omwonenden van B-Berry al helemaal niet!) lijken veel minder moeite te hebben met het uitzicht dan mensen die stedelijk wonen. Respondenten storen zich, vanuit het perspectief van omwonende, aan: de belemmering van het vrije en weidse uitzicht door het pand de saaiheid van het pand de grootte van het pand (vooral de breedte) het vele volk en de vele auto’s die aan komen rijden en voor het pand parkeren; geen rust (dan kun je beter in de stad gaan wonen) de verwachting van veel bedrijvigheid (laden en lossen) en mogelijk van stank en geluidsoverlast (voor of na 9:00?, maakt nog al uit) de losse spullen op het terrein waardoor het rommelig oogt het industriële uiterlijk van het pand de grote hekken het lelijke waterbassin de bedrijfsterrein-uitstraling die niet past in een landelijk gebied de zorg dat men mogelijk last heeft van het spuiten van de gewassen dat de bomen-rij die langs de toegangsweg groeit opeens ophoudt Het uitzicht zou, vanuit het omwonendenperspectief, een hoger rapportcijfer krijgen wanneer: de parkeerplaats en de losse spullen aan de achterkant van het bedrijf zouden liggen in plaats van aan de voorkant meer groen (haag, bomen, struiken) om het pand en het parkeerterrein deze meer aan het zicht zouden onttrekken de bomen langs de toegangsweg verder door zouden lopen het bedrijfsterrein op meer natuurlijke materialen in het pand verwerkt zouden zijn (steen, glas, hout) zodat het meer opgaat in de omgeving meer speelsheid ten aanzien van de vormgeving van het pand en meer gebruik van kleur (hier worden blauwe bessen geteeld; misschien moet het pand blauw worden, denk aan blauwe LED verlichting) wanneer het waterbassin minder zou opvallen de loods minder groot zou zijn er klimop tegen het pand zou aangroeien

22 Consumentenperspectief bij bedrijf 1
Bij de Firma Pater Broersen werd toegelicht dat op dit bedrijf sla wordt geteeld. De respondenten mochten vrij rondlopen en het los van de ondergrond teeltsysteem van dichtbij bekijken (zie onder). De respondenten werd gevraagd wat ze van (het uiterlijk van) dit teeltsysteem vonden vanuit hun identiteit van consument van sla. De respondenten waardeerden wat ze op het bedrijf zagen met gemiddeld een 8 (2 zessen, de rest hoger). Veel respondenten waren verrast door wat ze zagen, vooral doordat ze zagen dat de sla niet in de grond groeit maar in bakken op water. Sommige vonden dat wel gek en in ieder geval onverwacht. De meesten hadden dit nog nooit gezien. Anderen hadden wel eens van hydrocultuur gehoord (in de wietteelt). Respondenten waren positief over: het innovatieve het schone en nette van systeem en product, geen rotting door afwezigheid van aarde de afwezigheid van vuil het moderne de verwachting dat er minder onkruid en slakken zijn en daardoor minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn de verwachting dat het efficiënter is doordat het minder ruimte (waardoor je meer landschap over houdt), arbeid, energie en andere middelen kost en je het hele jaar kunt zaaien en oogsten de verwachting dat het oogsten makkelijker is de kleuren het mooie van de slakropjes (vooral de gemengde), mooier dan men gewend is in de winkel te zien liggen de goede werkhoogte; je kunt zo bij de bakjes dat de sla niet in kassen wordt geteeld zodat er niet aan lichtvervuiling wordt gedaan (en het milieuvriendelijke daarvan) veel technosnufjes de verwachting dat de oogst niet kan mislukken, belangrijk in deze tijden van oogsten die mislukken en stijgende grondstoffenprijzen het systematische het praktische het doelmatige uiterlijk de verwachting dat het milieuvriendelijk is liever dit dan een kas controle op alles er verdwijnt niets in de bodem Men heeft verder het gevoel dat er goed voor de producten wordt gezorgd, met precisie wordt geteeld en goed over de teelt wordt nagedacht. Minder positief was men over: het witte plastic van de bakken de grootte van de loodsen de witte bakken die leeg waren lagen er een beetje weggewaaid bij; waarom halen ze die niet gewoon weg? Verder vinden sommige respondenten de kroppen wat klein. Respondenten weten niet of ze meer geld voor deze sla over zouden hebben. Bij nog al wat respondenten riep het zien van het systeem verder vragen op over de voedingswaarde en de smaak van de sla aangezien deze in water wordt geteeld en niet in de grond. Veel respondenten willen dit echt graag weten voordat ze een oordeel geven over wat ze zien. Zo zijn er vragen over wat er aan het water wordt toegevoegd (voldoende natuurlijke grondstoffen?), of het milieuvriendelijker is, of er wordt gesproeid (want dat maakt het weer minder natuurlijk), of de groei wordt versneld, of de planten niet gaan rotten in het water, of dit niet minder natuurlijk/puur is of of de plantjes misschien elders gekiemd worden en hoe vaak er geoogst kan worden. De meeste respondenten verwachten geen verschil in smaak. Het rapportcijfer voor het uitzicht zou vanuit het consumentenperspectief hoger zijn wanneer: de witte bakken groen zouden worden (al zie je wel alles op wit=transparanter) er netten over de sla zouden hangen zodat de vogels er niet bij kunnen maar vooral wanneer men zou weten hoe het product presteert ten opzichte van sla uit de grond (qua smaak bijvoorbeeld) en andere informatie zou krijgen over deze teeltwijze; wat wordt er bijvoorbeeld toegevoegd aan het water (pesticiden?), is dit toe te passen in ontwikkelingslanden en wat zijn de voordelen van deze teeltwijze ten opzichte van in de grond (voor milieu, ondernemer, anders)? Te denken is aan open dagen (waarbij je ook kunt proeven!), borden langs de weg/ het systeem, een stalletje in een supermarkt (mensen laten proeven!), QR code op het product. een ander idee is om het systeem beter in het landschap te integreren door het in de grond te bouwen. Dan heb je meer het idee dat het uit de natuur komt (associatie met de rijstvelden in Indonesië). tenslotte oppert een respondent om natuurlijke eilanden te creëren van wilgen en biezen in plaats van plastic.

23 Consumentenperspectief bij bedrijf 2
Bij B-Berry werd toegelicht dat op dit bedrijf blauwe bessen worden geteeld. Ook bij B-Berry mochten de respondenten (dit waren er, als gevolg van een vergissing tijdens de uitvoering van de eerste sessie, tijdens dit gedeelte van het onderzoek 9 in plaats van 16) vrij rondlopen om het systeem van dichtbij te bekijken (zie onder). Deze 9 respondenten werd gevraagd wat ze, als consument van blauwe bessen, vinden van (het uiterlijk van) deze wijze van telen. Respondenten waardeerden wat ze zagen met gemiddeld een 7,6. Eén respondent gaf een onvoldoende (een 5), de rest gaf een 7 of hoger. Respondenten waren positief over: het feit dat het systeem in de open lucht is (in plaats van in de kas) de afwezigheid van kunstmatige invloeden (zoals in de vorm van regeling van licht en temperatuur) de brede paden de keurige emmers de beregeningsinstallatie (zodat wordt aangesloten bij de behoefte aan water van de plant) het innovatieve het verzorgde het makkelijker kunnen oogsten door de hoogte van de potten (hoewel er ook respondenten waren die het systeem juist als niet ergonomisch beoordelen, hiervoor staan de emmers volgens hen te laag) de verwachting dat de plant zo directer en voldoende voeding krijgt de verwachting dat het milieuvriendelijker is de verwachting dat je zo sneller de struiken kunt planten de verwachting dat de planten minder gevoelig zijn voor ziektes de verwachting dat dit efficiënter is en daardoor de prijs lager kan zijn de natuurlijke ondergrond van vetplanten en/of boomschors hoe mooi de planten erbij stonden (mooier dan in de volle grond) het mooie van die houten palen, deed Zuid-Europees aan Minder positief waren respondenten over de zwarte potten. Mogelijk zouden ze door een andere kleur of door ander materiaal (duurzamer bovendien) minder opvallen. Verder vond men het niet-ergonomische voor de plukkers een bezwaar omdat deze moeten bukken om de bessen te plukken (niet fijn voor de rug) alsook het drassige van de paden, ook weer vanuit het oogpunt van het oogsten. Sommige respondenten denken dat bessen uit de volle grond beter smaken dan uit potten (en de kas). Andere respondenten schatten juist in dat de smaak beter is omdat de grond in de potten niet wordt uitgeput maar telkens vervangen. Weer anderen denken dat het niet uitmaakt. Sommige respondenten dachten dat het hier alleen om de opkweekfase gaat. De meeste respondenten vinden het erg bedrijfsmatig(er) uitzien maar hebben er desondanks geen negatief gevoel bij. Een enkeling daar gelaten die vindt dat het ouderwetse meer heeft en de teelt in potten kunstmatig vindt. Het rapportcijfer zou hoger zijn wanneer: de paden minder drassig zijn (want dan sta je altijd droog, met het oog op de plukkers) de rijen dichter op elkaar zouden staan door informatieborden over de teeltwijze minder opvallende potten van natuurlijk en duurzamer materiaal een meertje, bomen zouden het plaatje op het systeem nog natuurlijker maken. Te denken is verder aan een uitzichttoren maar vooral wanneer het plukken makkelijker zou zijn voor de plukker doordat de bessenstruiken hoger zouden staan De meeste respondenten vinden de rechte rijen mooi, voor een enkeling mag het wel wat verspringen.

24 Bessen in de volle grond
Bij B-Berry konden de respondenten bovendien het teeltsysteem in de grond bekijken. Dit productieveld lag namelijk pal naast het productieveld in potten. Zie onder. Over deze productiewijze hebben we dezelfde vragen gesteld als over het systeem in potten zodat we los en in de grond met elkaar konden vergelijken. Respondenten waarderen dit systeem gemiddeld met een 7 (er waren geen onvoldoendes). Dus lager dan het systeem in potten. Ook bij de beoordeling van dit systeem valt op dat veel respondenten denken aan het gemak van het plukken. Dat wordt door sommige respondenten als beter beoordeeld dan het systeem in potten door de hoogte van de struiken. Anderen verwachten dat het nog steeds veel bukken vereist. Verder waardeert men het natuurlijke (past beter in het landschap), dat hier de paden minder drassig zijn, het minder gestructureerde en het nostalgische gevoel dat het systeem oproept. Een respondent geeft dit systeem vanuit landschappelijk perspectief een 9 maar vanuit economisch oogpunt een 7. Er zijn respondenten die vinden dat de struiken er in dit systeem minder mooi uitzien (woester en met minder blad), mogelijk brengen deze struiken volgens hen minder op. Verder zouden ze wel wat dichter op elkaar mogen staan en zou er meer diversiteit mogen zijn in de vorm van bomen of bloemen tussendoor. Het systeem in potten zien velen als moderner en je moet met de tijd meegaan vinden ze. Er wordt verwacht dat dit systeem minder opbrengt. Een enkeling geeft aan dit systeem de voorkeur omdat ze niet per se aardbeien in de winter hoeven te eten.

25 Onderzoeksopstelling
Daarnaast hebben we de respondenten geconfronteerd met een onderzoeksopstelling. Zie onder. Op dit veld wordt onderzoek gedaan naar de voedingsbehoefte van blauwe bessen struiken . We hebben over dit veld gezegd dat ook hier bessen worden geteeld voor consumptie. Dit is niet waar. Over dit “teelt”systeem hebben we vervolgens dezelfde vragen gesteld als over het systeem in potten en in de grond. We hebben de respondenten ook met dit systeem geconfronteerd omdat we wilden weten hoe ze aankijken tegen deze “nog verdergaande vorm” van los van de ondergrond telen. Hierbij moet wel gezegd worden dat de vergelijking met de eerdere 2 systemen niet helemaal eerlijk is omdat dit systeem een veel kleiner oppervlak beslaat. De respondenten waardeerden dit systeem gemiddeld met een 7,2 (er waren geen onvoldoendes). Dus iets hoger dan het systeem in de volle grond en iets lager dan het systeem in potten. Respondenten waarderen de hoge positie van de struiken vanuit het perspectief van het gemak van het plukken. Het zou nog wel hoger kunnen om het plukken nog makkelijker te maken volgens een respondent. Bovendien schat men in dat de struiken toegankelijker zijn (met karren) doordat er zeil op de grond ligt wat voor een droge ondergrond zorgt. Men waardeert verder het mooie, het goed verzorgde, dat het water en het kunstmest worden terug gewonnen en men verwacht dat de planten, net zoals bij de teelt in potten, minder vatbaar zijn voor ziektes. Andere respondenten vinden het te bedrijfsmatig (“alleen de kas ontbrak nog”), steriel, industrieel, kaal, kunstmatig, overdone, nep. Respondenten denken dat nu nog veel meer te manipuleren is; de hoogte van de struiken per plukker en bijvoorbeeld de groeitijd (dankzij warm water in de potten). Planten in potten zijn overigens o.k., de negatieve gevoelens gaan vooral om de witte stellages en de ondergrond van zwart zeil. Het systeem zou een hoger rapportcijfer als de witte stellages groen of bruin zouden zijn en er meer groen zou staan om het systeem of tussen de rijen. Gevraagd welk systeem de voorkeur heeft (als men zou kunnen kiezen) wanneer de bessen overal even duur zouden zijn en dezelfde smaak zouden hebben, kiest een derde voor het systeem in de volle grond, een derde voor het systeem in potten en een derde het systeem wat dus feitelijk een onderzoeksopstelling is.

26 Conclusies: 1. Recreantenperspectief
Naar aanleiding van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 1. Vanuit het recreantenperspectief: Oordeel over het uiterlijk van de systemen: Alleen bij het blauwe bessen bedrijf was het teeltsysteem zichtbaar vanaf het recreantenperspectief. Meningen verschillen over het uiterlijk van het bessensysteem vanuit het recreantenperspectief. Sommige respondenten vinden de keurige en verzorgde rijen mooi en ervaren wat ze zien als natuur. Zij zien, tijdens het recreëren, liever dit dan de stad en hebben positieve associaties bij boeren (harde werkers, dichtbij de natuur) of zijn niet anders gewend te zien, wonend in een landelijke omgeving. Er zijn echter ook respondenten die de rijen associëren met bedrijfsmatig en dat storend vinden. Zij hebben dan niet het gevoel dat ze in de natuur staan en zien als recreant liever bossen of grasvelden. Aanpassingen die bijdragen bij aan een positievere beoordeling van het uiterlijk van de systemen: plaatsen van informatieborden over de teelt (en bijvoorbeeld waar producten te koop zijn) plaatsen van een bankje/picknicktafel met uitzicht op het systeem (er is zelfs gesuggereerd om er een drankautomaat te plaatsen of een automaat waar je een mandje uithaalt en je vervolgens fruit kunt plukken of een gezellig restaurantje waar je bessen kunt eten) verharding van de paden langs en door het systeem planten van bomen en bloeiende planten of bloemen om of door het systeem heen, ter verfraaiing van het uitzicht op het systeem en om het uitzicht op het systeem meer gevarieerd te maken creëren van hoogteverschillen om of door het systeem zorgen voor aanwezigheid van dieren en water om of door het systeem planten van struiken of bomen ter verhulling van de groene hekken om het systeem (bij Pater Broersen)

27 2. Onwonendenperspectief
2. Vanuit het omwonendenperspectief: Oordeel over het uiterlijk van de systemen: Alleen bij het blauwe bessen bedrijf was het systeem zichtbaar vanaf het omwonendenperspectief. Het uitzicht op het bessensysteem vanuit het omwonendenperspectief wordt gewaardeerd vanwege het nette en verzorgde uiterlijk hiervan. Wel stoort men zich aan het zicht op het waterbassin. Een aanpassing die bijdraagt aan een positievere beoordeling van het uiterlijk van de systemen is (bij het blauwe bessen bedrijf), bijvoorbeeld door het planten van bomen of struiken, ervoor te zorgen dat het waterbassin minder opvalt.

28 3. Consumentenperspectief
3. Vanuit het consumentenperspectief: Oordeel over het uiterlijk van de systemen: Over het algemeen wordt het uiterlijk van de systemen vanuit het consumentenperspectief hoog gewaardeerd. Meerdere respondenten geven aan dat ze aan dit soort van teeltsystemen de voorkeur geven boven teelt in kassen omdat deze teelt in de open lucht is, het licht niet wordt gemanipuleerd en het niet leidt tot lichtvervuiling. De meeste respondenten vinden het er wel bedrijfsmatig(er) uitzien maar hebben daar geen negatieve gevoelens bij, een enkeling daar gelaten. Bij nog al wat respondenten riep het zien van specifiek het sla systeem wel veel vragen op over de voedingswaarde en de smaak van de sla aangezien deze in water wordt geteeld en niet in de grond. Bij sla vragen enkelen zich bovendien o.a. af of er geen kunstmatige stoffen worden toegevoegd aan het water (velen zijn zich er niet van bewust dat in de vollegrond ook kunstmest wordt toegediend). Veel respondenten wilden dit echt graag weten voordat ze een oordeel gaven over wat ze zien. Bij beide systemen is er vooral waardering voor het uiterlijk vanwege het verzorgde en nette van de systemen, de goede werkhoogte, het innovatieve en de verwachting dat de systemen zowel economische als ecologische voordelen hebben. Men heeft verder bij beide systemen het gevoel dat er goed voor de producten wordt gezorgd, met precisie wordt geteeld en goed over de teelt wordt nagedacht. Bij specifiek het sla-systeem is er bovendien waardering voor het uiterlijk vanwege het schone van de systemen en producten en de kleuren. Bij het bessensysteem bovendien specifiek vanwege de brede paden, de keurige emmers, de beregeningsinstallatie (zodat wordt aangesloten bij de behoefte aan water van de plant), de natuurlijke ondergrond van vetplanten en/of boomschors en de houten palen (deed Zuid-Europees aan). Minder positief was men bij het sla over het (witte) plastic van de bakken en de witte bakken die leeg waren en die er een beetje weggewaaid bij lagen. Minder positief waren respondenten bij het bessensysteem over de zwarte potten en het drassige van de paden (vanuit het oogpunt van het oogsten). Verder was de werkhoogte in dit systeem volgens sommigen nog niet hoog genoeg. Ook bij dit systeem zou men graag informatieborden zien over de teelt. Aanpassingen die bijdragen bij aan een positievere beoordeling van het uiterlijk van de systemen: Met betrekking tot het sla-systeem: gebruik groen in plaats van wit plastic voor de bakken, haal de lege bakken weg (al is bekend dat dit de algengroei sterk zou bevorderen), integreer het systeem beter in het landschap door het in de grond te bouwen waardoor je meer het idee hebt dat het uit de natuur komt (associatie met de rijstvelden in Indonesië) en creëer natuurlijke eilanden van wilgen en biezen in plaats van plastic. Met betrekking tot het bessensysteem: gebruik emmers gemaakt van natuurlijk materiaal (bijvoorbeeld hout) waardoor ze minder opvallen, zorg voor minder drassige paden en een hogere werkhoogte voor de plukkers een meertje. Verder zouden bomen zouden het zicht op het systeem nog natuurlijker maken. Te denken is verder aan een uitzichttoren Met betrekking tot beide systemen: communiceer ter plekke meer over (achtergronden van) de teelt. Te denken is bijvoorbeeld aan informatieborden maar ook aan stalletjes in supermarkten. Men heeft vooral behoefte aan informatie over de voordelen van het telen los van de ondergrond en de verschillen tussen deze teeltwijze en die in de volle grond qua smaak, gezondheidswaarde en voeding van de plant. De tekenaar heeft deze aanbevelingen als volgt verbeeld.

29 Aanbevelingen voor bedrijf 1 (consument)
Specifieke aanbevelingen voor verbetering van het uiterlijk van het sla-systeem vanuit het consumentenperspectief zijn dus om te kiezen voor groen in plaats van wit plastic, andere materialen dan plastic (zoals riet, wilgen, bielzen of gerecycled plastic) en de lege bakken weg te halen.

30 Aanbevelingen voor bedrijf 2 (consument)
Specifieke aanbevelingen voor verbetering van het uiterlijk van het bessen-systeem vanuit het consumentenperspectief zijn dus om emmers te gebruiken die zijn gemaakt van natuurlijker/duurzamer materiaal (bijvoorbeeld hout) waardoor ze minder opvallen, te zorgen voor minder drassige paden en een hogere werkhoogte voor de plukkers.

31 Andere conclusies Het oordeel over het uitzicht op de bedrijven is vanuit het omwonendenperspectief het minst positief. De bedrijfspanden hebben een veel grotere negatieve invloed op het oordeel over het uitzicht op de bedrijven dan de teeltsystemen. 4. Het oordeel over het uitzicht op de bedrijven in dit onderzoek is vanuit het omwonendenperspectief het minst positief. Vanuit het omwonendenperspectief scoort het uitzicht op de bedrijven namelijk gemiddeld ongeveer een 6 (met gemiddeld een onvoldoende voor het sla-bedrijf in Waarland), vanuit het recreantenperspectief gemiddeld ongeveer een 7 en vanuit het consumentenperspectief gemiddeld ongeveer een 8. Naast het commentaar op het uiterlijk van de bedrijfspanden (zie volgende conclusie), zijn de verwachte drukte en bedrijvigheid en mogelijke stank- en geluidsoverlast, andere belangrijke achtergronden van het relatief lage rapportcijfer voor het uitzicht op de bedrijven vanuit het omwonendenperspectief. Overigens lijkt het erop dat de respondenten die landelijk wonen (en zeker de mensen die in de omgeving van de bedrijven wonen) veel minder moeite hebben met het zicht op het bedrijf als omwonende dan de respondenten die stedelijk(er) wonen. 5. De bedrijfspanden hebben een veel grotere negatieve invloed op het oordeel over het uitzicht op de bedrijven dan de teeltsystemen. In het kader van alle perspectieven beginnen respondenten namelijk vooral over de negatieve invloed die uitgaat van de bedrijfspanden. Deze zijn in hun beleving vooral te groot, te kaal en saai en industrieel ogend. Ze steken verder te veel af bij het landschap en belemmeren het weidse uitzicht. Dit laatste drukt vooral het rapportcijfer voor het uitzicht op het bedrijf vanuit het omwonendenperspectief. Ook het zien van lichtmasten (niet van het teeltbedrijf), fabrieken en de geluiden van de snelweg, doen in het kader van het recreanten respectief meer af aan het uitzicht op de bedrijven dan de teeltsystemen. Een leeg productieveld (zoals bij het blauwe bessenbedrijf in Melderslo te zien was) beïnvloedt echter wel het oordeel over het uitzicht op het bedrijf op een negatieve manier.

32 Conclusies De bedrijfspanden zouden positiever beoordeeld worden dankzij: donkerder groen gemaakt van natuurlijkere materialen meer verhuld kleiner speelser minder rommel, hekken en waterbassins en auto’s te zien water, hoogteverschillen en meer dieren “minder anoniem” 6. De bedrijfspanden zouden in het kader van alle perspectieven positiever beoordeeld worden wanneer de kleur van de damwand donkerder groen zou zijn, ze gemaakt zouden zijn van natuurlijkere materialen (in plaats van damwand), ze meer verhuld zouden worden door groen (bomen, struiken en hagen), ze kleiner zouden zijn, ze “speelser” ontworpen zouden zijn, er minder rommel, hekken en waterbassins en auto’s te zien zouden zijn (ook weer door bijvoorbeeld groen of door de parkeerplaats achter het pand te plaatsen), er water, hoogteverschillen en dieren of vee om de panden zouden grazen en wanneer de panden “minder anoniem” zouden zijn. Bij natuurlijke materialen denkt men aan hout, steen, glas en dakpannen maar ook aan bijvoorbeeld daken gemaakt van gras. Er zijn echter ook respondenten die geneigd zijn vanuit de ondernemer te denken en vanuit dat perspectief accepteren dat de panden er zo (functioneel) uitzien. Met minder anoniem wordt bedoeld dat meer wordt gecommuniceerd over wat in en rond het pand gebeurt. Bijvoorbeeld in de vorm van duidelijke informatieborden aan de weg en bij de ingang van het bedrijf over wat er wordt geteeld, waarom op deze wijze, waar producten te koop zijn, etc. Maar ook is te denken aan het afbeelden van wat er wordt geteeld op het pand (= tegelijkertijd verfraaiing vindt een deel van de respondenten). Mensen zijn geïnteresseerd in waarom er wat gebeurt in de landbouw en informatie hierover creëert meer begrip en waardering voor de sector volgens hen. De tekenaar heeft een aantal van deze aanbevelingen als volgt verbeeld.

33 Maak bedrijfspanden van natuurlijke materialen

34 Gebruik groen ter verhulling van bedrijfspanden

35 Achter parkeren

36 Zorg voor water, dieren, hoogteverschillen

37 Maak het minder anoniem

38 Zoals door informatieborden/ kraampje

39 Conclusies Slechts een enkeling vindt dat teelt in de grond “meer heeft” dan teelt los van de ondergrond. 7. Slechts een enkeling vindt dat teelt in de grond “meer heeft” dan teelt los van de ondergrond. Het systeem in de volle grond werd bij B-Berry zelfs met een lager rapportcijfer gewaardeerd dan het systeem in potten op de grond. Ook het zogenaamde teeltsysteem bij B-Berry (wat feitelijk een onderzoeksopstelling was), dat nog duidelijker los van de ondergrond is, werd hoger gewaardeerd dan het systeem in de volle grond. Dit zogenaamde teeltsysteem werd overigens gemiddeld wel iets lager gewaardeerd dan het systeem in potten op de grond. Mogelijk gaat deze nog verder gaande sturing de respondenten “iets te ver”. Toch zou een derde van de respondenten hier kiezen voor deze teeltwijze wanneer de producten van de drie systemen dezelfde smaak en prijs zouden hebben. Een derde zou kiezen voor het potten systeem en de rest voor het systeem uit de volle grond. Ook hieruit blijkt dat de meerderheid geen negatieve gevoelens heeft bij het consumeren van deze producten wanneer ze los van de ondergrond worden geteeld.

40 Deels andere resultaten dan in 2011
Opnieuw veel vragen over achtergronden en kenmerken In 2011 meer negatieve associaties en meningen (steriel, onnatuurlijk, industrieel) Mogelijk door minder groupthink, andere vragen en verschil tussen foto- en video materiaal en in het echt zien In het echt sluit zicht beter aan bij ideaalbeelden Pleit ervoor om mensen te stimuleren op bedrijven te laten rondkijken In dit onderzoek hebben 31 respondenten een bezoek gebracht aan twee telers die los van de ondergrond sla en blauwe bessen telen. Het los van de ondergrond telen van sla is in 2011 in de vorm van foto- en videomateriaal aan 31 respondenten voorgelegd met de vraag wat ze van dit systeem vonden, zowel vanuit het recreanten-, omwonende- als het consumentenperspectief (de beelden zoomden toen geleidelijk in tot en met heel dichtbij). In het onderzoek van 2011 kwamen duidelijk meer negatieve associaties en opvattingen naar voren over dit maar ook over de 2 andere voorbeelden van teelt los van de ondergrond. Veel respondenten beoordeelden het aanzicht van de systemen toen als steriel, onnatuurlijk, niet romantisch en industrieel. Deze negatieve kwalificaties zijn bij de confrontatie met de systemen in 2012 veel minder gehoord. In het kader van het consumentenperspectief werd de respondenten gevraagd de systemen van zeer dichtbij te beoordelen. Het uiterlijk van de systemen wordt dan zelfs gemiddeld met een 8 beoordeeld! Specifiek over het product van het sla-systeem in bakken op water, hoorden we bovendien vorig jaar dat het er volgens sommigen te mooi, te perfect, te kunstmatig uit zag. Dergelijke uitspraken hebben we dit jaar niet gehoord over de producten van hetzelfde systeem. Ook het gevoel dat in dit systeem de risico’s (op verspreiding van ziektes) groter is en dat het eruit ziet als het Westland, werden tijdens het onderzoek bij de teler niet of nauwelijks naar voren gebracht. Meerdere respondenten brachten juist naar voren dat ze liever deze teelt zagen dan de (de teelt in) kassen. We hoorden dit jaar wel opnieuw dat men zich afvraagt of de sla die los van de grond wordt geteeld wel even gezond en lekker is (of gezonder, lekkerder) als sla uit de volle grond, wat er aan het water wordt toegevoegd en of het milieuvriendelijker is (wordt er meer of minder gespoten dan bij teelt in de volle grond?). Bij bessen in potten heeft men die vragen minder. Het verschil in resultaten tussen het onderzoek in 2011 en voorliggend onderzoek van 2012 kan meerdere achtergronden hebben. Zo hebben respondenten in voorliggend onderzoek , meer dan tijdens het onderzoek van 2011, in de vorm van individuele opdrachten gewerkt wat groupthink en dominantie kan hebben gereduceerd. Bovendien hebben we de respondenten in 2012 natuurlijk niet alleen naar de teeltsystemen laten kijken maar naar het gehele bedrijf, inclusief de bedrijfspanden. Deze bedrijfspanden bleken meer negatieve gevoelens op te roepen dan de gewassen. Een andere mogelijke achtergrond is dat het zien van een teeltsysteem op een tv scherm andere effecten heeft dan het in het echt zien van hetzelfde systeem. Van de ondernemer in Waarland hoorden we ook dat dit verschil hem bekend voorkwam. Hij had al eerder mensen op het bedrijf rondgeleid die voor het bezoek aan het bedrijf beelden van het systeem hadden gezien (bijvoorbeeld op Facebook). Zij waren in de regel ook allen positiever over het (uiterlijk van het) systeem nadat ze het in het echt hadden gezien. Het lijkt er dus op dat wanneer mensen de nieuwe teeltsystemen in real life zien ze het uiterlijk positiever beoordelen dan op basis van foto- en videomateriaal. Mogelijk is dat omdat men, wanneer men de systemen in het echt ziet, men meer ervaart dat ook deze nieuwe teeltsystemen aansluiten bij de ideaalbeelden die mensen hebben ten aanzien van de vollegronds tuinbouw, blijkens het LEI-onderzoek van Deze ideaalbeelden zijn orde (in de vorm van strakke, lange rijen gewassen), netheid, rust, (behoud van) natuur, samenwerking, water, fris/schoon en liefde en respect (voor de gewassen). Het pleit er daarom volgens ons voor dat, met het oog op meer begrip en waardering voor de sector of deze nieuwe systemen in het bijzonder, burgers/ consumenten worden gestimuleerd om echt te komen kijken op bedrijven en dat ondernemers deze mogelijkheid aanbieden.

41 Transparantie-ambitie is er al in de veehouderij Nota Dierenwelzijn
LEI-onderzoek naar transparantie in de veehouderij Verschillende vormen van transparantie denkbaar Educatieve video’s in ontwikkeling Dit inzicht vormde de achtergrond van de zogenaamde transparantie-ambitie in de veehouderij, die op basis van dit onderzoek ook relevantie lijkt te hebben voor de plantaardige sector. In de Nota Dierenwelzijn 2007 staat deze transparantie-ambitie als volgt omschreven; vanaf 2015 dienen alle dieren in de veehouderij door burgers te zien zijn in het landschap en/of op het boerenbedrijf. Ook in de Topsectorennota Agro en Food wordt herhaaldelijk gesproken over de urgentie en het belang van meer maatschappelijke waardering van de veehouderij, mede dankzij meer transparantie doordat veehouders op de 1 of andere manier hun bedrijf toegankelijk(er) maken voor burgers. Ter ondersteuning van de realisatie van deze transparantie-ambitie heeft het LEI in 2010 onderzocht onder welke voorwaarden meer veehouders inzichtelijker zullen maken hoe zij hun dieren houden en meer burgers zullen gaan kijken bij de veehouder om te zien hoe de dieren er worden gehouden. Naar aanleiding van genoemd onderzoek verscheen in 2011 het LEI-rapport ‘Vee in zicht. Boeren en burgers over transparantie in de veehouderij’.  Dit rapport is te downloaden vanaf de LEI-website (www.wageningenur.nl/lei). In het LEI-onderzoek is gekeken naar transparantie in de volgende 6 vormen: Oprichten en verzorgen van een website over het bedrijf, eventueel in combinatie met webcams in stallen; Organiseren van of meedoen met open dagen samen met collega's, zoals 'Kom in de kas' of 'Kom in de stal'; Bieden van de mogelijkheid aan burgers het bedrijf te bezoeken (bijvoorbeeld door in een zichtstal te gaan kijken) en/of rondgeleid te worden door de ondernemers - zowel op afspraak als spontaan; Ontvangen van schoolklassen op de boerderij en/of het geven van gastlessen op scholen door ondernemers; Bieden van recreatieve en/of zakelijke mogelijkheden op het bedrijf, zoals kinder-, familie- en vrijgezellenfeestjes of de mogelijkheid om er te vergaderen of cursussen en workshops te organiseren; Het bieden van mogelijkheden aan burgers om mee te werken op en/of mee te denken/ beslissen over het bedrijf Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat meer veehouders transparantie zullen aanbieden als geïnvesteerd wordt in voorlichting over en professionalisering van veehouders op dit terrein. Om deze reden heeft Elvi van Wijk-Jansen van het LEI, in , studenten van de opleiding Communication & Multimedia Design (CMD) van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL), begeleid bij het ontwikkelen van 3 educatieve video’s over veehouders die aan transparantie op en/of over het bedrijf doen. Doelgroep van deze video’s zijn veehouders in opleiding. De video’s zijn te downloaden via Voor ondernemers (in opleiding) die liever over transparantie-voorbeelden lezen, heeft Wageningen UR een aantal jaar geleden overigens al de brochure ‘Kom kijken ’ ontwikkeld (ook te downloaden vanaf waarin ook voorbeelden van ondernemers in de tuinbouw die aan transparantie doen, worden belicht.


Download ppt "Percepties ten aanzien van teelt los van de ondergrond"

Verwante presentaties


Ads door Google