De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Erkenning AIDS-referentiecentrum AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV, West-Vlaanderen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Erkenning AIDS-referentiecentrum AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV, West-Vlaanderen."— Transcript van de presentatie:

1 Erkenning AIDS-referentiecentrum AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV, West-Vlaanderen

2 Diagnostiek en therapie van HIV anno 2014 Internist-infectioloog – Jens Van Praet

3 Overzicht Epidemiologie Diagnostiek HIV Pathofysiologie HIV Behandeling HIV Behandeling co-morbiditeit en vaccinatie

4 Epidemiologie: België 2013 De hiv epidemie treft hoofdzakelijk twee populaties: –mannen die seks hebben met mannen (MSM), voornamelijk Europese origine –heteroseksuelen, voornamelijk uit Sub- Saharaans Afrika. 1115 nieuwe hiv infecties: 3,1 nieuwe diagnoses per dag –43%: laattijdig diagnose (CD4 <350/µl) Bron: rapport HIV-AIDS, WIV 2013

5 Epidemiologie: België 2013 Daling met 9 % in vergelijking met 2012 –Daling van infecties opgelopen via heteroseksuele betrekkingen –Stijging van nieuwe hiv diagnoses bij MSM 32 sterfgevallen ten gevolge van aids Medische opvolging van 13 941 hiv patiënten medisch (+4,5 %), waarvan 70% mannen Bron: rapport HIV-AIDS, WIV 2013 MSM: mannen die seks hebben met mannen

6 Evolutie medische opvolging Bron: rapport HIV-AIDS, WIV 2013

7 Epidemiologie: wereldwijd 2013 Total: 35.0 million [33.2 million – 37.2 million] Middle East & North Africa 230 000 [160 000 – 330 000] Sub-Saharan Africa 24.7 million [23.5 million – 26.1 million] Eastern Europe & Central Asia 1.1 million [980 000– 1.3 million] Asia and the Pacific 4.8 million [4.1 million – 5.5 million] North America and Western and Central Europe 2.3 million [2.0 million – 3.0 million] Latin America 1.6 million [1.4 million – 2.1 million] Caribbean 250 000 [230 000 – 280 000] Bron: WHO, HIV department 2014

8 Diagnostiek HIV: screening Risicogroepen: MSM (elke 6 maanden of vaker) Mensen afkomstig uit land met hoge hiv prevalentie (>1%) (jaarlijks of vaker zo doorlopende blootstelling) Sekswerkers (elke 6 maanden of vaker) IV drug gebruikers (jaarlijks of vaker) Negatieve test maar recente blootstelling Prenatale zorg Ziekte geassocieerd met hoge hiv prevalentie: sentinel ziektes Bron: HIV plan, FOD volksgezondheid 2014 MSM: mannen die seks hebben met mannen

9 Diagnostiek HIV: screening Sentinelziektes: SOA Lymfoom Cervixdysplasie of anale dysplasia/kanker Zona (bij persoon < 65j) Hepatitis B or C virus infectie Mononucleosis like syndroom Leukopenie of thrombopenie > 4 weken Dermatitis seborreica/exantheem Onverklaarde candidiasis … Bron: HIV in Europe guideline SOA: seksueel overdraagbare aandoening

10 Diagnostiek HIV: testen HIV Ag/Al 4 de generatie test als screening Confirmatie met immunoblot in aids referentie laboratorium Tweede onafhankelijke combotest vereist Ag/Al: antigeen/antilichaam

11 Nieuwe diagnose HIV Verwijzing naar AIDS-referentiecentrum Partner(s) testen Screening naar andere SOA Diagnostiek naar opportunistische infecties bij immuundeficiëntie Gespecialiseerde bepalingen: –HIV virale lading –Resistentie bepaling –Aantal CD4-cellen SOA: seksueel overdraagbare aandoening

12 Pathofysiologie: replicatiecyclus Gandhi M, Gandhi RT. N Engl J Med 2014; 371:248-259.

13 Pathofysiologie: rol CD4-cel Verwerkt antigeen T-helper lymfocyt Antigeen presenterende cel Adaptieve immuunrespons Defect in cellulaire immuniteit: Viraal: CMV, EBV, HSV, VZV Mycobacteriën: TBC en MAC Fungi: candida, pneumocystis en cryptococcus Parasiet: toxoplasma CMV: cytomegalie virus, EBV, epstein barr virus, HSV: herpes simplex virus, VZV: varicella zoster virus, TBC: tuberculose, MAC: mycobacterium avium complex

14 Natuurlijk verloop Pantaleo G et al. N Engl J Med 1993;328:327-335.

15 Virale resistentie Wild typeéén mutatietwee mutaties Wild typeéén mutatietwee mutaties Wild typeéén mutatietwee mutaties Behandeling met één antiretroviraal middel Behandeling met drie antiretrovirale middelen Productie van ~10 11 virussen per dag

16 Behandeling HIV: cART Combinatie antiretrovirale therapie Antiretrovirale middelen –Verschillende klassen –Minimaal 3 middelen en 2 verschillende klassen –‘Boosting’ om farmacokinetiek te optimaliseren (ritonavir of cobicistat) –Single-tablet regime ‘state-of-the-art’ –Interacties (oa. statines, PPI, SSRI,…): www.hiv- druginteractions.org –Terugbetaald in categorie A indien CD4 getal onder 500/µl of percentage < 25% PPI: protonpomp inhibitor, SSRI: selective serotonin reuptake inhibitor

17 Effect cART Daling virale ladingStijging CD4-aantal

18 Effect cART Palella FJ et al. N Engl J Med 1998;338:853–860 33

19 Effect cART Baeten JM et al. N Engl J Med 2012;367:399-410.

20 Co-morbiditeit en vaccinatie Hart- en vaatziekten: www.cphiv.dk/tools.aspx SOA, incluis HPV Psychiatrische problemen Seksuele problemen ‘Aging’: osteoporose, dementie,… Vaccinatie: –Griep en pneumokokken –Varicella –Hepatitis B –Reizigersvaccins HPV: humaan papilloma virus, SOA: seksueel overdraagbare aandoening

21 Slot Dank voor uw aandacht… …tijd voor vragen.


Download ppt "Erkenning AIDS-referentiecentrum AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV, West-Vlaanderen."

Verwante presentaties


Ads door Google