De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vorige keer Standaardfouten bij het formuleren 1.Dubbelopfouten.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vorige keer Standaardfouten bij het formuleren 1.Dubbelopfouten."— Transcript van de presentatie:

1 Vorige keer Standaardfouten bij het formuleren 1.Dubbelopfouten

2 Over die formuleringfouten wil ik het niet meer over hebben. Waarschijnlijk weten jullie nu allemaal vermoedelijk hoe jullie deze fouten moeten verbeteren en halen jullie de verschillende dubbelopfouten niet door de war. Het is daarom niet nodig om de theorie nu nog een keer te herhalen. Vandaag gaan we aan de slag met andere standaardfouten, omdat ik wil voorkomen dat jullie geen fouten maken bij het formuleren van zinnen.

3 Over die formuleringfouten wil ik het niet meer over hebben. onjuiste herhaling Waarschijnlijk weten jullie nu allemaal vermoedelijk hoe jullie deze fouten moeten verbeteren tautologie en halen jullie de verschillende dubbelopfouten niet door de war. contaminatie (in de war zijn + door elkaar halen) Het is daarom niet nodig om de theorie nu nog een keer te herhalen. pleonasme Vandaag gaan we aan de slag met andere standaardfouten, omdat ik wil voorkomen dat jullie geen fouten maken bij het formuleren van zinnen. dubbele ontkenning

4 Vandaag Standaardfouten bij het formuleren: 1.Dubbelopfouten 2.Verwijsfouten 3.Incongruentie 4.Dat/als-constructie 5.Foutieve samentrekking 6.Foutieve beknopte bijzin 7.Zinnen onjuist begrenzen

5 Fouten met verwijswoorden Bij verwijswoorden is het belangrijk dat: 1.Je het juiste verwijswoord kiest het-woorden – onzijdig:  het, zijn dat, dit de-woorden: – mannelijk:  hij, hem, zijndie, deze – vrouwelijk  zij, ze, haar die, deze

6 Hen of hun? Zij, ze -onderwerp Hen -lijdend voorwerp -na een voorzetsel Hun -meewerkend voorwerp zonder voorzetsel -bezittelijk voornaamwoord

7 De kinderen gingen hun vader in de gevangenis bezoeken, maar de man wilde hen niet zien. Zodra ik de stukken voor de bestuursleden klaar had, heb ik die naar hen opgestuurd. Toen de Kamerleden Bonaire bezochten, bood het lokale bestuur hun een traditioneel feestmaal aan. Ik had totaal niet verwacht dat zij zo snel hun verkering zouden uitmaken.

8 De kinderen gingen hun vader in de gevangenis bezoeken, maar de malde wilde hen (lijdend voorwerp) niet zien. Zodra ik de stukken voor de bestuursleden klaar had, heb ik die naar hen (na een voorzetsel)opgestuurd. Toen de Kamerleden Bonaire bezochten, bood het lokale bestuur hun (meewerkend voorwerp zonder ‘aan’) een traditioneel feestmaal aan. Ik had totaal niet verwacht dat zij (onderwerp) zo snel hun (bezittelijk voornaamwoord) verkering zouden uitmaken.

9 Dat of wat? dat Als je verwijst naar een het-woord wat Alleen als je verwijst naar: -een overtreffende trap (het beste, het mooiste) -een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, het enige) -een hele zin

10 Het prachtige plan voor de zomervakantie, dat/wat we met z’n allen hadden bedacht, kan helaas niet doorgaan. Het spectaculaire dat/wat ik ooit heb meegemaakt, was een vliegshow van de Engelse Red Arrows. Alles dat/wat we van deze zaak zeten, hebben we ook al aan de politie verteld. De zuidelijke Europese landen hebben hun betalingsbalans niet op orde, dat/wat tot veel onrust leidt op de financiële markt.

11 Het prachtige plan voor de zomervakantie, dat (verwijst naar ‘plan’) we met z’n allen hadden bedacht, kan helaas niet doorgaan. Het spectaculairste wat (overtreffende trap) ik ooit heb meegemaakt, was een vliegshow van de Engelse Red Arrows. Alles wat (onbepaald voornaamwoord) we van deze zaak zeten, hebben we ook al aan de politie verteld. De zuidelijke Europese landen hebben hun betalingsbalans niet op orde, wat (verwijst naar een hele zin) tot veel onrust leidt op de financiële markt.

12 Wie of waar? bij personen  voorzetsel + wie Dat meisje over wie je zo enthousiast vertelde, vond ik ook aardig. Bij zaken (dingen)  waar + voorzetsel Het boek waarover je zo enthousiast vertelde, is me ook goed bevallen.

13 Bij verwijswoorden is het belangrijk dat: 1.Je het juiste verwijswoord kiest 2.Het duidelijk is waarnaar het verwijswoord verwijst. Jacques is dol op Franse gebruiken, maar hij is daar nog nooit geweest. Hans zei tegen Willem dan Jan-Erik hem laatst had verklapt dat hij hem voor zijn verjaardag een voetbalshirt zou geven.

14 Aan de slag! (10 minuten) Van opdracht 4,5,6,7,8 alleen de eerste drie opgaven maken.

15 Aan de slag! 1.Lees zelfstandig de theorie van paragraaf 3 (muur) of van paragraaf 4 (raam). Bekijk de opdracht die daarbij hoort en zorg ervoor dat je de theorie aan je buurman of –vrouw kunt uitleggen. (7 minuten) 2.Leg om beurten de theorie uit aan elkaar en bekijk samen de opdrachten die daarbij horen. Zoek de fouten en verbeter ze. (8 minuten)

16 Hebben jullie het begrepen?

17 Slechts een kleine minderheid van de werknemers en de werkgevers waren tevreden over de afspraken die de onderhandelaars hadden gemaakt.

18 3. incongruentie Slechts een kleine minderheid van de werknemers en de werkgevers was tevreden over de afspraken die de onderhandelaars hadden gemaakt.

19 Ik neem geen paraplu mee, omdat als het droog blijft, ik de hele dag voor niks met dat ding loop te sjouwen.

20 4. dat/als-constructie Ik neem geen paraplu mee, omdat ik de hele dag voor niks met dat ding loop te sjouwen als het droog blijft.

21 De jongens willen de camping niet reserveren, omdat als het in Frankrijk regent, ze in Spanje gaan kamperen

22 4. dat/als-constructie De jongens willen de camping niet reserveren, omdat ze in Spanje gaan kamperen als het in Frankrijk regent.

23 De media schrijft bijzonder negatief over dit afvalverwerkingsbedrijf.

24 3. incongruentie De media schrijven bijzonder negatief over dit afvalverwerkingsbedrijf.

25 Bezoekers van het congres die vragen willen stellen aan de parlementariërs worden verzocht dat van tevoren schriftelijk kenbaar te maken.

26 3. incongruentie [ aan Bezoekers van het congres die vragen willen stellen aan de parlementariërs] wordt verzocht [ onderwerp dat van tevoren schriftelijk kenbaar te maken.]

27 Huiswerk voor dinsdag Opdracht 11 en 12 Paragraaf 5,6,7 goed doorlezen Maken: opdracht 14,17,18


Download ppt "Vorige keer Standaardfouten bij het formuleren 1.Dubbelopfouten."

Verwante presentaties


Ads door Google