De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BTW UPDATESEMINARIE Seminarie BTW december 2014. BTW UPDATESEMINARIE Samenvatting van de onderwerpen AWetswijzigingen en gevolgen B1. Aftrek btw 2. Leveringen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BTW UPDATESEMINARIE Seminarie BTW december 2014. BTW UPDATESEMINARIE Samenvatting van de onderwerpen AWetswijzigingen en gevolgen B1. Aftrek btw 2. Leveringen."— Transcript van de presentatie:

1 BTW UPDATESEMINARIE Seminarie BTW december 2014

2 BTW UPDATESEMINARIE Samenvatting van de onderwerpen AWetswijzigingen en gevolgen B1. Aftrek btw 2. Leveringen en diensten 3. Maatstaf van heffing 4. Belastingplichtige 5. Tarief 6. Teruggaaf 7. Verplichtingen 8. Bewijsmiddelen

3 BTW UPDATESEMINARIE A1. Wijziging regels voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en TV-omroepdiensten Vanaf 1 januari 2015 veranderen de regels voor de plaats van de dienst voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisie-omroepdiensten binnen de EU aan consumenten die niet btw-plichtige particulieren zijn of niet btw-plichtige en niet voor de btw geïdentificeerde rechtspersonen zijn (publieke organismen, gemeenten, provincies, gemeenschappen, gewesten). Belgische ondernemingen in deze situatie zullen via de Mini One Stop Shop (MOSS) hun formaliteiten kunnen vervullen.

4 BTW UPDATESEMINARIE A1. Wijziging regels voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en TV-omroepdiensten Tot en met 31 december 2014 : - indien de verrichter en afnemer van de diensten zijn gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie: de plaats van de dienst is de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd - indien de verrichter gevestigd is in de Europese Unie en de afnemer van de dienst buiten de Europese Unie gevestigd is: de plaats van de dienst is de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd - indien de verrichter gevestigd is buiten de Europese Unie en de afnemer gevestigd is in de Europese Unie: de plaats van de dienst is de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd (het systeem van mini loket (VOES) bestaat reeds voor wat elektronische diensten betreft)

5 BTW UPDATESEMINARIE A1. Wijziging regels voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en TV-omroepdiensten Vanaf 1 januari 2015 : De plaats van elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisie-omroepdiensten verstrekt aan niet btw- belastingplichtigen zal de plaats zijn waar de afnemer van de dienst gevestigd is ongeacht de plaats van vestiging van de verrichter. Voorbeeld: Een Belgische onderneming verstrekt aan een in Duitsland gevestigde particuliere klant een elektronische dienst in de vorm van het downloaden van een formulier. Tot en met 31 december 2014, is deze handeling onderworpen aan Belgische btw. Vanaf 1 januari 2015, zal deze handeling onderworpen zijn aan Duitse btw. (bericht FOD Financiën, 26 juni 2014)www.fisconetplus.be

6 BTW UPDATESEMINARIE A1. Wijziging regels voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en TV-omroepdiensten Vanaf 1 januari 2015 moet de Belgische onderneming in principe in elke lidstaat waar ze de diensten verricht een btw-aangifte indienen en er de verschuldigde btw betalen. Om te voorkomen dat zij zich in elk EU-land waar zij hun diensten aanbieden, moeten registreren voor btw- doeleinden, wordt het onder bepaalde omstandigheden mogelijk al hun btw-verplichtingen te voldoen vanuit hun eigen lidstaat: de Mini One Stop Shop (MOSS). Via het mini enig loket MOSS kan de Belgische onderneming alle formaliteiten voor alle verrichte diensten in één keer en alleen in België voldoen. In de andere lidstaten van de Europese Unie zal een vergelijkbaar systeem in werking treden.

7 BTW UPDATESEMINARIE A1. Wijziging regels voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en TV-omroepdiensten MOSS geldt niet voor - diensten verricht aan afnemers die gevestigd zijn buiten de Europese Unie : na blijft de plaats van de dienst het land waar de afnemer gevestigd is. - diensten verricht aan Belgische afnemers : die moeten opgenomen worden in de gewone periodieke BTW aangifte. - diensten verricht in lidstaten waar de onderneming beschikt over een vaste inrichting : moeten opgenomen worden in een gewone periodieke aangifte in de lidstaat van de vaste inrichting. Het CKBB (Centraal Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen) doet de registraties en maakt de aangiften over aan andere lidstaten.

8 BTW UPDATESEMINARIE A2. Maatregelen op btw-gebied door federaal akkoord van 10 oktober 2014 a) De btw-vrijstelling voor medische diensten op het gebied van esthetische chirurgie en behandeling wordt geschrapt; b) de ouderdomsvoorwaarde van de woning, thans 5 jaar, wordt verhoogd naar 10 jaar teneinde 6% te kunnen toepassen voor verbouwingen van private woningen; c) Het akkoord voorziet in de evaluatie van de aftrek van btw op roerende bedrijfsmiddelen (herziening aftrek van btw op vervoermiddelen?) d) de regels met betrekking tot de voorschotfacturen worden eveneens geëvalueerd. De veranderde wetgeving in 2013 wordt tot het einde van 2014 getolereerd (zie besl. E.T en E.T ). Inmiddels reeds opgelost door besl. E.T hierna)

9 BTW UPDATESEMINARIE A2. Maatregelen op btw-gebied door federaal akkoord van 10 oktober 2014 e) Drempel voor kleine ondernemingen (sedert 1/4/2014 gebracht op ) : er wordt onderzocht om dit naar te verhogen; f) Onderzoek naar de btw-verplichtingen : een vergelijking met de boekhoudkundige verplichtingen dringt zich op en de “overlapping” zal op btw-gebied geschrapt worden; g) Het btw-boetesysteem en de nalatigheidsinteresten worden hervormd met als uitgangspunt de goede trouw van de belastingplichtige, in plaats van de kwade trouw; h) Harmonisatie van de procedures : reeds lang betracht maar btw is toch een aparte soort belasting….; i) Aanleg van Federale Codex Fiscaliteit : “soort commentaar”

10 BTW UPDATESEMINARIE A3. Wijziging art. 44, § 3, 11° W.Btw Vanaf 16 juli 2014 strekt de vrijstelling van btw zich uit tot “het beheer van de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3° van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschap en de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening”. (artikel 98, wet van 12 mei 2014, B.S 30 juni 2014, van toepassing vanaf 16 juli 2014) (Art. 33, KB 13 juli 2014, B.S. 16 juli 2014)

11 BTW UPDATESEMINARIE A3. Wijziging art. 44, § 3, 11° W.Btw Het verschil met de wettekst van toepassing tot 15 juli 2014 is dat de vrijstelling voortaan ook betrekking geeft op de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3° van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschap. Definities : 1° "gereglementeerde vastgoedvennootschap" : i. een vennootschap die opgericht wordt voor onbepaalde duur; ii. die de activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 4; en iii. die als zodanig vergund is door de FSMA;

12 BTW UPDATESEMINARIE A3. Wijziging art. 44, § 3, 11° W.Btw 2° "openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap" (afgekort, "openbare GVV") : een gereglementeerde vastgoedvennootschap waarvan de aandelen tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten zijn en die haar financiële middelen in België of in het buitenland aantrekt via een openbaar aanbod van aandelen; 3° "institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap" (afgekort, "institutionele GVV") : een gereglementeerde vastgoedvennootschap die onder de exclusieve of gezamenlijke controle staat van een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij in aanmerking komende beleggers die voor eigen rekening handelen en waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven.

13 BTW UPDATESEMINARIE B1. Aftrek van btw B1.1 Onroerende verhuur of niet? Een vennootschap had een gebouw aangekocht met btw en de btw in aftrek gebracht, waarna het gebouw via 2 verschillende, maar gelijkluidende, contracten “ter beschikking werd gesteld” samen met de installaties van twee verschillende ondernemingen. Het Hof stelt dat “Er is sprake van een onroerende verhuur inzake BTW wanneer het toegekende gebruiksrecht ‘exclusief’ is ten aanzien van derden. Een verhuur van onroerende goederen houdt in wezen in dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten.” Er wordt verwezen naar een uitspraak van het Hof van Cassatie van 6 juni 2013 en het arrest Temco Europe.

14 BTW UPDATESEMINARIE B1.1 Onroerende verhuur of niet? Na onderzoek van de gegevens blijkt dat er in werkelijkheid een exclusief gebruiksrecht op het onroerend goed verleend werd aan één van beide hurende ondernemingen. Het bleek immers onmogelijk dat beide ondernemingen tegelijkertijd hun contractuele rechten konden uitoefenen. Het Hof is van oordeel dat eiseres in hoger beroep 2 contracten opstelde met de bedoeling een onjuiste voorstelling te maken van de feiten teneinde recht op aftrek van BTW te bekomen. (Antwerpen, 29 oktober 2013, rolnr. 2012/AR/2161)

15 BTW UPDATESEMINARIE B1.2 Toetreding van gemengde belastingplichtige tot een btw-eenheid Een bvba verricht handelingen aan btw onderworpen en handelingen vrijgesteld door artikel 44, § 2, 7° W.Btw, die voorziet in een vrijstelling met betrekking tot diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met de door de exploitant aan de bezoekers verstrekte handelingen met betrekking tot al of niet geleid bezoek aan musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen, wanneer de exploitant een instelling is die geen winstoogmerk heeft en hij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan. Dient bedoelde vrijstelling verder toegepast te worden bij toetreding van de bvba tot de btw-eenheid?

16 BTW UPDATESEMINARIE B1.2 Toetreding van gemengde belastingplichtige tot een btw-eenheid Wanneer de bvba deel uitmaakt van een btw-eenheid en wenst te genieten van de vrijstelling is het noodzakelijk dat elk lid van de btw-eenheid de voorwaarde inzake het gebrek aan winstoogmerk respecteert, wat normalerwijze niet het geval is voor de andere leden. Bijgevolg dient het geheel van de handelingen verricht door de btw-eenheid aan de btw onderworpen te worden. Wat het recht op aftrek voor deze btw-eenheid betreft zal, in de mate waarin alle externe handelingen bestaan uit leveringen en diensten die recht op aftrek verlenen, de btw-eenheid beschouwd worden als een belastingplichtige met volledig recht op aftrek. Daarbij is de aard van de interne handelingen van geen enkel belang voor het recht op aftrek van de btw-eenheid.

17 BTW UPDATESEMINARIE B1.2 Toetreding van gemengde belastingplichtige tot een btw-eenheid Voor het bepalen van het recht op aftrek van de btw-eenheid is het niet nodig om te onderzoeken of deze interne handelingen recht geven op aftrek van btw of niet indien ze externe handelingen zouden zijn. Buiten alle vrijstellingen en beperkingen voorzien in de wet kan de btw- eenheid alle btw in aftrek brengen die slaat op de goederen en diensten tussen de leden onderling. Aldus zal de omstandigheid dat één lid onroerende goederen opricht die ter beschikking gesteld worden van de bvba en een ander lid, via contracten van onroerende verhuur, geen enkele invloed hebben op het recht van aftrek van btw van de btw-eenheid. ( Voorafg. Beslissing nr van 9 juli 2013, ©FOD Financiën,

18 BTW UPDATESEMINARIE B1.3 Verdeelsleutel bij werkelijk gebruik De Zesde richtlijn verzet zich er niet tegen dat de lidstaten een andere methode of verdeelsleutel toepassen dan de omzetverhouding, mits gewaarborgd is dat het pro rata voor de aftrek van de voorbelasting met de gekozen methode nauwkeuriger wordt bepaald dan bij toepassing van de omzetverhouding. Banco Mais is een bank die leasingactiviteiten in de automobielsector en andere financiële activiteiten uitoefent. Volgens het Europees Hof is het gebruik van de “gemengde kosten” in deze meestal in eerste instantie noodzakelijk voor de financiering en het beheer van de contracten die de leasinggever met zijn afnemers sluit, en niet voor de terbeschikkingstelling van de voertuigen.

19 BTW UPDATESEMINARIE B1.3 Verdeelsleutel bij werkelijk gebruik Bijgevolg verzet het Europees Hof er zich niet tegen dat een lidstaat een bank die onder meer leasingactiviteiten uitoefent, verplicht om in de teller en de noemer van de breuk tot vaststelling van één en hetzelfde pro rata voor de aftrek voor al haar goederen en diensten voor gemengd gebruik enkel het met de rente overeenstemmende deel van de door de klanten krachtens hun leasingovereenkomsten betaalde leasinggelden op te nemen wanneer van deze goederen en diensten in eerste instantie wordt gebruik gemaakt voor de financiering en het beheer van deze overeenkomsten, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan. (zie in die zin het europees arrest BLC Baumarkt, 8 november 2012, C-511/10, punt 24). (E.H.v.J., arrest Banco Mais, 10 juli 2014, zaak C-183/13)

20 BTW UPDATESEMINARIE B1.4 Weigering van het recht op aftrek Het recht op aftrek van btw kan geweigerd worden wanneer een dienst niet werkelijk door een dienstverrichter of zijn onderaannemer is verricht (omdat ze niet beschikten over het personeel, de materiële middelen en de noodzakelijke activa) onder volgende voorwaarden : - Die feiten vormen een frauduleus gedrag; - Op basis van de door de belastingautoriteiten verstrekte objectieve gegevens staat het vast dat de belastingplichtige wist of had moeten weten dat de handeling waarvoor aanspraak op het recht van aftrek wordt gemaakt, onderdeel was van die fraude, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan. (H.v.J., 13 februari 2014, zaak C-18/13, arrest Maks Pen, eur-lex.europa.eu)

21 BTW UPDATESEMINARIE B1.5 Verdeelsleutel voor gedeeltelijke belastingplicht De volledige activiteit van een belastingplichtige vzw heeft betrekking op met btw belastbare activiteiten, terwijl er tevens van btw vrijgestelde activiteiten worden uitgeoefend omdat ze gratis worden aangeboden aan het publiek. De toegekende subsidies hebben betrekking op deze gratis activiteit. Volgens het Hof van Beroep te Antwerpen is het niet mogelijk om de ontvangen goederen en diensten toe te kennen aan de respectievelijke activiteiten van de belastingplichtige vzw. De administratie kan bijgevolg een verdeelsleutel toepassen waarbij in de teller de totale ontvangsten zijn opgenomen die aan de btw onderworpen zijn en waarbij in de noemer de totale omzet is opgenomen, met inbegrip van de subsidies.

22 BTW UPDATESEMINARIE B1.5 Verdeelsleutel voor gedeeltelijke belastingplicht Op basis van het voornoemd arrest Securenta en het arrest Portugal Telecom van 6 september 2012 bevestigt het Hof van Cassatie de motivatie van de beroepsrechters. De subsidies in kwestie zijn niet met btw belastbaar, maar de subsidieverlening heeft wel een invloed op de uitoefening van het recht op aftrek. De reden daarvoor is dat de subsidie geacht wordt een valorisatie te zijn van de activiteit zonder tegenprestatie waarvoor er geen recht op aftrek is. (Cassatie, 19 juni 2014, rolnr. F N, juridat)

23 BTW UPDATESEMINARIE B1.6 Gemengde belastingplichtige die gesubsidieerde bouwwerken uitvoert Een belastingplichtige wil verbouwingswerken uitvoeren aan een gebouwencomplex, dat aangewend wordt voor een dubbele activiteit. Er worden uitgaande handelingen verricht vrij van btw door artikel 44 W.Btw, maar ook handelingen die onderworpen zijn aan btw. Daarbij komt dat er subsidies ontvangen worden voor de uitvoering van de verbouwingswerken die renovatie en inrichting omvatten. In een voorafgaande beslissing beschrijft de rulingcommissie hoe gehandeld dient te worden. Betrokkene dient in deze situatie het stelsel van het werkelijk gebruik toe te passen, dat ook wettelijk door de btw- administratie kan opgelegd worden.

24 BTW UPDATESEMINARIE B1.6 Gemengde belastingplichtige die gesubsidieerde bouwwerken uitvoert Bij toepassing van het werkelijk gebruik in deze geldt het volgende onderscheid: 1°) Het werkelijk gebruik wordt toegepast voor de renovatiewerken aan de ruimtes en lokalen die exclusief voor een met btw belaste activiteit (100% aftrek) of een vrijgestelde activiteit (niets aftrekbaar) worden aangewend; 2°) Een verhoudingsgetal dient bepaald te worden voor de werken en inrichting uitgevoerd aan de ruimtes en lokalen die niet aan één bepaalde activiteit kunnen toegewezen worden en aldus voor beide activiteiten worden gebruikt. Dit verhoudingsgetal wordt in principe gebaseerd op de oppervlakte van de ruimtes, maar in de rechtspraak wordt soms ook een andere verdeelsleutel genomen (huurwaarde of kadastraal inkomen bv.).

25 BTW UPDATESEMINARIE B1.6 Gemengde belastingplichtige die gesubsidieerde bouwwerken uitvoert Zeer belangrijk in dit gegeven is dat de subsidies die ontvangen worden voor de renovatie en inrichting geen invloed hebben op het recht van aftrek. Dit betekent dat voor de berekening van het verhoudingsgetal geen rekening wordt gehouden met de ontvangen subsidie, die noch in de teller noch in de noemer van het verhoudingsgetal dienen opgenomen te worden. Als motivatie voor deze niet-opname in het verhoudingsgetal wordt verwezen naar de Europese arresten nrs. C-204/03 van 6 oktober 2005, punten 26 en 27 en nr. C-243/03 van 6 oktober 2005, punt 32, (Voorafgaande beslissing nr , 22 november 2011, ©FOD Financiën, 25 september 2014)www.fisconetplus.be

26 BTW UPDATESEMINARIE B2. Leveringen en diensten B2.1 Wat omvat het begrip “catering”? Moet aangemerkt worden als een restaurant- of cateringdienst (12% uitgezonderd de dranken): - het verstrekken van bereide maaltijden gepaard gaande met bediening aan tafel (al dan niet traditioneel restaurant, brasserie, …); - het verstrekken van bereide maaltijden gepaard gaande met de terbeschikkingstelling van een infrastructuur (tafels, stoelen, borden, bestekken, glazen, …) voor het verbruik ter plaatse (fastfood- of zelfbedieningsrestaurant); - het verstrekken van bereide maaltijden gepaard gaande met een materiële tussenkomst bij de klant (bereiding van de maaltijden ter plaatse, opdienen, terbeschikkingstelling van borden, van bestekken, van glazen, …). Wanneer in dit geval een andere persoon tussenkomt dan degene die de maaltijden verstrekt wordt het verstrekken van de maaltijden in principe aangemerkt als een levering van goederen en de tussenkomst als een dienstverrichting.

27 BTW UPDATESEMINARIE B2.1 Wat omvat het begrip “catering”? Voor het laatste geval geeft de btw-administratie een waarschuwing : indien de verstrekker van de maaltijden en de dienstverlener die tussenkomst verleent met elkaar verbonden zijn (dochterbedrijf, zelfde aandeelhouders, ….) zou artikel 1, § 10 W.Btw inzake het misbruik kunnen ingeroepen worden. Er mag niet uit het oog worden verloren dat ook als levering wordt beschouwd, onder bepaalde voorwaarden, de handelingen door inrichtingen die niet beschikken over een gesloten ruimte voor dienstverlening, waarbij verstrekte spijzen en dranken uitsluitend kunnen worden genuttigd in open lucht, al dan niet onder een luifel, uitklapbaar dak of andere bescherming tegen de regen (zie parlementaire vraag nr. 466 van mevrouw Veerle Wouters van 21 juni 2012). (Besl. E.T , 24 juni 2014, ©FOD Financiën, en toepassing uitgesteld tot 1 januari 2015 via besl. E.T /2)www.fisconetplus.be

28 BTW UPDATESEMINARIE B2.2 Toch vrijstellingen in het taalonderricht Vanaf 1 september 2014 wordt taalonderricht door “commerciële” ondernemingen aan btw onderworpen. Bij beslissing Btw nr. E.T /2 van 11 juli 2014 wordt gesteld dat taalonderricht in de sociale sector de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2° W.Btw kan toepassen op voorwaarde dat die diensten worden verstrekt aan specifieke doelgroepen en in het kader van een uitdrukkelijke wettelijke regeling. In de vermelde wettekst wordt vrijstelling van btw verleend voor diensten die nauw samenhangen met het maatschappelijk werk. Hiermee worden de in de sociale sector verrichte diensten van algemeen belang beoogd aan, onder meer, economisch hulpbehoevenden, die recht hebben op de diensten in kwestie, die zijn gebaseerd op sociale solidariteit.

29 BTW UPDATESEMINARIE B2.2 Toch vrijstellingen in het taalonderricht Onder organisaties die als instellingen van sociale aard worden erkend worden verstaan: - hetzij de instellingen die een formele erkenning genieten, in de gevallen waarin in een formele erkenning door de bevoegde federale, regionale of gewestelijke overheid wordt voorzien; - hetzij de instellingen waarvan de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen worden verricht in overeenstemming met de voor die instellingen geldende reglementering.

30 BTW UPDATESEMINARIE B2.2 Toch vrijstellingen in het taalonderricht Als voorbeeld van vrijgesteld taalonderricht wordt in de beslissing aangehaald : - Taalonderricht verstrekt door commerciële ondernemingen aan allochtonen naar aanleiding van een verplichte inburgeringscursus; - Zelfde taalonderricht verstrekt aan werkzoekenden in het kader van een hen opgelegd herscholings- of bijscholingstraject. Maar taalonderricht verstrekt aan jongeren en studenten door commerciële ondernemingen valt buiten de vrijstelling, zelfs al wordt het verstrekt naar aanleiding van een overheidsopdracht (taalonderricht georganiseerd door of verstrekt door de overheid). (beslissing Btw nr. E.T /2 d.d. 11 juli 2014, ©FOD Financiën, 20 juli 2014)www.fisconetplus.be

31 BTW UPDATESEMINARIE B2.3 Vrijstelling inzake beroepsopleiding en -herscholing Dergelijke opleiding en herscholing dient niet langer uitsluitend toegankelijk te zijn voor personen die reeds effectief het beroep uitoefenen in verband waarmee deze worden verstrekt. De administratie zal de toepassing van dat nieuwe standpunt slechts eisen vanaf 1 januari 2015 aangezien dergelijke beroepsopleiding en -herscholing veelal per kalenderjaar wordt aangeboden. Maar : de diensten inzake beroepsopleiding en -herscholing zijn vanaf 1 januari 2014 steeds aan btw onderworpen wanneer zij worden verricht door een handelsonderneming of onderneming met commerciële doeleinden of door een onderneming zonder winstoogmerk waarvan uit de boekhouding evenwel op systematische wijze een winstoogmerk zou blijken en waarbij de winst daadwerkelijk onder de leden wordt verdeeld. (Beslissing BTW nr. E.T d.d , ©FOD Financiën, 31 juli 2014)www.fisconetplus.be

32 BTW UPDATESEMINARIE B2.4 Regeling m.b.t. advocaten Aangezien de circulaire btw nr. 47/2013 van 20 november 2013 nog onduidelijkheden bevatte op een aantal aspecten van de opheffing van de btw-vrijstelling voor advocaten heeft de btw-administratie een nieuwe beslissing gepubliceerd teneinde een aantal praktische moeilijkheden op te lossen. Deze beslissing herneemt de indeling van de vernoemde circulaire 47/2013 en vult deze aan waar het nodig geacht werd. (Beslissing btw nr. E.T van 18 juli 2014, ©FOD Financiën, 25 juli 2014)

33 BTW UPDATESEMINARIE B2.5 Regeling inzake de zonnepanelen – Groenestroomcertificaten (Besl. Btw nr. E.T dd ) Hoedanigheid eigenaar van de groene stroom is niet- belastingplichtige : 1° Enkele teller : Geen btw verschuldigd op levering groene stroom en certificaten en geen recht op aftrek btw 2° Dubbele teller : - Installatie tot 10 kVA : geen btw op levering groene stroom en certifcaten - > 10 kVA: wel btw op levering groene stroom en certificaten Aftrek op kosten certificaten en gedeeltelijk op installatie (breuk : verkochte stroom/geproduceerde stroom)

34 BTW UPDATESEMINARIE B2.5 Regeling inzake de zonnepanelen – Groenestroomcertificaten (Besl. Btw nr. E.T dd ) Eigenaar groene stroom is al belastingplichtige voor andere activiteiten 1° Enkele teller : Btw op certificaten en aftrek btw op kosten m.b.t. certificaten (Eventueel vrijstelling kleine ondernemingen) 2° Dubbele teller : Btw op levering stroom en certificaten (eventueel vrijstelling kleine ondernemingen) Aftrek op kosten m.b.t. certificaten en installatie die beroepsmatig aangewend wordt (Zie ook Parlementaire vraag nr. 561 van mevrouw Veerle Wouters dd Kamer, Vragen en Antwoorden, , QRVA 53/158 dd , blz. 236

35 BTW UPDATESEMINARIE B2.5 Regeling inzake de zonnepanelenzonnepanelen – Groenestroomcertificaten (Besl. Btw nr. E.T dd ) Hoedanigheid eigenaar van de groene stroom Enkele tellerDubbele teller 1° Niet-belastingplichtige Geen btw verschuldigd op levering groene stroom en certificaten a)Installatie tot 10 kVA : geen btw op levering groene stroom en certifcaten b)> 10 kVA: wel btw op levering groene stroom en certificaten Aftrek btw op?Geen recht op aftrek In geval b : aftrek op kosten certificaten en gedeeltelijk op installatie (breuk : verkochte stroom/geproduceerde stroom) 2° Is al belastingplichtige voor andere activiteiten Btw op certificaten (Eventueel vrijstelling kleine ondernemingen) Btw op levering stroom en certificaten (eventueel vrijstelling kleine ondernemingen) Aftrek btw op?Aftrek op kosten m.b.t. certificaten Aftrek op kosten m.b.t. certificaten en installatie die beroepsmatig aangewend wordt

36 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten Standpunt van de btw-administratie in het verleden : voor de B2B- handelingen inzake de plaatsbepaling van diensten van opslag had de administratie aanvaard om de plaats van de dienst te bepalen daar waar de ontvanger zijn zetel van economische activiteit heeft gevestigd. Wijziging van het standpunt ingevolge de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 (vanaf 1 juni 2014) : een opslagdienst wordt door het Btw-comité gedefinieerd als een dienstverrichting waarbij de ontvanger van de dienst goederen toevertrouwt aan een onderneming die deze goederen bewaart totdat deze wordt gevraagd om de goederen terug te geven aan de ontvanger van de dienst of aan een derde persoon.

37 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten De btw-administratie onderscheidt 3 situaties : 1° Het onroerend goed (of deel ervan) wordt ter beschikking gesteld van een huurder die in eigen beheer goederen mag opslaan in dat onroerend goed of de eigenaar van het onroerend goed heeft als enige economische activiteit de loutere terbeschikkingstelling van ruimte voor de opslag van goederen. Er is bijgevolg een exclusief gebruiksrecht. Als plaats van de dienst wordt bepaald de plaats daar waar het onroerend goed gelegen is, zowel in een B2B-(klant is belastingplichtige) als in een B2C-situatie (klant is geen belastingplichtige).

38 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten 2° De eigenaar van een onroerend goed stelt in een onroerend goed (of in een gedeelte ervan) ruimte ter beschikking van een persoon voor de opslag van roerende goederen, waarbij die laatstgenoemde de concrete opslag niet zelf mag organiseren, maar moet overlaten aan de eigenaar van het onroerend goed. Dit is de enige economische activiteit met betrekking tot de opgeslagen goederen die de eigenaar van het onroerend goed verricht. Er is in deze geen exclusief gebruiksrecht en dit is een dienst zoals bedoeld in artikel 18, § 1, 9° W.Btw. In de B2B-situatie is de plaats van de dienst daar waar de ontvanger de zetel van zijn economische activiteit gevestigd heeft, terwijl in de B2C- situatie de plaats van de dienst is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit gevestigd heeft.

39 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten 3° De opslag van goederen gaat gepaard met andere economische activiteiten die verband houden met de opslag en die worden verricht door de eigenaar van het onroerend goed : dit kwalificeert niet meer als een loutere ter beschikkingstelling van bergruimte. In dit geval verstrekt de exploitant van de inrichting een geheel van diensten waarvan de opslag van goederen slechts een onderdeel is. Dergelijke dienst heeft geen betrekking op een onroerend goed. De dienst heeft plaats op de plaats waar de afnemer is gevestigd in de B2B-situatie of op de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd in de B2C-situatie.

40 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten Er zijn 2 mogelijke vrijstellingen : 1° De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3 W.Btw. In principe is de terbeschikkingstelling van een ruimte voor de opslag van goederen aan btw onderworpen, evenwel enkel ten aanzien van afzonderlijke gebouwen die uitsluitend als bergruimte van goederen zijn ontworpen of ingericht en als zodanig kunnen worden gebruikt. Een aanwending voor andere doeleinden (kantoorruimte, verkoopruimte, sanitair…) is toegelaten indien dit niet meer bedraagt dan 10 pct. van de totale oppervlakte van het gebouw. De vrijstelling van btw is voor het geheel van toepassing ten aanzien van de terbeschikkingstelling van eenzelfde gebouw dat zowel wordt gebruikt als opslagruimte, als voor de exploitatie (bv. verkoop) van de erin opgeslagen goederen of als kantoorruimte.

41 BTW UPDATESEMINARIE B2.6 Nieuw standpunt inzake de opslagdiensten 2° De vrijstelling bedoeld in artikel 41, § 1 W.Btw. Zijn vrijgesteld van btw, de opslag van goederen die : - Op grond van artikel 41, § 1, 3° W.Btw rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen buiten de Gemeenschap; - Op grond van artikel 41, § 1, 4° W.Btw rechtstreeks verband houden met goederen die worden geplaatst of zich bevinden onder een (douane-)regeling als bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5 W.Btw of ander een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot. (Beslissing BTW nr. E.T , 2 juni 2014, ©FOD Financiën, 13 juni 2014)

42 BTW UPDATESEMINARIE B2.7 Het belasten van eigen uitgevoerd onroerend werk De administratie benadrukt dat in bepaalde situaties een natuurlijk persoon die één of meerdere gebouwen verhuurt aangemerkt wordt als btw- belastingplichtige. Niettegenstaande een dergelijke verhuur een van de belasting vrijgestelde activiteit vormt, is de normale waarde van de door deze persoon met betrekking tot de verhuurde gebouwen verrichte werkzaamheden bestaande in de oprichting of renovatie aldus aan de belasting onderworpen (z. artikelen 19, § 2, 1°, en 33, § 1, 3°, W.Btw). De btw-administratie vervolgt dat, teneinde de rechtszekerheid te waarborgen, de personen voor wie deze problematiek van belang zou kunnen zijn en die overwegen om dergelijke werkzaamheden te verrichten, uitgenodigd worden om voorafgaand contact op te nemen met de bevoegde dienst inzake btw in functie van hun woonplaats. (Beslissing Btw nr. E.T van 28 mei 2014, ©FOD Financiën,

43 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) Geldende wetgeving : de opeisbaarheid van btw valt op de datum van het belastbaar feit of op : - De datum van levering of dienstverrichting; - De datum incassering indien deze vóór de levering/dienst komt. (Dus niet meer op datum van uitreiking van de factuur). Als het belastbaar feit zich voordoet moet uiterlijk op de 15 de van de daaropvolgende maand de factuur uitgereikt worden, maar de opname van de handeling in de periodieke aangifte is deze van de datum van het belastbaar feit.

44 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) Probleem inzake “voorschotfactuur” omdat de datum van het belastbaar feit niet kan vermeld worden. Een factuur die de datum van het belastbaar feit vermeldt geldt als “gewone factuur” en moet de regels volgen. Eventueel een tolerantie van 7 dagen (zie hierna). Een “voorschotfactuur” omvat alle verplichte vermeldingen, behalve de datum van opeisbaarheid van de btw, die uitgereikt wordt vooraleer het belastbaar feit zich voordeed en vooraleer een betaling werd ontvangen.

45 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) Volgend onderscheid te maken indien men gebruik wenst te maken van “toleranties” (vrije keuze van betrokkene). 1. Handelingen zonder verlegging van heffing - In hoofde van leverancier/dienstverrichter; - In hoofde van de klant 2. Handelingen met verlegging van heffing (andere dan IC-handeling) 3. Intracommunautaire handelingen 4. Handelingen met particulieren

46 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) 1. Handelingen zonder verlegging van heffing in hoofde leverancier Het voorschot wordt gevraagd met een document dat de btw niet apart vermeldt, geen btw-tarief en zonder reden van niet-aanrekening btw. Wordt de btw toch apart vermeld : het is een “factuur”, met mogelijkheid tot tolerantie. Tolerantie : de factuur mag uitgereikt worden vooraleer er zich een oorzaak van opeisbaarheid heeft voorgedaan. Bij verschil van max. 7 dagen tussen uitreiking factuur en het belastbaar feit moeten geen bijkomende vermeldingen op de factuur voorkomen. Indien meer dan 7 dagen verschil moet de “vermoedelijke” datum van opeisbaarheid op de factuur vermeld worden (raming of overeengekomen betalingsdatum of belastbaar feit)

47 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) Algemene tolerantie m.b.t. de vermelding van de datum van het belastbaar feit op de definitieve factuur : indien een factuur maximum 7 dagen voor het belastbaar feit wordt uitgereikt is dit een definitieve factuur en geldt de datum van uitreiking als datum van belastbaar feit. Uitreiking na die 7 dagen : het document geldt als een “voorschotfactuur” die moet gevolgd worden door een definitieve factuur indien geen melding werd gemaakt van een vermoedelijke of ultieme datum van opeisbaarheid.

48 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) 2. Handelingen zonder verlegging van heffing in hoofde klant Recht op aftrek slechts op datum van opeisbaarheid van btw en als de klant in het bezit is van regelmatige factuur. De klant mag zijn recht op aftrek uitoefenen in de periodieke aangifte m.b.t. de periode waarin de voorschotfactuur werd uitgereikt, zonder dat er een bewijs van opeisbaarheid kan geleverd worden. Daarna : periode van 3 maanden (vanaf einde van de maand van uitreiking van de voorschotfactuur) (= windowperiode) om over een bewijs van opeisbaarheid te beschikken. Indien de btw in die 3 maand niet opeisbaar is geworden : terugstorten afgetrokken btw via rooster 61.

49 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) 3. Specifieke situaties : - Bij oorzaken teruggaaf (prijsvermindering bv.) mag het einde van de windowperiode niet afgewacht worden voor (gedeelte) herziening aftrek - Bij faling klant moet de btw teruggestort worden indien toleranties werden toegepast; - Bij niet betaling klant kan leverancier btw terugkrijgen via uitreiking van een verbeterend stuk

50 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) 4. Handelingen met verlegging van heffing (andere dan IC-hand.) Identieke regeling als in vorige nummers 5. IC leveringen die plaatsvinden in België : btw wordt opeisbaar op datum van uitreiking van de factuur of op de 15 de dag van de maand volgend op die waarin het belastbaar feit zich voordeed. Opname gelijktijdig in btw-aangifte en IC-listing. Geen opname voor voorschotfacturen. 6. IC verwervingen die plaatsvinden in België : idem, maar opname vóór belastbaar feit mag. 7. IC dienstverrichting : zie IC leveringen

51 BTW UPDATESEMINARIE B2.8 Probleem inzake “voorschotfacturen” (Besl. Btw nr. E.T van ) 8. Handelingen met particulieren : de btw wordt opeisbaar naarmate van de incassering, zelfs wanneer er vrijwillig gefactureerd wordt.

52 BTW UPDATESEMINARIE B3 Maatstaf van heffing B3.1 Kortingkaart Een vennootschap “Granton advertising” houdt zich o.a. bezig met de uitgifte en verkoop van zgn. “Grantoncards”. Deze kaarten worden verkocht tegen een prijs van 15 tot 25 euro en geven in ruil recht op aankoop van een aantal goederen of op een aantal diensten onder preferentiële voorwaarden bij handelaars en bedrijven, zoals restaurants, bioscopen, hotels of sauna’s, die daartoe met Granton Advertising een overeenkomst hadden gesloten. Elke Grantoncard geeft de houder ervan recht op een prijskorting bij bestellingen bij de op de kaart vermelde aangesloten bedrijven. Ze zijn niet persoonlijk, maar overdraagbaar, en zijn niet inwisselbaar voor geld of producten. Er is ook geen nominaal bedrag vermeld op de kaarten.

53 BTW UPDATESEMINARIE B3.1 Kortingkaart Het Europees Hof meent dat bedoelde kaarten niet vallen onder het begrip “andere waardepapieren” of “andere handelspapieren”, waarvan de verkoop vrijgesteld is door het artikel 13, B, sub d, van de Zesde richtlijn (zie art. 44, § 3, 7° W.Btw). De verkoop van deze kaarten is bijgevolg aan btw onderhevig. Deze “kortingkaart” onderscheidt zich dus van andere “kortingkaarten”, waarop een nominaal bedrag vermeld is. Inzake btw worden deze als “titels” beschouwd, waarvan de overdracht niet aan btw onderhevig is. (E.H.v.J., arrest Granton Advertising, 12 juni 2014, zaak C-461/12, eur- lex.europa.eu)

54 BTW UPDATESEMINARIE B3.2Vrijstelling btw voor extracommunautaire reizen Het Parlement heeft de afschaffing van de btw over extracommunautaire reizen goedgekeurd. De nieuwe regeling treedt in werking vanaf 1 mei In artikel 41 van het Btw-Wetboek wordt een paragraaf 2bis ingevoegd waarbij in het eerste lid wordt bepaald dat van de btw is vrijgesteld de dienst verricht door een reisbureau indien de handelingen waarvoor het, voor de totstandkoming van de reis, een beroep doet op andere belastingplichtigen door laatstgenoemden buiten de Gemeenschap worden verricht. In het tweede lid wordt bepaald dat indien de in het eerste lid bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Gemeenschap worden verricht, alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Gemeenschap verrichte handelingen mag worden vrijgesteld. (Beslissing btw nr. E.T van 6 mei 2014, ©FOD Financiën, 29 juli 2014)

55 BTW UPDATESEMINARIE B3.2Vrijstelling btw voor extracommunautaire reizen Voor de extracommunautaire reizen waarvoor een volledige betaling van de prijs werd ontvangen vóór 1 mei 2014, is de btw over dat bedrag opeisbaar geworden op het tijdstip van de ontvangst van die betaling, ongeacht de periode waarin de reizen plaatsvinden. Dit is ook het geval wanneer in een B2B-relatie de reis, waarvoor nog geen volledige betaling werd ontvangen, werd beëindigd vóór 1 mei Ten aanzien van de extracommunautaire reizen waarvoor een gedeeltelijke (voorschot) betaling van de prijs werd ontvangen vóór 1 mei 2014, aanvaardt de administratie dat het betaalde voorschot niet moet worden aangemerkt als een gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 22bis W.Btw zodat de btw hierover niet opeisbaar is. Indien in het in vorige alinea bedoelde geval het saldo van de prijs werd betaald vóór 1 mei 2014 is de btw alsnog opeisbaar over de volledige prijs. (Besl. Btw nr. E.T van 19 mei 2014, ©FOD Financiën,

56 BTW UPDATESEMINARIE B3.2Vrijstelling btw voor extracommunautaire reizen Meer uitleg wordt verstrekt in een beslissing Btw nr. E.T van 16 oktober 2014, o.a. met : - Eventueel een verhouding te bepalen bij reizen van zowel binnen als buiten de EU; - Vereenvoudiging voor pakketreizen en zeecruises - Vereenvoudiging voor aansluitende vluchten en vervoerdiensten

57 BTW UPDATESEMINARIE B3.3 Behoren belastingen, rechten en heffingen tot de maatstaf van heffing? In een bepaald geval diende het Europees Hof zich uit te spreken of een “ISV-belasting” in Portugal in de maatstaf van heffing dient opgenomen te worden. Deze ISV is een belasting die slechts één keer wordt betaald, namelijk wanneer het motorvoertuig voor het eerst op de Portugese markt wordt gebracht, ten tijde van de eerste inschrijving ervan in Portugal. Het Hof geeft aan dat belastingen, rechten en heffingen, om in de grondslag van de btw te kunnen worden opgenomen, hoewel zij geen toegevoegde waarde vertegenwoordigen en niet de economische tegenprestatie voor de levering van het goed vormen, rechtstreeks verband moeten houden met deze levering (zie arrest van 22 december 2010, zaak C-433/09, punt 34).

58 BTW UPDATESEMINARIE B3.3 Behoren belastingen, rechten en heffingen tot de maatstaf van heffing? Bedoelde ISV is verschuldigd door geregistreerde dealers, erkende dealers en particulieren die belastbare voertuigen invoeren tot verbruik, zijnde de personen op wiens naam de douaneaangifte ten invoer tot verbruik van voertuigen wordt afgegeven. De particulieren vertegenwoordigen evenwel slechts een gering aantal in deze. Bijgevolg worden bedoelde kosten niet in naam van de koper van het motorvoertuig, maar door de leverancier ervan, betaald, waardoor een rechtstreeks verband tussen de door deze laatste verrichte levering en die belasting bestaat.

59 BTW UPDATESEMINARIE B3.3 Behoren belastingen, rechten en heffingen tot de maatstaf van heffing? In het Belgische artikel 28, 5° W.Btw (artikel 79, eerste alinea, sub c van vermelde richtlijn 2006/112/EG) worden de sommen voorgeschoten door de leverancier of de dienstverrichter voor uitgaven die hij ten name en voor rekening van zijn medecontractant heeft gedaan niet aan btw onderworpen. Men moet bijgevolg voor belastingen, rechten en heffingen nagaan wie de uiteindelijke schuldenaar is hiervan om te kunnen besluiten of er sprake is van een bedoeld voorschot of indien de leverancier enkel de door hem verschuldigde belasting afwentelt op zijn klant en daardoor btw dient aan te rekenen op de doorgerekende belasting.

60 BTW UPDATESEMINARIE B3.3 Behoren belastingen, rechten en heffingen tot de maatstaf van heffing? Daar de ISV verschuldigd is door de leveranciers van motorvoertuigen en niet door de kopers ervan kan bedoelde belasting niet van de maatstaf van heffing van btw worden uitgesloten, aldus de conclusie van het Europees Hof. De talrijke toepassingen van deze regelgeving in België worden uitgebreid becommentarieerd in de commentaar btw, deel 5, hoofdstuk 2, nr (H.v.J., 28 juli 2011, zaak C-106/10, Lidi & Companhia, eur- lex.europa.eu)

61 BTW UPDATESEMINARIE B3.4 Een negatieve marge in de btw-winstmargeregeling In de speciale winstmargeregeling voor tweedehandse goederen kunnen 2 mogelijke methoden toegepast worden : ofwel wordt een verrekening gedaan per aangiftetijdvak ofwel per levering. In de eerste methode wordt op het einde van elk aangiftetijdvak, uitgezonderd voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar, het totaalbedrag van de verkopen, btw inbegrepen, en het totaalbedrag van zijn aankopen ingeschreven in het aankoopregister, over naar het vergelijkingsregister en aldus wordt de verschuldigde btw berekend die begrepen is in het verschil tussen beide bedragen. Op het einde van het jaar mag, in tegenstelling tot de andere tijdvakken, de negatieve marge niet worden overgedragen.

62 BTW UPDATESEMINARIE B3.4 Een negatieve marge in de btw-winstmargeregeling Voor de belastingplichtige wederverkopers die door de aard van hun economische activiteit of gezien de organisatie van hun boekhouding, moeilijkheden zouden ondervinden om de maatstaf van heffing per aangiftetijdvak te bepalen, aanvaardt de Administratie dat ze de maatstaf van heffing berekenen per levering, voor elk goed individueel beschouwd. Deze wijze van vaststelling moet dan worden toegepast voor het geheel van de goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing. Wanneer de maatstaf van heffing wordt bepaald per levering en voor een handeling de verkoopprijs lager is dan de aankoopprijs, geeft deze uiteraard geen aanleiding tot een belastingheffing, terwijl de verwezenlijking van een negatieve winstmarge geen recht tot terugbetaling van de btw doet ontstaan.

63 BTW UPDATESEMINARIE B3.4 Een negatieve marge in de btw-winstmargeregeling Dit verlies mag evenmin worden overgedragen op de positieve winstmarge die voortvloeit uit een andere handeling, aangezien, principieel, de btw verschuldigd is voor elke individuele handeling op de waarde die wordt toegevoegd ingevolge de tussenkomst van de belastingplichtige wederverkoper. Deze laatste stelling wordt nu bevestigd door het Hof van Cassatie, gebaseerd op de artikelen 311 tot 332 van de Europese Richtlijn 2006/112/EG en het koninklijk besluit nr. 53, die daarmee een uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen van 9 oktober 2012 vernietigt. (Bron : Cass., 10 oktober 2014, rolnr. F N, juridat)

64 BTW UPDATESEMINARIE B4. Belastingplichtige B4.1 Familiale helper Ingevolge de beslissing van 4 september 1972, nr. E.T , gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 13/73, p. 397, nr. 398, wordt de hoedanigheid van belastingplichtige niet toegekend aan familiale helpers, in al de gevallen waarin uit een geheel van feitelijke gegevens blijkt dat zij bestendig onder leiding van verwanten werken in het kader van een familiebedrijf. Om te bepalen of familiale helpers al dan niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben is het aangewezen zich te houden aan de juridische verhoudingen der partijen zoals ze blijken uit de ontleding der banden die tussen hen voor de uitvoering van het werk ontstaan zijn.

65 BTW UPDATESEMINARIE B4.1 Familiale helper In een bepaald geval werkte een dame deeltijds als zelfstandige in bijberoep bij haar vader in zijn dokterspraktijk als hulp bij de administratie. Ze beriep zich op het statuut van “familiale helper” om geen btw-nummer aan te vragen en geen btw aan te rekenen. Evenwel beslist de rechtbank van Bergen, op grond van volgende vaststellingen, dat het wel degelijk gaat om een zelfstandige, met btw belastbare activiteit : - In de aangifte personenbelasting wordt het beroep als “baten” aangegeven; - Er worden facturen opgemaakt voor de prestaties; - Er is een inschrijving bij de sociale verzekeringskas als “zelfstandige in bijberoep”; - Ze organiseert blijkbaar zelf haar werktijd daar haar activiteit op gelijk welk tijdstip wordt uitgevoerd, zelfs in het weekend. (Rb. Bergen, 25 juni 2014, Fiscoloog nr. 1397, blz. 14)

66 BTW UPDATESEMINARIE B4.2 Vrijstelling kinesitherapeuten/osteopaten Art. 44, § 1, 2° W.Btw is de omzetting in het Belgisch recht van artikel 132, 1, c, van de btw-richtlijn 2006/112/EG waar vrijstelling verleend wordt voor “medische verzorging in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat”. Deze vrijstelling dient beperkend geïnterpreteerd te worden en vindt, aldus het Europees Hof van Justitie, slechts toepassing indien het gaat om diensten inzake “gezondheidskundige verzorging van de mens”, die worden verstrekt door medische/paramedische beroepsbeoefenaars. De lidstaten beschikken over een zekere beoordelingsvrijheid wat de omschrijving van de medische en paramedische beroepen betreft,

67 BTW UPDATESEMINARIE B4.2 Vrijstelling kinesitherapeuten/osteopaten Voor gediplomeerde kinesitherapeuten werd bepaald dat de vrijstelling geldt voor alle geneeskundige verstrekkingen die zij stellen, ongeacht of die prestaties al dan niet zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (Vr. en Antw., Kamer, Z , nr. 050, Vr. nr. 1063, mw. Vienne d.d. 24 november 2010).Vr. en Antw., Kamer, Z , nr. 050, Vr. nr. 1063, mw. Vienne d.d. 24 november 2010 Enkel handelingen die tot doel hebben de diagnose, de behandeling, verzorging en/of genezing van ziekten, letsels, aangeboren afwijkingen of andere gezondheidsproblemen, alsook de bescherming, het behoud of herstel van de gezondheid van personen, zijn vrijgesteld van btw (H.v.J. 10 september 2002, C- 141/00, Kügler; H.v.J. 6 november 2003, C-45/01, Dornier; H.v.J., 21 maart 2013, C-91/12, PFC Clinic AB). Bijgevolg kunnen enkel handelingen gesteld met een therapeutisch doel van een btw-vrijstelling genieten. Om dit te beoordelen dient de context waarin de dienst wordt verricht in rekening gebracht te worden.

68 BTW UPDATESEMINARIE B4.2 Vrijstelling kinesitherapeuten/osteopaten Een kinesitherapeut/osteopaat neemt conditietesten (fiets- en inspanningstesten) af van het cliënteel van een BVBA, fitnesscenter, waarvan hij tevens zaakvoerder is. Bij ondertekening van een contract bij vermelde BVBA verbindt de klant zich tevens om de test te laten uitvoeren bij de kinesitherapeut. Het doel van de testen is bijgevolg het bepalen van de lichamelijke conditie van de klanten van het fitnesscenter bij aanvang van het fitnessabonnement of om eventueel tussentijds de vordering van hun conditie na te gaan. Er is geen sprake van enig medisch voorschrift, zodat de activiteit dient gecatalogeerd te worden als behorend tot de commerciële activiteit van de BVBA. Er kan geen sprake zijn van een btw-vrijstelling omdat niet aangetoond wordt dat de prestaties het vereiste therapeutisch doel hebben. (Antwerpen, 3 juni 2014, rolnr. 2013/AR/2131)

69 BTW UPDATESEMINARIE B4.3 Rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder en vereffenaars van vennootschappen optreden De btw-administratie publiceert via de website fisconetplus een beslissing waarbij de bestaande keuze voor rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van vennootschappen voor btw-heffing of niet wordt opgeheven vanaf 1 januari Deze opheffing geldt enkel voor rechtspersonen in bedoelde situatie. De natuurlijke personen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar optreden hebben nog steeds de keuze voor btw-belastingplicht of niet. Wat de bedoelde rechtspersonen betreft werd reeds lange tijd de keuze gegeven om hun handelingen in die hoedanigheid al dan niet aan btw te onderwerpen (zie de beslissing nr. E.T van 27 januari 1994). ( Beslissing Btw nr. E.T dd , ©FOD Financiën, 21 november 2014)www.fisconetplus.be

70 BTW UPDATESEMINARIE B4.3 Rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder en vereffenaars van vennootschappen optreden Door de beslissing nr. E.T van 27 april 2010 werd de door hen uitgeoefende keuze als onherroepelijk beschouwd, behoudens wanneer betrokkene het onomstotelijke bewijs leverde van een grondig gewijzigde bedrijfseconomische situatie die een herziening van de initiële keuze rechtvaardigt. Daartoe moest betrokkene een gemotiveerd schrijven richten aan het bevoegde lokale btw- controlekantoor voor beslissing. Evenwel wordt door de beslissing btw nr. E.T van 20 november 2014 het voorgaande van tafel geveegd en zijn de handelingen die bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars van vennootschappen als dusdanig verrichten aan btw onderworpen, zonder keuzemogelijkheid, vanaf 1 januari 2015.

71 BTW UPDATESEMINARIE B4.3 Rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder en vereffenaars van vennootschappen optreden Voor de belastbaarheid vanaf het jaar 2015 dienen de regels inzake opeisbaarheid voorzien in de artikelen 22 en 22bis W.Btw te worden toegepast (in principe tijdstip van levering/dienst of incassering), zodat de vergoedingen ontvangen in 2014 nog aan het “oude” stelsel onderworpen blijven. Voor de uitkering van tantièmes is de datum bepalend waarop de jaarlijkse algemene vergadering de beslissing tot uitkering van tantièmes neemt, ongeacht de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten. Voor een algemene vergadering die plaatsvindt in 2015 zal de btw in ieder geval verschuldigd zijn.

72 BTW UPDATESEMINARIE B4.3

73 BTW B5.1Btw-tarief inzake “internaten” Het verlaagd btw-tarief van 12 % mag toegepast worden op “de leveringen en de werken in onroerende staat met betrekking tot woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van, onder andere, leerlingen en studenten en die worden verstrekt of geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die internaten beheren die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen” (zie K.B. nr. 20, Tabel B, rubriek X, § 1, A, d) 2° en 8°). In een btw-beslissing wordt de definitie van “internaat” strikt beperkt tot de huisvesting die, naast de ter beschikking stelling van privé en gemeenschappelijke lokalen, ook diverse diensten aan de leerlingen en studenten aanbiedt, zoals hotel- en restauratiediensten. Tegelijkertijd is het gemeenschappelijke leven binnen de instelling gereglementeerd en strikt georganiseerd (avondklok, begeleide studie, allerlei activiteiten).

74 BTW UPDATESEMINARIE B5.1Btw-tarief inzake “internaten” De gewone onroerende verhuur van zgn. “koten” kan niet met een “internaat” gelijkgesteld worden, aangezien deze verhuur niet gepaard gaat met diverse dienstprestaties zoals voorzien in een internaat. Daarbij is van geen belang dat de verhuurvoorwaarden op bepaalde punten zouden afwijken van een “klassiek” verhuurcontract (beperkte huurperiode volgens het academiejaar, lagere huur en huurwaarborg dan normaal,….) of dat bedoelde “koten” enkel zouden toegankelijk zijn voor leerlingen of instellingen van een bepaalde instelling. Ook bij het verlaagd 6%-tarief wegens verbouwing, renovatie, …wordt enkel als eindverbruiker aangemerkt : “de internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen” (K.B. nr. 20, Tabel A, rubriek XXXI, § 2, 2°). Merkwaardig dat in de vermelde beslissing geen enkele verwijzing naar deze wettekst kan teruggevonden worden. (Beslissing Btw nr. E.T van 25 juni 2014, ©FOD Financiën, 16 juli 2014)www.fisconetplus.be

75 BTW UPDATESEMINARIE B5.2 Nieuwbouw of verbouwing? De rulingcommissie heeft geoordeeld dat, wanneer een beroepsoprichter een kantoorgebouw renoveert/verbouwt in een appartementsgebouw en deze renovatie/verbouwing vereist een ingrijpende wijziging van de wezenlijke elementen, namelijk de aard en de structuur ervan en in voorkomend geval de bestemming ervan, dan worden dit gebouw en de appartementen waaruit het is samengesteld als nieuwe gebouwen beschouwd waarvan de vervreemding met toepassing van het BTW-stelsel plaatsvindt. (Voorafgaande Beslissing nr van 28 januari 2014, ©FOD Financiën,

76 BTW UPDATESEMINARIE B5.3 Toegang tot sauna met fitnesscentrum Volgens het Hof van Cassatie is het recht op toegang tot een sauna een dienstverrichting bedoeld in de categorie 7, 1 ste lid van de bijlage H van de Zesde richtlijn (thans bijlage III van de richtlijn 2006/11/EG), zijnde het verlenen van toegang tot verschillende daarin genoemde evenementen op het gebied van cultuur en vermaak. Bijgevolg is het tarief van 6% van toepassing, zoals bedoeld in rubriek XXVIII van tabel A van het K.B. nr. 20. In casu was in de totale inrichting van een “aquapaleis” ook een fitnesscentrum (Cass., 20 maart 2014, rolnr. F N, juridat)

77 BTW UPDATESEMINARIE B5.3 Toegang tot een sauna Overeenkomstig voormelde rechtspraak kan de toekenning van het recht op toegang tot, alsmede de toekenning van het recht gebruik te maken van dergelijke inrichtingen bijgevolg het verlaagd tarief van 6 % genieten op grond van rubriek XXVIII, van tabel A, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20, inzake btw-tarieven. De beoogde inrichtingen omvatten dus de verschillende baden en faciliteiten die nodig zijn voor een saunagang (saunaronde) en die tezamen de eigenlijke sauna- inrichting vormen, d.w.z. de saunacabine(s), de douches, de voetbaden en de rustruimten. De beoogde inrichtingen kunnen verder uitgerust zijn met vrij door de klant te gebruiken accomodaties zoals een stoombad, bubbelbad, wisselbaden, kruidenbad, zwembad, infraroodcabine (infraroodsauna) en toestellen om zelfstandig en zonder begeleiding te fitnessen (uitgebreide sauna-inrichtingen).

78 BTW UPDATESEMINARIE B5.3 Toegang tot een sauna Behandeling van de andere verrichte diensten - het verschaffen van gemeubeld logies met of zonder ontbijt (btw-tarief ook 6 %); - het verschaffen van spijs en drank in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse (tarief 12 % t.a.v. spijzen en 21 % t.a.v. dranken); - diensten van schoonheidssalons zoals gelaatsverzorging, pedicure, manicure, handverzorging en ontharing (btw-tarief van 21 %); - individuele behandelingen zoals massages door masseurs (lichaams-, gelaats- en hoofdhuidmassages) en behandelingen met pakkingen (individuele thermale behandelingen aan het btw-tarief van 21 %); - toekenning van recht gebruik te maken van een zonnebank (21%);

79 BTW UPDATESEMINARIE B5.3 Toegang tot een sauna - diensten die verder gaan dan louter het verlenen van het recht op toegang tot en het recht gebruik te maken van de eigenlijke sauna- inrichting en de hiervoor bedoelde accomodaties van een uitgebreide sauna-inrichting (b.v aqua aerobics classes en dergelijke aquasporten in groepsverband onder leiding van een instructeur); - de verkoop van schoonheidsproducten (btw-tarief van 21 %). (zie Besl. Btw nr. E.T. 126,122, 26 augustus 2014, ©FOD Financiën, 2 oktober 2010)www.fisconetplus.be

80 BTW UPDATESEMINARIE B5.3 Toegang tot een sauna Hoe te handelen wanneer een enige prijs wordt betaald voor een geheel van prestaties? Dan dient die prijs voor de heffing van de btw te worden gesplitst. Wanneer die splitsing niet gebeurt dient de belasting te worden voldaan tegen het in dat geval hoogste toepasselijke btw-tarief. Maar : de terbeschikkingstelling van bijhorigheden zoals slippers en badlinnen (handdoeken, badlaken en badjas) die nodig zijn in het kader van een saunagang, volgt het tarief van de hoofdhandeling, zelfs wanneer hiervoor een aparte prijs wordt gevraagd. En : 6 pct. is niet van toepassing is voor de toekenning van het recht op toegang tot alsmede de toekenning van het recht gebruik te maken van een sauna-inrichting, wanneer die prestatie bijkomstig deel uitmaakt van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft (z. K.B. nr. 20, artikel 1, tweede lid, a).

81 BTW UPDATESEMINARIE B5.4 Wettelijk vermoeden inzake tarieven Een restauranthouder had een gedeelte van zijn ontvangsten aan het verlaagd btw-tarief van 6 pct. aangegeven omdat hij oordeelde dat het louter “traiteurdiensten” waren waarbij de klaargemaakte maaltijden worden afgehaald. Evenwel bleek dat, volgens de uitspraak in het Hof van Beroep te Gent van 18 september 2012, geen bewijskrachtige stukken konden voorgelegd worden waaruit bleek dat terecht toepassing kon gemaakt worden van vermeld tarief van 6 pct. Bijgevolg past de administratie het wettelijk vermoeden van artikel 64, § W.Btw toe.

82 BTW UPDATESEMINARIE B5.4 Wettelijk vermoeden inzake tarieven In artikel 64, § 3 W.Btw wordt bepaald dat, wanneer iemand handelingen verricht met betrekking tot goederen of diensten die aan een verschillend tarief onderworpen zijn, die handelingen behoudens tegenbewijs geacht worden voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of diensten waarvoor het hoogste tarief geldt. Het Hof van Cassatie oordeelt dat, alhoewel de administratie moet bewijzen dat het verlaagd tarief niet van toepassing is, er in de gegeven omstandigheden terecht verwezen wordt naar het vermeld wettelijk vermoeden van artikel 64, § 3 W.Btw. Bijgevolg wordt geoordeeld dat alle handelingen aan het “residuair” tarief van 21 pct. moeten belast worden.

83 BTW UPDATESEMINARIE B5.4 Wettelijk vermoeden inzake tarieven Sedert de wetswijziging van 27 december 2006 (B.S. 28 december 2006) werd in artikel 1 van het K.B. nr. 20 uitdrukkelijk gestipuleerd dat het “normale” tarief van de btw voor goederen en diensten bedoeld in het btw-wetboek 21 pct. bedraagt. De verlaagde tarieven worden beschouwd als “afwijkingen” en worden opgesomd in de tabellen A (6 pct) en B (12 pct), als bijlagen bij vermeld K.B. nr. 20. Betrokkene is genoodzaakt tot het verzamelen van alle mogelijke bewijselementen (facturen, bestelbons, ontvangstbewijzen, gesteund door andere feiten, o.a. het maken van reclame voor “traiteurdiensten”, de algemene bekendheid, verkopen aan het raam, enz.) (Cassatie, 19 juni 2014, rolnr. F N, juridat)

84 BTW UPDATESEMINARIE B5.5 Terugstorten btw na ophouden samenwoning? Kan het verlaagd tarief van 6% op een schijf van maximaal euro bij nieuwbouw, ingevoerd door artikel 1quinquies van het K.B. nr. 20 maar inmiddels niet meer van toepassing, behouden blijven indien de opgelegde voorwaarde van bewoning niet meer wordt vervuld? Ja, aldus de DVB (Voorafg. Beslissing nr. 2013,270, 2 juli 2013,

85 BTW UPDATESEMINARIE B6. Teruggaaf B6.1 Teruggaaf en het neutraliteitsbeginsel In een uitspraak van 19 juni 2014, gebaseerd op Europese rechtspraak, stelt het Hof van Cassatie dat het neutraliteitsbeginsel inzake btw niet in alle gevallen van toepassing is (arrest nr. F N, Het neutraliteitsbeginsel inzake btw houdt in dat een opeisbare btw bij de leverancier/dienstverrichter in principe ook aftrekbaar is bij de klant. Het Europese Hof verbiedt nationale wetgeving die zou uitmonden in een overtreding van dit beginsel. Bij een fokker en verhandelaar van paarden wordt geen recht op aftrek van btw toegestaan voor bepaalde aankoopfacturen vermits het onbetwistbaar gaat over onregelmatige fictieve facturen en het vast staat dat de belastingplichtige op de hoogte was van de opgezette fraudeconstructie. Met het doel de voorfinanciering van btw te vermijden werd de handeling voorgesteld als een intracommunautaire levering vanuit Nederland naar België.

86 BTW UPDATESEMINARIE B6.1 Teruggaaf en het neutraliteitsbeginsel Voor het Hof van Beroep beweert betrokkene, door het niet toestaan van het recht van aftrek, dat de Belgische Staat driemaal de btw int voor deze verrichting, nl. - Eenmaal door de aftrek van btw niet toe te staan; - Eenmaal door het behoud van de betaalde btw over de “fictieve” intracommunautaire levering/verwerving; - Eenmaal door de btw te vorderen van de verkoper van de paarden. Het Hof van Cassatie bevestigt de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen van 16 oktober 2012, waarbij gesteld wordt dat de belastingplichtige wist of minstens moest weten dat hij aan btw-fraude deelnam en dat hij zich in dat geval niet kan beroepen op enige schending van het neutraliteitsbeginsel.

87 BTW UPDATESEMINARIE B6.1 Teruggaaf en het neutraliteitsbeginsel Met verwijzing naar de arresten C-439/04 en C-440/04 van 6 juli 2006, en C-146/05 van 27 september 2007 van het Europees Hof (te raadplegen via Lexfin) wordt geoordeeld, eens de nationale rechter vaststelt dat het recht op aftrek frauduleus is uitgeoefend, en dit op grond van objectieve gegevens, de nationale rechter terecht het recht op aftrek kan weigeren. De terechte conclusie van het Hof is dan ook dat het neutraliteitsbeginsel zich niet ertegen verzet dat, wanneer een belastingplichtige deelneemt aan btw-fraude, waarbij een intracommunautaire levering en verwerving wordt geveinsd om de voorfinanciering te vermijden, het recht op aftrek van btw over de fictieve intracommunautaire verwerving wordt ontzegd.

88 BTW UPDATESEMINARIE B6.1 Teruggaaf en het neutraliteitsbeginsel Ook de over de fictieve verwerving betaalde btw dient niet te worden terugbetaald, zelfs al is er geen gevaar voor verlies van belastinginkomsten omdat de verkoper de btw over de binnenlandse levering heeft voldaan, na ontdekking van de fraude. Er is bijgevolg een probleem inzake de teruggaaf : De administratie had gebruik gemaakt bij de invordering van de verlenging van de driejarige naar de zevenjarige verjaringstermijn, die mogelijk is o.a. in gevallen van fraude (zie hieromtrent deel 16 van de btw-commentaar van Lexfin). Het verschil tussen de invorderingstermijn (maximaal 7 jaar) en de termijn om de aftrek of teruggaaf van btw toe te passen (maximaal 3 jaar) is in veel gevallen de oorzaak van het feit dat de (ten onrechte) betaalde btw niet langer vatbaar is voor aftrek of teruggaaf.

89 BTW UPDATESEMINARIE B7. Verplichtingen B7.1 Verlegging van heffing werk in onroerende staat Een vennootschap krijgt (verminderde) boetes opgelegd door de btw- administratie, nl. een boete van 10% gerekend op de verschuldigde btw die ten onrechte niet opgenomen werd in de btw-aangiftes, terwijl het aankoopfacturen betreffen met “verlegging van heffing” daar ze betrekking hebben op werken in onroerende staat waarvoor de medecontractant, ontvanger van de factuur, gehouden is de btw te voldoen. Deze boete bedraagt ,89 euro. In eerste aanleg heeft de rechtbank deze boete kwijtgescholden, vooral om reden dat de niet aangegeven verschuldigde btw tevens aftrekbaar was, in principe in zelfde btw-aangifte als deze van de verschuldigdheid, zodanig dat de Belgische Staat geen rechtstreeks nadeel werd berokkend.

90 BTW UPDATESEMINARIE B7.1 Verlegging van heffing werk in onroerende staat In beroep oordeelt het Hof oordeelt dat “de verplichting tot voldoening van de belasting ontstaat op de 20ste van de maand volgend op elke betrokken aangiftetijdvak waarin de belasting verschuldigd wordt, terwijl de effectieve verrekening van de aftrek slechts mogelijk is op het ogenblik dat de belastingplichtige werkelijk aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2 tot 4 van het koninklijk besluit nr. 3 voldoet (d.i. een regelmatige factuur en voldoening van de belasting op de voorgeschreven wijze) en het recht op aftrek ook daadwerkelijk uitoefent. Geïntimeerde, hierin door de eerste rechter gevolgd, stelt derhalve verkeerdelijk dat geïntimeerde het recht op aftrek kon uitoefenen op datum waarop de BTW verschuldigd werd.”

91 BTW UPDATESEMINARIE B7.1 Verlegging van heffing werk in onroerende staat Uit de rechtspraak blijkt dat de rechter bij het opleggen van boetes zich laat leiden door een analyse van de feiten die geval per geval worden bekeken. Er is bijgevolg geen uniformiteit voor dergelijke gevallen in de rechtspraak terug te vinden. In deze werd o.a. ook het argument verworpen dat de opgelegde boete niet in evenredigheid was met de begane overtredingen. Deze argumentatie blijkt nochtans in heel wat andere gevallen belangrijk en wordt wel degelijk soms aangenomen (zie hieromtrent bv. de uitspraak in cassatie van 8 april 2011, nr. F N). (Brussel, 8 januari 2014, rolnr. 2008/AR/407)

92 BTW UPDATESEMINARIE B7.2 Mini One Stop Shop Vanaf het jaar 2015 wordt het mogelijk om onder bepaalde omstandigheden al de btw-verplichtingen te voldoen vanuit de eigen lidstaat via de Mini One Stop Shop (MOSS). Het systeem MOSS is een toepassing bestemd voor de ondernemingen die : - In België gevestigd zijn; - Elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisie-omroepdiensten verrichten - Voor niet aan de btw-belastingplicht onderworpen personen (bv. aan particulieren of openbare diensten…..) - In andere lidstaten van de Europese Unie gevestigd.

93 BTW UPDATESEMINARIE B7.2 Mini One Stop Shop Dank zij MOSS kunnen deze ondernemingen alle formaliteiten voor alle verrichte diensten in één keer en alleen in België voldoen : -zij kunnen zich in België laten registreren op elektronische wijze (lidstaat van vestiging) -zij hebben de mogelijkheid om één enkele elektronische aangifte per trimester en per lidstaat in te dienen, die het gerealiseerde omzetcijfer en de verschuldigde btw omvat -zij verrichten slechts één enkele betaling die het totaal van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten omvat In de andere lidstaten van de Europese Unie zal een vergelijkbaar systeem in werking treden. In België kan men terecht op volgende website :

94 BTW UPDATESEMINARIE B7.3 Facturatie bij groothandel bouwmaterialen aan particuliere koper Ingevolge artikel 1, 8° van het koninklijk besluit nr. 1 dient een voortbrengers- of grossiersbedrijf steeds een factuur uit te reiken voor de door haar verrichte leveringen, zelfs al is de klant een natuurlijke persoon die handelt voor privédoeleinden. In het verleden werd door de administratie een afwijking toegestaan als het bedrijf binnen zijn onderneming, maar onafhankelijk van elkaar, zowel een “groothandel” als een “kleinhandel” uitbaat die beide in staat zijn door eigen middelen te functioneren. Daar groothandelaars in bouwmaterialen daar moeilijkheden kunnen mee ondervinden laat de administratie thans ook toe dat deze belastingplichtigen geen factuur moeten uitreiken aan natuurlijke personen die handelen voor privédoeleinden onder strikt bepaalde cumulatieve voorwaarden (zie hiervoor de beslissing Btw nr. E.T van 8 oktober 2014).

95 BTW UPDATESEMINARIE B7.3 Facturatie bij groothandel bouwmaterialen aan particuliere koper De voornaamste van bedoelde voorwaarden zijn dat er een gedetailleerde leveringsbon wordt uitgereikt, terwijl het moet gaan om afgehaalde goederen met als maximumbedrag van de totale bestelling 500 euro (incl. btw) bedraagt en er onmiddellijke betaling is. Opgepast : in beide hierna vermelde gevallen is steeds een factuur vereist, nl. 1° wanneer het gaat om een particulier die goederen aankoopt voor oprichting van een nieuw gebouw, bedoeld in artikel 64, § 4 W.Btw; 2° ten aanzien van de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik of goederen waarin de klant handel drijft of bestemt voor zijn economische activiteit.

96 BTW UPDATESEMINARIE B8. Bewijsmiddelen B8.1 Onderscheid fraude, misbruik en belastingontwijking - Het begrip “fraude” houdt in dat met opzet een rechtshandeling wordt voorgesteld alsof de formele voorwaarden vervuld zijn, terwijl ze in realiteit niet vervuld zijn : ze worden bijgevolg “valselijk” vervuld. - De vaststelling van het “misbruik” is gebaseerd op een geheel van objectieve factoren waaruit blijkt dat het wezenlijke doel van de betrokken verrichtingen erin bestaat een belastingvoordeel te verkrijgen en er geen andere motieven bestaan voor de verrichtingen - “Belastingontwijking” onderscheidt zich van misbruik en fraude doordat hier in essentie het recht op de minst belaste weg wordt bedoeld.

97 BTW UPDATESEMINARIE B8. Bewijsmiddelen B8.2 Misbruik Inzake btw werd door het Hof van Beroep te Gent eveneens als misbruik beschouwd : de aftrek van btw op een zeiljacht door een onderneming, waarvan werd aangetoond dat de aankoop en de kosten met betrekking tot het jacht in feite werden aangewend voor het maken van een wereldreis. (Gent - Arrest van 24 september Rol nr 2012/AR/1307, Fiscalnet)

98 BTW UPDATESEMINARIE B8.3 Afbraak en heropbouw : misbruik In de visie van veel promotoren kon een oud gebouw verkocht worden met registratierecht, terwijl voor de oprichting of grondige renovatie van het gebouw met de verschillende kopers van wooneenheden een aannemingscontract afgesloten werd, dat vervolgens met 6% btw werd belast. Volgens de btw-administratie, die zich steunt op het Europees arrest “Don Bosco” van 19 november 2009, zaak C-461/08, heeft de opsplitsing in twee handelingen (verkoop gevolgd door een aannemingscontract) een kunstmatig karakter en beantwoordt dit niet aan de economische werkelijkheid of de bedoeling van de partijen.

99 BTW UPDATESEMINARIE B8.3 Afbraak en heropbouw : misbruik Dergelijke handelingen dienen beschouwd te worden als één handeling die de levering van een vastgoed in zijn toekomstige staat van afwerking tot voorwerp heeft (verkoop op plan), zodat de levering van dat vastgoed en het bijhorend terrein onderworpen is aan het tarief van 21%. In principe verkoopt de promotor onverdeelde aandelen in het oude gebouw, die overeenstemmen met de oppervlakte van het nieuwe appartement waarvan de klant eigenaar wordt, maar waarbij het materieel niet mogelijk is dat elke koper vrij zijn eigen aannemer kiest voor de uitvoering van de werken aan het “oude” gebouw. De opsplitsing is bijgevolg kunstmatig, aldus de administratie. (Beslissing Btw nr. E.T , 13 mei 2014, ©FOD Financiën, 28 mei 2014)www.fisconetplus.be

100 BTW UPDATESEMINARIE B8.3 Afbraak en heropbouw : misbruik Voor het verleden blijven de bestaande akkoorden van kracht volgens de administratie. Zelfs de gevallen van belastingplichtigen die menen zich te kunnen steunen op een “stilzwijgend akkoord” van de administratie zullen door de Centrale diensten van de administratie onderzocht worden, voor de gebouwen die verkocht zijn vóór de datum van publicatie van de beslissing (27 mei 2014), wanneer : - de belastingplichtige een formeel akkoord heeft ontvangen met betrekking tot een project en tussenkomt onder dezelfde voorwaarden in een tweede project, waarvan de omstandigheden volledig dezelfde zijn als die van het eerste project; - een belastingplichtige of zijn raadgever een gemotiveerde aanvraag heeft ingediend bij de fiscale administratie en op de datum van publicatie van onderhavige beslissing, geen antwoord heeft ontvangen.

101 BTW UPDATESEMINARIE B8.4 Bevoegdheid DVB inzake misbruik Kort samengevat kan gesteld worden dat : - De “oude” rulings, waarbij bevestigd werd dat de algemene antimisbruikbepaling niet van toepassing was, blijven bindend voor de fiscale administraties; - De initiële bewijslast rust op de schouders van de administratie die het fiscaal misbruik dient te bewijzen, waarbij het aan de belastingplichtige is om aan te tonen dat zijn rechtshandelingen door andere motieven verantwoord zijn dan het ontwijken van belastingen; - De rulingdienst moet eerst kunnen vaststellen of er wel degelijk sprake is van fiscaal misbruik;

102 BTW UPDATESEMINARIE B8.4 Bevoegdheid DVB inzake misbruik - Er wordt een “witte” en “zwarte” lijst opgesteld als hulp voor het catalogeren van de handelingen. Toepassing van deze principes wordt al gemaakt in een beslissing waarbij de verwerving van een vruchtgebruik als verantwoord wordt beschouwd, vermits er andere motieven zijn dan louter het ontwijken van de inkomstenbelastingen. (Voorafg. Beslissing nr , 28 januari 2014, ©FOD Financiën, en Vraag nr. 190 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Veerle Wouters van 7 maart QRVA 53, nr. 124, 19 augustus 2013, Kamer, 2012/2013, blz )

103 BTW UPDATESEMINARIE B8.5 Bewijskracht proces-verbaal De bijzondere wettelijke bewijswaarde die art. 59, § 1 W.Btw aan de processen-verbaal van de ambtenaren van de FOD Financiën toekent, geldt voor de persoonlijke materiële vaststellingen van die ambtenaren, maar niet voor de juridische gevolgtrekkingen die daaruit kunnen worden afgeleid. Een proces-verbaal diende als nietig te worden beschouwd in een geval waarbij de controlerende ambtenaar onterecht uit een verkoopbelofte afleidde dat de aldaar vermelde prijs ook de werkelijke verkoopprijs diende te zijn. Uit de eenzijdig opgestelde aankoopbelofte bleek dat de belover kon verkopen aan een lagere prijs dan deze vermeld in de aankoopbelofte. De fiscale administratie leidt verkeerdelijk af dat de koper door zijn handtekening ertoe gehouden is de in de aankoopbelofte overeengekomen prijs te betalen. (Brussel, 20 maart 2013, 2009/AR/2634, Fiscalnet)

104 BTW UPDATESEMINARIE B8.6 Feitelijke vermoedens Maar dat het oordeel van de rechtbank inzake het feitelijk vermoeden verregaand kan zijn blijkt uit een arrest van het Hof van Cassatie dat bevestiging brengt van een uitspraak van het Hof van Beroep te Brussel van 24 oktober De appelrechters hadden geoordeeld dat: -de administratie, vertrekkend van de vaststaande hoeveelheid verkochte dranken, de hoeveelheid verkochte maaltijden kon afleiden op grond van een realistisch en logisch vermoeden dat per halve fles wijn of per twee consumpties van andere koude dranken minstens één warme maaltijd werd gebruikt;

105 BTW UPDATESEMINARIE B8.6 Feitelijke vermoedens - de administratie aldus slechts één vermoeden heeft aangewend om de omzet te berekenen; -de eisers op geen enkel ogenblik overtuigende elementen ter ontkrachting van dit vermoeden hebben ingebracht. Volgens het Hof van Cassatie verantwoorden de appelrechters hun beslissing door te kennen te geven dat het "realistisch en logisch vermoeden dat per halve fles wijn of per twee consumpties van andere koude dranken minstens één warme maaltijd werd gebruikt", dat dit volstaat ter bepaling van het aantal verbruikte maaltijden en dat de overige in het bericht van wijziging ten informatieve titel vermelde criteria naar hun oordeel, bij gebrek aan bewijswaarde, terecht door de administratie niet in aanmerking werden genomen. (Cass., 22 mei 2014, rolnr. F N, juridat)

106 BTW UPDATESEMINARIE B8.7 Toepassing Salduz-leer in fiscaliteit Een belastingplichtige voert aan dat in toepassing van de Salduz-leer hij in het strafonderzoek recht had op daadwerkelijke bijstand van een advocaat bij het eerste politieverhoor en dit recht te dezen werd geschonden. In casu moet worden vastgesteld dat een verhoor louter ter gelegenheid van een fiscaal onderzoek door fiscale ambtenaren, waarbij de onderzoekers geen vrijheidsbenemende maatregelen, noch andere dwangmaatregelen kunnen treffen, in de regel niet tot gevolg heeft dat de betrokkene zich in een kwetsbare positie bevindt. De Salduz-leer is te dezen hoe dan ook niet van toepassing. Nu de belastingplichtige niet in verdenking is gesteld en als dusdanig niet werd vervolgd in het kader van het strafonderzoek lastens anderen, diende hem ook niet het recht gewaarborgd te worden op bijstand van een advocaat. (Gent, 3 december 2013, rolnr. 2012/AR/1585, Fiscalnet)


Download ppt "BTW UPDATESEMINARIE Seminarie BTW december 2014. BTW UPDATESEMINARIE Samenvatting van de onderwerpen AWetswijzigingen en gevolgen B1. Aftrek btw 2. Leveringen."

Verwante presentaties


Ads door Google