De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Autismespectrumstoornissen (ASS) Jean Steyaert 2013-2014 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Autismespectrumstoornissen (ASS) Jean Steyaert 2013-2014 1."— Transcript van de presentatie:

1 Autismespectrumstoornissen (ASS) Jean Steyaert

2 Biol. oorzaken Hersendysfuncties Primaire neuropsychologische deficits Sociale communicatieInflexibiliteit, beperkt repertorium ASS-symptomen Co-morbide symptomen & aandoeningen: mentale retardatie, motorische stoornissen, ADHD... Secundaire symptomen: Slaap- & voedingstoornissen, angsten….

3 Vb. ontwikkeling hoofdomtrek 3 Courchesne E, et al. JAMA 2003; 290(3),

4 Deficits: gedragsniveau Zie ook 4

5 Areas of impairment Social communication Flexibility, sensory, interests 5

6 Stoornissen in sociale communicatie Begint erg vroeg in de ontwikkeling: zuigeling, peuter Verstoorde ontwikkeling van sociale glimlach, Joint Attention, reactie op aangesproken worden, anticiperen,, wederkerig oogcontact, beurtrol nemen, Tekorten in sociale activiteiten, delen van plezier of andere emoties, sociaal perspectief nemen, Verstoorde ontwikkeling van empathie –(noot: « sympathie » kan normaal redelijk goed zijn) 6 Sociaal contact

7 Sociale communicatie Taalpragmatiek –syntactische taalaspecten : ik / jij –Semantiek: niet aangepast woordgebruik –Intonatie, stemvolume, ritme –Vreemd accent –(uitgestelde) echolalie, echopraxie, –Figuurlijke betekenissen, ironie, spontane grapjes… –Initiëren, onderhouden, afstemmen van gesprek –Communicatieve functies non-verbaal –Emotieherkenning –Lichaamstaal, communicatieve gebaren NOOT: taalachterstand / taalstoornis worden afzonderlijk gediagnosticeerd ! 7 Contexblindheid letterlijk Non-verbaal

8 Beperkt repertoire activiteiten en interesses & sensorische afwijkingen Verstoorde spel & fantasieontwikkeling (opgelet: rol imitatie) –langer sensopathisch spel –concreet spel Fascinaties / preoccupaties met (delen van) voorwerpen Eenzijdige interesses Gebrek aan mentale flexibiliteit Repetitieve motorische gedraginigen / gedachten Routines Hyper / hyposensitiveit voor bepaalde of meer prikkels 8 inflexibiliteit routines Ongewone interesse

9 DSM-5 A. Persistent deficits in social communication and social interaction across contexts, not accounted for by general developmental delays, and manifest by all 3 of the following: –1. Deficits in social-emotional reciprocity; ranging from abnormal social approach and failure of normal back and forth conversation through reduced sharing of interests, emotions, and affect and response to total lack of initiation of social interaction, –2. Deficits in nonverbal communicative behaviors used for social interaction; ranging from poorly integrated- verbal and nonverbal communication, through abnormalities in eye contact and body- language, or deficits in understanding and use of nonverbal communication, to total lack of facial expression or gestures. –3. Deficits in developing and maintaining relationships, appropriate to developmental level (beyond those with caregivers); ranging from difficulties adjusting behavior to suit different social contexts through difficulties in sharing imaginative play and in making friends to an apparent absence of interest in people

10 DSM 5 B. Restricted, repetitive patterns of behavior, interests, or activities as manifested by at least two of the following: –1. Stereotyped or repetitive speech, motor movements, or use of objects; (such as simple motor stereotypies, echolalia, repetitive use of objects, or idiosyncratic phrases). –2. Excessive adherence to routines, ritualized patterns of verbal or nonverbal behavior, or excessive resistance to change; (such as motoric rituals, insistence on same route or food, repetitive questioning or extreme distress at small changes). –3. Highly restricted, fixated interests that are abnormal in intensity or focus; (such as strong attachment to or preoccupation with unusual objects, excessively circumscribed or perseverative interests). –4. Hyper-or hypo-reactivity to sensory input or unusual interest in sensory aspects of environment; (such as apparent indifference to pain/heat/cold, adverse response to specific sounds or textures, excessive smelling or touching of objects, fascination with lights or spinning objects). C. Symptoms must be present in early childhood (but may not become fully manifest until social demands exceed limited capacities) D. Symptoms together limit and impair everyday functioning 10

11 DSM-5 Concept: severity level Autismespectrumstoornissen Twee dimensies –Sociaal-communicatief –Beperkte en stereotype interesses/gedragingen (+ 1 item sensorische afwijkingen ! ) Drie ernstgraden Overgang naar typische ontwikkeling niet duidelijk : –Wat met symptomen zonder hinder ? Taalstoornissen worden afzonderlijk gescoord (op categoriale wijze !) American Psychiatric Association, 2011 DSM-5 Development

12 Verbreden van de diagnostische criteria Historisch: Atypical autism Pervasive developmental disorders (& Not Otherwise specified) Autism Spectrum Disorder Typical ASD Heterogeen binnen de categorie

13 Broader phenotype Communicatie- en andere cognitieve stoornissen bij bloedverwanten Kenmerken (traits) van ASS bij bloedverwanten –Broader autism phenotype (BAP) –Medium.. (MAP) –Narrow.. (NAP) 2 – 4 x vaker bij eerstegraadsbloedverwanten Le Couteur, A, 1996, JCPP ; Wheelwright, S, 2010, Mol.Autism

14 Indeling L. Wing: wijze contactzoeken Aloof Passive active-but-odd hyperformeel 14

15 Ontstaan op verschillende leeftijden 15

16 Comorbiditeit Ontwikkelingsstoornissen –Verstandelijke beperking (IQ<70): 30-40% –ADHD ± 25% –TS ± 10% –Motorisch coordinatiestoornis –Taalontwikkelingstoornissen –Stoornissen van de didaktische vaardigheden Andere aandoeningen –Voedingsproblemen –slaapproblemen –angst –Agressie –Stemmingsstoornissen –(Reactieve) psychose –Persoonlijkheidsstoornissen? 16

17 Differentiaal diagnose: Taalontwikkelingsstoornis (peuters !) Verstandelijke beperking Reactieve hechtingsstoornis Very early onset schizophrenia ADHD (op jonge leeftijd) 17

18 Prevalentie Autismespectrumstoornissen: –6-10 / 1000 –Meest ernstige vormen (« kernautisme »): circa 1/1000 ? Jongen / meisje ± 4/1 toename : ??? –Meer diagnostische capaciteit & kunde –criteria breder geïnterpreteerd –autisme versus mentale retardatie als hoofddiagnose. –Mogelijk lichte toename van reële prevalentie: milieufactoren? Oudere ouders? 18

19 ONDERLIGGENDE NEUROPSYCHOLOGISCHE DEFICITS: Theory-of-mind Centrale coherentie Executieve functies 19

20 Theory-of-mind (TOM) Jij denkt dat… TOM= mentaal proces, waarbij individu « theorie » heeft over wat er zich in het hoofd van een ander individu afspeel. –Deze theorie wordt voortdurend bijgestuurd –Grotendeels geautomatiseerd proces –kent een eigen ontwikkelingsverloop –integreert diverse informatiebronnen (eigen referentiekader, context, waarneming…) Eerste-orde ToM: –weten wat de ander denkt / weet / niet weet Tweede-orde ToM : –weten wat de ander denkt over een ander –Metacognitief weten dat mensen gedachten hebben 20

21 Centrale coherentie

22 Verstoorde centrale coherentie Vermogen / tendens om binnenkomende informatie als geheel (globaal) en in context te verwerken i.t.t. lokale informatieverwerking Bij ASS: –Deficit in globale verwerking? –Of preferentiële lokale verwerking (Enhanced perceptual functioning)? –Of…

23 Deficits in executieve functies Richten, plannen, beoordelen van gedrag, mentale flexibiliteit, werkgeheugen, impulsinhibitie, Bij ASS: verminderd –Planningsvermogen ? –Flexibiliteit ? –Generativiteit ? 23

24 NEURO-ANATOMIE NEUROFYSIOLOGIE 24

25 Groot hoofd hoofdomtrek > + 2SD: 20-25% van A.S.S. Vooral snellere groeicurve hoofdomtrek 0-3 jaar onafhankelijk van IQ geen andere congenitale anomalieën familiaal ook meer macrocefalie Betekenis: ??? 25

26 Epilepsie & autisme 4-35 % van de personen met ASS hebben epilepsie –specifiek type ? (vaker frontale focus ??) –meer bij mentale retardatie en ASS –ander verloop ? –Betekenis ? verband epilepsie en taal & communicatieontwikkeling ? Epilepsie -> dysfunctie van postero-anterieure aandachtsas bij de zuigeling -> gestoorde joint attention ? Verband temporale epilepsie + tubers + ASS bij tubereuze sclerose 26

27 Abnormal brain development 27 amygdala Purkinje cels neurotransmitters Serotonine Glutamate/GABA Oxytocine … Superior temporal gyrus Brain volume Cell density, micro- columns, connectivity Fusiform face area

28 fMRI: Fusiform face area & face recognition 28

29 Diffusion tensor imaging: Steyaert J, OCA

30 DTI bij ASS: Gestoorde connectiviteit Steyaert J, OCA Geschwind, D, Developmental disconnection in autism. Disconnection between cortical areas in the autisms can be heterogeneous and is represented by reduced size (illustrated by thinner lines) of certain callosal tracts (red) and frontotemporal connections (yellow). Overconnectivity (illustrated by thick green lines) between certain cortical areas might also lead to enhanced function in certain domains. At the level of local circuits (insets), the effects of disruption to long-range inputs can also be influenced by altered inhibitory input (blue broken lines), which is essential for the proper maturation and stabilization of connectivity.

31 GENETICA 31

32 Familiestudies : 32 Voorkomen van aandoening in families waar 1 patiënt bekend is Voorkomen in bevolking Bv. Bij ASS is factor ± x20

33 Herhalingsrisico: 33Steyaert PHL 2010

34 Tweelingstudies 34 Eeneiig Twee-eiig Concordant: beide 2-lingen gelijk Discordant: beide 2-lingen verschillend Aangedaan: Niet aangedaan: Steyaert PHL 2010

35 Heritabiliteit ASS: Tweelingstudies bij ASS

36 Cel Chromosoom DNA Celkern Genetische mechanismen Steyaert PHL

37 Stoornissen in genetisch materiaal Chromosoomafwijkingen Monogeen Polygeen –defecten –ongelukkige combinatie van polymorfismen 37

38 Chromosoomafwijkingen Geslachtschromosomale afwijkingen: –XYY, XXY, X0 Tientallen unieke translocaties, inversies, microdeleties. Deletiesyndromen die niet uniek zijn: –VCFS (22q-) –Smith-Magenis (17p-) –…. 38

39 Monogeen Tubereuze sclerose Neurofibromatose-1 (ziekte van Von Recklinghausen) Fragiel-X syndroom Meer dan 200 verschillende genen in 1 of enkele individuen / families… Noot: bij dergelijke aandoeningen wel verhoogde prevalentie van A.S.S., maar groot % heeft geen A.S.S. !! (fenotypische heterogeniteit) 39

40 Polygeen defecten ongelukkige combinatie van polymorfe genen VRAAG = welke genen ??? 40

41 Klassiek gedacht Allele frequency in gen. Pop. Prevalence of disorder Rare variant, rare disorder - major impact - single gene disorders Common variant, common disorder -Many genes together -Additif effects

42 Nieuwe visie Allele frequency in gen. Pop. Prevalence of disorder Rare variant, common disorder - major impact - many different genes: genetic heterogeneity Common variant, common disorder -Many genes together -Additif effects

43 Hoge heritabiliteit: het kan ook zo: Persico & Bourgeron, 2006

44 Toxines Prenataal : –Landbouwpesticiden –Luchtverontreiniging ? ( NO 2 ^ MET Receptor Tyrosine Kinase Gene ) Roberts, EM et al 2007; McGovern, V 2007; Arndt, 2005, Int J Dev Neurosci Volk, H. et al. 2013

45 (virale) infecties Genetic predisposition to herpetic meningo- encephalitis in children: TOL3 gene^Herpes Simplex Casanova, 2010, Bull.Ac.Nat.Med..

46 Ook milieu alleen? Infecties Virale infecties tijdens zwangerschap of bij zuigeling ? (Libbey J, 2005) –Mazelen, herpesvirussen, CMV, influenza, ….? Steyaert PHL

47 Vaccins & autisme Bevindingen: –Geen ! Hypothese: –A) gecombineerde vaccins overbelasten het immuunsysteem –B) mazelenvaccin leidt tot “leaky gut” –C) thymerosal (kwikverbinding) is een toxisch bewaarmiddel in vaccins Daarentegen: –Sommige levende virussen zijn erg schadelijk voor de hersenen. –Mazelen leidt vaak tot complicaties 47

48 Behandeling van autisme / A.S.S. 48

49 Geen “behandeling” naar herstel. Wel 1.Voorspelbaar en duidelijk maken van de omgeving: bvb. TEACCH 2.Stimulatie van ontwikkelingsgebieden: communicatie Sociale vaardigheden voorstellingsvermogen 3.secundaire problemen vermijden 49

50 TEACCH ZIE m/ Structureren van ruimte & tijd Routines Vaste associaties 50

51 Stimuleren & leren Applied Behaviour Analysis (ABA) –Bv. Early Intensive Behavioral Intervention (EIBI) –Kleine gedragselementen worden bekrachtigd, in erg gestructureerde omgeving Naturalistische gedragsinterventies: –Meer natuurlijke omgeving (klas, thuis) en langere interacties of gedrag met natuurlijke finaliteit wordt bekrachtigd. 51

52 Strategieën voor stimulatie van de communicatie: niet pratend Visuele ondersteuning –pictogrammen –foto’s –scenario’s van onderzoeken voorbereiden –Picture Exchange Communication System 52

53 Strategieën voor stimulatie van de communicatie: pratend Verbale ondersteuning van activiteiten bekrachtigen Aangepast taalgebruik –geen dubbele betekenissen of figuurlijk taalgebruik –opletten met grapjes –aut. kind begrijpt alles letterlijk: opgelet met sommige uitspraken... 53

54 Rekening houden met beperkt voorstellingsvermogen Grote voorspelbaarheid: –plannen en afspraken maken –niet plots afwijken van plan –routines inbouwen Plaatsen / procedures tonen, niet alleen over praten. 54

55 Begrijpen van gedragsproblemen 55 Sociale Wederkerigheid, communicatie Inflexibiliteit, Theory Of mind Centrale coherentie Executieve functies overprikkelbaarheid stereotypieën

56 Behandelen van gedragsproblemen Antecedent interventies –Bv. stimulus change procedures Consekwentie wijzigen –Afleiden –Bekrachtiging (pos., neg.) Let op: hoe duidelijk is de betekenis van de bekrachtiging? –Extinctie (bvb negeren) 56

57 Medicatie A. Symptoomgericht: –er is geen « medicatie voor autisme » –wel voor angsten / druk gedrag / impulsiviteit / stereotypieën / automutilatie /... 57

58 Antipsychotica Risperdal, Abilify, Zyprexa, Solian, … Vooral dempend effect op gedrag, affect en cognitie Mogelijke bijwerkingen: –sederend –gewichtstoename –Motorisch –Stofwisseling (vetzuren, glucose/insuline) –hormonaal 58

59 Antipsychotica Indicaties –Psychose –Overprikkelbaarheid –Ernstige angst, anders niet te verminderen –Tijdelijk: affect- en gedragsregulatie Opvolging –Jaar 1: 3-maandelijks: gewicht, BMI, bloed (glucose, vetzuren), bloeddruk –Daarna: jaarlijks deze onderzoeken 59

60 Anti-epileptica –meestal voor epilepsie –maar ook stemmingsregulerend (Tegretol, Depakine…) Antidepressiva –vooral SSRI ’s (Prozac, Seroxat…) –bij depressie –maar ook bij stereotypieën, dwanggedachten en - handelingen, automutilatie 60

61 Stimulantia (methylfenidaat) Ritaline, Concerta Bij ADHD bij A.S.S. –Opgelet: aandachtsstoornissen bij A.S.S. is niet noodzakelijk ADHD !!! –ASS+ADHD meer gevoelig voor sommige bijwerkingen: ??? Over-gefocust, emotionele labiliteit, somatische klachten… Contra-indicatie –niet bij denkstoornissen / psychotische kenmerken 61

62 Andere ADHD-medicatie: atomoxetine –Strattera (atomoxetine) Invloed op noradrenaline-systeem (SNRI) Werkt 24 / 7 Ander profiel van bijwerkingen dan methylfenidaat Effect vergelijkbaar met methylfenidaat 62


Download ppt "Autismespectrumstoornissen (ASS) Jean Steyaert 2013-2014 1."

Verwante presentaties


Ads door Google