De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Persoonlijke voornaamwoorden: hij/zij/het Hij heeft het druk. Zij heefthet druk. Het heeft het druk. Zij hebben.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Persoonlijke voornaamwoorden: hij/zij/het Hij heeft het druk. Zij heefthet druk. Het heeft het druk. Zij hebben."— Transcript van de presentatie:

1 Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Persoonlijke voornaamwoorden: hij/zij/het Hij heeft het druk. Zij heefthet druk. Het heeft het druk. Zij hebben het druk. (dus niet: hun hebben!) Het bedrijf is failliet. Het kon zijn rekeningen niet betalen. 1

2 Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Persoonlijke voornaamwoorden: hem/haar Kees heeft hem/haar gebeld voor een afspraak. 2

3 Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Bezittelijke voornaamwoorden: zijn/haar De moeder leest haar kinderen voor. De vader leest zijn kinderen voor. Het gebouw zijn muren moeten geverfd! Bij het-woorden gebruik je: zijn. Het gezelschap is met zijn gids vertrokken. Ik heb het gebouw met zijn dikke muren gefotografeerd. 3

4 Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Bezittelijke voornaamwoorden: zijn/haar De-woorden zijn mannelijk of vrouwelijk. Alle de-woorden zijn mannelijk, tenzij: 1 het woorden zijn die vrouwelijke personen of dieren aanduiden, 2 het woorden zijn met de volgende achtervoegsels: -heid, - nis, -schap, -de, -te, -ij, -erij, -arij, -ernij, -ing, -st, -ie, -tie, - logie, -sofie, -agogie, -iek, -ica, -theek, -teit, -iteit, -tuur, - suur, -ade, -ide, -ode, -ude, -age, -ine, -se, -sis, xis, -tis, -ea, -ee. (Leer deze zodat je ze herkent!) Voorbeeld: de regering haar besluiten 4

5 Hen of hun? HUN Zij nodigen al hun vrienden uit. = bezittelijk vnw. De directeur geeft hun een dagje vrij. = meewerkend vw. HEN Zij geven de sleutel aan hen. = na voorzetsel Hij nodigt hen uit voor zijn verjaardag. = lijdend voorwerp Hun kan nooit als onderwerp voorkomen! Zij hebben dat gedaan. 5


Download ppt "Stijl: hij/zij/het, hem/haar, zijn/haar Persoonlijke voornaamwoorden: hij/zij/het Hij heeft het druk. Zij heefthet druk. Het heeft het druk. Zij hebben."

Verwante presentaties


Ads door Google