De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OVER EEN REFLECTIEVE OMGANG MET BRONNEN IN HET ONDERWIJS IN GESCHIEDENIS EN CULTUURWETENSCHAPPEN Hanne Roose, Karel Van Nieuwenhuyse, Kaat Wils, Fien Depaepe,

Verwante presentaties


Presentatie over: "OVER EEN REFLECTIEVE OMGANG MET BRONNEN IN HET ONDERWIJS IN GESCHIEDENIS EN CULTUURWETENSCHAPPEN Hanne Roose, Karel Van Nieuwenhuyse, Kaat Wils, Fien Depaepe,"— Transcript van de presentatie:

1 OVER EEN REFLECTIEVE OMGANG MET BRONNEN IN HET ONDERWIJS IN GESCHIEDENIS EN CULTUURWETENSCHAPPEN Hanne Roose, Karel Van Nieuwenhuyse, Kaat Wils, Fien Depaepe, Lieven Verschaffel (KU Leuven), Griet Frère, Olivier Loquet, Walter Smits (Odisee), Koen Vandevenne, Ilse Van Hooydonck en Els Verlinden (UC Leuven-Limburg) VELOV – 26 februari 2015

2 Overzicht  1. Context project  2. Theoretisch kader  3. Structuur opleidingspakket  4. Inleidende oefeningen  5. Selectie bronnen  6. Contextualisering bronnen  7. Bevraging bronnen  8. Transferwaarde

3 1. Context project  Bronnen als cruciale toegang tot informatie in elk vak  De rol van leerkrachten die bronnen selecteren, er context bij voorzien en er vragen bij stellen  Uit onderzoek blijkt de instructiepraktijk bij bronnen een aandachtspunt

4 1. Context project kinderen-in-een-kooi-te-doden/ 15/02/2015, Douma (Syrië)

5 1. Context project Uit een lesobservatie: “Dat is een tekening, een gravure, die men gemaakt heeft en die men gebruikt om de slaven correct te stapelen. Daar was eigenlijk een hele denkwijze dat daarachter zat. Waarom heeft men dat op die manier gedaan?”

6 2. Theoretisch kader  1) Onderzoek naar bronnenomgang  Leerboeken  Lesobservaties  2) Opleidingspakket  Goede praktijk bronnenomgang  Voor studenten lerarenopleiding => Een brug tussen:  de academische discipline en het onderwijs  onderzoek en praktijk

7 2. Theoretisch kader  Aandachtspunt in de contextualisering:  Weinig contextinformatie bij de bron  Aandachtspunten in de bevraging:  Vaak als illustratie  Veel inhoudelijke bevraging  Historische methode  Weinig aandacht voor standpunt of doel van de maker, of voor de retoriek i.f.v. het doelpubliek  Weinig aandacht voor constructie van kennis

8 2. Theoretisch kader  Uit: Historia 5 (2008), p 197  “Om te bepalen in hoeverre een historische bron betrouwbaar, onpartijdig, volledig en dus ook bruikbaar is, moet je erg kritisch zijn.”

9 3. Structuur opleidingspakket  1) Inleidende oefeningen  2) Een stuk theorie met voorbeelden  3) Oefenmodule  Oefeningen op selectie  Oefeningen op contextualisering  Oefeningen op bevraging  Opbouw van beoordeling bestaand materiaal naar actief ontwerp  (Elektronische) feedback

10 4. Inleidende oefeningen Je geeft les over de Holocaust en gebruikt daarbij deze bron.  Welke contextinformatie zou je aan de leerlingen presenteren bij deze bron? Kies één contextinformatie uit.  Noteer in functie van welke doelstellingen je deze kiest. BRESLAUER, R., Beeldfragment uit de Westerbork- film, Westerbork, 19 mei 1944.

11 4. Inleidende oefeningen  1. Contextinformatie over Breslauer, een joodse gevangene in Westerbork => perspectief auteur  2. Over de zoektocht naar de identiteit meisje: niet joods, maar zigeuner => collectief geheugen  3. Over het wegvoeren van het meisje => inhoud  4. Over het moment vanuit getuigenis andere vrouw in zelfde wagon => inleving  5. Over de deportatie van zigeuners => illustratie

12 5. Selectie bronnen  Selectie i.f.v. lesdoelstellingen en een probleemstelling  In de praktijk: bronnen uit leerboeken  Bronnen vaak verknipt en gewijzigd

13 “Van een bewonderenswaardige gematigdheid en clementie gaf hij blijk zowel tijdens de burgeroorlog als na zijn overwinning. Terwijl Pompeius verklaarde dat hij allen die hun plicht jegens de staat verzaakten als vijanden zou beschouwen, maakte Caesar bekend dat neutralen en mensen die weigerden partij te kiezen als zijn aanhangers zouden gelden. (...) Ten slotte gaf hij op het eind van zijn leven aan allen, ook aan diegenen die hij nog geen vergiffenis had geschonken, toestemming terug te keren naar Italië en burgerlijke en militaire ambten te bekleden. (...) Toch wegen andere daden en uitspraken van hem zo zwaar dat men meent dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en dat hij terecht is vermoord. Het was hem immers niet genoeg buitensporige eerbewijzen te aanvaarden (het consulaat gedurende meerdere jaren aaneen, de functie van dictator voor het leven, het toezicht op de zeden, daarbij de voornaam Imperator, de titel Vader des Vaderlands, de plaatsing van zijn standbeeld tussen die van de koningen en een loge in de orchestra), hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te boven gaan: een gouden zetel in het senaatsgebouw en op de rechtbank, een wagen en een draagbaar voor gebruik bij de processie naar de Circus, tempels, beelden naast die van de goden, een godendivan, een flamen, een afdeling Luperci en de vernoeming van een maand naar hem. Er was geen overheidsfunctie die Caesar niet naar eigen willekeur voor zichzelf nam of anderen verleende. (...)” SUETONIUS, Keizers van Rome. Vertaling door DEN HENGST, D., Amsterdam, 2010.

14 5. Selectie bronnen Je ontwerpt een les voor cultuurwetenschappen rond de probleemstelling 'Hoe kan kunst politieke macht uitdrukken?' Hieronder vind je mogelijke bronnen (met bijhorende context) voor deze les.  Selecteer bronnen die bruikbaar zijn in functie van de probleemstelling. Leg ook uit waarom je deze bronnen kiest.  Selecteer bronnen die je minder/niet bruikbaar vindt om in deze les te gebruiken. Leg ook uit waarom deze bronnen niet bruikbaar zijn.

15 5. Selectie bronnen Bron 1: De spiegelzaal in het paleis van Versailles van Lodewijk XIV, de zaal waar ook het Duitse keizerrijk in 1871 werd uitgeroepen en in 1919 het Verdrag van Versailles getekend. Bron 2: De Steenkappers van Gustave Courbet uit 1849, door toeschouwers als socialistisch ervaren.

16 6. Contextualisering bronnen  Belang van een goed begrip van de bron  Kwaliteit primeert boven kwantiteit  Contextinformatie i.f.v. lesdoelstellingen

17 6. Contextualisering bronnen Hieronder vind je een voorbeeld van een secundaire bron. De contextualisering is beperkt: alleen auteur, plaats en jaartal worden weergegeven. Zoals in het theoretisch deel staat, moeten secundaire bronnen echter ook kritisch behandeld worden.  Ga op zoek naar contextinformatie over de auteur en zijn werk.  Toon met voorbeelden aan dat deze auteur ook schrijft vanuit een bepaalde achtergrond en eventueel met een bepaald doel. Bv. Gar Alperovitz (1965), Atomic diplomacy: Hiroshima and Potsdam, New York.

18 7. Bevraging bronnen Alternatieve bronnenbevraging:  Bevraging i.f.v. concrete lesdoelstellingen  Lesdoelstellingen gericht op redeneren met en over bronnen  Redeneren over bronnen:  Over de context  Aandacht voor taalgebruik en retoriek  Aandacht voor constructiekarakter geschiedenis  Multiperspectief  Vergelijken van bronnen over eenzelfde gebeurtenis

19 7. Bevraging bronnen  Uit Historia 6T (2009), p 33: “Beste vriend, De ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’-campagne zal dadelijk starten. Ik neem nog even het risico u te benaderen om een uitweg te zoeken. Mijn persoonlijke overtuiging is u bekend. Ik kan niets wat leeft, en zeker geen menselijk wezen, opzettelijk kwaad doen. Zelfs als die mij het grootst mogelijk onrecht aandoet. Daarom ben ik, ofschoon ik het Britse bestuur als een vloek beschouw, niet voornemens één enkele Engelsman te schaden. (…) Brief van Gandhi aan een Indiase onderkoning, 1930.”

20 7. Bevraging bronnen  Uit Historia 6T (2009), p 33: “Britse cartoon, Ondanks de oproep tot geweldloos verzet waren er tijdens de Zoutmars naar Dandi, een kustplaats aan de Indische Oceaan, toch regelmatig relletjes. Deze cartoon toont de visie van Britten op de houding van Gandhi tegenover deze rellen.”

21 7. Bevraging bronnen Selecteer vier bronnen: twee tekstuele en twee visuele, twee primaire en twee secundaire.  Voorzie per bron een lesonderwerp en een probleemstelling  Voorzie bij elke bron voldoende contextinformatie.  Formuleer per bron:  twee translatievragen  één inhoudelijke interpretatievraag  twee vragen die zinvol een aspect van redeneren over bronnen aan bod brengen

22 8. Transferwaarde Uit: Leerwerkboek Geogenie 1 (2014), p. 89 Voor het vak aardrijkskunde

23 Bedankt voor uw aandacht


Download ppt "OVER EEN REFLECTIEVE OMGANG MET BRONNEN IN HET ONDERWIJS IN GESCHIEDENIS EN CULTUURWETENSCHAPPEN Hanne Roose, Karel Van Nieuwenhuyse, Kaat Wils, Fien Depaepe,"

Verwante presentaties


Ads door Google