De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Sportletsels Statistieken, Chronische blessures, Wandelletsels & sportdranken & toegift.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Sportletsels Statistieken, Chronische blessures, Wandelletsels & sportdranken & toegift."— Transcript van de presentatie:

1 sportletsels Statistieken, Chronische blessures, Wandelletsels & sportdranken & toegift

2 Statistiek, oorzaken Sportletsels ontstaan veelal door geweld van buitenaf, hierin is onderzoek gedaan en geeft de volgende statistiek: Contact met andere spelersbijna 30% Verdraaien en verstappenbijna 30% Contact met spelmateriaal of accommodatie 20% Vallen en struikelenbijna 10% Overige oorzakenbijna 10%

3 Statistiek, welk letsel komt het meest voor Verstuiking30% Kneuzing, bloeduitstorting31% Spier of peesscheur10% Botbreuken17% Schaaf- en snijwonden6% Overige 6%

4 Statistiek, wat zijn de kansen op het krijgen van een sportblessure Direct beginnen met sporten zonder warming-up Slechte basis conditie (bijv. bij aanvang van het seizoen) Weers- en terreinomstandigheden Door vermoeidheid (einde van een wedstrijd of zware training) Tegen het einde van het seizoen, als er nog “prijzen te halen zijn” Met andere woorden: “verruwing van de sport”

5 Chronisch, tenniselleboog

6 Tenniselleboog, oorzaak De tenniselleboog is de meest voorkomende aandoening van de arm, oorzaak : – Langdurige overbelasting van de onderarmspieren (aan de bovenzijde) – Foute techniek in de sport

7 Tenniselleboog, de verschijnselen Pijn aan de buitenzijde van de elleboog en onderarm De pijn kan uitstralen naar de pols, handrug, bovenarm of schouder. Hef- en draaibewegingen, zoals: – een kopje vasthouden; – een hand geven; – deur openen; – afwassen kunnen extreem pijnlijk zijn.

8 Chronische werperelleboog

9 Werperelleboog, oorzaak Soms zit de irritatie aan de binnenste elleboogknobbel (golfarm of een werperelleboog) – Langdurige overbelasting van de onderarmspieren (binnenzijde) – Verkeerde techniek

10 Werperelleboog, verschijnselen Pijnklachten binnenzijde van de elleboogknobbel – Soms uitstralend naar de onderarm De klachten ontstaan bij: – Het buigen van de vingers en tegelijkertijd de pols bewegen in de richting van de handpalm – Onderhands iets oppakken doet klachten opwekken

11 EHBO I.C.E regel toepassen Koelen (meerdere keren per dag) Rustig houden Adviseren met sporten te stoppen Anders: Verergering van het letsel Langdurige herstel Doorverwijzen professionele hulp Aanleggen herinneringstape

12 Springbenen, springschenen

13 Springbenen- en schenen, verschijnselen Toenemende pijn aan de voorzijde van het scheenbeen Pijn neemt niet af door onbeweeglijke rust Alle bewegingen van de voet doen zeer Huid voelt warm aan Spieren zijn gezwollen en pijnlijk

14 Stressfractuur scheen- en of kuitbeen Oorzaak: continu belastingen gedurende een langere periode Kuitbeen (fibula) Scheenbeen (tibia)

15 Voorste compartimentsyndroom Opzwelling voorste scheenbeenspier – Toenemende druk in spierweefsel – Afname doorbloeding in spierweefsel – Zuurstof tekort

16 Achterste compartimentsyndroom Opzwellen achterste scheenbeenspier Hoge sprongbelasting (hardlopers) Bij het landen moet de spier (achterste scheenbeenspier) de klap opvangen (stabiliseren van de voet) Door anatomische bouw worden het kuitbeen en scheenbeen door de talus uit elkaar gedreven en de achterste scheenbeenspier houd ze bijeen

17 Scheenbeenirritatie (shinsplint) Oorzaak: – Overbelasting buigspieren van de voet en tenen Wat is het: – Irritatie van de botvlies-pees overgang van de buigspieren van de voet en tenen Verschijnselen: – Pijn en stijfheid binnenkant van het onderbeen op de achterrand van het scheenbeen

18 EHBO I.C.E regel toepassen Koelen (meerdere keren per dag) Rustig houden Adviseren met sporten te stoppen Anders: Verergering van het letsel Langdurige herstel Doorverwijzen professionele hulp

19 lopersknie Lopersknie (Runners knee) Wat is het: – Aantasting van het gewrichtskraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf Blessure komt veel voor bij: – Hardlopers – Duurlopers

20 Lopersknie, oorzaak Door: – Verkeerde looptechniek – Verkeerde stand van de voet Komen er verkeerde krachten op de knie te staan – Knieschijf volgt niet meer in de juiste baan

21 Lopersknie, verschijnselen Kraken bij het buigen en strekken van de knie Pijn Vochtvorming in de knie (vol gevoel in de knie) Pijn gaat weg in rust maar komt tijdens het lopen weer terug

22 Ziekte van Osgood-Schlatter Jongens tussen jaar / meisjes 8-13 jaar Overbelasting: aanhechting van de kniepees aan het scheenbeen (botweefsel nog niet volgroeid) Verschijnselen: – Pijn tijdens en na zware belasting – Pijn bij aanspannen van de dijbeenspier – Zwelling en drukpijn ter plaatse van de aanhechting van de kniepees – Beschadiging bot (röntgenonderzoek)

23

24 Eerste hulp Koelen – Bij klachten stoppen met sporten of training aanpassen – Rust – Massage – Patella bandje – Oprekken spieren

25 herinneringstapes Bij klachten achillespees Bij klachten van de pees van de knie Bij insertiepijnklachten (aanhechtingsplaats rondom de patella)

26 herinneringstapes Bij klachten aan de pees van de triceps & Biceps Bij de tenniselleboog Bij de speerwerperelleboog

27 Warming-up Doel: – Voorbereiden op een goede sportprestatie (hartslag, ademhaling, spierconditie) – Voorkomen van letsels (spieren op lengte brengen) Werkwijze: – Algemene losmakende oefeningen Looppas, huppelen, knie heffen – Rekoefeningen – Sportspecifieke oefeningen

28 Cooling-down Doel: – Bevordering herstel na het sporten Afvoeren melkzuur Verminder kans op flauwvallen (bloeddruk) Werkwijze: – Licht dynamische oefeningen (looppas) – Rustige ontspannen rekoefeningen

29 De (R).I.C.E. regel (R = Rest (rust/stoppen)) I = Immobilisatie (onbeweeglijk) C = Compressie (druk) E = Elevatie (hoog leggen) Deze RICE regel houdt in: Stopzetting van de sportactiviteit Onmiddellijk koelen met behulp van smeltend ijs, koud water, coldpack of coldspray Drukverband aanleggen Getroffen lichaamsdeel omhoog brengen gedurende 1e 48 uur

30 De (R).I.C.E. regel Doel: – Verdere beschadiging voorkomen – Zwelling beperken, inwendige bloeding beperken, pijnstilling Werkwijze: – Koelen gedurende minuten Vingers en tenen maximaal 5 minuten – Onbeweeglijk houden (niet belasten) – Drukverband aanleggen – Hoogleggen

31 De (R).I.C.E. regel, koelmiddelen IJs-blokjes – Vochtige tussenstof Cold-packs – Vochtige tussenstof Water – Denk om masserende werking – Temperatuur – Schoen aanhouden? Sprays – Techniek ! – Nadelen

32 Vraag? Hoe kun je een verzwikte enkel immobiliseren met bijvoorbeeld een driekante doek?

33 schaatsverband

34 Behandeling van blaren

35 Soorten wandel- of wrijvingsblaren Gesloten blaar Open blaar bloedblaar

36 Doel blaarbehandeling Een sporter of wandelaar zo comfortabel, veilig en verantwoord zijn sportieve activiteit te laten vervolgen. De behandeling van wandelblaren zelf is er op gericht om infectie en pijn te voorkomen.

37 De materialen (On)steriel gaas, Vette- of synthetische watten Kleefpleister, Wondpleister Huidontsmettingsmiddel, Wattenstaafje, Kamferspiritus Talkpoeder, Naaldencontainer Handschoenen,Afvalbak + zak Celstof matje, Krukje/stoel + stretcher Eerstehulpschaar, Hydrocolloïd verband Bloedlancet, Wasbenzine

38 Beoordelen van de wandelaar Controleer beide voeten. Informeer naar bijzondere situaties: Allergieën. Ziekten. Medicatie. Vraag: Gaat de wandelaar nog door met het evenement?

39 Prikken van de blaar, 1 Was je handen. Laat de wandelaar op de rug / buik liggen. Trek handschoenen aan. Inspecteer beide voeten. Reinig beide voeten met kamferspiritus.

40 Prikken van de blaar, 2 Desinfecteer de blaar en de omgeving. Prik de blaar aan 2 zijden. Verwijder het blaarvocht. Desinfecteer nogmaals. Handschoenen kunnen uit.

41 Blaarverband algemeen Bal van de voet: Gebruik 1¼ cm breed kleefpleister bij eerste banen tegen de tenen. Ga dan verder met 2½ cm breed kleefpleister. Hiel: Maak gebruik van 2½ cm breed kleefpleister. Als het niet glad te krijgen is, gebruik dan verder 1¼ cm. Laat een strook kleefpleister 50% overlappen met de vorige baan, naar de zijkanten toe mag er meer overlap zijn door de vorm van de voet.

42 Blaarverband hiel Gebruik kleefpleister 2½ cm. De stand van de voet moet in 90º staan. Begin bij de overgang achillespees / kuitspier. Laat het gewricht vrij van kleefpleister. Plak dakpansgewijs. Vermijd plooien: plak vanuit het midden. Laat de randen van de kleefpleister steeds verspringen. Wrijf de kleefpleisterranden dun in met wat talkpoeder.

43 Behandeling gesloten blaar, bal van de voet 1 Was je handen. Laat de wandelaar op de rug liggen. Trek handschoenen aan. Inspecteer beide voeten. Reinig beide voeten met kamferspiritus.

44 Behandeling gesloten blaar, bal van de voet 2 Desinfecteer de blaar en de omgeving. Prik de blaar aan 2 zijden. Verwijder het blaarvocht. Desinfecteer nogmaals. Handschoenen kunnen uit.

45 Blaarverband, bal van de voet Gebruik kleefpleister: Eerst 1¼ cm en daarna 2½ cm. Plak dakpansgewijs. Vermijd plooien: plak vanuit het midden. Plak zo snel mogelijk in een rechte lijn. Begin zo dicht mogelijk bij de tenen, volg de basis van de tenen. Laat de randen van de kleefpleister steeds verspringen. Wrijf de kleefpleisterranden dun in met wat talkpoeder.

46 Blaarbehandeling gesloten blaar, teen 1 Was je handen. Laat de wandelaar op de rug liggen. Trek handschoenen aan. Inspecteer beide voeten. Reinig beide voeten met kamferspiritus.

47 Blaarbehandeling gesloten blaar, teen 2 Desinfecteer de blaar en de omgeving. Prik de blaar aan 2 zijden. Verwijder het blaarvocht. Desinfecteer nogmaals. Handschoenen kunnen uit.

48 Blaarverband gesloten blaar tenen Gebruik ruime strook (15 tot 20 cm) vette watten. Splits deze strook. Vlecht de vette watten tussen de tenen. Splits de laag watten die boven de tenen uitsteekt. Vouw een helft over en een helft onder de tenen door. Trek heel voorzichtig de sok weer aan.

49 Open blaar

50 Open blaren moeten gezien worden door een arts of een verpleegkundige. Soms moet de verpleegkundige of arts de randen van de blaar bijknippen. Dek de blaar af met een (hydrocolloïd) tweedehuidverband (second kin).

51 Blaarverband open blaar Maak de huid vetvrij en droog. Knip een stukje hydrocolloïd rond, rand van minimaal 1 cm op de gezonde huid. Haal de beschermlaag van het verband. Breng het verband voorzichtig over de wond heen. Verwarm het verband gedurende 1 minuut. Verwijder de beschermfolie van de bovenkant. Plak daarna de blaar af zoals bij een gesloten blaar.

52 Open blaar, teen Na behandeling de open blaar eerst afdekken met (hydrocolloïd) tweedehuidverband Gebruik kleefpleister 1¼ cm. Breng een strookje kleefpleister aan over de top van de teen. Volg de vorm van de teen. Zorg dat de pleister glad zit. Knip overbodige kleefpleister bij de top weg. Plak dakpansgewijs in een rechte lijn, bedek minimaal de helft van de pleister. Plak de rest van de teen af; steeds verschuivend (stervorm). Wrijf de kleefpleisterranden dun in met wat talkpoeder.

53 Blaar op de teen en/of blaar op de bal van de voet Plak de teen altijd eerst af. Gebruik tussen de tenen eventueel een zwaluwstaartje.

54 bloedblaar Doorprikken van bloedblaren mag niet wanneer: de bloedblaar groter is dan 2 cm. de hulpvrager diabeet is of bloed verdunnende medicijnen gebruikt. In deze gevallen zal voor behandeling altijd doorverwezen moeten worden naar een arts.

55 Preventie vochtverlies

56 Ziekte van Weil Wat heeft dit met sport te maken?? Komt het nog voor? Inhoud: – Voorgeschiedenis – Iets over de ziekte

57 Ziekte van Weil Een kennis heeft meegedaan aan een survival cross. Zo’n cross gaat door onherbergzaam gebied. Natuurlijke- en aangebrachte obstakels zijn in het parcours aanwezig. In dit geval moesten er ook tal van sloten en plassen doorwaad worden. Mijn kennis werd weken later ziek. Ziek met algemene malaise en je denkt al gauw aan een “standaard griepje of verkoudheidje”. Niets om je druk over te maken. Maar de kennis bleef kwakkelen en besloot naar de huisarts te gaan.

58 Bij de arts Bij de arts in eerste instantie geen achterdocht. Na aanblijven van de klachten heeft de arts zijn anamnese nog eens goed en zorgvuldig overgedaan. Met als vervolg: uitgebreid laboratorium onderzoek. Conclusie: ziekte van Weil

59 Ziekte van Weil Vroeger de Rattenziekte genoemd. Wordt overgebracht door ratten. Zogenaamde vector ziekte. – Rat  urine van de rat in water  mens drinkt water – De bacterie dringt het lichaam binnen via slijmvliezen of open wondjes Verwekker = leptospirose bacterie

60 Ziekte van Weil, verschijnselen incubatietijd 1-3 weken. In 1 ste instantie: weinig ziekteverschijnselen. Later stadium: – Hoge koorts – Nierontsteking – Leverontsteking (geelzucht) – Rode ogen – Spierpijn kuiten – 5 tot 10% van de gevallen verloopt dodelijk

61 behandeling Antibiotica Soms nierdialyse De ziekte heeft een aangifte plicht (B-ziekte) bij het Ministerie van Volksgezondheid. Hierna is een contactonderzoek opgestart onder alle deelnemers van de survival cross. Dit waren bijna 300 mensen.

62 Vragen??


Download ppt "Sportletsels Statistieken, Chronische blessures, Wandelletsels & sportdranken & toegift."

Verwante presentaties


Ads door Google