De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 1 Cursus Kynologische Kennis 1 Erfelijkheidsleer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 1 Cursus Kynologische Kennis 1 Erfelijkheidsleer."— Transcript van de presentatie:

1 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 1 Cursus Kynologische Kennis 1 Erfelijkheidsleer (Genetica)

2 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 2 Eindtermen erfelijkheidsleer KK1 Kandidaat kent de algemene bouw van cellen en de basisprincipes van erfelijkheid. –K. kent de algemene bouw en functies van cellen en de celdeling. Celmembraan, kern, cytoplasma en celorganen. Lichaamsbouwstenen, stofwisseling, groei, voortplanting, bewegen en specialisatie. Meiose en mitose

3 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 3 –K. kent de basisprincipes van erfelijkheid Celdeling, doorgifte erfelijke eigenschappen Wetten van Mendel –K. kent terminologie en de betekenis hiervan met betrekking tot vererving Genotype, fenotype, homozygoot, heterozygoot, dominantie en recessiviteit, incomplete dominantie, mutaties, geslachtgebonden vererving. Eindtermen erfelijkheidsleer KK1

4 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 4 De cel Een cel bestaat uit: een klompje slijmerige vloeistof met daarin een aantal stoffen en kleine celstructuren (= celorganellen) waaronder de celkern; dit noemen we het protoplasma, omgeven door een celmembraan (semi-permeabel) Protoplasma = cytoplasma + kern

5 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 5 De cel (eenvoudig schema) Celmembraan Mitochondriën Kernmembraan Kern Lichaampje van Barr Nucleolus Centrosoma Chromatine- korrels

6 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 6 De dierlijke cel

7 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 7 De celmembraan Regelt: de opwekking van de energie aanvoer van brandstof en zuurstof de afvoer van afvalstoffen Celmembraan van dierlijke cellen twee lagen vetmoleculen + eiwitmoleculen Celmembraan van plantaardige cellen dikker celmembraan extra laag cellulose tweede verdikkingslaag bestaande uit: lignine kiezel

8 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 8 De celmembraan

9 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 9 Cytoplasma Bestaat uit: 75% water eiwitten, vetzuren, suikers, zouten, mineralen, en enzymen celorganellen (m.u.v. de kern) In het cytoplasma vindt metabolisme plaats: katabolisme verbranding (warmte), opwekken van energie o.a. in de vorm van adenosine-tri-phosphaat (ATP) anabolisme opbouw van stoffen b.v. eiwitten, enzymen enz.

10 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 10 (Cel)kern Regelt alle levensprocessen van de cel: stofwisseling (metabolisme) groei vermenigvuldiging specialisatie

11 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 11 (Cel)kern Onderdelen van de kern chromatinekorrels: bevat het erfelijk materiaal (eiwitten en desoxyribose-nucleic- acid (DNA)) lichaampje van Barr (alleen vrouwelijke dieren) nucleolus (kernlichaampje) Kernmembraan de kernwand is dubbelwandig met tal van kleine openingen t.b.v. uitwisseling informatie

12 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 12 Celorganellen Mitochondriën stofwisseling de in koolhydraten en vetten aanwezige energie overdragen aan ATP en zo ter beschikking stellen van energievragende reacties in de cel Golgi-apparaat afvoer afvalstoffen Lysosomen bevatten verteringsstoffen

13 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 13 Celorganellen Endoplasmatisch reticulum (ER) afweer van ziektekiemen en bacteriën (ruw ER) = met ribosomen; hier worden eiwitmoleculen samengesteld, onder invloed van RNA (glad ER) = zonder ribosomen; buisvormige vacuolen (= blaasjes) die vetten en vetachtige stoffen vormen Centrosoma bevat twee centriolen poollichaampjes in de cel nemen de leiding bij de celdeling

14 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 14 Celfysiologie Fysiologie taken en functie van het leven Celfysiologie vermogen tot stofwisseling (komt energie vrij) vermogen tot voortplanting door de celdeling bijv. 1 cel – 2 – 4 – 8 cellen enz. vermogen tot beweging bijv. zaadcel, spiercel, witte bloedlichaampjes vermogen tot specialisatie bijv. het ontstaan van diverse weefsels

15 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 15 Celdeling Amitose (directe celdeling) eencellige organismen bacteriën (plantaardig) protozoa (dierlijk) Mitose (indirecte celdeling) meercellige organismen planten dieren Meiose (reductiedeling) geslachtscellen (gameten)

16 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 16 Amitose

17 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 17 Mitose

18 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 18 Mitose eicel en spiercel

19 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 19Mitose Meiose

20 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 20 Vorming gameten Tetra-deling (= meiose gevolgd door mitose) 2 x 39 1 x 39 Meiose Mitose 39 = aantal paren chromosomen bij de hond

21 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 21 Uniformiteitsregel (gelijkvormigheidsregel) Bij een kruising van twee homozygote dieren, die in één eigenschap met elkaar verschillen, bezitten alle individuen van de F 1 -generatie hetzelfde uiterlijk (zijn fenotypisch gelijk). zuiver bruin ZUIVER ZWART x zuiver bruin = 100% ONZUIVER ZWART bb b b b b BB x bb Bb – Bb – Bb – Bb Wetten van Mendel (1e wet)

22 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 22 Dominantieregel Alle nakomelingen in de F1 zien er hetzelfde uit als de dominante ouder. Reciprociteitregel (omkeerregel) Bij een kruising maakt het niet uit welk dier de vader of de moeder is: bijv. of de vader zwart en moeder bruin is of de vader is bruin en de moeder zwart; de uitkomst is gelijk, de eigenschappen zijn reciproque t.o.v. elkaar. N.B. Bij geslachtsgebonden vererving gaat deze regel niet op.

23 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 23 Splitsingsregel –Bij inteelt van de F 1 -generatie ontstaat een F 2 -generatie, waarbij een splitsing van de eigenschappen is opgetreden in de verhouding 3:1 (1:2:1 is de verhouding genotypisch) 75% (3/4) van de individuen vertoont de eigenschap van de ene (dominante) grootouder 25% (1/4) van de individuen vertoont de eigenschap van de andere (recessieve) grootouder onzuiver zwart x onzuiver zwart  bxb=-b b- bb Bb x Bb = BB - Bb - Bb - bb 25%- 50%- 25%zuiverbruin 25% zuiver zwart - 50% onzuiver zwart - 25% zuiver bruin Wetten van Mendel (2e wet)

24 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 24 Onafhankelijkheidsregel Wanneer men twee individuen met elkaar kruist, die in meer dan één factor met elkaar verschillen, dan erven deze factoren onafhankelijk van elkaar over. (B = dominant zwart en b = recessief bruin (B = dominant zwart en b = recessief bruin) (S = dominant korthaar en s = recessief langhaar) bb P-generatie BBSS x bbss zuiver zwart-kortharig x zuiver bruin-langharig = BbSs - BbSs - BbSs - BbSs F 1 -generatie BbSs - BbSs - BbSs - BbSs dus 100% onzuiver zwart en onzuiver kortharig Wetten van Mendel (3e wet)

25 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 25 BSBs bSbSbSbS bsbsbsbs BSBBSSBBSs b BbSS b BbSs BsBBSs ss BBss b BbSs bss Bbss bSbSbSbS b BbSS b BbSs bbSS bbSs bsbsbsbs b BbSs bss Bbss bbSs bbss 3e wet van Mendel (dambord-schema) bb Bij inteelt van de F 1 -generatie naar de F 2- generatie (BbSs x BbSs) krijgt men:

26 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 26 fokzuiver zwart x fokzuiver zwart 100% fokzuiver zwart bruin fokzuiver bruin x fokzuiver bruin 100% fokzuiver bruin bruin fokzuiver zwart x fokzuiver bruin 100% fokonzuiver zwart fokonzuiver zwart x fokonzuiver zwart 25% fokzuiver zwart 50% fokonzuiver zwart 25% fokzuiver bruin Monohybride kruising 1

27 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 27 Monohybride kruising (2) fokzuiver zwart x fokonzuiver zwart 50% fokzuiver zwart 50% fokonzuiver zwart bruin fokzuiver bruin x fokonzuiver zwart 50% fokonzuiver zwart 50% fokzuiver bruin

28 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 28 Geslachtsbepaling Vrouwelijk chromosoom= X Mannelijk chromosoom = Y De combinatie bepaalt of het een mannelijk (XY) of vrouwelijk (XX) dier wordt. Dus XX – XX – XY – XY 50% teef en 50% reu Reu Gameten XY TeefTeef XXXXY XXXXY

29 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 29 Geslachtsgebonden eigenschappen Dit zijn eigenschappen waarvan het gen op de geslachtschromosomen ligt bijv. bloederziekte (hemofilie) of bij de mens kleurenblindheid. Vrouwelijke individuen:Vrouwelijke individuen: XX = gezonde teefXX = gezonde teef Xx = draagster gen bloederziekte (niet ziek)Xx = draagster gen bloederziekte (niet ziek) xx = bloederzieke teef (zeldzaam)xx = bloederzieke teef (zeldzaam) Mannelijke individuen:Mannelijke individuen: XY = gezonde reuXY = gezonde reu xY = bloederzieke reuxY = bloederzieke reu

30 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 30 Geslachtsbeperkte eigenschappen Genen, die deze eigenschappen bepalen, liggen op de normale chromosomen bij zowel de reu als de teef. Kunnen niet tot uiting komen door ontbreken van de doelorganen bij de reu of de teef, bijv.: Melkgift (niet bij de reu) Cryptorchisme/monorchisme (niet bij de teef) Nestverzorging (niet bij de reu)

31 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 31 Mutaties Spontane, sprongsgewijze, blijvende verandering in het erfelijk materiaal. 1.Gen-mutatie (erfelijk) A  a = verliesmutatie a  A = winstmutatie 2.Chromosoom-mutatie (erfelijk) breken van chromosomen; daarna wel of niet aanhechten van delen van het chromosoom 3.Genoom-mutatie (erfelijk) chromosomen vermeerderen zich 4.Somatische mutatie (niet erfelijk) mutatie in bepaalde lichaamscel(len)

32 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 32 Intermediaire vererving Bij intermediaire vererving hebben de beide genen invloed op het uiterlijk; er ontstaat a.h.w. een nieuwe eigenschap –Bijv.: blue merle

33 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 33 Intermediaire vererving blue merle x blue merle (Mm x Mm)  25% MM (wit) + 50% Mm (blue merle) + 25% mm (tricolour) tricolour x blue merle (mm x Mm)  50% mm (tricolour) + 50% Mm (blue merle) wit x blue merle (MM x Mm)  50% MM (wit) + 50% Mm (blue merle) wit x tricolour (MM x mm)  100% Mm (blue merle) MM (wit) noemen we “subletale erffactor”, d.w.z. geeft verminderde levensvatbaarheid. Dus ethisch niet verantwoord.

34 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 34 Incomplete dominantie Bij incomplete dominantie hebben de beide genen invloed op het uiterlijk. Bij incomplete dominantie zijn beide eigenschappen naast elkaar te herkennen bijv.: –gestroomd met masker

35 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 35 Incomplete dominantie Gestroomd x Geel met masker E br x E m 100% E br E m (gestroomd met masker) –Bij zowel de intermediaire vererving als de incomplete dominantie is de genotypische verhouding gelijk aan de fenotypische verhouding nl. 1 : 2 : 1. X =

36 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 36 Letale dominante factor Naakthond x Naakthond (Nn x Nn) Bij Nn x nn geen letale factor 50% Nn en 50% nn Ethisch! Niet Nn x Nn Nn = Naakthond nn = zgn. Powder-Puff NN = † (Letale dominante factor, worden vaak niet geboren) 25% NN - 50% Nn - 25% nn

37 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 37 Gebruik alleen maar die honden die de gewenste recessieve eigenschap laten zien. bb b Bijv. om alleen zuiver bb (lever) te krijgen GEEN zwarte (BB of Bb) honden gebruiken. Wegfokken van dominante eigenschappen

38 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 38 Wegfokken van recessieve eigenschappen Moeilijk, want we kunnen niet zien of de dominante eigenschap homozygoot of heterozygoot aanwezig is. b Bijv. een zwarte hond (BB of Bb) kan toch de recessieve factor bij zich hebben, dus blijven er altijd wel recessieve factoren uit rollen.

39 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 39 Aangeboren Bij de geboorte aanwezig; zegt niets over de vererving Allelenpaar Genen op een overeenkomstig locus, die tezamen een eigenschap bepalen Chromosoom Een draad in de celkern, samengesteld uit het basismateriaal DNA (= drager van de erfelijke eigenschappen) Crossing-over Het verbreken van de koppeling van genen, die op hetzelfde chromosoom liggen, door het breken van het chromosoom

40 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 40 Diploïd Cellen van organismen hebben in zijn algemeenheid een dubbele set chromosomen, één set van elk van beide ouders; zo'n cel noemt men diploïd Dominant Het ene gen overheerst het andere, bijbehorende gen op dezelfde locus F 1 / F 2 / etc. ( nakomeling; filium = kind ) F 1 - eerste generatie na P (kinderen; p = parens = ouder) F 2 - tweede generatie na P (kleinkinderen)

41 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 41 Fenotype Genotype + milieu = fenotype (= wat je ziet) Factorenkoppeling Afhankelijke vererving omdat de genen op hetzelfde chromosomenpaar liggen Gameet De geslachtscel (zaadcel of eicel); bevat de helft van het aantal chromosomen Gen De drager van een erfelijke eigenschap; een keten van genen vormt een DNA-molecuul

42 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 42 Genotype Het totale pakket van genen (alle erfelijke materiaal) van een individu, zonder beïnvloeding door het milieu Haploïd Een voortplantingscel (= gameet) heeft slechts één set chromosomen; dat heet haploïd Heterozygoot Ongelijkheid van de beide genen van een allelenpaar of (fok)onzuiverheid Homozygoot Gelijkheid van beide genen van een allelenpaar of (fok)zuiverheid

43 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 43 Intermediair Beïnvloeding van beide genen van een allelenpaar, zodanig dat een verzwakking optreedt van de ene en een versterking van de andere factor. Tussenvorm is zichtbaar (= a.h.w. een nieuwe eigenschap). Locus De plaats van een gen op een chromosoom Mutatie Spontane, sprongsgewijze, blijvende verandering in het erfelijk materiaal. Onvolkomen (incomplete) dominantie Beide genen van een allelenpaar hebben zichtbaar invloed op het fenotype (ook intermediair).

44 op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 44 P-generatie (p = parens) De ouders van een nest puppy’s Raszuiverheid Homozygotie in alle raskenmerken van het individu Recessief gen Wordt onderdrukt door dominant gen; kan pas tot uiting komen als allebei de ouders het recessieve gen doorgegeven hebben aan het dier Zygote Bevruchte eicel


Download ppt "Op Kynologisch Gebied in Nederland Raad van Beheer © Raad van Beheer 27 februarii 2008 Cursus KK1 GeneticaDia nummer 1 Cursus Kynologische Kennis 1 Erfelijkheidsleer."

Verwante presentaties


Ads door Google