De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SONDEVOEDING. Het doel van het toedienen van sondevoeding is het voorkomen van ondervoeding en het in stand houden van een goede voedingstoestand. Wanneer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SONDEVOEDING. Het doel van het toedienen van sondevoeding is het voorkomen van ondervoeding en het in stand houden van een goede voedingstoestand. Wanneer."— Transcript van de presentatie:

1 SONDEVOEDING

2 Het doel van het toedienen van sondevoeding is het voorkomen van ondervoeding en het in stand houden van een goede voedingstoestand. Wanneer er al sprake is van ondervoeding kan met sondevoeding deze toestand worden verholpen.

3 REDENEN Er zijn verschillende redenen voor het gebruik van sondevoeding. Bijvoorbeeld wanneer iemand niet goed kan slikken of zich verslikt ten gevolge van een ziekte, bestraling of operatie in het hoofd halsgebied of slokdarm.

4 Neussonde Een maagsonde is een lange dunne flexibele slang die door de neus in de maag wordt gebracht om voeding toe te dienen.

5 NEUS MAAGSONDE PEG catheter(Percutane Endoscopische Gastrostomie) Er wordt voor een PEG catheter gekozen als u voor langere tijd afhankelijk zult zijn van (volledige) sondevoeding. De PEG catheter wordt door middel van lokale verdoving en door een punctie in het buikwand te maken direct in de maag geplaatst.

6

7 Controle ligging neusmaagsonde Het is belangrijk om voorafgaand van het toedienen van de sondevoeding en/of medicijnen te controleren of de sonde nog goed in de maag ligt. Het stuk sonde die uit de neus komt langer is geworden, waardoor hij niet meer in de maag ligt Ook kan gecontroleerd worden of er maagsap kan worden opgetrokken. Dit doet u door een lege spuit op het kraantje te zetten en vervolgens de spuit op te trekken. Door het maagsap op te trekken weet u dat de sonde nog goed in de maag ligt. I Indien u geen maaginhoud terug krijgt, wil dit niet zeggen dat de sonde niet goed zit. De maag kan namelijk leeg zijn. U kunt dan lucht met een spuitje door de sonde spuiten, vaak voelt u tijdens het inspuiten van de lucht geborrel in de maag. Wanneer u dit niet voelt of hoort borrelen probeer het dan op uw zij. Als u tijdens het toedienen continu moet hoesten ligt de sonde niet meer in de maag maar komt uit in de luchtpijp. Stop dan direct de sondevoeding een neem contact op met afdeling KNO.

8 Wat is sondevoeding Sondevoeding is een dunne, vloeibare voeding en bevat alle voedingsstoffen die je dagelijks nodig hebt zoals koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines, mineralen en water.

9 Soorten sondevoeding Er zijn verschillende soorten sondevoedingen. U behandelend diëtiste regelt de sondevoeding die het beste bij u lichaamsbehoefte past. Zij zal u poliklinisch vervolgen en zo nodig de voeding aanpassen. Aan de hand van welke indicatie de sondevoeding gegeven wordt, mag er gegeten en gedronken worden hierover zal u behandelend arts beslissen.

10 Het bewaren van sondevoeding Als de verpakking ongeopend is, is deze houdbaar buiten de koelkast tot de houdbaarheidsdatum. Als een pack aangesloten is op de pomp, 24 uur. Geopend met de dop er op in de koelkast: 24 uur.

11 Toedienen van sondevoeding per spuit Deze vorm van toedienen wordt vaak toegepast wanneer u sondevoeding in porties moet krijgen. Bij deze manier van toedienen dient u sondevoeding toe via een spuit. Dit kunt u doen door met een 50 cc spuit sondevoeding op te trekken. U koppelt u de spuit aan het verbindingsstuk en u draait het kraantje zo dat de spuit in verbinding is met de sonde. Nu kunt u de spuit langzaam leegdrukken. Het is belangrijk om voldoende tijd te nemen voor deze handeling. Wanneer u de voeding te snel toedient kunt u last krijgen van maagkrampen en diarree. Neem per portie 5 minuten de tijd om deze per spuit toe te dienen. Afhankelijk van de grootte van de portie herhaalt u deze stappen tot dat de volledige portie is toegediend.

12 Hygiëne Was altijd uw handen voordat u begint met het verzorgen van de maagsonde of met het toedienen van sondevoeding. Zorg er voor dat u op een schone plek kunt werken, bijvoorbeeld een tafel of een aanrecht. Let op de uiterste houdbaarheidsdatum van de sondevoeding. Verwissel een pack sondevoeding nadat deze maximaal 24 uur heeft aangehangen, ook al is het pack nog niet leeg. Verwissel minstens 1 keer per 24 uur het sondevoedingssysteem, het toedieningskraantje en het afsluitdopje ( Spoel de sonde minimaal 4 tot 6 keer per dag door met ml kraanwater, bij voorkeur lauwwarm van temperatuur (Wanneer een pack al geopend is, maar niet aangesloten, dient deze afgesloten in de koelkast te worden bewaard. Het pack is dan maximaal 24 uur houdbaar

13 Verwisselen toedieningssysteem, het tussenkraantje en het afsluitdopje. Het toedieningssysteem, het tussenkraantje en het afsluitdopje dat aangesloten zit op de maagsonde/PEG dienen dagelijks verschoond te worden. Dit om te voorkomen dat het toedieningssysteem gaat verstoppen. Het toedieningssysteem, het tussenkraantje en het afsluitdopje kunt u het beste verwisselen wanneer u een nieuw pack sondevoeding gaat aanhangen.

14 Verzorging neus, mond en gebit De neusmaagsonde gaat via de neus, door de slokdarm naar de maag. Doordat de maagsonde via de neus gaat, kan het neusslijmvlies geïrriteerd raken. Wanneer het neusslijmvlies geïrriteerd raakt kunt u gebruik maken van een vaselinezalf die u op de binnenkant van het neusgat kunt aanbrengen. Daarnaast kunt u (zoals hierboven beschreven) de maagsonde op een andere plek vastplakken dan waar deze eerst zat. Verder is het aan te raden om de neus dagelijks te controleren op roodheid en/of beginnende wondjes. Wanneer er geen voedsel via de mond wordt ingenomen, worden de speekselklieren in de mond niet gestimuleerd tot het produceren van speeksel. Het speeksel heeft een beschermende taak ten aanzien van de mond

15 Neem daarom de volgende regels in acht: Poets bij voorkeur 3 keer per dag uw tanden of gebitsprothese en het tandvlees en gebruik hiervoor een zachte tandenborstel Eventueel spoelen met chloorhexidine mond- kaakspoeling Vet uw lippen in met vaseline

16 Neuspleister bij gebruik van een neusmaagsonde Een maagsonde wordt meestal op de neus bevestigd met een pleister, hierdoor blijft de maagsonde goed op zijn plek zitten. Door het uitdrogen van de pleister of door het inwerken van transpiratievocht en huidvet op de pleister kan de kleefkracht van de pleister afnemen. Om te voorkomen dat de neusmaagsonde uit de neus valt of dat de maagsonde verschuift is het belangrijk om ongeveer om de 3 dagen of na een douchebeurt de pleister te vervangen voor een nieuwe. Wanneer de pleister niet meer goed kleeft maar er zijn nog geen 3 dagen verstreken dient deze ook te worden vervangen.

17

18 Hoe verwisselt u een neuspleister? Leg de benodigdheden klaar (benodigdheden: pleister, eventueel vochtig gaasje of washandje) Knip de pleister af Fixeer de maagsonde op uw wang of bovenkleding om verschuiving te voorkomen, haal vervolgens voorzichtig de oude pleister los Verwijder eventueel oude pleisterresten met een washandje met koud water, droog vervolgens de neus goed af (u kunt in plaats van water ook wasbenzine gebruiken) laat het wel goed opdrogen, anders plakt de pleister niet goed

19 plak de nieuwe pleister op een iets andere plek op de neus dan de vorige pleister, dit voorkomt drukplekken Probeer de pleister zo te plakken dat de maagsonde mee kan bewegen bij iedere slikbeweging.

20 De verzorging van de eerste 7 dagen na het plaatsen van de PEG katheter Om infectie te voorkomen dient u de volgende regels in acht te nemen: De PEG katheter, indien gebruikt voor voeding en/of medicatie, dagelijks iedere 6 uur doorspuiten met 20 ml (lauw) leidingwater of voor en na het toedienen van sondevoeding en medicatie De PEG katheter zo min mogelijk bewegen zodat de fistelweg kan genezen U mag gedurende deze week niet in bad of douchen Indien nodig de huid rondom de PEG catheter reinigen met chloorhexidine en goed afdrogen Bij wondlekkage kan een splitgaasje onder het schildje worden gelegd De PEG katheter dient dagelijks tenminste 1 keer over 360 graden te worden geroteerd. (gedraaid)

21 Wat te doen bij Een verstopte voedingssondeMocht het zijn dat ondanks het dagelijks doorspoelen van de voedingssonde dat deze verstopt is of moeilijk doorgankelijk is, kunt u het volgende proberen: Neem een spuit van 10 cc en spuit met lichte druk lauwwarm water door de voedingssonde, herhaal dit zo nodig nog een keer Gebruik nooit koolzuurhoudend bronwater of frisdranken Als u de verstopping kunt zien, kan u proberen om de voedingssonde op die plek zachtjes te kneden. Als de verstopping dan los komt kunt u het doorspuiten met lauwwarm water.

22 Obstipatie Obstipatie betekend dat u langer dan 3 dagen geen ontlasting heeft gehad, tenzij dit uw normale ontlastingspatroon is. Mogelijke oorzaken van obstipatie kunnen zijn: Sondevoeding met te weinig vezels Te weinig vocht inname Te weinig beweging Medicijn gebruik. Indien u langer dan 3 dagen geen ontlasting heeft gehad en dit afwijkend is dan u normale ontlastingspatroon neem dan contact op met u behandelend diëtiste of (huis)arts.

23 Diarree Belangrijk bij diarree is dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het water kunt u door de voedingssonde geven, of als dat mag drinken. Indien de diarree langer dan 3 dagen aanhoudt, neem dan contact op met u (huis)arts of als u sinds korte tijd veranderd bent met u sondevoeding met uw behandelend diëtiste. Mogelijke oorzaken van diarree kunnen zijn: Te hoge toedieningssnelheid Te grote porties Te koude voeding Onhygiënisch bereiden en/of toedienen van de sondevoeding. Medicijn gebruik.

24 Misselijkheid en braken Het kan voorkomen dat indien u afwijkt van uw normale voedingsschema misselijkheid en braken kan optreden. Andere oorzaken kunnen zijn: Te koude voeding Verkeerde positie van de voedingssonde. Indien u veranderd bent met u voedingsschema neem dan contact op met u behandelend diëtiste. Zo niet neem dan contact op met uw (huis)arts.

25 Het uitvallen van de neusmaagsonde Het kan voorkomen dat de neusmaagsonde niet goed ligt of er uitgevallen is. Neem dan contact op met: Indien u bekend bent bij de thuiszorg de wijkverpleegkundige (Huis)arts Behandelend diëtiste.

26


Download ppt "SONDEVOEDING. Het doel van het toedienen van sondevoeding is het voorkomen van ondervoeding en het in stand houden van een goede voedingstoestand. Wanneer."

Verwante presentaties


Ads door Google