De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Werkcollege 3 Statistiek Matthijs Fleurke. 1 (1) a)We meten bij meerdere objecten tegelijkertijd 2 interval- of ratiovariabelen (bijvoorbeeld bij meerdere.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Werkcollege 3 Statistiek Matthijs Fleurke. 1 (1) a)We meten bij meerdere objecten tegelijkertijd 2 interval- of ratiovariabelen (bijvoorbeeld bij meerdere."— Transcript van de presentatie:

1 Werkcollege 3 Statistiek Matthijs Fleurke

2 1 (1) a)We meten bij meerdere objecten tegelijkertijd 2 interval- of ratiovariabelen (bijvoorbeeld bij meerdere proefpersonen de hartslag en bloeddruk). Deze waarnemingen kunnen we als punten in een spreidingsdiagram zetten. De correlatie geeft de mate aan waarin deze punten op een rechte lijn liggen. De correlatie loopt van –1 tot 1. Een waarde dichtbij de –1 wijst op een negatieve samenhang (dalende lijn), een waarde dichtbij de 1 wijst op een positieve samenhang (stijgende lijn) en een waarde dichtbij de nul wijst op geen samenhang. Je mag deze correlatiecoefficient berekenen als de 2 populatieverdelingen van de 2 variabelen waar je de correlatie van berekend normaal verdeeld zijn. Omdat je dit over het algemeen niet weet, kun je je gegevens plotten en kijken of er een normale verdeling uitkomt. Als je minder dan 25 gegevens hebt (waardoor je geen goed plaatje meer kunt maken) en je weet niet of de verdelingen normaal zijn, is deze correlatiecoefficient niet de juiste keuze.

3 1 (2) b)Hetzelfde als bij a), alleen kijken we nu niet naar de waarden van de variabelen zelf maar naar de rangschikking (dus de hoogste hartslag krijgt een 1, die daarna een 2 etc. en hetzelfde bij de bloeddruk). Deze correlatiecoefficient gebruik je als je die bij a) niet kan of mag gebruiken c)Als er sprake is van correlatie dan is het zinnig om door de puntenwolk een lijn te tekenen. De best passende lijn noemen we de regressielijn

4 2 (2) wiskunde (X)statistiek (Y)X2X2 Y2Y2 XY ∑ = 610∑ = 590∑ = 40074∑ = 37030∑ = 37922

5 2 (3)

6 2 (4) H 0 : ρ = 0 H 1 : ρ > 0 r = 0.76 n = 10 Nu kijken we in de tabel bij α = 0.01 en n = 10 voor eenzijdig toetsen. Daar vinden we een (kritieke) waarde Alle r-waarden groter dan zien we dus als verschillend van 0. r = 0.76 > 0.746, in kritieke gebied, dus H 0 verwerpen Conclusie: Er is voldoende reden om aan te nemen dat de correlatiecoefficient groter is dan 0.

7 3 (1)

8 3 (2) studentwiskundestatistiek rang wiskunde rang statistiekdd2d2 a b c d e F g Σ = 1 Methode: Spearman-rangcorrelatie want minder dan 25 waarnemingen Op dezelfde wijze als bij opgave 2: r s = 1 – 6 * 1 / (7 3 –7) = 0.98

9 3 (3) H 0 : ρ = 0 H 1 : ρ > 0 r = 0.98 n = 7 Nu kijken we in de tabel bij α = 0.01 en n = 7 voor eenzijdig toetsen. Daar vinden we een (kritieke) waarde Alle r-waarden groter dan zien we dus als verschillend van 0. r = 0.98 > 0.893, in kritieke gebied, dus H 0 verwerpen Conclusie: Er is voldoende reden om aan te nemen dat de correlatiecoefficient groter is dan 0.


Download ppt "Werkcollege 3 Statistiek Matthijs Fleurke. 1 (1) a)We meten bij meerdere objecten tegelijkertijd 2 interval- of ratiovariabelen (bijvoorbeeld bij meerdere."

Verwante presentaties


Ads door Google