De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PST-training na een CVA: (hoe) werkt het? R o t t e r d a m N e u r o r e h a b i l i t a t i o n R e s e a r c h RoNeRes Marieke M. Visser, MSc.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PST-training na een CVA: (hoe) werkt het? R o t t e r d a m N e u r o r e h a b i l i t a t i o n R e s e a r c h RoNeRes Marieke M. Visser, MSc."— Transcript van de presentatie:

1 PST-training na een CVA: (hoe) werkt het? R o t t e r d a m N e u r o r e h a b i l i t a t i o n R e s e a r c h RoNeRes Marieke M. Visser, MSc

2 Overzicht  Achtergrond van het onderzoek  Wat is Problem Solving Therapy (PST)?  Resultaten van het onderzoek RCT effectiviteit PST Patiënt tevredenheid

3 Achtergrond CVA in Nederland: CVA patiënten per jaar Ruim 3% totale kosten gezondheidszorg (Evers et al., 1997) Mortaliteit na CVA 30%, zal afnemen waardoor morbiditeit zal toenemen (Vaartjes et al., 2009) Bijna 50% van de CVA patiënten ervaren gevolgen die resulteren in een verlaagde kwaliteit van leven (Evers et al., 1997)

4 Kwaliteit van Leven World Health Organization: Quality of life = Individuals’ perceptions of their position in life in the context of the culture and value systems in which they live and in relation to their goals, expectations, standards and concerns (WHOQOL Group, 1998) Utility scores na CVA: Sturm, 2004; Mittmann, 1999 CVA patiënten Gezonde populatie 01

5 Kwaliteit van Leven Kwaliteit van Leven Functionele beperkingen Coping Depressie Geslacht Leeftijd Sociaal- economische status

6 Kwaliteit van Leven en revalidatie Revalidatie-fase na CVA interessant:  Coping strategieën veranderen Revalidatie behandeling na CVA:  Kwaliteit van Leven stijgt Terugkeer naar huis is lastige periode:  Kwaliteit van Leven daalt Positieve gedrags-strategie: ‘problem solving’ Hopman, 2003; Ch’ng, 2008

7 Coping – problem solving Coping = cognitieve en gedragsmatige inspanningen om met stressvolle situaties en de bijbehorende emoties om te gaan Problem solving = proces van het vinden van oplossingen voor specifieke problemen  Problem solving = een coping proces  Coping ≠ problem solving Problem solving is gerelateerd aan depressie en kwaliteit van leven Larazus, 1984; D’Zurilla, 1995; Eskin, 2014; McCormick, 2014

8 Interventie Interventie op coping strategieën bij TBI patiënten blijkt psychologisch functioneren te beïnvloeden (Backhaus et al., 2010) Training: inzicht vergroten en vaardigheden leren om problemen actief op te lossen Problem Solving Therapy (PST) eerder succesvol toegepast PST bij CVA patiënten resulteerde in lagere incidentie depressie (Robinson et al., 2008)

9 Overzicht  Achtergrond van het onderzoek  Wat is Problem Solving Therapy (PST)?  Resultaten van het onderzoek RCT effectiviteit PST Patiënt tevredenheid

10 Problem Solving Therapy Cognitieve therapie, gebaseerd op algemeen model voor omgaan met stress:  (Nezu et al., 1989) Doel PST: verbeteren vaardigheden voor het omgaan met de stressvolle dagelijkse problemen na een CVA Chronische aandoening Stressvolle dagelijkse problemen Psychologische stress en depressieve gevoelens

11 Rationale Het gaat om het aanleren van probleemoplossende vaardigheden: coping-strategieën  Hierdoor zal het gevoel van de deelnemer positief veranderen Stop en denk!  Flexibiliteit in coping-strategieën Algemene cognitieve interventietechnieken + denk!

12 Interventie: Problem Solving Therapy 8 sessies 1 keer per week 1,5 uur per sessie 3-6 deelnemers 1 neuropsycholoog Wat is de meerwaarde van de psycholoog bij PST?  PST is meer dan protocol volgen  Belangrijk voor proces  Cognitieve interventietechnieken

13 Open groep design Voordelen Patiënten hoeven niet te wachten Patiënten ervaren het delen van ervaringen als positief Ruimte voor interactie met andere patiënten Makkelijk organiseren en implementeren in dagelijkse praktijk Voorwaarden Minimum aantal geschikte patiënten Continue instroom patiënten Tijd Patiënt 1 Patiënt 2 Patiënt 3 Patiënt 4

14 Opbouw/agenda sessie 1.Welkom nieuwe groepsleden / bespreken agenda / terugblik op vorige sessie 2.Uitwisselen van ervaringen (‘sharing’) 3.Uitleggen van het model 4.Toelichten van 1 van de 4 stappen van het model 5.Toepassen van het model op een situatie van één/meer deelnemers 6.Bespreken voorbereiding volgende keer

15 Model 1.Probleemdefinitie & Doelen stellen  Wat is het probleem, en welk doel wil ik halen? 2.Oplossingen verzinnen  Welke oplossingen kan ik bedenken? 3.Oplossingen kiezen  Wat zijn de voor- en nadelen van elke oplossing, en welke oplossing kies ik? 4.Uitvoeren & Evalueren  Is mijn doel bereikt, en wat doe ik als de oplossing gelukt is?

16 Sessie 1: Probleemdefinitie & Doelen stellen Wat is het probleem, en welk doel wil ik halen? Probleemdefinitie = correct verwoorden van het probleem  Concreet uitvragen: Wat is er precies aan de hand? Waarom is dit een probleem? Wie is erbij betrokken? Wanneer speelt het probleem? Onderscheid feit – interpretatie!

17 Sessie 1: Probleemdefinitie & Doelen stellen Doelen stellen: S pecifiek: is het doel concreet en duidelijk omschreven? M eetbaar: wanneer is het doel gehaald? A cceptabel: ben ik gemotiveerd om het doel te halen? R ealistisch: is het doel haalbaar? T ijdgebonden: wanneer moet het doel bereikt zijn? Doel omvat meer dan probleemdefinitie Korte vs. lange termijn Opsplitsen subdoelen

18 Sessie 2: Oplossingen verzinnen Welke oplossingen kan ik bedenken? Brainstormen: We worden vaak gehinderd door onze ratio (bv: niet haalbaar, werkt niet) We zijn geneigd vorige oplossingen opnieuw te gebruiken We kiezen vaak de eerste oplossing die opkomt (‘jumping to solutions’): meestal niet de beste Combineren oplossingen levert meer op

19 Sessie 2: Oplossingen verzinnen Alternatieve oplossingen: Beschouw oplossingen niet gelijk kritisch, maar schrijf ze op Combineer verschillende oplossingen met elkaar Bedenk hoe een ander het probleem zou oplossen Maak variaties op een gevonden oplossing Gebruik je fantasie

20 Sessie 3: Oplossingen kiezen Wat zijn de voor- en nadelen van elke oplossing, en welke oplossing kies ik? Oplossingen tegen elkaar afwegen Oplossing worden vaak intuïtief gekozen Emoties kunnen hier belangrijke rol spelen  Cognitieve technieken om gevoel met bijbehorende gedachte uit te dagen

21 Sessie 3: Oplossingen kiezen Twee vragen bij afweging oplossingen: 1.Gaat het lukken, en ga je het doen?  Aandacht voor emoties 2.Wat levert het je op, en zie je ook problemen bij deze oplossing?  Pro-actieve coping Tabel maken met + en -  Rationeel en emotioneel logische keuze Korte- versus lange termijn gevolgen Achterliggende cognities

22 Sessie 4: Uitvoeren & Evalueren Is mijn doel bereikt, en wat doe ik als de oplossing gelukt is?  Problemen oplossen vaak circulair proces Gekozen oplossing sluit niet altijd aan op probleem Onvoorziene omstandigheden Evalueren oplossing: Welke doelen zijn bereikt? Welke consequenties zijn er opgetreden? Is er iets blijven liggen?

23 Sessie 4: Uitvoeren & Evalueren Beloning: bekrachtigt gestructureerde manier van werken Hoeft niet altijd geld te kosten  Vb: Koffie, uitslapen, film, … Verzinnen ervan = oefenen brainstormen Hoeft niet direct gegeven te worden Spaarsysteem: kleine beloningen opsparen

24 Voorbeeld 1. Probleemdefinitie & Doelen stellen Probleem: Terugkeer naar werk lastiger dan gedacht, durft dit niet aan te kaarten bij leidinggevende Doel: Assertief zijn naar leidinggevende 2. Oplossingen verzinnen -Ga een training volgen -Vertel gewoon aan je baas hoe je je voelt -Oefen het gesprek in rollenspel -Volg een cursus zelfverdediging -… 3. Oplossingen kiezen Oefenen in rollenspel, training voor later 4. Uitvoeren & Evalueren Doel behaald: Belonen Doel niet behaald: Terug naar een van de vorige stappen

25 Overzicht  Achtergrond van het onderzoek  Wat is Problem Solving Therapy (PST)?  Resultaten van het onderzoek RCT effectiviteit PST Patiënt tevredenheid

26 Doel studie Primair Is PST een effectieve groepstherapie ter verbetering van coping strategie en kwaliteit van leven bij CVA patiënten? Secundair Depressie Sociale participatie Cognitief functioneren Zorgconsumptie  kosteneffectiviteit

27 Studie design Pragmatische Randomised Controlled Trial (RCT) 1 jaar follow-up Metingen: voor interventie, na interventie, na 6 maanden, na 12 maanden T0 T1 Standard care + PST Standard care T2 T3

28 Studie populatie Inclusie criteria CVA jaar In de poliklinische behandelfase Voldoende belastbaar Exclusie criteria Progressief neurologische stoornissen Levensverwachting < 12 maanden Subdurale hematomen Drugs-/alcohol misbruik Matig tot ernstige afasie Onvoldoende begrip Nederlandse taal

29 Resultaten RCT Deze volgen nog…

30 Patiënten evaluatie – Tevredenheidsonderzoek Onderzocht m.b.v. vragenlijst:  Cijfer  Multiple choice vragen: Inhoud van de interventie Begeleiding van de bijeenkomsten Groep waarin werd deelgenomen Invloed van de interventie  Open vragen

31 Patiënt evaluatie Cijfer: 7.4 (SD=1.0) 80% beoordeelde de training als nuttig en leerzaam 95% beoordeelde de begeleiding goed 82% beoordeelde de groep als prettig en behulpzaam 60% maakten in het dagelijks leven gebruik van de trainingen 96% patiënten zouden deze training aanraden bij andere patiënten na een beroerte

32 Patiënt evaluatie: open vragen  Gemist tijdens training: Meer deelnemers aan de groep Meer tijd voor het uitwisselen van ervaringen Meer voorbeelden om mee te werken  Genoemde pluspunten: Kleine groep, veel individuele aandacht Prettig om ervaringen van anderen te horen: herkenning Vaardigheden om problemen op eigen kracht op te lossen

33 Bedankt voor uw aandacht! Projectgroep: Marieke Visser, M.H. Heijenbrok-Kal, PhD A. van ‘t Spijker, PhD J.J.V. Busschbach, PhD G.M. Ribbers, MD, PhD Financiële ondersteuning:


Download ppt "PST-training na een CVA: (hoe) werkt het? R o t t e r d a m N e u r o r e h a b i l i t a t i o n R e s e a r c h RoNeRes Marieke M. Visser, MSc."

Verwante presentaties


Ads door Google