De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Operationaliseren n Definiëren n Operationaliseren n Betrouwbaarheid, Validiteit en Bruikbaarheid.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Operationaliseren n Definiëren n Operationaliseren n Betrouwbaarheid, Validiteit en Bruikbaarheid."— Transcript van de presentatie:

1 Operationaliseren n Definiëren n Operationaliseren n Betrouwbaarheid, Validiteit en Bruikbaarheid

2 Achtergrond + Formulering Vraagstelling(en) Resultaten Theorie + begrippen Defi nië- ren ope ratio na lise ren Variabelen Uitspraken over relaties tussen variabelen Data verzamelen > Analyseren Hypothesen bevestigd of verworpen? gene- rali- seren Theoretische interpretatie Hypothesen

3 Achtergrond + Formulering Vraagstelling(en) Resultaten Theorie + begrippen Defi nië- ren ope ratio na lise ren Variabelen Uitspraken over relaties tussen variabelen Data verzamelen > Analyseren Hypothesen bevestigd of verworpen? gene- rali- seren Theoretische interpretatie Hypothesen inductie deductie toetsing evaluatie

4 Definiëren van begrippen uit vraagstelling vraag- stelling algemene begrippen defi nië ren DEFINIËREN = het aangeven van de betekenis van een begrip door een korte, bondige en ondubbelzinnige omschrijving Van vraagstelling naar onderzoeksvragen

5 Vraagstelling en te definiëren begrip(pen) Definitie discriminatie: het ongelijk behandelen van personen of groepen op basis van kenmerken die in de gegeven situatie niet relevant moeten worden geacht (Bovenkerk & Breuning-van Leeuwen, 1978 ) In hoeverre wordt de gedragsregel (geen medewerking aan discriminatie) door de Nederlandse uitzendbureau’s nageleefd?

6 Definiëren n Wat? Bepaalde begrippen! n Wie? Steekproeftrekking van bepaalde eenheden: doelpopulatie waarover je uiteindelijk uitspraken wilt doen en/of conclusies trekken! n Waar en wanneer? Locatie en tijd!

7 Operationaliseren van omschreven begrippen OPERATIONALISEREN= concreet waarneembaar/meetbaar maken van omschreven begrippen uit vraagstelling naar onderzoeksvragen en/of hypotheses naar waarnemingen

8 Operationaliseren Begrippen Van vraagstelling naar onderzoeksvragen naar waarnemingen of metingen n GEMETEN VARIABELEN: waarneembare kenmerken, n bv. opleiding of n WAARDEN: omschreven categorieen van variabelen n bv. universiteit, hoger beroepsonderwijs, ……

9 Operationaliseren van begrippen n Een bepaald begrip wordt waarneembaar gemaakt via meetinstrumenten n Meerdere vragen of items = variabelen n Met dezelfde of soortgelijke waarden > n Schalen n Parallelle operationalisaties

10 Voorbeeld: relatie tussen opleidingsniveau en de houding tegenover etnische minderheden ALGEMENE UITSPRAKEN (EMPIRISCH) Etnische groepen die met elkaar concurreren om schaarse goederen, hebben een negatieve houding tegenover elkaar. AANNAME 1 leden van etnische groepen die in soortgelijke situaties verkeren beschouwen elkaar als concurrenten AANNAME 2 laag opgeleide autochtone Nederlanders verkeren in dezelfde situatie als allochtone etnische groepen PREMISSEN SPECIFIEKE UITSPRAAK OF HYPOTHESE: laag opgeleide Nederlanders hebben een negatievere houding tegenover allochtone etnische groepen dan hoog opgeleiden CONCLUSIE

11 Relatie tussen opleidingsniveau en houding tegenover etnische minderheden n Theorie > hypothese: verband > n Hoe lager het opleidingsniveau van een persoon, des te negatiever die persoon is over minderheden n Variabele: opleidingsniveau n Waarden: basisschool, mavo, havo, vwo, mbo, hbo, universiteit n Variabele: houding tegenover minderheden n Waarden: helemaal negatief, …helemaal positief

12 Houding tegenover minderheden > bezwaar tegen sociaal contact > variabelen n Wat zou u er van vinden wanneer er…. n asielzoekers naast u zouden komen wonen? n asielzoekers in uw straat zouden komen wonen? n asielzoekers in uw buurt zouden komen wonen?

13 Waarden van de variabele: bezwaar tegen sociaal contact n Zou u daar …….. n heel veel bezwaar tegen hebben =4 n wel wat bezwaar tegen hebben=3 n geen bezwaar tegen hebben =2 n of helemaal geen bezwaar tegen hebben?=1 n 3 variabelen met 4 waarden = scores van…. n 3 * 1 = 3=helemaal geen bezwaar n.. n 3 * 4 =12= heel veel bezwaar

14 Kwaliteitscriteria n BETROUWBAARHEID= waarnemingen zijn nauwkeurig, stabiel en niet willekeurig: waarnemingen vrij van toevallige fouten n VALIDITEIT= waarnemingen van die aspecten van verschijnselen waarop vraagstellingen betrekking hebben: waarnemingen vrij van systematische fouten n BRUIKBAARHEID=onderzoek levert kennis die bruikbaar is voor beslissingen

15 Kort maar krachtig: n Betrouwbaar meten: steeds dezelfde aspecten op dezelfde wijze meten n (toevallige fouten vallen tegen elkaar weg: geen probleem) n Valide meten: steeds de juiste aspecten meten en geen andere n (niet-toevallige, systematische fouten leiden tot vertekening: ernstig probleem)

16 Betrouwbaarheid n BETROUWBAARHEID= n nauwkeurig, stabiel en niet willekeurig: waarnemingen zijn vrij van toevallige fouten HERHAALDE METINGEN (test-hertest) MEERDERE WAARNEMERS (intercodeurstest) PARALELLE OPERATIONALISERINGEN (test-paralleltest) overeenstemming = betrouwbaarheid

17 Validiteit n VALIDITEIT= waarnemingen vrij van systematische fouten Elke keuze voor een bepaalde waarneming moet passen bij de onderzoeksvragen: WAARNEMEN WAT JE MOET WAARNEMEN OPLEIDING IS GEEN INKOMEN NEGATIEVE HOUDING TEGENOVER ETNISCHE MINDERHEDEN IS GEEN MUZIEKKEUZE

18 Soorten validiteit n (op het eerste gezicht validiteit) n Inhouds validiteit: via experts n Soortgenoot validiteit: via soortgenoten n Convergente validiteit: via diverse metingen n Construct-, of begrips validiteit: via diverse soortgenoten n Predictieve validiteit: via voorspellingen n Populatie validiteit n Ecologische validiteit

19 Inhoudsvaliditeit n In hoeverre zijn wetenschappelijke experts het onderling eens dat n de vragen die gesteld worden of n de waarnemingen die gedaan worden n geldig zijn voor het sociale verschijnsel? n = intersubjectiviteit door discussie! n = geen ‘face validity’ want zonder experts!

20 Negatieve houding tegenover minderheden > bezwaar tegen sociaal contact > variabelen n Wat zou u er van vinden wanneer er…. 1asielzoekers naast u zouden komen wonen? 2asielzoekers in uw straat zouden komen wonen? 3asielzoekers in uw buurt zouden komen wonen? n Zou u daar heel veel bezwaar tegen hebben, wel wat bezwaar tegen hebben, geen bezwaar tegen hebben of helemaal geen bezwaar tegen hebben?

21 Soortgenoot validiteit n In hoeverre zijn wetenschappers het onderling eens dat n oude vragen/waarnemingen n soortgenoten zijn van n nieuwe vragen/waarnemingen? n intersubjectiviteit door discussie!

22 Negatieve houding tegenover minderheden > bezwaar tegen sociaal contact > variabelen n Oud: wat zou u er van vinden wanneer er…. 1gastarbeiders naast u zouden komen wonen? 2gastarbeiders in uw straat zouden komen wonen? 3gastarbeiders in uw buurt zouden komen wonen? n Nieuw: Wat zou u er van vinden wanneer er…. 1asielzoekers naast u zouden komen wonen? 2asielzoekers in uw straat zouden komen wonen? 3asielzoekers in uw buurt zouden komen wonen?

23 Convergente validiteit n In hoeverre leiden n verschillende vragen/waarnemingen n tot (nagenoeg) dezelfde resultaten? n Bv. mondelinge versus schriftelijke vragen! n Intersubjectief vast te stellen: antwoorden of scores vergelijken!

24 Construct validiteit n In hoeverre gaan theoretische verwachtingen op in de empirische werkelijkheid? n Is er samenhang tussen antwoorden op bepaalde vragen (negatieve houding tegenover minderheden) met antwoorden op de andere vraag (de hoogst voltooide opleiding)? Ja! Samenhang > Construct validiteit! Nee!Meting niet geldig? Theorie verwerpen?

25 Predictieve validiteit n In hoeverre leiden test-resultaten tot geldige voorspellingen? n Citoscores (>545) >>>> VWO! n VWO >>>> WO! n Wie had er een citoscore > 545?

26 Externe validiteit : populatie of ecologische validiteit waarn.- uitspraak BEVINDEN gene- rali- seren algemene uitspraak onderzoeks- uitspraak Als de onderzoeks- uitspraak klopt voor de onderzochte populatie, geldt deze dan ook voor een andere populatie? Mag deze gegeneraliseerd worden naar een algemenere uitspraak die ook geldt in andere omstandigheden?

27 Bruikbaarheid BRUIKBAARHEID= onderzoek levert kennis die bruikbaar is voor beslissingen van belang voor praktijkgericht onderzoek én maatschapp. relevantie fundamenteel onderzoek

28 Criteria op volgorde BETROUW- BAARHEID VALIDI- TEIT BRUIKBAAR -HEID = voorwaarde =


Download ppt "Operationaliseren n Definiëren n Operationaliseren n Betrouwbaarheid, Validiteit en Bruikbaarheid."

Verwante presentaties


Ads door Google