De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Pascal Tuteleers Colloquium Sociale Activering POD MI Vrijdag 10 oktober 2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Pascal Tuteleers Colloquium Sociale Activering POD MI Vrijdag 10 oktober 2014."— Transcript van de presentatie:

1 Pascal Tuteleers Colloquium Sociale Activering POD MI Vrijdag 10 oktober 2014

2 “ het willen bezinnen over sociale activering en het aandacht willen besteden aan het begeleiden van OCMW-gerechtigden die niet arbeidsgeschikt zijn om gezondheids- en/of billijkheidsredenen” en “het sensibiliseren voor het belang van activering (en sociale innovatie) in het kader van de armoedebestrijding en sociale uitsluiting" Vandaar: klemtoon van mijn lezing zal liggen op (1) sociale activering (en niet op arbeidsmarktgerichte activering), (2) op de manier van begeleiding in het kader van sociale activering

3 Concreet betekent dit dat ik zal stilstaan bij de sociale activeringspraktijk (inclusief een aantal vuistregels) en dat ik het maatschappelijk debat zal trachten mee te nemen in de discussie over de sociale activeringspraktijk (link met armoedebestrijding en sociale uitsluiting)

4 “Eventueel” ? “Deze hoogleraar heeft een eenzijdige visie op sociale activering. Tutteleers legt de nadruk op het slachtoffer -en het rechtendiscours, niet op het plichten- en het verantwoordelijkheids- discours. Voor Tutteleers is toeleiding naar tewerkstelling van de doelgroep eerder bijkomstig,.... De opvattingen van Tutteleers sluiten niet aan bij de gangbare maatschappelijke opvattingen" (citaat uit open brief aan waarnemend burgemeester van middelgrote Vlaamse stad (december 2010)

5 Pleidooi voor de rijkdom en meerwaarde van een verbreding van de (beleidsvisie) op activering: meer dan enkel (eenzijdige) arbeidsmatige activering van de onderste lagen van de bevolking Zich de vraag stellen welke normaliteitsnorm besloten ligt in de analyse waarop een activeringsbeleid zich baseert Valt niet te reduceren tot een sociale technologie (zorg en engagement in de concrete situatie) Activerend naar sociaal werkers en naar beleidsmensen toe (overbodig voor wie?)

6 Een tegen-verhaal: Het is door het respecteren van mensen die niet langer gehoord worden dat men mensen responsabiliseert (cf. sociale grondrechten en het democratiseringsverhaal). Het boek is dan ook een pleidooi voor meer erkenning vanuit het beleid van de uniciteit van iedere levensloop in de sociale activeringspraktijk, in plaats van de abnormaliteit van de doelgroep te benadrukken, en van de rijkdom aan diversiteit van doelgroepen van sociale activering. En dit overstijgt de loutere pragmatische discussie van 'meer geld en middelen'. Ik vroeg met andere woorden tijd en ruimte aan beleidsmensen (en het sociaal werk) om de doelgroep positief te kunnen (blijven) benaderen, om 'echte' verhalen te kunnen (blijven) verzamelen en ermee aan de slag te kunnen gaan....ook als dit niet altijd mooi past binnen organisatorische en bureaucratische logica's.

7 Stelling 1: SPANNING, geen tegenstelling tussen: Activering naar de arbeidsmarkt wil voorwaarden scheppen om de stap naar betaald werk te zetten, waarbij mensen enkel gerelateerd worden aan hun positie op de arbeidsmarkt werkdefinitie sociale activering: “het verhogen van maatschappelijke participatie en het doorbreken van sociaal isolement door maatschappelijke zinvolle activiteiten te ondernemen, die eventueel een eerste stap naar betaald werk kunnen zijn”

8 Bron: Van der Pennen, T., mmv. Hoff, S., ‘Sociale activering: een brug tussen uitkering en betaalde arbeid’ (werkdocument 90), Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, maart 2003

9 Hoe kijken naar de meest kwetsbare doelgroepen ? Maatschappelijk kwetsbaren worden niet in eerste instantie beschouwd als rationele wezens die de voor- en nadelen van bijstandsafhankelijkheid afwegen tegenover het al of niet hebben van (betaald) werk. Ze worden eerder beschouwd als relationele wezens (A. Baart 2004, Sociale overbodigheid): mensen kunnen zich niet altijd herkennen en erkennen in hun verlangen om als mens gehoord en bemind te worden (Manschot 2003) ‘mensen worden pas ‘mens’ door hun ‘verbondenheid’ met anderen’. zichzelf De mijnen De anderen

10 Hoe kijken naar de ‘context’? De context is een ‘overlevingscontext’: - de netwerken van de doelgroeps-leden van sociale activering zijn eerder ‘overlevingsnetwerken’ - met een eisend karakter waaraan men niet zomaar ontsnapt. -De sociale netwerken zijn naar binnen gericht, eerder dan mobiliserend naar buitenstaanders. - De meeste kwetsbare mensen proberen om eerst de eigen onmiddellijke overlevingsbehoeften (en die van het gezin) te bevredigen vooraleer men tijd en energie kan vrijmaken om zich maatschappelijk te engageren (hetgeen soms vaak meer een uiting is van frustratie). Bovendien dragen zij in dermate een geschiedenis mee van aangeleerde afhankelijkheid van allerlei hulpverleningsinstanties dat men niet automatisch uitgedaagd wordt tot actie om effectief een verschil te maken in de gegeven situatie en om actief burgerschap op te nemen (Mathijssen 2003).

11 Stelling 2: zorg & Ontmoeting zijn een essentieel onderdeel van sociale activering)

12 Het onderscheid tussen ‘zorg’ en ‘sociale activering’ is een functioneel onderscheid, geen theoretisch onderscheid! Dit onderscheid komt overeen met het onderscheid tussen: -doelen op individueel niveau (‘zorg’) -doelen op projectniveau (‘sociale activering’). De mate waarin men ofwel meer ‘zorgend’ (‘individueel’) ofwel meer ‘sociaal activerend’ (of ‘projectmatig’) werkt wordt bepaald door een inschatting van de draagkracht van de doelgroepsleden (niet noodzakelijk door hun positie op de reguliere arbeidsmarkt of door het aantal hulpverleners dat men kent)

13 Wat betekent dit voor de ‘sociale activeringspraktijk’? Sociale activering draait om mensen leren keuzes te maken omtrent het leven dat men wil leiden (en waar men zich in kan herkennen). De sociale dimensie veruitwendigt zich doordat men tracht een plaats te geven aan het individu binnen het ruimer sociaal netwerk, al of niet met een return voor de buurt. In het kader van ‘empowerment‘ (algemeen doel) zal men daarbij streven naar het verschuiven van de focus van het individu naar de bredere omgeving waarbij de interactieprocessen tussen beide centraal staan (Van Regenmortel 2002; Driessens 2006).

14 Voor de sociale activeringspraktijk brengt ‘empowerment’ een aantal gevaren met zich mee. (1) Het gevaar dreigt dat men er al vlug van uit gaat dat het versterken van mensen vooral gedaan kan worden door ‘professionele hulpverleners’ waarbij de kansen tot ‘self-empowerment’ door de hulpvragers beperkt kan worden. (2) Het nastreven van empowerment van een individu kan het ‘disempowerment’ van een ander betekenen (3) empowerment kan beperkt worden tot het louter verbeteren van de leefomstandigheden van mensen (‘enablement’) (Adams 2002).

15 Voor de sociale activerings-praktijk betekent dit dat sociale betrokkenheid enkel van onderop en van binnenuit kan groeien (Manschot 2000) hetgeen verklaart waarom men de leefwereld als gezichtspunt van de probleemanalyse gebruikt en waarom men vooral een ‘leefwereldlijke’ taal hanteert.

16 Stelling 3: trampolinemodel

17 We onderscheiden daarbij een aantal stappen die men met een groep kan doorlopen om ‘actief burgerschap’ of ‘civic engagement’ op te nemen doorheen de duur van een project (1) Sociale activering als een vorm van actief opzoeken of gerichter aanspreken van de doelgroep, (2) sociale activering als een manier om dieperliggende thema’s bij de deelnemers te intensifiëren, (3) sociale activering als een vorm om leiderschap te ontwikkelen in de eigen organisatie, de naaste omgeving en/of de buurt, (4) sociale activering als het opnemen van actief burgerschap (5) sociale activering als een vorm van bewegingswerk. Het globale project wordt opgevat als een trampolinemodel hetgeen het voordeel oplevert dat het mensen toelaat op verschillende tijdstippen verschillende soorten engagement op te nemen binnen hetzelfde project, zonder dat men mensen hoeft uit te sluiten zonder dat ze alle deel-activiteiten hoeven te doorlopen. Het laat projecten ook toe de vrijwilligheid te benadrukken in plaats van de voorwaardelijkheid.

18 Een paar vuistregels 1. Neem uw tijd, heb geduld … want de eerste stap is een belangrijke 2. Ga/durf met uw voeten in de modder staan

19 (1) REDEN: Sociale activering als een vorm van de doelgroep gerichter opzoeken of aanspreken, om te weten te komen wat hen ‘uitdaagt’ Figuur ‘van enkelvoudige contactleggen naar een integraal ontmoetingscenario’ in Freitag, Buurtgerichte Sociale Activering, NIZW, 2003 Het getuigt van een pro-actieve, outreachende benadering waarbij men de handelingsruimte van personen wil verruimen in plaats van te beperken.

20 3. Leg linken met (bredere/andere) thema’s, organisaties, terreinen, … En wees creatief en hou het simpel

21 (2) REDEN: sociale activering als een manier om dieperliggende thema’s bij de deelnemers te intensifiëren Bron: LISTEN, ‘Continuum of Youth Engagement: An Emerging Model for Working with Youth. Community Organizing + Youth Development = Youth Organizing’ (N°1 Occasional Papers Series on Youth Organizing), The Funders’Collaborative on Youth Organizing, X, 2003, p. 10. Sociale activering (naar analogie met buurt- en nabijheidsdiensten) wil mensen helpen om persoonlijke en maatschappelijke vragen te onderkennen, om hun visies te verbreden en om die vragen te vertalen in concreet engagement (Mathijssen 2003).

22 4. Zoek naar mogelijkheden om mensen een andere betekenisvolle rol (talenten ipv problemen, burgerschap…) Zoek van hieruit naar kansen om ‘gasten’ het aanbod mee vorm te laten geven 5. Betrek anderen die ook met uw gasten werken in de sociaal activerende activiteiten (creëer andersoortige gezamenlijke ervaringen) Cfr doelgroep en doelwitgroep

23 Sociale activering vertrekt in dit geval vanuit een ontwikkelingsstrategie (LISTEN 2003): Sociale activering dient zich aan als -‘het scheppen van voorwaarden’ opdat mensen deze kansen tot engagement of verbreding kunnen nemen (Mathijssen 2003), - waar mensen voor zichzelf kunnen uitmaken wat ze waardevol vinden of niet (Houdart 1998), - waar men leert experimenteren met nieuwe rollen die eventueel voorwaarden scheppen opdat mensen bijdragen tot het buurtleven (Mathijssen 2003). We stellen hierbij duidelijk dat het buurtgerichte niet het enige beoordelingscriterium kan zijn voor sociale activeringsprojecten! Deze voorwaarden komen in het kader van kwartiermaken neer op het scheppen van een ‘klimaat waar activeerders en deelnemers zorg dragen voor elkaar’ met gastvrijheid als centraal begrip. (1) Het is een omgeving met ‘prettige ruimtelijke verhoudingen’, met mensen die emotioneel steunend zijn en tijd hebben, en waar activiteiten worden aangeboden die door de betrokkenen als zinvol worden ervaren. (2) Het is een omgeving waarin de betrokkene (weer) zelf keuzes kan gaan maken en zichzelf ‘als handelend persoon’ kan zien en waar hij rustig ‘de waarde van zijn verlevingsstrategieën’ kan uitproberen. (3) Het is een omgeving waarin een persoon een gevoel van eigenwaarde kan ontwikkelen, die uitnodigt tot medezeggenschap in het persoonlijke begeleidingsproces, maar ook in de organisatie waar hij deel van uitmaakt (Kal 2002).

24 We moeten m.a.w. stilstaan bij de beleidscontext (‘activeringsdiscours’) waarbinnen (sociale) activeringsprojecten tot stand komen en we moeten stilstaan bij wat deze beleidscontext betekent voor de praktijk voor sociaal werkers (‘spanningsvelden’) indien we het hebben over (sociale) activering

25 ° van het (RE)activeringsdiscours: - het herinschakelen van werklozen en bestaansminimumgerechtigden in de arbeidsmarkt en de preventie van werkloosheid bij zowel jongeren als ouderen moest leiden tot sociale insluiting in de maatschappij en tot het verminderen van uitkeringsafhankelijkheid - participatie aan de arbeidsmarkt als middel om -via maatschappelijke integratie die arbeid met zich meebrengt- de sociale cohesie in een samenleving in stand te houden

26 ‘Kort gezegd ligt in het activeringsconcept van de jaren zeventig en begin jaren tachtig veel nadruk op activering tot participatie in (democratische) besluitvorming. Dat is het verschil met de late jaren tachtig en de jaren negentig. Dan krijgen begrippen als activering en participatie een andere kleur. Wederom kort samengevat: het gaat dan vooral om de activering tot deelname aan de arbeidsmarkt’ (Van der Laan 2000) PROBLEEM: de invulling van activering in het bijstands- en werkgelegenheidsbeleid verschilt van de invulling vanuit het welzijnswerk (sociale grondrechtenbenadering en streven naar (volwaardig) burgerschap)

27 Ten uitgeleide Kortom, 'het maatschappelijk debat meenemen in de sociale activeringspraktijk' betekent niet dat men zich moet uitspreken als 'links' of 'rechts' maar dat in het kader van de democratiseringsgedachte, dit debat over hoe democratie, insluiting en integratie open gehouden moet worden in de sociale activeringspraktijk (en jawel, dat men als sociaal werker ook op dit vlak een 'normatief professioneel standpunt' zal moeten meenemen), dat argumenten (zeker en vooral deze van de deelnemers) openlijk bediscussieerbaar moeten kunnen zijn in de alledaagse praktijk en dat men daar creatief moet kunnen op inspelen,....

28 Voor de sociaal werkers betekent dit evenzeer dat men aandachtig moet zijn voor de emotionele toonzetting van collega's, 'oversten', beleidsmakers en deelnemers over lotgenoten, werklozen, armen, maatschappelijk kwetsbaren en beleidsmakers. Dit is geen loutere instrumentele kwestie van de 'juiste' vragen stellen en goed kunnen luisteren, maar kwestie van samen te willen reflecteren over hoe we ieders visie over de wenselijke verzorgingsstaat (of voor mijn part 'de participatiesamenleving') met elkaar vanuit een wederzijdse zorgzame solidariteit voor elkaar willen delen, hier en nu en in de toekomst.

29 Het is in deze zin dan ook 'politiserend' als men dit in de alledaagse praktijk ten uitvoer brengt. Het is als sociaal werker/activeerder misschien dan ook een uitdaging om te leren omgaan met "de één die zich nuchter tracht aan te passen terwijl de ander moord en brand schreeuwt". De verzorgingsstaat en de sociale activeringspraktijk ligt me nauw aan het hart, al of niet ingegeven vanuit een zeker eigenbelang. Ik ben immers een vurig verdediger van het maatschappelijk belang van een goed uitgebouwd sociaal werk met een uitgesproken sociaal engagement naar de meest sociaal uitgeslotenen in onze samenleving. Vanuit mijn werkervaring als docent sociaal werk in een Vlaamse Hogeschool en als gewezen veldwerker, is het niet vreemd dat ik een dergelijke stellingname inneem natuurlijk. Het is een kwestie van 'beroepseer'.

30


Download ppt "Pascal Tuteleers Colloquium Sociale Activering POD MI Vrijdag 10 oktober 2014."

Verwante presentaties


Ads door Google