De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Spellen 5 vwo. Meervoud Woorden op a, e, i, o, u of y krijgen bij uitspreekproblemen een ‘s in het meervoud: – piano-piano’s – hyena – hyena’s – hobby.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Spellen 5 vwo. Meervoud Woorden op a, e, i, o, u of y krijgen bij uitspreekproblemen een ‘s in het meervoud: – piano-piano’s – hyena – hyena’s – hobby."— Transcript van de presentatie:

1 Spellen 5 vwo

2 Meervoud Woorden op a, e, i, o, u of y krijgen bij uitspreekproblemen een ‘s in het meervoud: – piano-piano’s – hyena – hyena’s – hobby – hobby’s – jury – jury’s – drama – drama’s Maar: – gewoonte – gewoontes/gewoonten – etalage – etalages – coupé – coupés – bureau – bureaus – paté – patés – felicitatie – felicitaties Als er een klinker voor de y staat, volgt er ook geen ‘s. – essay – essays – playboy – playboys

3 Meervoud Als een woord op ie of ee eindigt en de klemtoon valt op de laatste lettergreep, dan komt er een e met trema bij: – binnenzee – binnenzeeën – melodie – melodieën – genie – genieën Maar: – bacterie – bacteriën – porie – poriën

4 Meervoud Bij woorden met een onbeklemtoonde slotlettergreep verdubbelen we de medeklinker niet: – lobbes – lobbesen – stommerik – stommeriken Bij woorden die we uit het Frans geleend hebben, verandert in het meervoud de f niet in een v: – antroposoof – antroposofen – fotograaf – fotografen

5 Meervoud Woorden uit het Latijn hebben een bijzonder meervoud: – basis – bases – chemicus – chemici – crematorium – crematoria – casus – casi – matrix – matrices – decennium – decennia En: esdoornblad - esdoornbladeren.

6 Samenstellingen Als je in de samenstelling een –s hoort, schrijf je een –s: – geslacht + ziekte = geslachtsziekte – acteur + school = acteursschool – geloof + strijd = geloofsstrijd – publiciteit + stunt = publiciteitsstunt – voetganger + straat = voetgangersstraat – liefde + scene = liefdesscene

7 Samenstellingen Standaardregel: als het eerste deel van de samenstelling een meervoud heeft op –en, krijgt het dat ook in de samenstelling: – hond + leven = hondenleven – bol + kweker = bollenkweker – rug + graat = ruggengraat – boer + bedrog = boerenbedrog – dove + instituut = doveninstituut – berk + boom = berkenboom – pruim + jam = pruimenjam – bes + jenever = bessenjenever – ruitjes + schrift = ruitjesschrift – blinde + school = blindenschool – spin + web = spinnenweb – kat + tentoonstelling = kattententoonstelling

8 Samenstellingen Als het eerste deel van de samenstelling geen meervoud heeft, krijgt het –e in de samenstelling: – rijst + bloem = rijstebloem – nicotine + geur = nicotinegeur – hel + vuur = hellevuur – komijn + kaas = komijnekaas Als er van het eerste deel van de samenstelling maar een is, krijgt het –e in de samenstelling: – zon + scherm = zonnescherm – koningin + dag = Koninginnedag

9 Samenstellingen Als het eerste deel van de samenstelling alleen een meervoud op –s heeft, krijgt het –e in de samenstelling: – asperge + soep = aspergesoep Als het eerste deel van de samenstelling een meervoud op –s en –n heeft, krijgt het –e in de samenstelling: – groente + zaak = groentezaak – gilde + huis = gildehuis – geboorte + cijfer = geboortecijfer – gedaante + verwisseling = gedaanteverwisseling

10 Samenstellingen Als het eerste deel van de samenstelling een werkwoord is, krijgt het in de samenstelling een – e: – spin + wiel = spinnewiel – wieg + lied = wiegelied Als het eerste deel van de samenstelling een bijvoeglijk naamwoord is, krijgt het in de samenstelling een –e: – reus + gezellig = reuzegezellig – arm + lui = armelui – blind + man = blindeman

11 Samenstellingen Als we het woord niet meer als samenstelling herkennen, krijgt het eerste deel een –e: – dwing + land = dwingeland – droom + land = dromeland – doof + netel = dovenetel – zin + beeld = zinnebeeld (symbool) – zot + klap = zotteklap (gekkenpraat) En: kastanje + blad = kastanjeblad

12 Verkleinwoorden Als het woord eindigt op a, é, o en u wordt de klinker verdubbeld: – café – cafeetje – paraplu – parapluutje – radio – radiootje – opa – opaatje – chocola – chocolaatje i wordt ie: – kolibri – kolibrietje y krijgt een apostrof: – tray – tray’tje – rally – rally’tje

13 Verkleinwoorden Afkortingen en letters krijgen een apostrof: – tv – tv’tje – mms – mms’je – A4 – A4’tje – gsm – gsm’etje

14 Verkleinwoorden rijm – rijmpje borrelglas – borrelglaasje brug – bruggetje pad – padje/paadje cognac – cognacje woning – woninkje geeuw – geeuwtje bodem – bodempje milkshake – milkshakeje weg – weggetje pop – poppetje vlam – vlammetje colbert – colbertje asperge – aspergetje aspirine – aspirientje dejeuner – dejeunertje ding – dingetje buiging – buiginkje

15 Aaneenschrijven Standaardregel: schrijf in het Nederlands zo veel mogelijk aan elkaar. – tegemoetkoming (tegemoet komen) – maximumsnelheid – openhaardhout – koolzuurhoudende dranken – hogesnelheidstrein – zwaargebouwde mannen – meerkeuzetoets – pas gebouwde kantoren – gevangenneming (gevangen nemen) – onroerendgoedmarkt – langeafstandloper

16 Aaneenschrijven fout parkeren vioolspelen (gitaar spelen) heteluchtverwarming breedgeschouderde portiers waterbesparende maatregel tweedekansonderwijs fout schrijven

17 Aaneenschrijven Voornaamwoordelijke bijwoorden schrijven we aaneen: – vooruit kijken (bezwaar maken) – eronderdoor kruipen – eronderuit komen Getallen tot honderd en samenstellingen met – honderd en –duizend schrijven we aaneen: – dertien miljoen – vijftien miljard – veertigduizend

18 Liggend streepje Bij uitspreekproblemen: – televisie + uitzending = televisie-uitzending – ski + jack = ski-jack – stage + uren = stage-uren – lente + uitjes = lente-uitje – keuze + element = keuze-element – café + eigenaar = café-eigenaar – gummi + jas = gummi-jas – adrenaline + injectie = adrenaline-injectie – netto +opbrengst = netto-opbrengst Maar: – massa + ontslag = massaontslag – video + apparaat = videoapparaat – vanille + yoghurt = vanilleyoghurt – Insuline + opname = insulineopname

19 Liggend streepje Tussen gelijkwaardige delen: – politie + ambtenaar = politie-ambtenaar Samenstelling met letters, cijfers, andere tekens en Sint of St: – vwo + leerling = vwo-leerling (havoleerling) – ‘s-Hertogenbosch – top plaat = top 10-plaat – 8 + uur + journaal = 8 uur-journaal Samenstellingen met eigen namen: – het kabinet + Balkenende = het kabinet-Balkenende Samenstellingen met oud-, ex-, non-, niet- en anti-, als daarna een hoofdletter volgt: – oud + minister = oud-minister – anti + aanbak + laag = antiaanbaklaag Sommige samenstellingen hebben meer streepjes: – glas + in + lood + raam = glas-in-loodraam – kat + en + muis + spelletje = kat-en-muisspelletje – nek + aan + nek + race = nek-aan-nekrace

20 Weglatingsstreepje Het weglatingsstreepje gebruik je bij het weglaten van een woorddeel: – twee- en drieledige samenstellingen (-ledige wordt weggelaten en samenstellingen wordt weggelaten maar dat is geen woorddeel) – land- en tuinbouw (-bouw wordt weggelaten) – staats- en particuliere bedrijven (-bedrijven wordt weggelaten) – lager en kleuteronderwijs (onderwijs wordt weggelaten, maar dat is geen woorddeel) – Friese en Groningse deelnemers (deelnemers wordt weggelaten, maar dat is geen woorddeel) – de legkippen- en de slachtkippenindustrie (-industrie wordt weggelaten) – primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden (arbeidsvoorwaarden wordt weggelaten, maar dat is geen woorddeel) – hbo-werk- en hbo-denkniveau (- niveau wordt weggelaten) – benzine- en dieselmotoren (-motoren wordt weggelaten) – stadscafés en –disco’s (stads- wordt weggelaten)

21 Weglatingsstreepje in binnen- en buitenland huiskamerconcerten en –voorstellingen nevenactiviteiten en –inkomsten voor- en tegenspoed melkkoeien- en vleeskoeienbedrijven hoofd- en kleine letters brood- en banketbakker literaire en kunstkritiek bergbewoners en –beklimmers havoscholen en –opleidingen en vwo-scholen en – opleidingen

22 Afbreken Je kunt alleen aan het einde van een lettergreep afbreken: han – gen (niet: hang – en) ho – ger – op ge – as – si – mi – leerd glooi- ing na – jaars – con – cert ro – che – len vreemd – ste Ko – nin – gin ir – ree – el (trema verdwijnt) te – gen – stan – ders

23 Afbreken amb – te – naar koor – den in – dus – tri – eel ge – ir – ri – teerd la – ge – lo – nen – lan – den kraai – en e – ve – ne – men – ten toe – kom – sti – ge ver – lan – gen (niet: ver – lang – en) loo – che – nen

24 Trema Een trema plaats je bij niet-samenstellingen. (Samenstellingen schrijf je z.v.m. aan elkaar en anders met een koppelteken.) Je gebruikt het trema om leesproblemen te voorkomen en plaatst het waar een nieuwe lettergreep begint. – heroïsme – cafeïne – Israël – tweeëntwintig (samenstelling van cijfers maar toch trema) – geïnviteerd – kanoën – geïdealiseerd – amfibieën – heroïne – geürineerd

25 Trema – geërgerd – koloniën – irreëel – hygiëne – echoën – geïnteresseerd – meniën – België – mozaïek – smeuïg Maar (geen uitspreekproblemen): – meteoor – beantwoorden – virtuele – geordend – evacueren

26 Trema Bij –iee- of –ii- is een trema overbodig. – beschoeiing – financieel – verfraaiing Bij woorden uit een andere taal is een trema ook overbodig: – mecanicien – mausoleum – uitzondering: conciërge

27 Apostrof Als een woord eindigt op a, i, o, u en y gebruik je bij het meervoud bij uitspreekproblemen een apostrof: – sirtaki – sirtaki’s (maar: lelies, ruïnes, hippies) Bij het meervoud van afkortingen schrijf je een apostrof: – lp – lp’s Bij verkleinwoorden van woorden die op een y eindigen, schrijf je een apostrof: – baby – baby’tje Behalve als er een klinker voor de y staat: – display – displaytje En: – amfibie – amfibietje – etuis – etuitjes

28 Apostrof Voor een achtervoegsel staat een apostrof: – WAO’er – hbo’er – 65+’er Als een woord eindigt op a, i, o, u en y krijgt het bij uitspreekproblemen bij bezitsrelaties een apostrof: – Hanna’s huis Maar: – Hermans pupillen – Jeannes zus sms’t graag. – ‘s Morgens lust ik tantes koffie niet. En als het woord eindigt op een sisklank, krijgt het bij bezitsrelaties alleen een apostrof: – Hans’ top 1775 past op twee cd’s.

29 Apostrof Als we letters weglaten, gebruiken we ook een apostrof: – Het zal kou zijn in het water als het vriest  ‘t Zal koud zijn in ‘t water als ‘t vriest. – Des morgens lust ik tantes koffie niet.  ‘s Morgens lust ik tantes koffie niet. – Het is hier fantastisch!  ‘t Is hier fantastisch! – Des Gravenhage  ‘s-Gravenhage

30 Getallen Getallen tot en met twintig schrijf je uit. – De boer had 23 geiten en 82 schapen. – Ze zeggen dat een op de drie vrouwen wel eens depressief is. – De schapenbout die we kochten, woog wel vijf kilo. Namen van feestdagen en beroemde gebeurtenissen schrijf je voluit en met hoofdletters. – Waarom eten veel mensen op Tweede Kerstdag kalkoen? – De Tweede Wereldoorlog duurde korter dan de Tachtigjarige Oorlog. Data, adressen en bankrekeningnummers schrijf je gewoon in getallen (maanden voluit). – Op 8 december viert Maria Onbevlekte Ontvangenis. – Mijn gironummer is: Als er ‘honderd’, ‘duizend’, ‘miljoen’ et cetera in het getal voorkomt, dan schrijf je dat uit. – Heeft Jan werkelijk twee miljoen euro verdiend aan een cd? Tientallen (en afkortingen!) schrijf je ook uit. – Dit boek kost 23 euro en vijftig cent.

31 Getallen ‘Wie van de drie?’ was vroeger een populair tv-spelletje. Ik denk dat een derde van alle Nederlanders niets om politiek geeft. Van Sint Maarten (11 november) tot Aswoensdag zijn katholieken met carnaval bezig. Verdien jij op de markt vijftig euro op een zaterdag? Zijn jullie vrij op Tweede Pinksterdag? In deze bundel staan de beste honderd sonnetten van het jaar Woont Inge nog steeds op Hertogstraat 32? Op 14 december 1992 vierde ik voor het eerst Valentijnsdag. 45 procent van de werkenden meldt zich wel eens ten onrechte ziek. Van de 32 sollicitanten hadden er maar 15 een foutloze brief geschreven.

32 ‘sommige’ of ‘sommigen’ Je schrijft ‘sommige’ zonder –n, als het bijvoeglijk gebruikt wordt: – Het staat voor een zelfstandig naamwoord: Sommige leerlingen hadden hun huiswerk gemaakt. – Je kunt er een zelfstandig naamwoord uit dezelfde zin achter zetten: Sommige leerlingen hadden hun huiswerk gemaakt, maar vele (leerlingen) niet. Je schrijft ‘sommige’ ook zonder –n, als het op dieren of dingen slaat: Van de bevrijde aapjes waren er sommige ondervoed, maar de meeste waren gezond. Als ‘sommige’ zelfstandig gebruikt wordt en op mensen slaat, schrijf je wel een –n: Onder de aanwezigen op de party waren diverse criminelen, van wie er ook sommige uit Italië kwamen.

33 ‘sommige’ of ‘sommigen’ Er komen steeds meer drugsverslaafden in ons land. Veel spelers waren met de auto en slechts enkele waren met de fiets. De volwassenen kregen een alcoholisch drankje aangeboden. Van de bevrijde aapjes waren er enkele ondervoed, maar de meeste waren gezond. Allen die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn. Ik kijk altijd naar het journaal voor doven en slechthorenden. De groten der aarde bekommeren zich te weinig om de armen en de behoeftigen. Van de leerlingen hadden alleen de ijverigste hun huiswerk gemaakt.

34 ‘sommige’ of ‘sommigen’ Van de docenten waren alleen de populairste op het bovenbouwfeest gekomen. Kies Demon als provider: van de beste de goedkoopste. Blinden en slechtzienden dragen vaak een witte stok met rode strepen. We telden de lopers die de finish haalden en Gianni was echt een van de eersten/eerste. Onder de aanwezigen op de party waren diverse criminelen, van wie er ook enige uit Italië kwamen. Alleen degenen die aan sport doen, mochten meedoen aan de hardloopwedstrijd. De belangrijksten onder de gasten werden aan de koning voorgesteld. Van die scanners vind ik dit de mooiste, maar dat is dan ook een van de duurste.


Download ppt "Spellen 5 vwo. Meervoud Woorden op a, e, i, o, u of y krijgen bij uitspreekproblemen een ‘s in het meervoud: – piano-piano’s – hyena – hyena’s – hobby."

Verwante presentaties


Ads door Google