De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Stuurtips Een handreiking voor stuurvrouwen en stuurmannen die trainingen en eventueel wedstrijden sturen bij recreatief roeiende ploegen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Stuurtips Een handreiking voor stuurvrouwen en stuurmannen die trainingen en eventueel wedstrijden sturen bij recreatief roeiende ploegen."— Transcript van de presentatie:

1 Stuurtips Een handreiking voor stuurvrouwen en stuurmannen die trainingen en eventueel wedstrijden sturen bij recreatief roeiende ploegen

2 Inhoudsopgave  Coach contact  Feedback van de roeiers  Wegvaren  Commando’s  Commando’s - tellen  Commando’s – gevorderd tellen  Commando’s - oefeningen  Commando’s - doorwisselen  De slag  Coachend sturen – met coach  Coachend sturen  Coachend sturen: wat kun je voelen? voorbeelden  Coachend sturen: wat kun je zien? voorbeelden

3 Inhoudsopgave (vervolg)  Wedstrijd - voorbereiding  Doorwisselen in een 8  Logopedie: motiverend roepen  Whiskey 8 inroeiprogramma  Tillen – boot de loods uit  Tillen – gladde boot vanuit een lage stelling  Tillen – uit de loods  Tillen – geen ruimte bij het vlot  Tillen – in het water leggen  Tillen – uit het water  Tillen – loods in  Rondmaken  Instappen  Scheepvaart  Wind en stroming

4 Je rol als stuur  Ongeacht in welke boot, welke ploeg, welk niveau je stuurt, elke keer als je instapt heb je een kans iets te verbeteren  Streef altijd naar een positieve invloed op de training  Het zit ook in kleine dingen, bijvoorbeeld  Boot veilig naar de loods  Coachtips correct doorgeven aan de roeiers  De roeiers helpen een nieuw aspect dat behandeld worden toe te passen  De roeiers zich meer laten inspannen

5 Veiligheid / zorg voor materiaal en mensen Als stuur heb je veel invloed op de veiligheid van je ploeg en de boot  De beste voorbereiding op een noodsituatie is zorgen dat je deze niet meemaakt.  De Hertog kent een veiligheidsbeleid. Zorg dat je deze regels kent. Je kunt ze vinden op de site  Als je twijfelt over varen/niet varen of terug gaan/ niet terug gaan, kies dan voor stoppen. Jij moet immers ‘in control’ zijn.  Als je prut in het water ziet en je weet niet zeker of het onschuldige waterplanten zijn of niet, neem dan geen risico.  Let op dat de boot bij het vlot niet op de riggers steunt. Deze worden hier krom van.  Als er een binnenvaartschip of motorjacht langsvaart die hoge golven maakt, ga dan parallel op de golven liggen.  Als je omslaat: tel hoofden, zwem niet naar de kant, blijf praten, trek aandacht van voorbijgangers  Bij het naar binnen brengen van de boot in de loods, let op hoofden.  Zorg dat je de voorrangsregels kent die op het water gelden. Ook voor roeiboten onderling.

6 Scheepvaart  Enkele tips:  Bepaal zelf of je door een hek of boeggolf heen vaart of niet  De hoogte van de golf is afhankelijk van de snelheid en de diepgang van het binnenvaartschip  Als bij de voorsteven van het schip veel water omhoog komt, is dit vaak een teken dat de hekgolven erachter flink zijn

7 Wind en stroming

8 Voorbereiding  Draag geschikte kleding. Veel laagjes, lekker warm. Vergeet in de winter je zwemvest niet.  Een kussentje is vaak geen overbodige luxe.  Het is verstandig altijd een 10/13 sleutel mee te nemen.  Als je een boot stuurt met een stuurinstallatie (coxbox), zorg hier dan goed voor. Leg em niet onbewaakt op het vlot. Til niet aan het snoer. Laadt em weer op aan het einde van de training. Een coxbox kost tussen de 500 en 1000 euro. En is onmisbaar in een acht. Ook voor de veiligheid. Als de coxbox uitvalt, is het lastig je roeiers te bereiken.

9 Coach contact  Stel je zelf voor voordat je de boot instapt en geef kort je ervaring en/of onderzekerheden aan  Wees assertief, stel vragen  Vooraf op het vlot: wat is het plan van de training? Uitleg van de oefeningen.  Halverwege de training tijdens rustmoment: welke oefeningen komen eraan en hoe moeten ze aangegeven worden  Vraag om feedback  Coaches zijn dit niet gewend, maar weten vaak wel wat ze willen  Geef feedback  Vertel waar de coach onduidelijk voor jou was en hoe hij/zij dat kan verbeteren  Let op: jij bent de link tussen de coach en de ploeg

10 Feedback van de roeiers  Wacht als het kan tot het eind van de training wanneer je weer aan de kant bent  Je kunt zelf ook feedback aan de roeiers vragen.  Als je niet weet wat je met een opmerking moet, vraag dan door. Wat zouden ze anders willen en hoe dan?

11 Wegvaren  Slag klaar maken – roeiers gaan in uitpik zitten (of inpik als dat afgesproken is)  Slag klaar – roeiers klippen hun blad Wacht op balans en vraag er om indien nodig  GO ‘Uit de voeten maken’: Na een bocht of bij een ander moment kan het handig zijn te zeggen ‘oppakken vanaf nu’. De boot hoeft dan niet eerst stil gelegd te worden. Het handigst is als je ‘nu’ zegt op een moment dat de roeiers of in ieder geval de slag in een 3e stop zitten.

12 Commando’s  Commando’s moeten simpel, kort en to the point zijn  Uitleg  Leg uit wat er moet gebeuren en wanneer  Gelijk nu!  Een commando wordt pas opgevolgd nadat jij “gelijk nu” of “na nu” hebt geroepen  Soms vervangt “over 2, 1..., 2....” Het commando “na nu”  Laat (inpik)....lopen (uitpik)  Weggaan in inpik of uitpik: maak een afspraak

13 Commando’s - tellen  1-10  Tel niet verder dan 10, ook niet als de oefening meer halen moet. Begin steeds opnieuw.  Inpik/uitpik  Tel mee bij het moment van de haal waar aandacht nodig of op dat moment aan gewerkt wordt  Timing  Tel gelijk met de beweging van de slag. Tip: kijk naar de beweging van de handen. Als je naar het blad kijkt ben je snel te laat  Uitspraak  Kort en krachtig, scherp. De uitspraak “ze-evenn” duurt langer dan een goede inpik. Daarom bij inpik vaak beter ipv tellen: IN of PAK en bij uitpik: LOS of UIT

14 Commando’s – gevorderd tellen  Accentjes  Geef tijdens het tellen korte accenten. Benadruk waar de 10 halen over gaan.  Gebruik je stem. Laat de woorden ‘strak’ klinken. Spreek de woorden snel en scherp uit.  bepaal de accenten: afhankelijk van de aandachtspunten op dit moment in de training of suggestie van de slag of wat jij meer wilt zien/voelen  Roep nuttige aanvullingen tussen het tellen door  Alleen als het ondersteund en toegevoegde waarde heeft  Sla eventueel een getal over als je je tekst niet snel genoeg tussendoor krijgt  Pak wel bij het goede aantal weer op Voorbeeld als de eindhaal/uitpik een beetje soft en lui wordt: “Ok, we’re going to take a ten for swing, OK? Take a ten in two strokes...one, two, OK. One! Two! Three! Four, good. Five! Six, finishes. Seven! Eight! Nine. And ten! Good, keep going!” Maar beter is: “OK, let’s get the finishes solid with ten. Ten strokes, here we go in two! One...two...One! Two! Draw through!! (3) That’s it. Solid in, good! (4) Five! Crank it in (6) Round it out. All in! (7) Eight! Nine! Tight finishes! (10) All right, that’s it...” Voorbeeld Als je wilt dat de recover soepel blijft, houdt je stem zacht en ‘glad’ Als je in een race meer power wilt, verhef je stem en laat daarmee weten dat het menens is.

15 Voorbeeld  A handy trick, never count the push for ten, just use it as a sort of platform from which you can really get the boat movin. In about 7 strokes time i'd call another push or get the crew to "SHOW ME WHAT ELSE YOU'VE GOT!". Dont push it though, as back at the boathouse the panting stares almost make you feel sorry for them

16 Commando’s - oefeningen  Bezint eer ge begint  Denk liever even na over hoe je iets gaan aankondigen, dan onhandig en onduidelijk beginnen te vertellen  Vraag aan het aan coach als je niet weet hoe je een oefening handig kunt aangeven  Consistentie  Geef oefeningen altijd op dezelfde manier aan. Maak een keuze: over 2 of over 3. En kies of die 2e of 3e haal bij stopjes oefenen eerst helemaal afgemaakt moet worden.

17 Commando’s - doorwisselen  Wie je als eerste de boot recht laat houden maakt niet zo uit… makkelijk is wel om gewoon met 1 en 2 (de boegen) te beginnen. Als de coach geen voorkeur heeft, laat de slagen dan als laatste roeien en dus als eerste tubben. Als je de anderen dan laat invallen, is het ritme van de slag er al.  Dan wissel je als volgt door:  “1 en 2 in, 5 en 6 uit (dit kan je tijdens of net na de haal zeggen) NA(intik)…..NU(uittik);”  “5 en 6 in, 3 en 4 uit, NA……NU”  “3 en 4 in, 7 en 8 uit, NA……NU”  “7 en 8 in, 1 en 2 uit, NA……NU”  En zo blijf je doorwisselen.   Mochten je roeiers dit niet helemaal snappen (wat wel een kan voorkomen) kan je ook steeds zeggen:  over twee halen 1 en 2 in, 5 en 6 uit. Dit is de eerste haal. Tweede haal

18 Doorwisselen in een 8  Tubben in een acht gaat qua doorwisselen net weer iets anders dan je zou denken, dit is de handigste manier:  Wie je als eerste de boot recht laat houden maakt niet zo uit… makkelijk is wel om gewoon met 1 en 2 (de boegen) te beginnen.  Dan wissel je als volgt door: “1 en 2 in, 5 en 6 uit (dit kan je tijdens of net na de haal zeggen) NA(intik)…..NU(uittik);” “5 en 6 in, 3 en 4 uit, NA……NU” “3 en 4 in, 7 en 8 uit, NA……NU” “7 en 8 in, 1 en 2 uit, NA……NU” En zo blijf je doorwisselen. Mochten je roeiers dit niet helemaal snappen (wat wel een kan voorkomen) kan je ook steeds zeggen: over twee halen 1 en 2 in, 5 en 6 uit. Dit is de eerste haal. Tweede haal

19 De slag  Spreek met de slag af of hij/zij je helpt  Als de slag suggesties geeft, geef ze door aan de ploeg, vertaal indien nodig in een accentje van 10 halen. Wacht op een goed moment en kies dit zelf.  De slag voelt goed wat er in de boot gebeurt. Maak gebruik van deze wijsheid

20 Coachend sturen – met coach  Luister goed naar opmerkingen van de coach tijdens het varen en herhaal deze voor de boot.  Als je merkt dat een bepaalde tip effect heeft en dat effect zakt weer weg, herhaal de opmerking dan.  Roep vooral dingen die de coach ook roept en die passen bij het doel van de training. Het moet matchen met het praatje van de coach. Sommige dingen kun je wel tussendoor roepen, bijv als iemand steeds te laat klipt of als je iets opvalt aan de hoogtes. Maar ga geef geen 10 halen accentje inpik als gewerkt wordt achterin de haal.  Als je meetelt, tel dan ook op het moment waaraan wordt gewerkt: inpik of uitpik

21 Coachend sturen  Je bent de link tussen de coach en de ploeg.  Je vertaalt de coaching naar de ploeg  Je vertaalt wat er gebeurt in de boot naar de coach Daarom:  Vergroot je kennis over roeien. Bespreek bijvoorbeeld de roeibeweging met de coach. Of vraag de coachcommissie om documentatie. Als je weet hoe een haal eruit ziet kun je er uit af leiden wat je zou moeten zien en voelen vanuit de stuurplek. Als je nog meer weet van roeien weet je waardoor iets veroorzaakt wordt zodat je daaraan kunt gaan werken.  Er bestaat geen checklist voor coachend sturen. Om dit te kunnen moet je interesse hebben in de roeibeweging en erover willen leren.  Je moet uit kunnen leggen waarom een beweging zo moet en hoe de beweging moet voelen  Een stuur helpt de coach, maar is GEEN coach  Roeiers kunnen maar een beperkte hoeveelheid informatie/instructie verwerken  Laat de coach altijd uit praten  Je kunt als stuur niet alles zien wat de roeiers doen. Je kunt wel iets zien en voelen maar niet alles.

22 Coachend sturen: wat kun je voelen? voorbeelden  Bootsnelheid. Als de boot ‘loopt’ hoor je bovendien belletjes.  Schok in je rug bij elke haal: moet niet  Wegleggen: snelheid boot neemt toe.  Glijden van de boot: als te hard wordt opgereden voel je dat  Balans: onbalans kan vele oorzaken hebben. Meestal handling hoogtes in recover of gelijkheid. Ga na wanneer de boot valt en herleid de oorzaak.

23 Coachend sturen: wat kun je zien? voorbeelden  Gelijk klippen  Hoogtes van de riemen tijdens de haal (te hoog, te laag, golvend)  Snelheid van de riemen tijdens de haal  Hoogtes van de riemen tijdens de recover (te hoog, te laag, golvend, vlaggen)  Snelheid van de riemen tijdens de recover: bijv wegzet snelheid  Moment van inpik  Manier van inpik: bijv gelijkheid, hard, diep, langzaam, eerst trappen dan plaatsen  Moment van uitpik  Manier van uitpik: bijv gelijkheid, blad uit het water draaien  Kolken: schuim, snelheid, grootte (meer weten? Vraag Joost of lees ‘down and dirty coxing’). In het kort: schuim is niet goed, kolken moeten ongeveer even groot zijn, hoe verder de kolk komt hoe beter de boot ‘loopt’

24 It’s all in the attitude (1) “if you can or can’t, you have already decided.”  Wat voor attitude heb je nodig?  Ondersteun elk ploeglid. Vertrouwen is belangrijk.  Neem initiatief. Geen excuses. Vertrouw op je zelf.  Blijf positief, ook als het slecht gaat of als je een slecht dag hebt.  Wees ‘agressief’ en besluitvaardig. Niet bang zijn om de leider te zijn. Dat is je taak.  Hoe krijg ik respect?  Zet het ploegbelang voorop. Zonder het sloofje te worden helpt het bijv. als je de bidons draagt en dat soort dingen.  Behandel elke roeier met respect.  Doe je best om jezelf te verbeteren. Vraag bijv. om feedback na een training en sta er voor open.

25 It’s all about attitude (2)  Praten tegen de ploeg  De manier waarop je iets zegt is minstens zo belangrijk als wat je zegt. De tone of voice maakt het verschil  Schreeuw niet, maar praat wel hard als het nodig is (aandacht trekken, tijdens een wedstrijd). Praat tegen de ploeg vanuit zelfvertrouwen en controle. Behandel de roeiers niet als klein kind.  Gebruik namen van roeiers om hun aandacht te trekken en hen te ‘loven’  Wees creatief: gebruik je stem om variatie aan te brengen.  Het is okay om niks te zeggen, soms is dit zelfs het beste.  Zorg dat je de aandacht van de roeiers krijgt en zeg ze wat ze nodig hebben om te horen. Lieg nooit.  Stemgebruik  Stem en geluid kunnen een moment maken of breken, maar ook voor een nieuwe focus zorgen.

26 Logopedie: motiverend roepen  Roep vanuit je buik  Houd je lippen aan het einde van het woord losjes op elkaar  Kies commando’s die je gemakkelijk kunt uitspreken en je goed liggen

27 Wedstrijd - voorbereiding  Spreek het raceplan van tevoren met de coach door. Meestal maakt de coach dit.  Vraag of ontdek wat de roeiers prettige commando’s en stimulans vinden. Bijv PAK STUW of liever BENEN PLAT. “het gaat goeoed!” of “ik wil meer” of “mannen van staal”

28 De 3 G’s  Getting it out  Gettin in  Going

29 Tillen – boot de loods uit  Bij het naar buiten brengen van de boot zijn er verschillende opties voor waar en hoe een boot kan liggen.  De boten liggen natuurlijk niet allemaal op dezelfde hoogte dus zijn er ook verschillende mogelijkheden voor de commando’s.  Denk er bij het geven van de commando’s aan dat je roeiers je goed en duidelijk kunnen horen, jij bent de baas dus als het niet goed gaat mag je dat gerust zeggen.  Over het algemeen is het van belang dat je als je iets zegt, eerst de opdracht vertelt om uit te leggen wat er moet gebeuren en daarna het commando en wanneer het moet gebeuren. Dit betekent normaal gesproken dat je een opdracht geeft met daar achteraan “gelijk……NU!”.

30 Tillen – gladde boot vanuit een lage stelling  De roeiers moeten nu aan één kant van de boot zich verdelen. Als stuur ga je altijd bij het puntje (achteraan) van de boot staan, zo kan je het beste het overzicht houden.  “Overpakken!”  “Uitschuiven, gelijk…NU!” (pas op voor de riggers van de boven en onderliggende boot)  Een voor een laat je je roeiers nu om en om onder de boot door kruipen zodat ze vervolgens allemaal tegenover een rigger staan.  “In de handen!”  “Op de schouders, gelijk……NU!”  “Boven de hoofden, gelijk……NU!”  “Rechter schouder!”  Dan mogen ze allemaal de loods uit gaan lopen, echter dan is het weer jou taak om te zorgen dat de boot niet tegen andere boten, stellingen of loodsdeuren aan zal komen met de riggers.  Zorg dat degene die voorop loopt niet al te vroeg begint met bijdraaien, zeker met een 8 loop je de kans dat de achterkant dan nog in de loods zit.

31 Tillen – uit de loods  Uit de hoge stellingen  Laat je roeiers zich over één kant verdelen  “Handen aan!”  “Tillen, gelijk……NU!”  “Rechter schouder, gelijk……NU!” (de rest van de commando’s is hetzelfde als eerder genoemd)  De boot ligt op de bokjes; op de grond  Laat je roeiers zich verdelen over de boot nadat ze deze hebben uitgeschoven.  “Handen aan!”  “Tillen, gelijk……NU!”  “Op de schouders, gelijk……NU!”  “Boven de hoofden. Gelijk……NU!”  “Rechter schouder, gelijk……NU!” (de rest van de commando’s is hetzelfde als eerder genoemd)  De boot ligt in de schragen  Weer verdelen over één boord  “Handen in de spanten!”  “Tillen, gelijk……NU!”  “Linker/Rechter schouder, gelijk……NU!”  (het kan eventueel nodig zijn om de schragen weg te (laten) halen) (de rest van de commando’s is hetzelfde als eerder genoemd)

32 Tillen – geen ruimte bij het vlot  “Boven de hoofden, gelijk……NU!”  “Uitsplitsen om en om”(of uitsplitsen, gelijk…NU!)  “In de handen, gelijk……NU!”  Nu kun je gewoon wachten totdat er plek is en laat je ze de boot weer optillen zoals hierboven.

33 Tillen – in het water leggen  “Loop maar naar het water toe”(voor zover ze daar niet al staan)  “Handen in de spanten”  “Voor de buiken, gelijk……NU!”  Bij een boordboot: “Overslagen openmaken!”(dit zijn de dolkleppen die aan de kant van het water zitten, het is het makkelijkst als ze de boot een beetje schuin houden)  “Zoek de rand van het vlot op!” (met de voeten)  “Ver wegzetten, gelijk……NU!”(let erop dat je roertje in het water komt en niet op de rand)

34 Tillen – uit het water  “Verdeel maar over de boot” (een beetje op lengte)  “Handen in de spanten”  “Voor de buiken, gelijk……NU!”  “Linker/ Rechter schouder, gelijk……NU!”  (de roeiers moeten met hun neus naar het puntje van de boot staan dus dat ligt eraan hoe je hebt aangelegd)  “Boven de hoofden”  “Splitsen (naar je boord)”  “op de schouders”  “In de handen”  Bij een acht “indikken” (commando bestaat eigenlijk niet, maar betekent dat roeiers meer bij het uiteinde gaan staan zodat ze over de loopbruggen kunnen)  “Bijdraaien! Voorzichtig naar de bokjes lopen”  “Boven de hoofden, gelijk……NU!”  “Uitsplitsen om en om”  “In de handen!”  “Kan die liggen, leg maar voorzichtig op de bokjes” De roeiers kunnen nu de boot schoonmaken en de palen naar binnenbrengen. Geef aan wie moeten halen en wie poetsen bijv boegen poetsen, slagen halen.

35 Tillen – loods in  “Handen aan!”  “Tillen, gelijk……NU!”  “Op de schouders, gelijk……NU!”  “Boven de hoofden, gelijk……NU!”  “Rechterschouder, gelijk……NU!”  “Achter/Voor bijdraaien”  Zorg dat de boot eerst goed recht voor de loods staat voordat je naar binnengaat. Denk eraan dat je weer achter de boot aan naar binnenloopt.  Bij een 8 is het handig de loods alvast in te lopen en achterin te gaan staan. Je kunt je roeiers dan beter aanwijzingen geven over rechtdoor lopen en riggers die iets dreigen te raken. En voorkomen dat de 8 tegen het riemenrek komt.  Het in de stellingen leggen van de boot gaat weer hetzelfde al het eruit halen, alleen dan andersom!

36 Rondmaken  Er zijn veel manieren om rond te maken, zolang je het maar doet op een manier dat er niets met de boot gebeurd en je roeiers je wel begrijpen.  Enkele opties zijn:  Om en om rondmaken (halen en strijken van de boorden om en om dus bijvoorbeeld over bakboord rondmaken is dan om en om strijken bakboord, halen stuurboord.  Een voor een, je laat gewoon eerst bakboord strijken en na een tijdje stuurboord halen en dat herhaal je totdat je weer recht ligt.  Ook een boordboot kan gewoon in balans liggen tijdens het rondmaken. De bladen hoeven niet per se volledig bedekt te zijn, als dit de balans ten goede komt. Vaar je aan lange training en maak je veel rond: wissel dan af met ronden over stuurboord en bakboord. Dat vinden de roeiers prettig.

37 Instappen  De boot ligt nu in het water en als de roeiers hun palen erin hebben en de coaches helemaal klaar zijn kan jij weer commando’s gaan geven:  “Klaar maken om in te stappen” De roeiers schuiven hun palen uit en zetten één voet in de boot  “Instappen, gelijk……NU!”  Daarna mag je zelf gaan zitten, echter in wedstrijdboten is hier ook weer een speciale manier voor.  Zit je goed en heb je je coxbox (als die er is) geïnstalleerd, vraag dan een voor een aan je roeiers of ze klaar zijn. Is je hele boot klaar dan kun je gaan uitzetten, let wel op dat er geen andere boot aan komt.  Let op: de boot mag niet op de riggers hangen. Daar worden ze krom van en het is slecht voor de boot. Zeg er wat van als dit het geval is.  Ook bij het uitzetten moeten de roeiers erop letten dat de riggers niet achter de rand van het vlot blijven hangen.

38 Going: het sturen zelf  Elke boot stuurt anders  Houdt de stuurtouwtjes losjes vast, maar wel zo dat je meteen kunt reageren als het nodig is  Trek de touwtjes niet continue strak. Dit remt af.  3 belangrijke issues  Wanneer gebruik je het roer in relatie tot de bladen Gebruik het roer als de bladen onderwater zijn en stuur dus niet/nauwelijks tijdens de recover. Dit betekent dat je in kleine rukjes stuurt. Sturen zorgt voor onbalans en als de bladen onderwater zijn is er meer balans. Tijdens de inpik en de uitpik kun je het roer in de juiste stand zetten. Vaak is er tape op het stuurtouw aanwezig waaraan je kunt zien of je roer recht staat. Dit is een handige referentie.  Hoe gebruik je het roer om die kant op te gaan waar je heen wilt. (meestal geldt:) Beweeg je rechterhand naar voren en trek het rechter stuurtouw dus naar voren als je naar rechts wilt Beweeg je linkerhand naar voren en trek het linker stuurtouw dus naar voren als je naar rechts wilt  Hoeveel roer gebruik je Gebruik het roer subtiel en met kleine hoeveelheden. Dus niet een heel stuk veel roer geven. Dat remt af. Onthoud dat de boot nog een tijdje doordraait, nadat je gestopt bent met sturen. Bij een 8 ongeveer een haal of 2.  Neem een punt op de oever in je hoofd waar je op af stuurt. Kijk 2 bootlengtes minimaal vooruit.  Als je een drastische bocht maakt: laat de roeiers helpen met stuurboord of bakboord strong/light. Niet tijdens wedstrijden toepassen!  Zit ontspannen en compenseer onbalans niet met je gewicht.

39 Bosbaan wedstrijd (1)  Als je recht moet liggen aan de start, lukt dat vaak niet met gewone klapjes op en strijkjes omdat je boot wordt vastgehouden en dus niet vooruit of achteruit kan bewegen. De volgende truc kun je toepassen:

40 Bosbaan wedstrijd (2)  Geef je positie in het veld tijdens de race regelmatig door

41 Links      Quinn_sivage_san_diego_2003_final  mp3

42 Inspiratie...  You own this!  Your taking seats!  They're scared now!  Power through the water!  Long n strong! Take it all the way!  Make this boat jump out of the water! Bend those oars!  Smash those footplates!!!“  If you're behind, then things like "Rrrake 'em in!“  and when you're ahead, "You see 'em? Now LOSE 'EM!!".  For when you're neck and neck, I was quite surprised by how well calls like... worked: Show 'em how its done“ “We're better - Yes! - They know it - C'mon! - They're panicking!“  When someone in other boat crabs: "Punish 'em!!"  "There die'in but were flyin“  3 – 1:  3 Lets crank it UP  2 ALL ON THE LEGS  1 Ready... GO!  GET 'EM WORKING!  SQUEEZE THE LEGS!  SQUEEEEEEEEEZE LEGS!!  SLAM THE KNEES DOWN!  SLAM 'EM!  FEEEEEEEEL THAT DRIVE  F*CKIN FEEL IT!  YEH! SQUEEEEZE LEGS  OFF THE FOOTPLATES!!  SMASH THOSE FOOTPLATES!!!  WE'RE LOVIN THIS!  KEEP THAT SQUEEEEEEZE!  WE WANT MORE!  EXPLODE THE LEGS!  NOWS THE TIME  READY - GO!!!  BIG STUFF NOW!


Download ppt "Stuurtips Een handreiking voor stuurvrouwen en stuurmannen die trainingen en eventueel wedstrijden sturen bij recreatief roeiende ploegen."

Verwante presentaties


Ads door Google