De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Inleiding Virologie Epidemiologie. Virologie mutaties herschikkingen Neuraminidase (9 types) Hemagglutinine (16 types) Griepvirussen: structuur Relatief.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Inleiding Virologie Epidemiologie. Virologie mutaties herschikkingen Neuraminidase (9 types) Hemagglutinine (16 types) Griepvirussen: structuur Relatief."— Transcript van de presentatie:

1 Inleiding Virologie Epidemiologie

2 Virologie

3

4 mutaties herschikkingen Neuraminidase (9 types) Hemagglutinine (16 types) Griepvirussen: structuur Relatief stabiele structuur ongeacht de mutaties van het virus A +++ (mens +dier, sporadisch, epidemisch, pandemisch) B (mens, epidemisch, kind) C (mens, sporadische gevallen)

5 Subtypes hemagglutinine Subtype Mens Varken Paard Vogels H1 H2 H3 H4 H5 H6 H7 H8 H9 H10 H11 H12 H13 H14 H15 H16

6 Antigenische varianten DriftShift TypesTypes A en BType A MechanismenPunctuele mutaties Progressieve antigenische correcties Reassortment van genen (dierlijke virussen) Grote aanpassingen van de NA en HA genen Antigenische aanpassingen KleinGroot Gevolgen TaxonomischVerschijning van nieuwe varianten H3  H3’ Verschijnen van nieuwe A-subtypes H3  H1 ImmunitairGekruiste immuniteit tussen twee consecutieve varianten Geen of weinig kruis- immuniteit tussen twee A-subtypes EpidemiologischJaarlijkse epidemiePandemie

7 Epidemiologie

8 Cijfers huisartsenpeilpraktijken (WIV) Seizoensgriep

9 Pandemieën sinds Belshe RB. The origins of pandemic influenza – lessons from the 1918 virus. N Engl J Med 2005;353: (Date d’accès le 27/12/2005)http://www.who.int/csr/disease/influenza/pandemic10things/fr/index.html 3. (Date d’accès le 27/12/2005)http://www.who.int/csr/don/2004_01_15/en/print.html 4. (Date d’accès le 27/12/2005)http://www.who.int/csr/disease/avian_influenza/country/cases_table_2005_11_29/en/index.html

10 Kamp Funston, Kansas, 1918

11 Mortaliteit van de Spaanse Griep

12 Oorsprong van H1N1v

13 “Nul-Patiënt”, La Gloria, Veracruz Eerste gekend geval op 24 februari 2009 Oorsprong van de pandemie 2009

14 Transmissie Klinische aspecten Diagnostiek

15 Transmissie

16

17 Besmettelijkheid van het virus 1 dag voor  7 dagen na het begin van de symptomen Incubatie  D-7

18 Klinische aspecten

19 Pandemische griep H1N1 (2009) Klinische symtomen Koorts (>38°C), hoofdpijn, spierpijn Hoest Keelpijn Vermoeidheid Loopneus Diarree Braken

20 Risicopersonen voor ernstige griep A(H1N1)v De meest getroffen groep 5 tot 50 jaar Ernstige gevallen en overlijdens <60 jaar 50-90% van de overlijdens Patiënten met onderliggende pathologie

21 Risicopersonen voor ernstige griep A(H1N1)v Zwangerschap Vatbaarder voor complicaties A/H1N1v- griep Meer risico tijdens 3 e trimester Zwangerschap: risicofactor voor overlijden Zwangere vrouwen lopen 10x meer risico op ernstige complicaties dan algemene bevolking !

22 ILI: Luchtwegeninfecties in België

23

24

25 Diagnostiek

26 Situatie in België Klinische diagnose Nasofaryngeaal uitstrijkje Real-time PCR Evolutie wordt gevolgd via peilpraktijken (WIV) => geen precieze cijfers maar schattingen, trends

27 Nasofaryngeaal uitstrijkje 1 e uitstrijkje: nasofaryngeaal 7 cm neusholte 2 e uitstrijkje: keelholte Wattenstaafje

28 Welke maatregelen kunnen we nemen ?

29

30

31 Surgeon, St. Michael’s hospital, Toronto, May 29, 2003

32 Chirurgische maskers Houden de druppeltjes tegen die bij het ademen door de zorgverlener worden verspreid  Beschermen de patiënt  Beschermen de zorgverlener tegen druppeltjes die door patiënten worden verspreid

33 FFP2-maskers Om mensen te beschermen tegen de risico’s verbonden aan het inademen van (met gas, damp, stof, aerosol) besmette lucht. Moeten gebruikt worden bij handelingen waarbij men een hoog risico loopt op besmetting (tracheale aspiratie…)  Beschermen zorgverleners en bezoekers

34 Bijeenkomsten verbieden: NEE Warmtedetectors: NEE Social distancing

35 Zelf-isolatie: JA Scholen sluiten: NEE Social distancing

36 Behandeling Antipyretica Antivirale middelen enkel voor risicogroepen Antibiotica enkel in geval van superinfectie Hospitalisatie enkel bij ernstige gevallen

37 Criteria voor hospitalisatie Vermijden dat er mensen worden gehospitaliseerd die zich thuis kunnen laten verzorgen Met het oog op een vlotte triage: objectieve klinische opnamecriteria zijn nuttig Bepaalde risicogroepen: verhoogde waakzaamheid maar geen hospitalisatie nodig

38 Antivirale middelen Tamiflu: Capsules 75 mg of suspensie voor oraal gebruik (kinderen) of Oseltamivir (strategische voorraad 30 mg) Relenza (voor zwangere vrouwen in 2 e trimester) Curatieve behandeling

39 Voorbehouden aan patiënten: Met ernstige symptomen Met risicofactor voor complicatie Optimale toediening: Binnen de 24-48u na het uitbreken van de symptomen CAVE: als er toch antivirale middelen worden gebruikt wanneer dit niet is aanbevolen, kan dit de resistentie van het virus tegen deze producten in de hand werken. Antivirale middelen

40 Vaccinatie

41 Pandemrix (GSK) dosissen Multidosis-flacons (10 vaccins per flacon) Progressieve levering: we beschikken dus niet over alle vaccins van in het begin van de vaccinatiecampagne: prioritisering !!

42 Pandemrix bevat fragmenten van een geïnactiveerd (gedood) influenzavirus De exacte stam is A/California/7/2009 (H1N1) v-like strain (X-179A). Het vaccin moet intramusculair geïnjecteerd worden (meestal in de bovenarm) Pandemrix (GSK)

43

44 Nevenwerkingen Nevenwerkingen van het vaccin –Frequent (1-10%) Lokaal : pijn, zwelling, erytheem Algemeen : malaise, hoofdpijn, koorts, myalgie –Zeer zelden Syndroom van Guillain-Barré Syndroom van Guillain en Barré = uitzonderlijke complicatie van de seizoensgriep:  Gewoonlijke frequentie : 2,8 gevallen voor inwoners  Na natuurlijke griep : 4 à 7 gevallen voor grieppatiënten  Overdreven risico toegeschreven aan het vaccin tegen seizoensgriep : 1 geval voor 1 mijoen gevaccineerden

45 Adjuvantia Gebruikte stoffen om de efficiëntie van de vaccins te verhogen (Alum, MF59, AS04, AS03): –Vermindering van de dosis antigeen –‘breedspectrum’ activiteit Adjuvantia voor de griepvaccins : –Op basis van squalenen (natuurlijk lipide) MF59 (Novartis) AS03 (GSK) AF03 (Sanofi Pasteur)

46 Gebruik van een adjuvans maakt het mogelijk om de dosis antigeen te verminderen 40 Après 1ère injection Après 2ème injection seuil requis CHMP Na 2 injecties van de laagste geadjuvanteerde dosis (AS03), vermenigvuldigde het aantal antilichamen tegen het virus H5N1 A/Vietnam/1194/04 bij 82% van de vrijwilligers met vier Leroux-Roels I et al, Lancet ;370(9587):580-9

47 Gebruik van een adjuvans maakt immuniteit tgen driftstammen mogelijk Na 1ste injectie Na 2de injectie Percentage Seroconversie 95% IC Vaccinatie met stam Vietnam (Clade 1) Test neutralisatie ten aanzien van stam Indonesia (Clade 2.1) H5N1 3.8 µg H5N1 3.8 µg +AS H5N1 7.5 µgH5N1 15 µgH5N1 30 µg H5N1 7.5 µg + ASH5N1 15 µg + ASH5N1 30 µg + AS Na 2 injecties van de laagste geadjuvanteerde dosis van H5N1 Vietnam, hebben 72% van de vrijwilligers neutraliseerde antilichamen tegen H5N1 Indonesia Leroux-Roels I et al, Lancet ;370(9587):580-9

48 Adjuvantia op basis van squalenen Squaleen: natuurlijke lipide stof (planten, lever van zoogdieren). MF59 en AS03: Adjuvantia van recente generatie zogenaamde «olie-in-water». Pre-klinische studies bij dieren Klinische studies bij mensen met vaccins die dezelfde adjuvantia bevatten: –Geen risicosignalering –Verhoging van de lokale reacties bij injectiepunt Golfoorlog syndroom en anti-squaleen Ab: –geen causaliteit tussen het syndroom en de aanwezigheid van Ab

49 MF59 –Gripguard/FluAd/Addigrip®, seizoensvaccin, toegelaten sinds 2001 in Frankrijk, sinds 1997 in andere landen. – doses, ruim gebruikt in Europa. –Opvolging van de farmacovigilantie : geen problemen AS03 –Meer dan vrijwilligers in de klinische proeven. H5N1, seizoensgriep, H1N1, malaria Adjuvantia op basis van squalenen

50 Thiomersal Bewaarmiddel dat kwik bevat voor geneesmiddelen en vaccins. Onontbeerlijk voor multidosisvaccins Neurologische problemen van het kind, nieraandoeningen die verband houden met een vroegtijdige blootstelling? –Geen causaal verband vastgesteld –Niet vastgesteld neurologisch risico Vaccins : minimale doses, toxiciteit uitgesloten

51 Thiomersal Contactallergeen Maar > 90% van patiënten met een contactallergie die geen allergie ontwikkelen tijdens de toediening van het vaccin. Geen risico op toxiciteit voor zwangere vrouwen De voordelen zijn absoluut groter dan het louter theoretische toxicologische risico

52 Tegen-indicaties Tegen-indicatie Antecedent van anafylactische reactie op een van de bestanddelen van het vaccin of residuen die in heel kleine hoeveelheden achtergebleven zijn. Gebruiksaanwijzing Antecedenten van hypergevoeligheid aan actieve stof, of één van de excipiënten, aan thiomersal en de residuen die in heel kleine hoeveelheden achtergebleven zijn.

53 Aanbevelingen Terbeschikkingstelling van de vaccins ► in de prioriteitstelling rekening houden met: –De blootstelling aan het virus –Risicofactoren voor ernstige complicaties –Ethische elementen Verschillende fases: – Vaccinatie ziekenhuispersoneel/huisartsen – Vaccinatie risicogroepen / prioriteitsgroepen – Eventuele derde fase ?

54 Vaccinatieschema : Pandemrix® Vanaf de leeftijd van 10 jaar: 1 dosis van 0,5 ml is voldoende Kinderen tussen 6 maanden tot en met 9 jaar: Toediening van een halve dosis (0,25 ml) vaccin Kinderen jonger dan 6 maanden: Geen vaccinatie. Overweeg vaccinatie van de ouders Aanbevelingen

55 Afweging voordelen – risico’s -Moet op regelmatige basis opnieuw geëvalueerd worden. -De vaccinatiestrategie kan herzien worden in functie van de beschikbare gegevens. Aanbevelingen

56 Er is nooit EEN oplossing, maar er moeten keuzes worden gemaakt Als ik je prik, krijg je chikungunya Als je me prikt, krijg jij Vogelgriep…


Download ppt "Inleiding Virologie Epidemiologie. Virologie mutaties herschikkingen Neuraminidase (9 types) Hemagglutinine (16 types) Griepvirussen: structuur Relatief."

Verwante presentaties


Ads door Google