De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ken jij de juiste zegswijze ?. Wie als eerste het graan naar de molenaar bracht, werd het eerst geholpen. Wie eerst is, heeft voorrang. “Wie eerst komt,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ken jij de juiste zegswijze ?. Wie als eerste het graan naar de molenaar bracht, werd het eerst geholpen. Wie eerst is, heeft voorrang. “Wie eerst komt,"— Transcript van de presentatie:

1 Ken jij de juiste zegswijze ?

2 Wie als eerste het graan naar de molenaar bracht, werd het eerst geholpen. Wie eerst is, heeft voorrang. “Wie eerst komt, eerst maalt.”

3 Het graan werd gemalen tussen grote molenstenen. Dat is een zware last. “Het ligt als een molensteen op de maag.”

4 Wanneer je naar binnen gaat, sta je meteen in de leefkamer, het ‘huis’. Meteen ergens over beginnen. “Met de deur in huis vallen”.

5 Wanneer vrienden binnenkwamen, mochten ze even de warme haal aanraken om warme handen te krijgen. Iemand goed ontvangen. “Iemand een warm onthaal geven”.

6 In de “goede kamer” vindt men de bakermat. De moeder of de baken (vroedvrouw) verzorgde, in de mat gezeten, het kind bij het vuur. Bakeren betekent letterlijk “herhaaldelijk bakken”, in de betekenis van warmen, koesteren, verzorgen. De oorsprong van iets of iemand. “De bakermat van iets of iemand.”

7 Met een konkel konden de vrouwen vroeger al wandelend spinnen. Terwijl de dames naar de markt gingen, staken ze de konkel onder hun arm. Soms stapten ze echter per ongeluk op de draad. Niet meer weten hoe men verder moet. "De draad kwijt zijn."

8 Bovenin de konkel werd een kluts gestoken. Dat is een stukje ongewassen wol die ze gebruikten om te spinnen. Als ze te veel aan het kletsen waren en niet meer aan het opletten, konden ze weleens de kluts kwijt zijn. Niet meer weten wat je aan het doen was. “De kluts kwijt zijn.”

9 Tegenover de schepenbank stond een houten stelling. Hier werden mensen terecht gesteld. De beklaagde moest dan op een platte steen (de matte) gaan staan. Voor het gerecht komen. “Op het matje geroepen worden.”

10 Bij twijfel over de schuld deed men beroep op Gods oordeel. God zou diegene helpen die oprecht was. Zo had men de water- of de vuurproef. Bij de vuurproef werd de beklaagde verplicht zijn hand in het vuur te steken. Was zijn hand niet verbrand, dan was hij onschuldig. Zeker zijn van iemands onschuld. “Voor iemand zijn hand in het vuur steken.”

11 Het ijzer werd warm gemaakt in het vuur en kon dan geplooid en gevormd worden. De smid smeedde het ijzer als het heet was. Op het juiste moment handelen. “Het ijzer smeden als het heet is.”

12 Roggebrood of tarwebrood waren gedurende eeuwen het belangrijkste bestanddeel voor de maaltijden. Vandaar dat we zeggen dat iets wat noodzakelijk is, broodnodig is. Wit brood at men alleen bij feestelijkheden. Na een huwelijk gingen pasgehuwden op familiebezoek. Volgens traditie werd dan wit brood aangeboden. Ze zijn pas getrouwd.. “Ze zijn in hun wittebroodsweken.”

13 Vroeger konden enkel rijke mensen zich een stenen vloer en stenen muren voor hun huis veroorloven. Heel rijk zijn. “Steenrijk zijn.”

14 Een Kempense boer moest meestal hard werken voor zijn bestaan. Voor het echte zware werk gebruikte hij een paard. Een zwaar werk uitvoeren. “Paardenarbeid verrichten.”

15 Driemaal per week werd er geboterd. Dit gedurende de hele voormiddag. Vaak moesten honden de botermolen op gang houden. Dat was zwaar werk voor een hond. Een slecht leven hebben. “Een hondenleven leiden.”

16 Wanneer men tweemaal dezelfde misdaad beging, werd men met het oor aan de schandpaal genageld. Men was vrij als men zich kon losrukken, maar was dan ook getekend voor het leven... Iemands misdaad kenbaar maken. “Iemand aan de schandpaal spijkeren.”

17 In de kerk liet men meestal de deuren open. Zo voelden de mensen zich welkom. Doe de deur eens dicht, wil je ? “Je bent zeker in de kerk geboren”.

18 De kerk stond (staat) meestal in het midden van het dorp. Zorgen dat beide partijen tevreden zijn. "De kerk in het midden houden."

19 De kerk was (is) een van de meest grote gebouwen in een stad. Iets onmogelijk willen doen. “De kerk willen verzetten.”

20 Het klokkengeluid van een kerk kende vele betekenissen. Alle inwoners van het dorp kenden die betekenissen. Iets aan iedereen laten weten. “Iets aan de grote klok hangen.”

21 Vroeger werden rijke mensen soms in de kerk begraven. Hun lijken konden na een tijdje weleens beginnen stinken. Heel rijk zijn. “Stinkend rijk zijn.”

22 Vroeger kende men geen glas noch plastic. Alles werk in kannen en kruiken gedaan. Alles is geregeld. “Het is in kannen en kruiken.”

23 Einde powerpointpresentatie Rik Lemmens


Download ppt "Ken jij de juiste zegswijze ?. Wie als eerste het graan naar de molenaar bracht, werd het eerst geholpen. Wie eerst is, heeft voorrang. “Wie eerst komt,"

Verwante presentaties


Ads door Google