De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

2. Baby- en peutertijd (geboorte – 2 jaar) – Pag. 1 Geboorte – 1 jaar: = Pre-linguale periode = ORAAL STADIUM (1 e stadium, psychoseksuele theorie Freud)

Verwante presentaties


Presentatie over: "2. Baby- en peutertijd (geboorte – 2 jaar) – Pag. 1 Geboorte – 1 jaar: = Pre-linguale periode = ORAAL STADIUM (1 e stadium, psychoseksuele theorie Freud)"— Transcript van de presentatie:

1 2. Baby- en peutertijd (geboorte – 2 jaar) – Pag. 1 Geboorte – 1 jaar: = Pre-linguale periode = ORAAL STADIUM (1 e stadium, psychoseksuele theorie Freud) = VERTROUWENS VS. WANHOOP (1 e conflict, psychosociale theorie Erikson) 1. Prenataal (bevruchting – geboorte) % lengtetoename sinds geboorte -Driemaal geboorte- gewicht maal grotere ka- ns inleven indien bor- stvoeding (ontwikke- lingslanden) -Wandelen steun -Objectherkenning zelfs bij gebrek 2/3 e -Intermodale perceptie -Uitgestelde imitatie over maanden en ver- schillende contexten -Problemen oplossen naar analogie (< 1 j.)  Piaget -Eerste woorden -Zelf-regulatie (en ontwikkeling v.d. hersenen) is toege- nomen. -Vermogen om weer- stand te bieden aan neg. emoties en aan impulsen tot soc. niet- aanvaard gedrag (12-18 maanden) -Zelf-Controle -2 dagen: Imitatie -3 dagen: Hoofd draaien naar geluid -Gevoeligheid voor bewegende objecten -3 weken: Weinig contrast, simpele patronen -Liefst simpele gezichtspatronen -6 weken: Imitatie gelaats- uitdrukking volgende dag -< 6 weken: Interesse stem- geluiden en verschillen in taalklanken -Voorkeur CDS -Glimlach -Algemene distress weken: Eerste sociale glimlach -Ethologie – Fase 1: Nog geen gehechtheid (geboorte tot 6 weken) -Ethologie – Fase 2: Beginnende gehechtheid (6 weken tot 6-8 maanden) -Zitten steun -Herkenning klanken ≠ moedertaal (6-8 maanden) -Omgeving ‘scannen’ & beweging volgen -Diepte-perceptie (6-7 maanden) -Imitatie van acti- viteiten volwassen (6-9 maanden) -Onderscheid “mama”-”papa” -Vanaf hier neemt angst toe. -Scheidingsangst (6-15 maanden) -Ethologie – Fase 3: Duidelijke gehechtheid (6-8 tot maanden) -Hoofdje opheffen -Focussen op object & kleurherkenning -Binoculaire diepte (2-4 maanden) -Contrastsensitiviteit -Complexe patronen, details -Voorkeur binnenzijde gezicht & onderscheid bekend-onbekend (2-4 maanden) -Vocalisaties -Pre-reiken wordt vrijwillig reiken -Lach als reactie op actieve stimuli (3-4 maanden) -Gevoel voor muzikale frasering (4-7 maanden) -Ontdekking patronen grenzen -Polyglot/Universeel brabbelen -In zelfde richting kijken als volwass- ene (joint attention) -Woede (4-6 maanden) -Herkenning gesprekseenheden (7-9 maanden) -Herkenning gelaats- uitdrukkingen van anderen (7-10 maanden) -Tweemaal geboortegewicht -Diepte i. tekeningen (5-12 maanden) -Waarneming emo- tionele gezichts- uitdrukkingen (5-12 maanden) -Sterke responsivi- teit op CDS Einde van toename babyvet Oefenen aangeboren reflexen Primaire circulaire reacties Secundaire circulaire reacties Coördinatie van secundaire circulaire reacties -Herinneren en terugvinden v. verborgen object -Monoglot/Aange- past brabbelen -Vreemdenangst (8-12 maanden) Verschillende vormen van lachen (10-12 maanden) = Sensorimotorisch stadium (1 e stadium, cognitieve ontwikkelingstheorie Piaget) met 6 substadia

2 % lengtetoename sinds geboorte -4x geboortegewicht -Slaapbehoefte ge- daald v. 18 tot 12u/dag -Gedachten moeilijk onder woorden breng- en/Richtlijnen kunnen volgen  Gehoorpro- bleem/Taalstoornis? -‘Mij-zelf’ is ontwikkeld Tertiaire circulaire reacties Mentale voorstellingen -Twee-woordenzin (18-24 maanden) -Woordenschat: woorden (18-24 maanden) -Schaamte, schuld, trots, jaloezie, verle- genheid… t.g.v. groei- end zelfbewustzijn -Ethologie – Fase 4: Ontstaan van weder- kerige relatie (vanaf maanden) -Zichzelf en anderen in- delen volgens categorie-ën van leeftijd, fysieke kenmerken en goed/slecht (18-30 maanden) 2 woorden combineren (20-26 maanden) 1-2 jaar: = ANAAL STADIUM (2 e stadium, psychoseksuele theorie Freud) = AUTONOMIE VS. SCHAAMTE/TWIJFEL (2 e conflict, psychosociale theorie Erikson) = Sensorimotorisch stadium (1 e stadium, cognitieve ontwikkelingstheorie Piaget) met 6 substadia 2. Baby- en peutertijd (geboorte – 2 jaar) – Pag. 2

3 3. Vroege kindertijd (2 – 6 jaar) = PRE-OPERATIONEEL STADIUM(2 e stadium, cognitieve ontwikkelingstheorie Piaget) = FALLISCH STADIUM (3 e stadium, psychoseksuele theorie Freud) = INITIATIEF VS. SCHULD (3 e conflict, psychosociale theorie Erikson) 2 2,5 3 3,5 4 4,5 5 5,5 6 -Vork gebruiken (3-4 jaar) -Tekenen: kopvoeter en toevallig realisme (3-4 jaar) -Geloof in elfen en kabouters (magisch denken) (3-4 jaar) -Toenemend inzicht in intenties (3-4 jaar) -Zelfbewuste emoties duidelijk verbonden met zelf-evaluatie -Vaak niet-sociale spelen (3-4 jaar) & solitaire en parrallel-spelen (3-6 jaar) -Constructiespel (3-6 jaar) -Fase 1 van morele ontwikkeling: Eigenbelang (3-4 jaar) -Mes en vork gebruiken -Verstandelijk realisme bij tekenen (5-6 jaar) -Fase 2 van morele ontwikkeling: Gelijkheid (5-6 jaar) -Schoenen knopen -Toename inzicht in ‘false belief’ eindigt. -Woordenschat: woorden (door fast- mapping) -Mislukt realisme bij tekenen (4-5 jaar) -Inzicht in verschillende gezichtspunten (egocentrisme) -Verdwijnen magisch denken (4-8 jaar) -Perfecte herkenning (4-5 jaar) -Herinnering van 3 à 4 items -Begrijpen van ‘false belief’ -Al vele moeilijke zinscon- structies (4-5 jaar) -Conversatie aanpassen aan leeftijd/geslacht/sociale status van luisteraar -Zelfconcept: Als trekomschrijv- ing gegeven is, kunnen ze corr- ect bedoelingen en emoties infereren, maar toepassing op zichzelf -Krabbelstadium -Differentiatie van catego- rieën: globaal – basis – sub- categorieën (hiërarchische classificatie) -Herinnering van 2 items -Woordenschat: 200 woorden -Om beurt praten, gepaste reacties op opmerkingen, on- derwerp tijdlang aanhouden -Functioneel spel (0-2 jaar) en rollenspel (2-6 jaar) -Categorisatie als ‘jongen’ en ‘meisje’ ‘Make-believe’ evolueert.-Toepassing basisstructuur grammatica (3,5-4 jaar) -Zelfconcept: typische emoties/ attitudes

4 Lagere schoolleeftijd (6 – 11 jaar) = LATENTIE-STADIUM (4 e stadium, psychoseksuele theorie Freud) = VLIJT VS. MINDERWAARDIGHEID (4 e conflict, psychosociale theorie Erikson) CONCREET OPERATIONEEL STADIUM (4 e stadium, cognitieve ontwikkelingstheorie Piaget) -Visueel realisme bij tekenen (8-9 jaar) -Toename groeihormoon thyroxine (8-9 jaar) -Cognitieve kaart: ‘Ruimtelijke wandeling in gedachten’ maken (8-10 jaar) -Fase 4 van morele ontwikkeling: Helpen -Vervanging kindertanden (6-12 jaar) -Seriatie (6-7 jaar) -Geheugenstrategieën: herhalen en organiseren -2-6 jaar: Basis zelfbegrip en zelfwaarde (i.v.m. vaardigheden, trekom- schrijvingen, enkel pos. element- en, oorzaken aangegeven) jaar: Verfijnder zelfbegrip en zelfwaarde (vergelijking vaardigheden van meerdere personen, trekomschrijv- ingen, pos. en neg. elementen, oorzaken aangegeven) -Fase 3 van morele ontwikkeling: Verdienste (6-7 jaar) -Diversiteit en ongelijkheid  Vooroordeel -Spatiaal redeneren m.b.v. mentale rotatie (7-8 jaar) -Begrip van diversiteit en ongelijkheid (7-8 jaar) -Niet-westerse culturen: vanaf nu pas conservatie -Geheugenstrategieën: Elaboratie -11,5 jaar: Grotere testes -11,7 jaar: Piek versnelling lengte bij meisjes -Emotionele zelf-regulatie: Balans wordt gezocht tussen probleem- gerichte en emotie-gerichte coping- strategie. -Begin puberteit (10 tot 15 jaar) & adolescentie (10 tot 20 jaar) -Groeispurt bij meisjes -Borstontwikkeling -10,5 jaar: Begin schaamhaargroei bij meisjes

5 5. Adolescentie (11 – 18 jaar) = GENITALE STADIUM (5 e stadium, psychoseksuele theorie Freud) = IDENTITEIT VS. VERWARRING (5 e conflict, psychosociale theorie Erikson) Pubertijd (biologisch) Adolescentie (volledige overgang) -12 & ouder: FORMEEL OPERATIONEEL STADIUM (4 e stadium, cognitieve ontwikkelingstheorie Piaget) -12 jaar: Grotere penis en begin schaamhaargroei bij jongens -12,5 jaar: Groeispurt jongens -12,5-13 jaar: Menarche meisjes -Versnelling myelinisatie (15-25 jaar) -15 jaar: Schaamhaargroei bij jongens is volledig. -15,5 jaar: Jongens hebben volwassen gestalte. V r o e g e a d o l e s c e n t i e M i d d e n a d o l e s c e n t i eL a t e a d o l e s c e n t i e -13 jaar: Meisjes hebben volwassen gestalte. -13 jaar: Spermarche (ejaculatie) jongens -11,5 jaar: Grotere testes -11,7 jaar: Piek versnell- ing lengte bij meisjes -14 jaar: Piek versnelling lengte bij jongens -14 jaar: Borsten zijn volgroeid. -14,5 jaar: Schaamhaar- groei bij meisjes is volledig. -14, 5 jaar: Penis is volgroeid.

6 Vroege volwassenheid (18 – 40 jaar) = INTIMITEIT VS. ISOLEMENT (6 e conflict, psychosociale theorie Erikson) -Graduele overgang vanaf vroege 20er jaren (exploratie studiekeuze, werk, waarden en relaties – weinig sociale verwacht- ingen – verdieping van attitudes en waarden) -Levinson: Eerste levens- structuur der vroege volwassenheid (22-28 jaar) -Vaillant: Zorgen omtrent intimiteit -Piek eenzaamheid op tienerleeftijd en vroege 20er jaren (daarna daalt het tot 70er jaren) -Levinson: Overgang 30er jaren (nieuwe evaluatie levensstructuur) (28-33 jaar) -Vaillant: Consolideren loopbaan -Levinson: Gevestigde levensstructuur der vroege volwassenheid (‘settling down’ bij mannen & blijvende insta- biliteit bij vrouwen) (33-40 jaar) -Vaillant: Generativiteit

7 Middelbare volwassenheid (40 – 65 jaar) = GENERATIVITEIT VS. STAGNATIE (7 e conflict, psychosociale theorie Erikson) -Levinson: Overgang naar middelbare leeftijd (evaluatie vroege volwassenheid – gevoel dat ‘tijd opraakt’ – ingrijpende/ kleine veranderingen) (40-45 jaar) -Levinson: Intrede in de levens- structuur (45-50 jaar) -Vaillant: Generativiteit -Midlife crisis: Soms voor 40 jaar, soms na 50 jaar  Levinson: Vrouwen in vroege 40er jaren & mannen in late 40er jaren of in 50er jaren -Onderzoek ‘life regrets’ bij vrouwen -Levinson: 50-jaar overgang (50-55 jaar) -Levinson: Hoogtepunt levens- structuur (55-60 jaar) -Vaillant: “Behoeders van betekenis” (50ers en 60ers) -Levinson: Overgang naar de late volwassenheid (60-65 jaar)

8 … Overlijden 8. Late volwassenheid (65 jaar – overlijden) = EGO-INTEGRITEIT VS. WANHOOP (8 e conflict, psychosociale theorie Erikson) Peck: - Ego-differentiatie vs. Preoccupatie met werkrol - Transcendentie vs. Preoccupatie met lichaam - Ego-transcendentie vs. Preoccupatie met ego Gero-transcendentietheorie Labouvie-Vief: Affect-optimalisatie, levendige beschrijving van emotionele gebeurtenissen, emotie-gerichte coping Remeniscentie & ‘Life Review’ Zelfconcept (zelf-aanvaarding, veranderlijke persoonlijkheidskenmerken, spiritualiteit en religie…) Sociale wereld: 1. Disengagement theory 2. Activiteitstheorie 3. Continuïteitstheorie 4. Socio-emotionele selectiviteitstheorie -Vaillant: Spiritueel en reflexief (70ers)


Download ppt "2. Baby- en peutertijd (geboorte – 2 jaar) – Pag. 1 Geboorte – 1 jaar: = Pre-linguale periode = ORAAL STADIUM (1 e stadium, psychoseksuele theorie Freud)"

Verwante presentaties


Ads door Google