De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 12 Beleggingsfondsen Beleggingsleer Siem de Ruijter Jan Van Doorslaer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 12 Beleggingsfondsen Beleggingsleer Siem de Ruijter Jan Van Doorslaer."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 12 Beleggingsfondsen Beleggingsleer Siem de Ruijter Jan Van Doorslaer

2 Definitie Beleggingsportefeuilles samengesteld door financiële instelling Andere term – ICB’s – Instellingen voor Collectieve Beleggingen Geld van verschillende beleggers wordt samengebracht  gemakkelijker om zo gespreide beleggingsportefeuille samen te stellen Fonds kan beleggen in (mix) van – aandelen, obligaties, kortetermijnbeleggingen, vastgoed … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer2

3 Definitie Met relatief klein vermogen – kan men gespreide portefeuille opbouwen Voor kleinere portefeuilles – liggen kosten fonds vaak lager dan zelf aan- en verkooptransacties te doen Beheer – door professionals met nodige expertise Mogelijkheid om te beleggen – in regio’s die veraf liggen/minder gekend zijn – bv. beleggen in Chinese aandelen via fonds © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer3

4 Definitie Aantal ICB’s voorbije decennia – sterk gestegen – voorbeeld: zie overzicht fondsen dagelijks gepubliceerd in De Tijd Voorbeeld p. 286 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer4

5 Soorten Open en gesloten fondsen Aandelenfondsen Obligatiefondsen Monetaire fondsen Gemengde fondsen Fondsen met kapitaalbescherming en klikfondsen Trackers of Exchange Traded Funds (ETF) Paraplufondsen of dakfondsen Hefboomfondsen of Hedge Funds Tak 21 Tak 23 Pensioenfondsen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer5

6 Open en gesloten fondsen Beleggingsfonds met veranderlijk kapitaal – = BEVEK – = open fonds (‘open-end fund’) Aantal aandelen kan stijgen/dalen – veel interesse in fonds:  er worden nieuwe aandelen gecreëerd – meer mensen treden uit dan in  beheerders kopen aandelen op en vernietigen ze Men kan ook gedeeltelijke aankopen doen – voorbeeld: men belegt EUR – men krijgt 21,74 stukken aan 46 EUR per stuk © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer6

7 Open en gesloten fondsen Beleggingsfonds met vast kapitaal – = BEVAK – = gesloten fonds (‘closed-end fund’) Aantal aandelen ligt bij aanvang fonds vast – worden verhandeld op de beurs – alleen kopen of verkopen als er tegenpartij is – prijs afhankelijk van vraag en aanbod Niet mogelijk een gedeelte van fonds te kopen – voorbeeld: EUR – inventariswaarde 300 EUR – ofwel koopt men 3 stuks voor 900 EUR – ofwel koopt men 4 stuks voor EUR © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer7

8 Open en gesloten fondsen Bevek – kapitalisatietype winsten blijven in bevek en worden herbelegd – distributietype keren dividend uit Bevak – altijd distributietype – beurswaarde kan afwijken van intrinsieke waarde © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer8

9 Open en gesloten fondsen Intrinsieke waarde (IW) – werkelijke waarde o.b.v. meest recente koers beleggingen van het fonds – houdt rekening met nog uit te keren dividenden, ontvangen rente, nog te betalen transactiekosten … kosten die fonds zelf in rekening brengt voor beheer © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer9

10 Voorbeeld p. 288 aandeel 1: ,00 EURlening: ,00 EUR aandeel 2: ,50 EURintresten: ,50 EUR aandeel 3: ,00 EURkosten:500,00 EUR totaal bezit: ,50 EURtotaal schuld: ,50 EUR 10

11 Aandelenfondsen Je koopt stukje ruim gediversifieerde aandelenportefeuille Fondsen met specifieke specialisatie – geografische fondsen – sectorfondsen Geografische fondsen – bepaalde regio – België, Amerika, landen van de eurozone, China … – je hebt bv. interesse in opkomende markten MAAR zelf niet de kennis, ervaring … om individuele aandelen te selecteren DAN mogelijk om fonds aan te kopen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer11

12 Geografische fondsen Hoe vinden? – site financiële instelling / – De Tijd - fondsenzoeker – Morningstar p. 289 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer12

13 Aandelenfondsen Sectorfondsen – farmacie, financiële sector, telecommunicatie, distributie … – belegger richt zich tot bepaalde sector (en niet beurs in het algemeen) – bepaalde sectoren kunnen sterker groeien dan anderen – opgelet: bij terugval van de beurs kunnen bepaalde sectoren sterker worden getroffen dan anderen voorbeeld: crisis 2008 – financiële sector © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer13

14 Aandelenfondsen Actieve strategie <> passieve strategie Actieve strategie – doel om beter te presteren dan bepaalde referentie of ‘benchmark’ – voorbeeld: aandelenfonds België kan men als benchmark BEL20 nemen – doel bereikt als benchmark jaarlijks wordt verslagen – maar: dus ook mogelijk dat fonds slechter presteert © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer14

15 Aandelenfondsen Actieve strategie <> passieve strategie Passieve strategie – fonds op zelfde manier samengesteld als benchmark die wordt gevolgd – niet de bedoeling om beter te presteren dan benchmark p. 290 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer15

16 Obligatiefondsen Belegt hoofdzakelijk in – obligaties, kasbons en termijnrekeningen – met minimale looptijd van 3 jaar Omdat emittent obligatie failliet kan gaan – best vermogen te spreiden over meerdere obligaties – men kan dit doen d.m.v. obligatiefonds © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer16

17 Obligatiefondsen Soorten – geografische obligatiefondsen – sectorale obligatiefondsen – volgens uitgiftemunt (EUR, USD …) – aard van de emittent (staten, ondernemingen, instellingen) – kredietwaardigheid van de debiteuren – … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer17

18 Obligatiefondsen Zonder vaste looptijd <> met vaste looptijd Zonder vaste looptijd – obligaties worden actief beheerd – regelmatig aan- en verkopen van obligaties – looptijd onbeperkt Met vaste looptijd – passief beheer – als obligaties op vervaldag komen worden ze terugbetaald © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer18

19 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer p

20 Monetaire fondsen Beleggen hoofdzakelijk in – kortlopende beleggingsvormen – zoals termijndeposito’s, obligaties met korte resterende looptijd, schatkistcertificaten, commercial paper … – gemiddelde looptijd ongeveer 6 maanden (< 12 maanden) Stabiele return – zeer laag risico Te vergelijken met – spaarrekening/termijnrekening op korte termijn – alternatief voor kortetermijnbelegger – opgelet: er moeten wel kosten betaald worden Voorbeeld p. 291 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer20

21 Gemengde fondsen Beleggen in aandelen, obligaties en liquiditeiten Via 1 fonds: mooi gespreide portefeuille ! Indeling volgens beleggingsstrategie – offensieve/agressieve/dynamische fondsen hoofdzakelijk in aandelen – neutrale fondsen evenwichtige verdeling over A, O & L – defensieve fondsen hoofdzakelijk in obligaties Hoe langer beleggingshorizon – Hoe meer belegger kan kiezen voor offensieve fondsen – MAAR: daarom hoeft hij dat niet te doen! – Zie vuistregels: © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer21

22 Gemengde fondsen - vuistregels Belegginshorizon: 5 jaar – kies voor defensief gemengde fondsen – gemiddeld 70 % obligaties en 30 % aandelen Beleggingshorizon: 10 jaar – kies voor neutrale gemengde fondsen – gemiddeld 50 % obligaties en 50 % aandelen Beleggingshorizon: > 10 jaar – kies voor dynamische fondsen – gemiddeld 30 % obligaties en 70 % fondsen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer22

23 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen Belegger krijgt garantie dat hij op VVD – kapitaal geheel terugkrijgt – of gedeeltelijk terugkrijgt (bij gedeeltelijke bescherming) Kapitaalgarantie – geldt enkel op VVD – houdt geen rekening met kosten en taksen Indien belegger fonds verkoopt voor VVD – krijgt hij de op dat moment geldende inventariswaarde © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer23

24 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen Volgt meestal resultaat van bepaalde index Mogelijke return die wordt geboden – afhankelijk van wat tijdens bepaalde periode gebeurt – met betreffende beursindex, pakket aandelen … – zeer veel varianten! – niet altijd even eenvoudig te begrijpen voor belegger! © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer24

25 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen Hoe zorgt FI voor kapitaalgarantie? – grootste deel wordt belegd in vastrentende beleggingen (termijnrekeningen, obligaties …) dit zorgt ervoor dat de belegger zijn startkapitaal terugkrijgt – beheerder fonds: berekent actuele waarde van de toekomstige rente-inkomsten van die belegging met dat bedrag worden opties gekocht op de gevolgde index die zorgen voor eventuele meerwaardes © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer25

26 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer26

27 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen Start van deze fondsen – belegger kreeg op VVD bepaald percentage van de stijging van de onderliggende index – voorbeeld: 75 % van de stijging van de BEL20 Later: nieuwe formules – formules waarbij jaarlijkse een bepaald percentage werd vastgeklikt – = klikfondsen p. 294 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer27

28 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen Voorbije jaren – vele traditionele kasbonbeleggers zijn massaal overgestapt – aantal beschikbare formules sterk toegenomen – formules die minimumrendement voorop stellen betere prestatie dan onderliggende waarde geven – voorbeeld: 120 % (of meer) wordt doorgerekend in de bepaling van de meerwaarde... © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer28

29 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen CCPI-techniek – = techniek voor gedeeltelijke kapitaalbescherming – = Constant Proportion Portfolio Insurance – bij aanvang fonds wordt afgesproken hoeveel fonds gedurende bepaalde periode maximaal mag dalen voorbeeld: 10 % gedurende 1 jaar. De ‘floor’ zal dan 90 % bedragen fonds bestaat uit risicovol en risicoloos gedeelte als beurs tijdens bepaalde periode fors begint te dalen  zullen risicovolle beleggingen worden omgezet in risicoloze  zodat de waarde van het fonds niet zal dalen onder de floor © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer29

30 Fondsen met kapitaalbescherming Klikfondsen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum: p

31 Trackers of Exchange Traded Funds (ETF’s) Beursgenoteerde beleggingsfondsen Volgen zo nauwkeurig mogelijk beursindex – passief beheer – samenstelling tracker = samenstelling index – mogelijkheden: landenindex, sectorindex … Worden continu op beurs verhandeld Open-end fondsen Eenvoudig en vlot te verhandelen – market makers zorgen voor bied- en laatprijzen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer31

32 Trackers of Exchange Traded Funds (ETF’s) Wordt uitgegeven door – bank of gespecialiseerd bedrijf – faillissement uitgever geen gevolgen voor bezitter tracker Liquiditeit – gewaarborgd door één of meer liquiditeitsverschaffers of market makers – = professionele partijen die altijd verplicht zijn om aankoop- en verkoopprijzen te afficheren © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer32

33 Trackers of Exchange Traded Funds (ETF’s) Koers tracker komt grofweg overeen met bepaald % van index die hij volgt – om verhandelbaarheid te vergroten wordt indexstand gereduceerd tot bv. 1/10 de of 1/100 ste – voorbeeld: index en verhouding = 1/100 ste koers tracker zal in de buurt van 25 liggen Voorbeeld p. 296 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer33

34 Trackers of Exchange Traded Funds (ETF’s) Elke dag wordt op vast tijdstip officiële NAV berekend en bekend gemaakt – = Net Asset Value – = theoretische waarde van een tracker gebaseerd op de actuele waarde van de samenstellende aandelen gecorrigeerd met opgebouwde dividenden en gemaakte beheerskosten Beheerder berekent ook voortdurend indicatieve NAV – geeft marktpartijen en beleggers de mogelijkheid om te zien of tracker onder- of overgewaardeerd is – koers zal door marktpartijen zoveel mogelijk in lijn gebracht worden met onderliggende index p © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer34

35 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer 35

36 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer 36

37 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer 37

38 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer 38

39 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Link video: 39

40 Interessante sites Lyxor – iShares – State Street Global Advisors (SPDR) – Think capital – … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer40

41 Paraplufondsen of dakfondsen Fondsen die beleggen in andere fondsen – aantal fondsen worden met elkaar gecombineerd – beheerder kan deze combinatie wijzigen (bij actieve beleggingsstrategie) – men verkrijgt zo een ‘superdiversificatie’ Bij te grote spreiding zal kans zijn dat – men benchmark zal verslaan – beter zal doen dan marktgemiddelde © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer41

42 Paraplufondsen of dakfondsen Bestaan heel wat soorten – sommige beleggen alleen in aandelenfondsen – andere zijn gemengd (aandelen, obligaties,…) Voor belegger – niet gemakkelijker om met elkaar te vergelijken Bij open architectuur – wordt ook gekozen uit fondsen van andere financiële instellingen Voorbeeld p © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer42

43 Andere interessante video’s Alex.nl – Beleggingsfondsen Trackers … KBC – https://www.kbc.be/IPA/D9e01/~N/~KBC/- BZKCO73/BZKCO75/BZKCO7O/BZLL4JB/~-BZKFS8H?ngeOrigin=BZKJZ7M https://www.kbc.be/IPA/D9e01/~N/~KBC/- BZKCO73/BZKCO75/BZKCO7O/BZLL4JB/~-BZKFS8H?ngeOrigin=BZKJZ7M Systematisch beleggen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer43

44 Hefboomfondsen of Hedge Funds Speculatieve fondsen met alternatieve beleggingsstrategie Doel: hoger dan gemiddelde marktreturn behalen Hoe? – door gebruik te maken van hefboomeffect men leent geld en gaat dit beleggen als return beleggingen > intrest lening  hefboomeffect – fonds gaat long, short en combinaties hiervan © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer44

45 Hefboomfondsen of hedge funds Kenmerken – duizenden hedge funds actief – streven absolute return na – hanteren geen klassieke beleggingsstrategie – vaak gevestigd in belastingparadijs – beheerders worden rijkelijk vergoed soms tot meer dan 20 % van behaalde return – veel vrijheid bij beheer mogelijk om volledig kapitaal in 1 aandeel te beleggen grote bedragen in opties en andere afgeleide producten beheerders zijn geen uitleg verschuldigd over keuzes die ze maken – geen verplichting informatie te verstrekken – verboden om reclame te maken – instapbedrag doorgaans hoog soms tot > 1 mio. USD begoede particulieren en institutionele beleggers © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer45

46 Hefboomfondsen of hedge funds ‘Streven absolute return na’ – fonds presteert over bepaalde periode – 4 % – benchmark over die periode – 6 %  klassiek fonds: beheerder is tevreden want hij heeft beter gepresteerd dan marktgemiddelde  hedge fund: beheerder moest een positief rendement neerzetten – zijn vergoeding wordt berekend o.b.v. positieve return © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer46

47 Hefboomfondsen of Hedge Funds Belangrijkste risicofactoren bij hedge funds – gebrek aan controle er wordt vaak niet gezegd in wat wordt belegd heel wat (institutionele beleggers) knappen daar op af – rol van de beheerder moet getalenteerd en integer persoon zijn stopt wel meestal deel van eigen kapitaal in het fonds – liquiditeit op sommige momenten moeilijk om uit fonds te stappen (bv. bij moeilijke beurstijden) © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer47

48 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer p

49 Hefboomfondsen of Hedge Funds beleggen in hedge funds in België ? – mogeljk sinds 2003 – maar enkel onder de vorm van TAK23-beleggingsfondsen het moet gaan om dakfonds fonds moet kapitaalgarantie bieden © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer49

50 TAK 21 en TAK 23 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Beleggingsfondsen in een verzekeringsjasje 50

51 TAK 21 Levensverzekeringsproduct met kapitaalgarantie Belegger kan – eenmalig een kapitaal storten – met bepaalde regelmaat premie storten Meeste TAK21 werken met overlijdensdekking – bij overlijden van de verzekerde wordt verzekerd kapitaal uitgekeerd aan begunstigde die werd aangeduid bij afsluiten van het contract – als verzekerde nog in leven is op einddatum contract wordt verzekerde bedrag aan hem gestort einddatum contract = vaak pensioenleeftijd © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer51

52 TAK 21 TAK 21 met fiscaal voordeel – onder bepaalde voorwaarden mogen premies worden afgetrokken van belastbaar inkomen beperkt tot een bepaald bedrag opgelet: verzekerde kapitaal wordt dan wel belast op de vervaldag dit wordt uitgebreid besproken in hoofdstuk 13 TAK 21 zonder fiscaal voordeel – geen fiscale aftrek van premies – maar ook geen belasting verschuldigd op vervaldag © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer52

53 TAK 21 – twee systemen TAK 21 met basisopbrengst + winstdeelname – basisopbrengst = gegarandeerde jaarlijkse minimumopbrengst wordt bij aanvang vastgesteld kan niet meer worden gewijzigd tijdens looptijd – winstdeelname afhankelijk van de prestatie van het fonds TAK 21 waarbij opbrengst volledig bestaat uit winstdeelname – geen gewaarborgd rendement – rendement kan dus bepaalde jaren 0 % zijn © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer53

54 TAK 21 Gestorte premies – worden door uitgevende maatschappij herbelegd – in hoofdzakelijk defensieve producten waarom? Regels opgelegd door FSMA gevolg? Rendement eerder aan lage kant – te vergelijken met klassieke spaarproducten In aantal gevallen: vrijstelling roerende voorheffing – voorwaarden verzekeringsnemer neemt overlijdensdekking van minimaal 130 % of looptijd bedraagt minstens 8 jaar en 1 dag © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer54

55 TAK 23 Risicoprofiel: hoger dan TAK 21 – meestal geen kapitaalgarantie / minimumrendement – doel: hogere return halen dan TAK 21 Voorwaarden vrijstelling roerende voorheffing – idem dan bij TAK 21 Stortingen kunnen niet in aanmerking komen voor belastingaftrek © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer55

56 TAK 21 / 23 <> beleggingsfondsen Belangrijk verschil op vlak van veiligheid Bij faillissement uitgevende instelling – bij beleggingsfondsen stukken worden voor belegger bewaard bij faillissement uitgevende instelling blijft belegger gewoon eigenaar – bij verzekeringen stukken worden door uitgevende instelling opgenomen op haar actief op het passief wordt de schuld geboekt t.o.v. belegger als verzekeraar failliet gaat: mogelijk een probleem voor belegger © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer56

57 Pensioenfondsen Zie uitgebreide bespreking in Hoofdstuk 13 Pensioensparen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer57

58 Veiligheid Standaarddeviatie Morningstar Risico Andere beoordelingen (Tijd kronen …) Sharpe Ratio Risico door soort fonds Portefeuillerisico Operationele risico’s Kostenrisico Kwalitatieve rating Risicoklasse door FSMA © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer58

59 Standaarddeviatie Risico: volatiliteit – Hoe meten? Standaarddeviatie – Wat is het? Hoe sterk wijkt de return tijdens bepaalde periode af van het gemiddelde? Standaarddeviatie = laag – return van het fonds is op regelmatige basis constant in vergelijking met referentiepunt (bv. beursindex) Standaarddeviatie = hoog – serieuze afwijkingen in return in vergelijking met referentiepunt – zowel afwijkingen naar boven als naar beneden toe © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer59

60 Standaarddeviatie Kan alleen gebruikt worden in vergelijking met soortgelijke fondsen Voorbeelden – sectorfondsen hogere SD dan fondsen die algemene beursindex volgen – aandelenfondsen zullen hogere SD hebben dan obligatiefondsen – … Voorbeeld p. 304 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer60

61 Standaarddeviatie Nadeel – Winsten worden op dezelfde manier behandeld als verliezen Belegger – Vindt het realiseren van verlies erger dan het wat minder realiseren van winst © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer61

62 Standaarddeviatie Morningstar – Heeft daarom Morningstar Risico ontwerpen – Details berekening: – Kort: Fondsen worden vergeleken met soortgelijke fondsen Verliezen tellen in score zwaarder mee naar winst Morningstar risico kan variëren van – HOOG: de 10 % meest risicovolle fondsen – LAAG: de 10 % minst risicovolle fondsen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer62

63 Morningstar Morningstar risico – fondsen worden vergeleken met soortgelijke fondsen binnen dezelfde Morningstar Categorie – verliezen tellen in score zwaarder mee naar winst – Morningstar risico kan variëren van HOOG: de 10 % meest risicovolle fondsen LAAG: de 10 % minst risicovolle fondsen Voorbeeld p. 304 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer63

64 Morningstar Hanteert verschillende tools om fondsen te evalueren Kwantitatieve fondsenanalyse – Sterren (0 – 5) – Fondsen met hogere score Slagen er beter in om meer return te halen Met het risico dat wordt genomen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer64

65 Morningstar Hanteert verschillende tools om fondsen te evalueren Kwalitatieve fondsenanalyse – Impaired/Inferior/Standard/Superior/Elite – er wordt aandacht geschonken aan kwaliteit van de fondsenbeheerder(s) processen en technieken die worden toegepast organisatie die het beleggingsfonds uitgeeft relevante rendementen en risico’s uit het verleden kosten die worden aangerekend voor het vermogensbeheer © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer65

66 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: – selectie fondsen van Petercamwww.morningstar.be Datum:

67 Interessante sites – handleidingen over hoe met de site te werken – uitgebreide fondsendatabase – fondsenscreener – maar ook heel wat informatie over aandelen ETF’s … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer67

68 Andere beoordelingen Andere beoordelingen door – De Tijd – Standard & Poor’s De Tijd – kronen (0 – 3) – 0 = slechtste beoordeling ; 3 = beste beoordeling – beoordeling op basis van prestaties en genomen risico – specifieke methodologie die zorgen dat kronen meer voorspellend karakter hebben toch opletten: – is op basis van verleden – voorspellend karakter moet dus genuanceerd worden © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer68

69 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: – selectie fondsen van Bank Delenwww.tijd.be Datum:

70 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

71 Sharpe ratio Eenvoudige ratio Belangrijkste parameters – outperformance van het fonds t.o.v. risicoloze rente – risico meet hoeveel return een fondsenbeheerder realiseert per eenheid risico – hoge ratio: gunstige verhouding return / risico – lage ratio: ongunstige verhouding return / risico Opgelet: bij negatieve return – krijgt men hoge ratio bij ongunstige verhouding © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer71

72 Sharpe ratio Ontwikkeld door William F. Sharpe – geboren 16 juni 1934 in Boston – verbonden aan Stanford University – Nobelprijs economie 1990 – © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer72

73 Standaarddeviatie, Morningstar risico, Sharpe ratio … Gebaseerd op historische resultaten Zegt dit iets over de toekomst van het fonds!? Verdere analyse nodig © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer73

74 Risico’s door soort fonds Verschillen in risico’s door aard fonds – aandelenfondsen – obligatiefondsen – monetaire fondsen – … Verschillen binnen elke categorie – aandelenfonds large caps – aandelenfonds small caps – aandelenfonds biotech – … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer74

75 Portefeuillerisico Concentratierisico Concentratie – in beperkt aantal aandelen – in bepaalde sector – in bepaalde landen / regio’s © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer75

76 Portefeuillerisico Concentratie in beperkt aantal aandelen Voorbeeld – concentratie in beperkt aantal aandelen beheerder belegt in beperkt aantal aandelen fonds zeer gevoelig voor verkeerde beslissingen beheerder indien één van de aandelen in problemen komt heeft dat grote invloed op return portefeuille Maatstaf – procentuele gedeelte in 10 belangrijkste posities © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer76

77 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

78 Portefeuillerisico Concentratie in bepaalde sector Sectorfonds Cyclische fondsen – presteren sterk bij groeiende economie – worden sterk afgestraft bij terugval economie © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer78

79 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

80 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

81 Portefeuillerisico Concentratie in bepaalde landen / regio’s Europa / VS Bepaalde specifieke regio’s Opkomende landen BRIC-landen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer81

82 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

83 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum:

84 Portefeuillerisico Concentratierisico – ook bij obligatiefondsen mogelijk! Voorbeeld: – voor kredietcrisis werden hoogrentende obligatiefondsen en fondsen die belegden in opkomende markten beschouwd als veilig – kredietcrisis deed prijzen sterk dalen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer84

85 Operationele risico’s Te maken met alledaagse werking fonds Voorbeeld: – vertrek fondsenbeheerder – kan gevolgen hebben voor toekomstige werking fonds return © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer85

86 Kostenrisico’s Kosten die verrekend worden in return Als fonds daalt in waarde – wil dat niet zeggen dat kosten mee zullen dalen – moeten dan verdeeld worden over minder vermogen – kosten per participatie stijgen TER = Total Expense Ratio – fondsen moeten deze verplicht berekenen en publiceren – benaming verwarrend! bevat WEL de beheerskosten bevat NIET de intrest- en transactiekosten © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer86

87 Kwalitatieve rating Ratio’s en standaardeviaties – berekenen en interpreteren niet eenvoudig – o.a. Morning Star rating moet hierbij helpen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer87

88 Risicoklasse FSMA Ontwikkeld door FSMA i.s.m. BEAMA BEAMA – = Belgische vereniging voor Asset Managers – Werking – gebaseerd op returns uit het verleden – over periode van 5 jaar (tenzij fonds minder lang bestaat) – maakt gebruik van standaarddeviatie 7 klassen – gaande van © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer88

89 Risicoklasse FSMA Klasse 0 – standaarddeviatie ligt tussen 0 % - 2,5 % Klasse 6 – standaardeviatie ligt hoger dan 30 % Hoe lager de klasse – hoe lager de standaarddeviatie – dus hoe lager de risicoklasse waartoe fonds behoort Moet vermeld worden in prospectus – bij jaarlijks herzienbare informatie p. 310 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer89

90 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum

91 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Bron: Datum

92 Liquiditeit Open-end fondsen – liquiditeit gegarandeerd door uitgevende instelling – nooit een probleem om stukken te kopen/verkopen – opgelet: wel geen garantie over prijs Closed-end fondsen – geen gegarandeerde liquiditeit – prijs bepaald door vraag en aanbod er moet tegenpartij zijn voor grote fondsen geen probleem © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer92

93 Liquiditeit Fondsen met kapitaalbescherming/klikfondsen – hebben bepaalde looptijd – niet de bedoeling ze voor VVD te verkopen – opgelet: kapitaalbescherming geldt enkel op VVD bij vervroegde verkoop: mogelijke minderwaarde Trackers of ETF’s – steeds voldoende liquiditeit – zijn open-end fondsen – altijd minstens 2 liquidity providers die optreden als tegenpartij © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer93

94 Liquiditeit TAK 21 / TAK 23 – mogelijkheid om tussentijds geld op te nemen – opgelet: soms is men dan vrijstelling roerende voorheffing op intresten wel kwijt zie ook voorwaarden vrijstelling en hoofdstuk fiscaliteit © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer94

95 Return Op basis van intrinsieke waarde van het fonds – waarde van alle posities x aantal effecten in portefeuille – kosten fonds in mindering brengen beheerloon, bewaarloon en administratieve kosten worden elke dag pro rata aangerekend op IW – dit resultaat delen door aantal uitstaande participaties Publicatie met twee dagen vertraging – men moet wachten op slotkoersen – dag erna berekenen IW – dag erna publicatie Voorbeeld p. 311 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer95

96 Return © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer waarbij: P0 = aankoopprijs fonds; P1 = verkoopprijs fonds of waarde op het einde van de evaluatieperiode; D = het uitgekeerde dividend tijdens de evaluatieperiode; K0 = aankoopkosten; K1 = verkoopkosten. p

97 Return Type fonds – kapitalisatiefonds intresten, dividenden en meerwaarden worden herbelegd – distributiefonds keert dividend uit deel kan wel in het fonds blijven Als fonds dividend uitkeert  kan men ook dividendrendement berekenen Waarbij: D = het dividend; P = de koers van het fonds. © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer97

98 Return Soort fonds speelt rol Historisch – aandelenfondsen hoogste return – obligatiefondsen doorgaans veiliger return stuk lager – gemengde fondsen return tussen aandelen- en obligatiefondsen Grote verschillen afhankelijk van – welk type aandelen-, obligatie- of gemengd fonds – de periode – … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer98

99 Return Fondsen met kapitaalbescherming/klikfondsen – Return in functie van onderliggende waarde die wordt gevolgd – enorm aanbod aan verschillende producten huidige aanbod? – klikfonds: deel van return wordt tussentijds vast geklikt Voorbeeld p. 313 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer99

100 Return Trackers of ETF’s – volgt waarde onderliggende index – worden wel kosten aangerekend TAK 21 – gewaarborgde minimumrente + winstdeelname – aftrek kosten, beurstaks en eventueel roerende voorheffing – over lange periode: normaal wat hoger dan klassieke spaarrekening TAK 23 – bedoeling meer return te realiseren dan TAK 21 – hoger risicogehalte – geen minimumrendement – afhankelijk van prestaties beurs – p © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer100

101 Systematisch beleggen Info site KBC – https://www.kbc.be/IPA/D9e01/~N/~KBC/- BZKCO73/BZKCO75/BZKCO7O/BZLL4JB/~-BZKFS8H?ngeOrigin=BZKJZ7M https://www.kbc.be/IPA/D9e01/~N/~KBC/- BZKCO73/BZKCO75/BZKCO7O/BZLL4JB/~-BZKFS8H?ngeOrigin=BZKJZ7M © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer101

102 Fiscaliteit Beurstaks Belasting op meerwaarde Het Europees paspoort voor beleggingsfondsen Fiscale behandeling van de vastgoedbevak © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer102

103 Beurstaks Afhankelijk van type en soort beleggingsfonds – beursgenoteerde beleggingsfondsen – distributietype aankoop: 0,09 % verkoop: 0,09 % – beursgenoteerde beleggingsfondsen – kapitalisatietype aankoop: 1 % verkoop: 1 % – niet- beursgenoteerde beleggingsfondsen geen beurstaks behalve: verkoop kapitalisatiefondsen – beurstaks 1 % – TAKS 21/TAK 23 aankoop: verzekeringstaks van 1,1 % © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer103

104 Belasting op de meerwaarde Vrij complexe materie BEVEK – distributietype dividend wordt belast aan 21 % roerende voorheffing (of 25%) – kapitalisatietype meerwaarde onbelast uitzondering: obligatiefondsen (zie verder) BEVAK – wettelijk verplicht om dividend uit te keren dividend wordt belast aan 21 % roerende voorheffing (of 25 %) – meerwaarde belastingvrij uitzondering: obligatiefondsen (zie verder) © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer104

105 Belasting op de meerwaarde Obligatiefondsen – nieuwe regelgeving sinds – bij verkoop obligatiefonds roerende voorheffing op volledige meerwaarde – 3 voorwaarden het fonds moet minimaal 40 % in obligaties of vastrentende instrumenten beleggen (wordt misschien 25 %) het moet over een Europees paspoort beschikken het moet van het kapitalisatietype zijn – voorbeeld men koopt obligatiefonds voor 100 EUR men verkoopt het na aantal jaren voor 120 EUR  betaalt men 21 % roerende voorheffing op de meerwaarde (20 EUR) (of 25 % RV) © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer105

106 Het Europees paspoort Wat? – label waardoor fonds in heel Europa zonder beperkingen mag verkocht worden Voorwaarden? – er moeten bepaalde investeringscriteria gerespecteerd worden Voor welke fondsen? – aandelen-, obligatie-, gemengde-, monetaire en dakfondsen – fondsen met onbepaalde looptijd – geen kapitaalbescherming © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer106

107 Het Europees paspoort - voorwaarden Investeringscriteria (spreiding fonds) – mag niet meer dan 10 % worden belegd in 1 aandeel/effect – alle participaties met belang tussen 5 % - 10 % mogen maximaal 40 % van de portefeuille innemen – index- en dakfondsen: wel toegelaten meer dan 10 % in effect te beleggen Aandacht voor informatie die wordt verstrekt – eenvoudige prospectus die elk jaar word geactualiseerd met rendementscijfers – duidelijke uitsplitsing van aangerekende kosten (transparantie) – risiconiveau moet aangegeven worden op verschillende vlakken (inflatie-, markt- en rendementsrisico) © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer107

108 Het Europees paspoort Discussie over berekening belastbare meerwaarde – geen wettelijke basis voor correcte berekening – beheerders passen daarom ‘best practice’ toe Taxable Income per Share (TIS) – wordt bepaald bij aankoop fonds = bedrag per deelbewijs dat betrekking heeft op de renteopbrengsten van het fonds – wordt opnieuw bepaald bij verkoop fonds  21 % RV op verschil tussen beide TIS-waardes (of 25 %) © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer Voorbeeld p

109 Het Europees paspoort Discussie over definitie kapitalisatiefondsen – principe: fondsen die geen dividenden uitkeren – praktijk: ook meeste distributiefondsen vallen onder meerwaardetaks – oorzaak? wet vereist dat distributiefondsen in hun statuten vermelden dat – ze alle inkomsten (meerwaarde en intresten) – uitkeren in de vorm van een dividend vanuit normale en gezonde financiële politiek – bijna niet mogelijk – daarom meeste beheerder aanpassing statuten niet gedaan © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer109

110 Fiscale behandeling vastgoedbevak Niet onderworpen aan vennootschapsbelasting Voorwaarde: – minstens 80 % van de nettowinst wordt uitgekeerd onder de vorm van dividenden Roerende voorheffing op dividenden – normaal tarief: 21 % (of 25 %) – tarief van 0 % als meer dan 60 % van de vastgoedportefeuille uit residentieel vastgoed bestaat Voorbeeld p. 318 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer110

111 Kosten Instap- en uitstapkosten Total Expense Ratio (TER) Invloed van kosten op de return © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer111

112 Instap- en uitstapkosten Meestal % op prijs van het fonds op dat ogenblik – éénmalig te betalen bij instap en/of uitstap – kunnen variëren tussen 0 % - 5 % Grote verschillen – tussen fondsen onderling – financiële instellingen Kosten fondsen binnen zelfde categorie – vergelijken op Daarnaast nog andere jaarlijkse kosten – beheerloon, bewaarloon, kosten administratief agent en transactiekosten © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer112

113 Total Expense Ratio (TER) TER bestaat uit – beheerloon = vergoeding beheerder fonds hoe complexer beheer, hoe duurder actief beheerde fondsen <> passief beheerde fondsen – bewaarloon = vergoeding voor financiële instelling die de bezittingen van fonds onder bewaring neemt – kosten administratieve agent = kosten voor boekhouding fonds + bereken intrinsieke waarde TER staat in prospectus Opgelet: TER bevat niet intrest- en transactiekosten – p. 319 © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer113

114 Voor- en nadelen Voordelen – risicospreiding – professioneel beheer – gewaarborgde transparantie wettelijke reglementering prospectus, half- en jaarverslagen elk fonds is aparte nv (dus controle door aparte revisor) controle door FSMA – fiscale voordelen kapitalisatiefondsen: meestal geen roerende voorheffing – fonds kiezen dat aan risicoprofiel beantwoord © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer114

115 Voor- en nadelen Nadelen – beheerskosten die aardig kunnen oplossen – Kapitaalgarantie vaak duur onder de vorm van lagere return © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer115

116 Ethisch beleggen Grotere aandacht sinds begin jaren ‘90 Synoniemen – duurzaam beleggen – sustainable investing Investeren en beleggen – in projecten en ondernemingen die hogere waardering geven aan ecologische en sociale waarde Heeft al verschillende stappen doorlopen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer116

117 Ethisch beleggen - stappen STAP 1: negatieve benadering – vermijden van investeringen in bepaalde bedrijven – wapenindustrie, kernenergie, schadelijk voor gezondheid © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer117

118 Ethisch beleggen - stappen STAP 2: positieve benadering – meer aandacht duurzaam ondernemen – op vlak van personeel intern sociaal beleid personeel als team-member gelijke kansen opleidingsmogelijkheden horizontale structuren met groeimogelijkheden binnen de eigen functie … – op vak van milieu beperking CO 2 -uitstoot aandacht voor afvalverwerking beperking papierverbruik … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer118

119 Ethisch beleggen - stappen STAP 2: positieve benadering – op vlak van extern maatschappelijk beleid neemt bedrijf verantwoordelijkheid in maatschappij? worden mensenrechten gerespecteerd? … – op vlak van betrouwbaarheid tegenover klanten en leveranciers … © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer119

120 Ethisch beleggen Brengen ethische fondsen minder op? – JA bepaalde winstgevende ondernemingen worden uitgesloten bv. oliesector – NEE meer en meer ondernemingen krijgen aandacht voor duurzaam ondernemen komen zo onder aandacht duurzame beleggingsfondsen Return ligt in lijn met klassieke fondsen! p © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer120

121 Ethisch beleggen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer121

122 Ethisch beleggen © Uitgeverij De Boeck Beleggingsleer122


Download ppt "Hoofdstuk 12 Beleggingsfondsen Beleggingsleer Siem de Ruijter Jan Van Doorslaer."

Verwante presentaties


Ads door Google