De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ontmoeten en verbinden Lezing tbv. Ijsterk 12 en 19 maart 2009 Evelien Tonkens, UvA.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ontmoeten en verbinden Lezing tbv. Ijsterk 12 en 19 maart 2009 Evelien Tonkens, UvA."— Transcript van de presentatie:

1 Ontmoeten en verbinden Lezing tbv. Ijsterk 12 en 19 maart 2009 Evelien Tonkens, UvA

2 Binding: sociale cohesie of sociaal kapitaal Sociale cohesie natuurkundige term; zegt niets over handelen van mensen Bij-effect van iets anders, moeilijk beinvloedbaar Beleid daarom vaak indirect gericht op sociale cohesie, nl. via veiligheid, overlast

3 Sociaal kapitaal meer grijpbaar Sociaal kapitaal: ‘kapitaal’ dat product is van sociale contacten Aan geld (economisch kapitaal) alleen heb je niet voldoende: je hebt ook contacten (sociaal kapitaal) nodig Weinig sociaal kapitaal is dus een vorm van armoede. Geldt zowel voor individuen als voor wijken

4 Waaruit bestaat sociaal kapitaal? Robert Putnam (Bowling alone, 2000): Sociaal kapitaal= –Netwerken –Vertrouwen –Gedeelde normen en waarden Sociaal kapitaal is belangrijkste motor voor collectieve actie in een samenleving (wijk Etnisch gemengde wijken => minder vertrouwen (en dus minder sociaal kapitaal)

5 Drie soorten sociaal kapitaal Bonding (verbindend) : tussen soortgenoten Bridging (overbruggend) : tussen vreemden Linking (schakelend): tussen burgers en instellingen Dominant in beleid: bridging, via mengen en ontmoeten Bonding en linking te weinig aandacht nu.

6 1. mengen Mn. via woningbouw - gemend wonen via 3 maatregelen (scp 2007, interventies voor integratie) : 1. Toegang beperken (Rotterdam-wet) 2.Armen naar rijke wijken 3.Rijken naar arme wijken 4.Behoud stijgers in arme wijken

7 Ad 1. Toegang beperken Rotterdam-wet: toegang alleen voor inkomens 120% minimumloon Frankfurt, Birmingham vergelijkbaar beleid Juridisch vaak onhaalbaar Positieve effecten onduidelijk Negatieve effecten: risico op moeilijk vervulbare leegstand

8 Ad 2. Armen naar rijke wijken VS; woonvouchers voor armen die naar rijke wijk verhuizen: maximale huur 30% van inkomen Alleen aantrekkelijk bij aanwezigheid familie en passende voorzieningen (bijv moskee) Positief effect: mensen gaan erop vooruit (bredere effecten, inclusief mengen, onduidelijk)

9 Ad 3: Rijken naar arme wijken Met 4. Dominant in Nederland Rijken moeilijk te verleiden, tenzij bijzondere (centrale) ligging of architectuur Vraag waar oorspronkelijke bewoners naar toe moeten vaak onderbelicht Positieve effecten: imago wijk

10 Ad 3: Rijken naar arme wijken (vv.) Spontaan: nauwelijks menging: men leeft langs elkaar heen Behoud stijgers: kleinere afstand, en men kent elkaar al Menging taak welzijnswerk voorbeelden Bridging: Studentenproject VU, mentoraten Linking: netwerkondersteuning burgerinitiatieven Kanaleneiland

11 Ad. 4 Behoud stijgers voor arme wijk Kleinere sociale afstand werkt beter als voorbeeld (Sennett in Respect) Maar stijgers vaak niet genegen achterblijvers te helpen; meer met zichzelf bezig of willen afstand Wijk wordt meer gemengd qua klasse, niet per se qui etniciteit

12 Preciezer: welke menging werkt niet? Echt rijken : grote sociale afstand (veel hulp welzijnswerk nodig) Jonge economische middenklasse mengt niet: weinig tolerant, toegankelijk en toerustend, vooral druk met eigen toekomst (hulp welzijnswerk helpt niet)

13 Welke menging werkt wel ? Beste bruggenbouwers in achterstandswijken: (Veldboer en Van der Graaf 2007; Uyterlinde, Engevbesen en Lub 2007) 1.Vrouwelijke onderwijzers 2.Creatieve klasse (kunstenaars bijv.) 3.Moeders op scholen 4.Overige sociale professionals (zorg, politie) 5.Organisaties kunnen dat met (linking en bridging) beleid bevorderen: deze groepen uitnodigen en met indrastructuur ondersteunen

14 nu van mengen naar Ontmoeten Talloze projecten, weinig (goed) onderzoek (scp 2007) 2 varianten: 1.Ontmoeten om ontmoeten 2.Ontmoeten rond gezamenlijk belang

15 Ad 1. Ontmoeten om ontmoeten straatfeesten, dialoogprojecten, stadsgeprekken, koffie-ochtenden Verloopt vaak moeizaam Trekt vooral mensen die al positief staan tegenover andere etnische groepen Voor die mensen wel leerzaam

16 Eigen onderzoek Dag van de Dialoog Amsterdam (2006) Deelnemers: reeds actieve burgers (1/3 lid van een bestuur, >50% actief n vrijwilligerswerk, 25 % eerder meegedaan) Na afloop: > 50% voelt zich meer verbonden met andere Amsterdammers 65%: gesproken met mensen met wie ze anders niet snel mee in contact zouden komen 80%: redelijk tot veel geleerd

17 Na de dialoog: Effecten op deelnemers groot: 41% van mening veranderd 65% van plan iets te ondernemen 81% tot denken aangezet 64% nieuwe inzichten gekregen 36% niets nieuws heeft opgeleverd

18 Ad 2. Ontmoeten rond gedeeld belang Mentoraat lijkt effectief: Hechte band mentor en mentee. Veel mentees blij met niet veroordelend contact Benodigde organisatie en interventie van begeleidende professionals wordt zwaar onderschat Studentenproject VU variant hiervan; Eigen onderzoek Utrecht: belangstelling groot, maar imago wijk (Kanaleneiland) weer houdt

19 Meerderheid actieve burgers: Willen zich inzetten voor lokale gemeenschap Via hulp, zorg, onderhoud met perspectief vooruit te komen liever aanpassen en meedoen dan discussieren zowel actieve migranten als actieve autochtonen

20 Bindt Nederlanderschap? Nederlandse identiteit, traditie, geschiedenis, cultuur Identificatie met Nederland? Migranten: sterkere identificatie met stad dan land –Angst voor afwijzing bij nationale identificatie (Raffi en zijn koningin Beatrix) Stedelijke identiteit concurreert niet met land van herkomst: Nijmegenaar en Turk, Nederlander of Turk Ervaringen van discriminatie verzieken identificatie

21 Meer nodig dan ontmoeten en verbinden: nu alle aandacht gericht op bridging: tussen bevolkingsgroepen.vergeet bonding en linking niet!.bonding voorwaarde: geïsoleerde Turkse vrouwen hebben eigen club nodig, niet mengen met Somalische mannen.linking: burgerinitiatieven hebben steun nodig: erkenning, waardering, luisterend oor, (en als laatste: subsidie)

22 Onderzoek burgerinitiatieven: behoeftenpiramide Oplopende behoeften:

23 Wat zegt dit alles over binding? Ingredienten voor interetnische binding: 1.Gezamenlijke activiteiten in eigen omgeving 2.Gericht op vooruitkomen 3.Aanhakend op identificatie met stad, (niet primair land) 4.Actieve rol voor vrouwen (moeders en leraressen) 5.Actieve rol voor sociale professionals in begeleiding, niet alleen bij start 6.Waakzaamheid tav. discriminatie Vergeet bonding en linking niet: 1.Bonding voorwaarde 2.Linking steun: via resp. aarderen, luisteren, subsidie

24 Lees dit en meer in:


Download ppt "Ontmoeten en verbinden Lezing tbv. Ijsterk 12 en 19 maart 2009 Evelien Tonkens, UvA."

Verwante presentaties


Ads door Google