De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Past Simple Is gebeurd in het verleden, nu afgelopen. Een duidelijke bepaling van verleden tijd. Last week I forgot my keys. Present Simple Past Simple.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Past Simple Is gebeurd in het verleden, nu afgelopen. Een duidelijke bepaling van verleden tijd. Last week I forgot my keys. Present Simple Past Simple."— Transcript van de presentatie:

1 De Past Simple Is gebeurd in het verleden, nu afgelopen. Een duidelijke bepaling van verleden tijd. Last week I forgot my keys. Present Simple Past Simple Present Perfect ForgetForgotForgotten Stap 1. Bepaal of het woord onregelmatig is (deze woorden heb je geleerd). Is het woord onregelmatig? Vul dan de onregelmatige vorm in. Is het woord regelmatig? Ga dan naar stap 2. Stap 2. Vervoeg het werkwoord. Normale regel: +ED. Uitzonderingen: Lived, Stopped, Tried

2 Stap 1. Bepaal of het woord onregelmatig is (deze woorden heb je geleerd). Is het woord onregelmatig? Vul dan de onregelmatige vorm in. Is het woord regelmatig? Ga dan naar stap 2. Stap 2. Vervoeg het werkwoord. Normale regel: +ED. Uitzonderingen: Lived, Stopped, Tried Zet in de Past Simple: Last night I ( to break ) a vase. I ( to work ) at Albert Heijn last year. Nobody ( to answer ) the phone. Peter ( to catch ) a fish yesterday. You ( to do ) a very good job. Matt ( to build ) a house on a rock. We ( to go ) to Italy last month. They ( to try ) to sort things out.

3 Stap 1. Bepaal of het woord onregelmatig is (deze woorden heb je geleerd). Is het woord onregelmatig? Vul dan de onregelmatige vorm in. Is het woord regelmatig? Ga dan naar stap 2. Stap 2. Vervoeg het werkwoord. Normale regel: +ED. Uitzonderingen: Lived, Stopped, Tried Zet in de Past Simple: Last night I ( to break ) a vase. I ( to work ) at Albert Heijn last year. Nobody ( to answer ) the phone. Peter ( to catch ) a fish yesterday. You ( to do ) a very good job. Matt ( to build ) a house on a rock. We ( to go ) to Italy last month. They ( to try ) to sort things out. broke worked answered caught did built went tried

4 Past Simple in vragen: 1. Ben je vorige week met de trein gegaan? 2. Werkte Peter gisteren in de tuin? DID + onderwerp + hele werkwoord 1.Did yougo by train last week? DID onderwerphele ww. 2.Did Peterwork in the garden yesterday? DID onderwerphele ww. Geeft de verleden tijd al aan. I went by train last week. Peter worked in the garden yesterday.

5 Past Simple in vragen: Hetzelfde geldt voor vragen met WH-questions: Whodidhe call? (wie belde hij?) Whatdidhe say? (wat zei hij?) Wheredidhe go?(waar ging hij heen?) Whendidhe leave? (wanneer is hij weggegaan?) Howdidyou know? (hoe wist je het?)

6 Past Simple in vragen: 1. “To be” -> Am/is/are Werkwoord aan het begin van de zin of na WH-questions. I was happy-> Was I happy? 2. Hulpwerkwoorden: Could, Would, Should Werkwoord aan het begin van de zin of na WH-questions. You could see-> Could you see? 3. Alle andere werkwoorden: DID + onderwerp + hele WW Peter worked in the garden. -> Did peter work in the garden?

7 Past Simple in vragen: I was happy-> Was I happy? (TO BE) You could see-> Could you see? (Hulpwerkwoorden) Peter worked in the garden. -> Did peter work in the garden? DID + onderwerp + hele werkwoord Maak de volgende zinnen vragend in de verleden tijd: Let op: de werkwoorden staan nog in de tegenwoordige tijd. 0. Maria steals a bag. -> Steal, stole, stolen -> Maria stole a bag. -> Did Maria steal a bag? 1.Frank catches a fish. 2.Berry eats a lot of chocolate. 3.Terry is shy. 4.Mary has a little lamb. 5.Margaret knows a lot of people.

8 Past Simple in vragen: I was happy-> Was I happy? (TO BE) You could see-> Could you see? (Hulpwerkwoorden) Peter worked in the garden. -> Did peter work in the garden? DID + onderwerp + hele werkwoord Zet de volgende zinnen in de verleden tijd. Maak ze daarna vragend. 0. Maria steals a bag. -> Steal, stole, stolen -> Maria stole a bag. -> Did Maria steal a bag? 1.Frank catches a fish. 2.Berry eats a lot of chocolate. 3.Terry is shy. 4.Mary has a little lamb. 5.Margaret knows a lot of people. Did Frank catch a fish? Did Berry eat a lot of chocolate? Is Terry shy? Did Mary have a little lamb? Did Margaret know a lot of people?


Download ppt "De Past Simple Is gebeurd in het verleden, nu afgelopen. Een duidelijke bepaling van verleden tijd. Last week I forgot my keys. Present Simple Past Simple."

Verwante presentaties


Ads door Google