De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Year 1 Grammar 4.1 Leer de rijtjes op bladzijde 24 uit je hoofd. Enkelvoud: Ik ben Jij/u bent Hij is Zij is Het is Meervoud: Wij zijn Jullie zijn/u bent.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Year 1 Grammar 4.1 Leer de rijtjes op bladzijde 24 uit je hoofd. Enkelvoud: Ik ben Jij/u bent Hij is Zij is Het is Meervoud: Wij zijn Jullie zijn/u bent."— Transcript van de presentatie:

1 Year 1 Grammar 4.1 Leer de rijtjes op bladzijde 24 uit je hoofd. Enkelvoud: Ik ben Jij/u bent Hij is Zij is Het is Meervoud: Wij zijn Jullie zijn/u bent Zij zijn Enkelvoud: I am You are He is She is It is Meervoud: We are You are They are Korte vormen: I am………… You are……... He is………... She is………. It is…………. We are……… You are…….. They are……. I’m You’re He’s She’s It’s We’re You’re They’re ZijnTo be NL: ik ENG: “I” is overal met een hoofdletter. My father and I -> hoofdletter

2 Year 1 Grammar 4.1 Namen van mensen, dieren of voorwerpen krijgen ook een vorm van “To be” 1. My brother …… very funny. 2. Your dog …… so cute! 3. Boris and Mary …… gone. 4. Sarah and I …… smiling. 5. I …… a boy. Enkelvoud: I am You are He is She is It is Meervoud: We are You are They are is are am

3 Year 1 Grammar 4.1 De ‘ (we noemen dit een apostrof, geen komma!) moet altijd iets vervangen. I am -> I’m De apostrof vervangt de “a”. You are -> You’re De apostrof vervangt de “a”. He is -> He’s She is -> She’s It is -> It’s De apostrof vervangt de “i”. He is not -> He isn’t De apostrof vervangt de “o”.

4 Year 1 Grammar 4.1 In een vraag staat de vorm van “To be” vooraan de zin. I am happy Am I happy? Charles and Peter are smart. Are Charles and Peter smart? Bij een ontkenning (zeggen dat het niet zo is) staat er not achter de vorm van “To Be”. I am not happy. Charles and Peter are not smart. He is not angry.

5 Year 1 Grammar 4.1 Overzicht + Bevestigend+ Korte vorm? Vragend- Ontkennend- Korte vorm 1- Korte vorm 2 I am happy.I’m happy.Am I happy?I am not happy.I’m not happy. You are happy.You’re happy.Are you happy?You are not happy.You’re not happy.You aren’t happy. He is happy.He’s happy.Is he happy?He is not happy.He’s not happy.He isn’t happy. She is happy.She’s happy.Is she happy?She is not happy.She’s not happy.She isn’t happy. It is happy.It’s happy.Is it happy?It is not happy.It’s not happy.It isn’t happy. We are happy.We’re happy.Are we happy?We are not happy.We’re not happy.We aren’t happy. You are happy.You’re happy.Are you happy?You are not happy.You’re not happy.You aren’t happy. They are happyThey’re happy.Are they happy?They are not happy.They’re not happy.They aren’t happy. NL: ik ENG: “I” is overal met een hoofdletter.

6 Year 1 Grammar 4.1

7 Year 1 Grammar 4.1


Download ppt "Year 1 Grammar 4.1 Leer de rijtjes op bladzijde 24 uit je hoofd. Enkelvoud: Ik ben Jij/u bent Hij is Zij is Het is Meervoud: Wij zijn Jullie zijn/u bent."

Verwante presentaties


Ads door Google