De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Begrippen hoofdstuk 3. Frequentie Absolute frequentie =werkelijk aantal waarnemingen Relatieve frequentie = aantal waarnemingen in % uitgedrukt Cumulatieve.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Begrippen hoofdstuk 3. Frequentie Absolute frequentie =werkelijk aantal waarnemingen Relatieve frequentie = aantal waarnemingen in % uitgedrukt Cumulatieve."— Transcript van de presentatie:

1 Begrippen hoofdstuk 3

2 Frequentie Absolute frequentie =werkelijk aantal waarnemingen Relatieve frequentie = aantal waarnemingen in % uitgedrukt Cumulatieve absolute frequentie = opgesomde/opgehoopte werkelijk aantal waarnemingen Cumulatieve relatieve frequentie = opgesomde/opgehoopte aantal waarnemingen in % uitgedrukt

3 Klassenindeling Klasse = bij elkaar gegroepeerde elementen Klassenbreedte = het verschil tussen de hoogst mogelijke en laagst mogelijke waarneming in een klasse Variatiebreedte = het verschil tussen de hoogste en laagste waarneming van een massa

4 Hoe bereken je: Aantal klassen = variatiebreedte : klassenbreedte Klassenbreedte = Klasse 10 - < 20 Berekening: klassebreedte = 20 – 10 Klassebreedte = 10 Variatiebreedte = hoogste waarneming – laagste waarneming Laagste gewicht = 35 kg, hoogste gewicht = 85 Variatiebreedte = 85 – 35 Variatiebreedte = 50 kg

5 Gemiddelde Grootheid die in de plaats gesteld kan worden van de individuele waarnemingen, zonder dat de som verandert.

6 Voorbeeld van het gemiddelde Bijvoorbeeld: Jan behaalt voor drie toetsen de volgende cijfer: 5, 6 en 7. Wat is het gemiddelde? Berekening: = 18 Gemiddelde = 18 : 3 =6 Wat is de som? 6 x 3 = 18 Wat is nu de som, nadat het gemiddelde in de plaats is gesteld van de individuele waarnemingen? =

7 Gemiddelde Gewogen (rekenkundig) gemiddelde : bij dit gemiddelde wordt er rekening gehouden met de frequentie van elke waarneming. Ongewogen (rekenkundig) gemiddelde: bij dit gemiddelde wordt er geen rekening gehouden met de frequentie van elke waarneming.

8 Voorbeeld Bijvoorbeeld: Jan behaalt voor drie toetsen de volgende cijfer: 5, 6 en 7. de eerste toets telt 1x mee, de tweede 2 x en de derde 3x. Berekening gewogen gemiddelde : 1 x 5 = 5, 2 x 6 = 12 en 3 x 7 = 21 Som = = 38 Som : totale frequentie = 38 : 6 = 7,6 Berekening ongewogen gemiddelde: = 18 Som : aantal waarnemingen = 18 : 3 = 6

9 Verdere begrippen Klassenmidden: midden van een klasse, (begin van de klasse + einde van de klasse) : 2 Modale klasse : klasse met de hoogste frequentie Modus: meest voorkomende waarneming Mediaan: de middelste waarneming


Download ppt "Begrippen hoofdstuk 3. Frequentie Absolute frequentie =werkelijk aantal waarnemingen Relatieve frequentie = aantal waarnemingen in % uitgedrukt Cumulatieve."

Verwante presentaties


Ads door Google