De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

7Sportspecifieke krachttraining in de praktijk 7.1 Bodypart en functionele benadering van krachttraining 7.1.1Praktische eisen aan goede sportspecifieke.

Verwante presentaties


Presentatie over: "7Sportspecifieke krachttraining in de praktijk 7.1 Bodypart en functionele benadering van krachttraining 7.1.1Praktische eisen aan goede sportspecifieke."— Transcript van de presentatie:

1 7Sportspecifieke krachttraining in de praktijk 7.1 Bodypart en functionele benadering van krachttraining 7.1.1Praktische eisen aan goede sportspecifieke krachttraining 7.1.2Methodische indeling kracht of adaptieve indeling kracht 7.1.3Gebruikte terminologie in methodisch denken 7.2 Indeling van krachttraining op basis van de optredende adaptaties 7.2.1Hypertrofie 7.2.2Maximaalkracht 7.2.3Vermogen 7.2.4Reflextraining 7.2.5Maximaalkracht en reflexkracht in perspectief 7.3 Oefenstof vanuit coördinatie benaderd 7.3.1Het schillenmodel en krachttraining 7.3.2Attractors op intramusculair gebied 7.3.3Individuele spieren en hun geschiktheid 7.3.4Attractors in kleinere systemen van intermusculaire samenwerking 7.3.5Attractors in totaalpatronen 7.3.6Van basisoefening naar totaalpatroon; een voorbeeld

2 De planning van een krachtblok op basis van het “delayed training effect” (Verchoshansky).

3 De functionele krachttraining stelt het vraagstuk van de transfer centraal. Transfer is het werkelijke probleem is van de sportspecifieke krachttraining. In de bodypart benadering staat het vergroten van de krachtwaarden centraal. De transfer wordt als een minder relevant of onoplosbaar vraagstuk gezien. De bodypart benadering is gebaseerd op de wetten van de klassieke mechanica. De functionele krachttraining is gebaseerd op de wetmatigheden van motorisch leren

4 Indeling van krachttraining op basis van de optredende adaptaties Hypertrofie De beschikbare energie voor anabole processen in rust en tijdens belasting. In de rustsituatie is in de spiercel meer energie beschikbaar voor anabole processen zoals de eiwitsynthese bij de spieropbouw.

5 Het inzetten van typen motorische eenheden (ME) bij een submaximaal en maximaal gewicht. Bij een submaximaal gewicht worden de rekrutering en uitputtingsgraad van de motorische eenheden bestaand uit ST-ME-spiervezels of fFT-ME spiervezels bepaald na één, vier, acht en twaalf herhalingen. Bij de maximale belasting worden alleen de grootste gerekruteerde spiervezels uitgeput. De gerekruteerde en tevens uitgeputte motorische eenheden worden de ‘corridor’ genoemd. Het inzetten van verschillende typen motorische eenheden bij submaximale en maximale belasting.

6 Indeling van krachttraining op basis van de optredende adaptaties Maximale kracht

7 F x d =M d1 d2

8 Indeling van krachttraining op basis van de optredende adaptaties Reflextraining Spinale circuits (alpha gamma / CPG’s / reciproke inhibitie enz.) in bewegingspatronen

9 Maximaalkracht training Hoge impuls = significante spiervermoeidheid (met lang herstel) en significante centrale vermoeidheid (met snel herstel) Beperkte training van de rate of force development Bruikbaar als er voldoende hersteltijd is Geschikt voor het ontwikkelen van een hoog krachtsniveau Reflextraining Lage impuls en hoog vermogen of krachtproductie = minimale centrale en spiervezelvermoeidheid Bruikbaar voor training van de rate of force development Compatibel met andere trainingen op dezelfde dag in de micro/mesocyclus Geschikt voor het handhaven van een hoog krachtsniveau

10 Attractors op intramusculair gebied Buikspieren en m. Erector spinae

11 Attractors op intramusculair gebied Werpen Zowel de m. pectoralis major als de m. latissimus dorsi worden bij de rompinzet excentrisch belast, waarna de ontlading van de opgeslagen elastische energie resulteert in endorotatie van de arm. Maximaal krachttraining belangrijk Vermogens training onbelangrijk

12 Attractors op intramusculair gebied M. Iliospas en M. Gluteus maximus M. Iliopsoas M. Gluteus maximus Specialisten van vermogenslevering

13 Attractors op intramusculair gebied M. Iliospas en M. Gluteus maximus M. Gluteus maximus vermogenslevering bi-articulaire spieren isometrie

14 Attractors op intermusculair gebied de romp Basisoefening voor core stability door middel van cocontracties van alle spieren die invloed hebben op de wervelkolom Cocontracties rond de heup

15 Attractors op intermusculair gebied Proximo - distaalwerking Eerst strekt de heup, dan gaat ook de knie strekken en tenslotte strek de enkel (rood). Op het einde van de afzet stopt het energietransport.

16 Attractors op intermusculair gebied Eindrotatie van de romp

17 Attractors in totaalbewegingen Weegschaal - voorslaan


Download ppt "7Sportspecifieke krachttraining in de praktijk 7.1 Bodypart en functionele benadering van krachttraining 7.1.1Praktische eisen aan goede sportspecifieke."

Verwante presentaties


Ads door Google