De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De opkomst van een beschaafd morfeem ? De verandering van het verkleinsuffix –je naar –ie Westfälische Wilhelms-Universität Münster Institut für Niederländische.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De opkomst van een beschaafd morfeem ? De verandering van het verkleinsuffix –je naar –ie Westfälische Wilhelms-Universität Münster Institut für Niederländische."— Transcript van de presentatie:

1 De opkomst van een beschaafd morfeem ? De verandering van het verkleinsuffix –je naar –ie Westfälische Wilhelms-Universität Münster Institut für Niederländische Philologie WS 2007/08 Hauptseminar: Taalverandering Dozent: Dr. Truus Kruyt Referenten: Petra Schoo, Stephanie Leiske

2 Inhoudsopgave 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix –ie 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams 3. Dialect vs. standaardtaal 4. Egalisatie van dialecten 5. Oorzaak van taalverschillen 6. Discussie

3 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Verkleinsuffix –ie wordt als onbeschaafd en informeel beschouwd (bijv. pakkie)  Vaak stadsdialecten  Dringt meer en meer door tot de standaardtaal

4 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Ontstaan 17de eeuw  Zuid-Hollandse teksten  Ontwikkeling tot een kenmerk van Hollandse omgangstaal

5 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Loef kwam als broekie bij de kernploeg  Yvonne-Marie is met haar veertig jaar een jonkie  Musical Miss Saigon is een opera, geen kat in ´t bakkie

6 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Groeiende populariteit in kranten  Cluppie, klappie, plekkie, stekkie, koppie, bakkie, stukkie, tikkie, sjekkie, onderschriffie

7 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Zijn (Marco Bakker) werk is: denk om je presentatie, verbeter je techniek, hou het koppie erbij  Dat moppie tekst schrijf je in vijf minuten

8 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Groeiende populariteit van het –ie suffix  Registerverandering  Geen representatief gesproken corpus beschikbaar

9 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie  Uitwijken naar andere bronnen  Bellettrie  Cabaretteksten

10 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix -ie Het lot van kunst (1989) van Joop Waasdoorp  Een stukkie linnen voor een mooi abstrakkie. Je bedoelt je kwakkie stukkie kunst  Een lekker harinkie

11 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix ie  Koppie thee  Twee slechte bakkies koffie  Ik moest nog een brieffie tekenen

12 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix ie Het oeuvre van Annie M.G. Schmidt:  Over vijftig jaar  Gebruikt vaak –ie vormen

13 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix ie De familie Doorsnee, radioserie (1952 – 1958) […] hadde we maar een woninkie, een woninkie, dat is onze gedachte. Hadde we maar een klein gezellig woninkie. Motte we nou zeven jaren op wachten, motte we nou nog zeven jaar op een lijssie staan.

14 1. Het fenomeen van het verkleinsuffix ie Tendens:  Van dialectaal naar hogere algemene spreektaalregisters  Verkleinsuffix –ie wordt langzamerhand een concurrent van het beschaafde –je.

15 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams  Het verkleinsuffix –ie is van Afrikaanse oorsprong  Zuid-Hollandse dialect  Taal van de randstad heeft het meest bijgedragen aan de huidige standaardtaal

16

17 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams  heb je → hebbie  pakje → pakkie  horloge → horlozie garage → garazie  Werkwoord + pers. voornaamwoord  Zelfstandig naamw. + verkleinvorm  Ongelede woorden: kunnen niet in kleinere stukken worden verdeeld.

18 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams Eindigt een woord in de geschreven taal op [t] gebruikt een Rotterdammer nooit de –ie suffix.  Hout - *houtie  Gaat - *gaatie

19 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams Ontbreekt de t-klank in de spreektaal aan het eind van een woord kan in plaats van het –je ook –ie gebruikt worden.  lust → lus → lussie  vracht → vrach → vrachie

20 2. –ie aan het voorbeeld Rotterdams t vs. ie Er is een afstotend effect tussen klanken die te veel op elkaar lijken.  t en i allebei coronaal  allebei min of meer medeklinkerachtig Het Rotterdams streeft naar de ideale lettergreep!!

21 3. Dialect vs. standaardtaal Definitie: STANDAARDTAAL Norm die aangeeft hoe de taal gebruikt moet worden. De standaardtaal kan worden beschouwd als het sociolect van een bepaalde groep.

22 3. Dialect vs. standaardtaal “ Goed, d.w.z. beschaafd Nederlands spreekt hij, aan wie men niet horen kan, uit welk gewest hij afkomstig is.” (Van Haeringen)

23 3. Dialect vs. standaardtaal Wie of wat bepaald of een woord tot de standaardtaal behoort of niet ?

24 3. Dialect vs. standaardtaal “Een woord moet een hoge gebruiksfrequentie hebben onder de groep die cultureel en economisch de toon aangeeft.” (H. Heestermans) ⇨ Standaardtaal is het sociolect van de ontwikkelde taalgebruiker (educated speaker)

25 3. Dialect vs. standaardtaal De norm volgens welke bepaald kan worden of een woord tot de standaardtaal behoort of niet is gebaseerd op drie criteria: a) Frequentie b) Sociolect van de educated speaker c) stabiliteit

26 3. Dialect vs. standaardtaal Definitie: DIALECT  Streektaal van een klein geografisch bereik  Variëteit van de standaardtaal

27 4. Egalisatie van dialecten In de laatste decennia is de belangstelling voor het onderzoeken van taalverandering sterk toegenomen. ⇨ dialecten ⇨ sociolecten

28 4. Egalisatie van dialecten 18de eeuw → 19de eeuw geen grote veranderingen Bereik was sterk beperkt tot één of een paar dorpen per dialect.

29 4. Egalisatie van dialecten 19de eeuw contacten tussen sprekers werden intensiever en veelvuldiger.  spoor – en tramwegen  radio  auto ⇛ Proces van egalisatie van de dialecten

30 4. Egalisatie van dialecten Het traditioneel beeld van al die stabiele en lokale dialecten is verdrongen.  Dynamische taalontwikkeling  Groeiende dialecten die zich ontwikkelen tot grotere gehelen. Regionalen → mengtalen ⇨ Dialectenveranderingen betekenen een verschuiving haar de standaardtaal

31 4. Egalisatie van dialecten Toenemende tolerantie  Toenemende verandering van het ABN  Een accentloos Nederlands bestaat niet meer  Groter wordende tolerantie van een “correct” Nederlands

32 5. Oorzaak voor taalschillen  Taalverandering en variatie om identiteit vorm te geven  Vorming van identiteit door gedrag, kleding, taal, …  Taalgebruik soms onbewust

33 5. Oorzaak voor taalschillen  Suffixen, zinsconstructies, bepaalde woorden, …  Er ontstaan hypercorrecte verbeteringen  Voorbeeld: makkie → makje bakkie → bakje

34 5. Oorzaak voor taalschillen 1. Spanningsveld tussen nabootsing en differentie 2. Geografische spreiding 3. Economische en sociaal-culturele veranderingen

35 Discussie

36 Literatuur: Basisliteratuur:  Hermans,C., Im Westen nichts neues: over de opkomst van een beschaafd systeem. In: Van Santen en Van der Wal (red.) (1997), Taal in tijd en ruimte, pp Bennis, H., Cornips, L. en van Oostendorp, M.:Verandering en verloedering. Normen en waarden in het Nederlands. Amsterdam Haeseryn,W. et al.: Algemene Nederlandse Spraakkunst, Band 1, Tweede, geheel herziene druk, Groningen Heestermans,H.: Variatie en norm in de standaardwoordenschat; enige punten ter inleiding van een discussievergadering, In: J. de Rooij (red.). Variatie en norm in de standaardtaal, Stroop,J.: Weg standaardtaal. De nieuwe koers van het Nederlands, In: Onze taal 61 (9), 1992, pp Velde, van de, H.: Variatie en verandering in het gesproken standaard – Nederlands ( ),1996. Vries, de, J. W., et al: Het verhaal van een taal. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam 1993.

37 Literatuur Internet: berlin.de/langvar/rotterdams/Rottejdoms/document_view.html


Download ppt "De opkomst van een beschaafd morfeem ? De verandering van het verkleinsuffix –je naar –ie Westfälische Wilhelms-Universität Münster Institut für Niederländische."

Verwante presentaties


Ads door Google