De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1.4. VERMOGEN bij WISSELSTROOM. 1.4.1. U en I in FASE.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1.4. VERMOGEN bij WISSELSTROOM. 1.4.1. U en I in FASE."— Transcript van de presentatie:

1 1.4. VERMOGEN bij WISSELSTROOM

2 U en I in FASE

3 GRAFIEK

4 MOMENTEEL VERMOGEN P u = U m x SIN (ωt) = U m x SINα i = I m x SIN (ωt) = I m x SINα p = u x i = U m I m x SIN 2 (ωt)

5 GRAFIEK P

6 GEMIDDELD VERMOGEN Gemiddeld vermogen = vermogen van een gelijkspanning die dezelfde hoeveelheid energie levert. Je bepaald dit door alle p op te tellen en dan te delen door het aantal. Je kan dit met behulp van wiskunde.

7 BEREKENING

8 ARBEID OF ENERGIE BIJ GELIJKSPANNING: W = P x t BIJ WISSELSPANNING: W = P x t

9 1.4.2 P als U en I 90° VERSCHOVEN

10 GRAFIEK

11 MOMENTEEL VERMOGEN p = u x i Of p = U m x sinα x I m x sin(α – 90°)

12 GEMIDDELDE Uit de grafiek kan je afleiden dat: P = 0 Opgelijke wijze geldt: W = 0

13 VERKLARING Condensator neemt eerst lading op en neemt dus energie uit het net. Vervolgens geeft de condensator deze lading weer af en levert energie aan het net. Omdat energie voortdurend heen en weer gaat, spreken we van slingerenergie of reactieve energie.

14 U en I VERSCHOVEN over WILLEKEURIGE HOEK

15 GRAFIEK

16 MOMENTEEL VERMOGEN u = U m x sinα i = I m x sin(α - φ) p = U m x sinα x I m x sin(α - φ) p = P m x sinα x sin(α - φ)

17 GEMIDDELD VERMOGEN Beschouwen we het vectordiagram U IaI Ir φ

18 BEREKENING Component Ia levert energie: P a = U x I a Ia = I x cosφ Component Ir levert geen energie: P r = U x I r = 0 Totale vermogen: P = P a + P r P = U x I a P = U x I x cosφ

19 ARBEID OF ENERGIE Gelijkaardig kunnen we afleiden: W = P x t P = U x I x cosφ W = U x I x t x cosφ

20 VERMOGENDRIEHOEK

21 FIG. a VECTORDIAGRAM U Ia IrI φ

22 FIG. b We herschikken de vectoren U Ia Ir I φ

23 FIG. c We vermenigvuldigen de stroom met de spanning. UxIa UxIr UxI

24 VERMOGENDRIEHOEK We krijgen nu een nieuwe driehoek waarbij elke vector een vermogen voorstelt. P Q S

25 ACTIEF VERMOGEN P = U x I x cosφ Actief vermogen = vermogen dat effectief wordt omgezet in warmte. Dit vermogen wordt op elk toestel vermeld. Eenheid: W (Watt)

26 REACTIEF VERMOGEN Q = U x I x sinφ Reactief vermogen = het deel van het vermogen dat terug naar het net wordt gestuurd zonder arbeid te verrichten. Eenheid: VAR (Volt-Ampère Reactief)

27 SCHIJNBAAR VERMOGEN S = U x I Schijbaar vermogen = het vermogen dat geen rekening houdt met de faseverschuiving. Eenheid: VA (Volt-Ampère)

28 1.5 ARBEIDSFACTOR

29 BEGRIP Arbeidsfactor = deel van S dat effectief arbeid levert. Condensator → PF = 0 Weerstand → PF = 1 PF = powerfactor

30 BEPALEN “PF”

31 BELANG “PF” Invloed op P Invloed op I Gevolgen distributienet PF moet dicht bij “1” liggen

32 VECTORENDIAGRAM P = U x Ia S = U x I

33 VERBETEREN “PF” Meeste ketens zijn inductief Dus de reactieve component kleiner maken Condensator parallel over de belasting

34 VECTORENDIAGRAM

35 BEREKENEN “C” Qc = P x (tanφ – tanφ’) Qc = U² / Xc Xc = 1 / 2 x π x f x C C =


Download ppt "1.4. VERMOGEN bij WISSELSTROOM. 1.4.1. U en I in FASE."

Verwante presentaties


Ads door Google